Hoofdstuk 2
De maanden die volgden waren niet alleen negatief te noemen. Het werk had de nodige aandacht van Lynley gevraagd, en gelukkig ook van Havers, waardoor privézaken wat naar de achtergrond waren verschoven. Zijn relatie met Helen maakte hem erg gelukkig en hoewel het idee eerst wat onwennig was geweest, was hij nu dolblij vader te zullen worden. Na de eerste maanden, die het idee in stand hadden gehouden dat het niet echt was, werd de buik van Helen nu behoorlijk dik en dit maakte het naderende vaderschap nog realistischer.
Ondanks alle blijde gebeurtenissen en het uitblijven van verhoren van sergeant Havers over zijn verleden, had de situatie van een half jaar eerder hem niet losgelaten. Uit schuldgevoel voor zijn jarenlange afkeer voor zijn moeder en stiefvader, had hij zijn best gedaan haar regelmatig te bellen. Zo goed en kwaad als het ging probeerde hij aardig tegen haar te doen en goed te maken wat niet goed te maken viel. Zijn broer Peter was weer opgenomen geweest in een kliniek en had deze zelfs al weer verlaten. Zonder succes. Met de onmacht, frustratie en het verdriet om hoe iedereen, inclusief hijzelf, leed onder het verleden wist hij zich geen raad en wat in dat ene weekend al getriggerd was, viel nu nauwelijks meer te onderdrukken.
Het verbaasde Lynley hoe makkelijk het was om niets te laten merken aan Helen, hoe ze voor zijn excuses viel. Dan was hij weer moe, dan gestresst of zenuwachtig, ongeduldig of gespannen; alles wat wel waar was, maar niet de gehele waarheid. Zijn Helen, Helen die profiler was, de Helen die van alle mensen nog wel het eerst zou moeten opvallen dat er iets niet in de haak was, doorzag zijn masker niet.
Degene die dit wel deed hield hij bewust op afstand. Tijdens hun samenwerking had Lynley Havers meer taken met andere collega's laten uitvoeren en meer gelegenheid gegeven om zelf op zoek te gaan naar clues. En, ondanks zijn kritische en trotse natuur, moest Lynley haar nageven dat ze dit erg serieus nam en er goed in was. Momenteel werkten ze aan een zaak rondom een oud-mentor van Helen: Finnegan. Hij werd onder collega's gerespecteerd en bewonderd, maar had bij cliënten en nabestaanden veel vijanden gemaakt. Om over zijn reputatie als rokkenjager nog maar te zwijgen. Er was een onbekende vrouw naar zijn begrafenis gekomen die zich vreemd had gedragen en nu als verdachte werd beschouwd. Tot nu toe hadden ze haar echter nog niet op weten te sporen of haar identiteit achterhaald. De laatste dagen waren getekend geweest door de discussies tussen hem en Helen over haar aandringen om bij de zaak te helpen, wat hij gevaarlijk en onverantwoord vond. Helen was zwanger, ze moest haar rust nemen.
Na een lange dag, waarop elke aanwijzing nieuwe vragen had opgeroepen, waren Lynley en Helen samen thuis. De schemering had al ingezet en het zou niet lang meer duren voor de avondduisternis zijn intrede zou doen. Terwijl Helen in de keuken de voorbereidingen trof voor het klaarmaken van hun avondeten, liep Lynley door de benedenverdieping en deed de lampen aan in de donkerder wordende vertrekken. Piekerend over de baby en Helens blindheid voor de mogelijke gevolgen van haar wens bij de stressvolle zaak betrokken te zijn, haalde hij nieuwe kaarsen uit de la van het dressoir en plaatste ze in de kandelaar op tafel. Het was lang geleden geweest dat ze rond etenstijd samen thuis waren geweest in de wetenschap dat er geen reden was om te haasten en het leek Lynley een mooie gelegenheid om er een gezellige avond van te maken. Hij zou in ieder geval zijn best doen om gezellig te zijn.
"Tommy?"
Lynley keek op bij het horen van Helens stem. "Ja, schat."
Helen kwam uit de keuken gelopen, buik vooruit, de eetkamer in. Lachend keek ze om zich heen naar de kaarsen op tafel en de schemerlampjes die het vertrek iets knus en warms gaven. Haar blik kruiste die van Lynley en een mengeling van blijdschap en verrassing viel hier uit op te maken.
"Wat heb je het gezellig gemaakt. Kijk uit, hoor. Straks wordt je nog romantisch," bracht ze lachend uit en Lynley lachte terug. "Ik wilde je vragen waar je meer zin in hebt: zalm met lente-uitjes en aardappel, of tagliatelle met spinazie en crème fraîche. Al werd ik enigszins afgeleid door je verrassende gevoel voor sfeer."
Met moeite kon Lynley nog net een beleefd lachje op zijn gezicht toveren, maar vanbinnen kromp hij ineen. Hoezeer hij ook wou dat hij hier niet aan dacht, hij kon de gedachte aan de honderden calorieën die de maaltijden bevatten niet onderdrukken. Hij wilde dit niet, wilde het fijn hebben met Helen en dit niet zijn stemming laten bepalen, maar hij kon het niet stoppen.
"Uh…"
Vanuit de hal klonk de deurbel.
"Sorry." Snel sprintte Lynley om haar heen en haastte zich naar de voordeur. Toen hij opendeed was hij verbaasd Havers te zien.
"Havers?"
"Ik wou even melden dat we nog niks weten over die vrouw," zei ze wat ongemakkelijk.
Lynley vond het raar dat ze speciaal naar zijn huis was gekomen om dit te vertellen. Hij knikte bedachtzaam. "Juist. Nou, blijf zoeken."
Er viel een stilte.
"Is er nog iets?"
Havers opende aarzelend haar mond. Net toen ze wat wilde zeggen, hoorde Lynley Helen haar naam roepen. Zijn verloofde verscheen in de deuropening en sloeg een arm om hem heen. Wat Havers ook wilde zeggen, het moment was voorbij.
De twee vrouwen groetten elkaar; Helen warm en verwelkomend, Havers ongemakkelijk en nerveus.
"Eet je mee?" Lynley verstijfde in haar armen bij het horen van deze uitnodiging. Dit was een afschuwelijk idee. Havers wist teveel, had hem meegemaakt op momenten dat hij zichzelf niet in de hand had. Ze zou teveel begrijpen. Havers stamelde wat en leek ook niet veel voor het plan te voelen. Plots kreeg hij een geniale ingeving.
"Ze heeft vast andere plannen," wist Lynley hen beiden uit de situatie te redden en Havers bedankte Helen alsnog, opgelucht. Helen knikte begripvol. En hoewel Lynley betwijfelde of de situatie nog ongemakkelijker kon worden, wist zijn verloofde precies die vraag te stellen die dat voor elkaar kreeg.
"Hot date?"
Lachend keek Lynley opzij, niet gelovend dat Helen zojuist deze vraag had gesteld.
"Nee," murmelde Havers, "eerder een heet bad."
Helen nam hier geen genoegen mee. Lachend als een boer met kiespijn stapte hij opzij om de sergeant binnen te laten, wetend dat zij dit beiden niet hadden gewild. Havers niet omdat ze hem iets had willen vertellen wat overduidelijk niet in het bijzijn van Helen kon en hij niet omdat hij niet wilde dat ze hem zou observeren tijdens het diner. Het was het tegenovergestelde van een win-winsituatie, dacht Lynley wrang.
Hij sloot de deur achter haar en ze liepen naar de keuken. "We waren net aan het beslissen wat we zouden eten," zei Helen, zich van geen kwaad bewust. "Wat lijkt je lekkerder: zalm met aardappeltjes of pasta met spinazie?"
In de lijn der verwachting stamelde Havers wat, gebarend dat het haar niet uitmaakte. Lynley greep zijn kans.
"De zalm lijkt me beter." Hij keek haar verzekerend aan, tevreden met zijn snelle anticipatievermogen. Helen was een dramatische kok, niemand zou hem verwijten dat hij de half rauwe vis niet op zou eten.
Helen keek hem verstoord aan. "Tommy, zullen we Barbara laten kiezen? Ze is te gast."
"Oh, prima," verzekerde Havers haar. Ze was zichtbaar opgelucht dat zij de keuze niet hoefde te maken. "Klinkt heerlijk."
"Nou, goed dan," bracht Helen zuchtend uit, met een belerende blik naar Lynley. "Zin om te helpen met koken, Barbara?"
"Oh, ik ben een afschuwelijke kok. Magnetronmaaltijden zijn mijn specialiteit," bracht Havers verontschuldigend uit.
"Ik ook, dus wees gewaarschuwd." Helen moest er zelf ook om lachen en de sfeer klaarde meteen op. Zowel Havers als Lynley hielpen uiteindelijk met koken, waarbij hij al snel besefte dat hij zich beter niet kon bemoeien met wat de dames uitspookten. Met een gevoel gemarteld te worden keek hij toe hoe ze olie in de pannen gooiden. Veel te veel, naar zijn mening, maar hij wist dat hij de aandacht naar zich toe zou trekken als hij in zou grijpen. Tegelijkertijd maakte het hem verdrietig. Hij keek toe hoe Helen en Havers grappen maakten en het gezellig hadden, terwijl hij zich bekommerde over wat hij zou eten. Het voelde alsof hij geen deel uitmaakte van de situatie, alsof hij toeschouwer was. Een buitenstaander.
"Aan tafel, Tommy. Het eten is klaar." Met de schotels in haar handen liep Helen vrolijk de keuken uit, gevolgd door Havers met borden en bestek. Uit de kelder haalde Lynley een fles wijn en liep naar de servieskast. Hij wist dat hij de gedachten toeliet. Dat hij een keuze had. Dat híj degene was die dit op kon lossen. Er viel veel te verliezen, hij wist het. En toch besloot hij om onopvallend zo min mogelijk te eten, pakte de wijnglazen en schoof aan bij de meiden die zo joviaal kletsend samen aan tafel zaten.
