Ik ben er weer :)

Heel veel views, vier reviews en een follower!? Ik ben zoooooo blij :) En om dat te vieren is hier een nieuw hoofdstuk!
O, er is in het vorige hoofdstuk één zinnetje veranderd. "Ik zie je zo." is, zoals Azmidiske87 opmerkte, niet echt iets dat een blinde zou zeggen. Geen grote verandering dus, maar ik had beloofd het te zeggen ;)

Review, please? En tips zijn ook heel erg welkom :)


In de trein is het minder druk. Dorian bewondert de trein en ik luister met hem mee, terwijl hij alles voor me beschrijft. Hij is heel meelevend en uit dat door me te helpen waar hij kan. Maar hij laat me ook zelf doen wat ik kan. Hij weet dat hij me alleen maar woedend maakt wanneer hij me bepaalde dingen niet zelf laat doen. Dat is hij door schade en schande wijs geworden.

"Het tapijt is vooral rood, maar heeft blauwe krullen als versiering erop staan. Er hangen drie lampen aan het plafond. Ze zien er heel sjiek uit en lijken moeilijk schoon te maken. Ze branden al, ook al is het nog licht. Ze geven een raar soort licht af. Een blauw licht geloof ik. Het is niet goed te zien. Je moet er ook niet te lang in kijken."

Dan komen twee paar voetstappen naar binnen. Eén tikt, door iets wat op hoge hakkenschoenen lijkt. Dat is dus waarschijnlijk Lattea, want wie draagt er hier anders zulke dingen, en één klinkt zwaar, mannelijk. Dat moet dan dus onze mentor zijn, Lioco. Hij is een aardige man, die zo veel mogelijk voor zijn tributen probeert te doen. Sinds hij mentor is, komen meer van onze tributen de eerste dag door. Natuurlijk blijft het een feit dat de tributen uit 12 niet op kunnen tegen de getrainde tributen uit 1 en 2. Maar Lioco doet zijn best, hoe lastig het ook voor hem zal zijn, ieder jaar weer twee kinderen verliezen. De mensen uit het district zijn hem dan ook vreselijk dankbaar en proberen, waar dat kan, hem het leven weer wat draaglijker te maken. Hij wordt vaker uitgenodigd om bij mensen thuis te gaan eten en dat doet hij graag. Dan hoeft hij niet alleen te eten.

De voetstappen houden stil en dat doen hun eigenaren ook even, alsof ze even bekijken wat er gaande is. Dorian valt ook even stil, maar herstelt zich snel en gaat verder met het beschrijven van het servies.

"Ze hebben hier echt voor alle gerechten een andere vork, geloof ik. En lepel. En mes. Wij hadden geen vork nodig thuis, hè, Alissa? Het brood kon je best met je handen eten en de soep dronk je uit de kom." Hij begint lachend, maar valt stil wanneer hij erachter komt dat hij in de verleden tijd praat.

Ik kan zijn gezichtsuitdrukking niet zien, maar ik weet dat Dorian nu al heimwee begint te krijgen. Het is raar. Voor zover dat ik me kan herinneren en afgaand op de verhalen van de meiden in het district, ziet Dorian uit als ene beer, een van de sterksten uit het district, een echte macho. Maar dat is hij echt niet. Dorian is een van de liefste jongens die ik ken. Hij staat altijd voor zijn vrienden klaar en degene die zijn broertje gepest heeft, weet dat hij zijn taak als grote broer erg serieus neemt. De meisjes thuis zouden achter zijn rug om lachen wanneer ze zouden horen dat de stoere Dorian na nog geen vijf minuten al heimwee heeft. Mij maakt het helemaal geen ene moer uit. Als er iets is wat mijn blindheid me geleerd heeft, is het dat uiterlijk helemaal niets te betekenen heeft.

Ik probeer hem een beetje op te vrolijken. "Zullen we daar dan meteen gebruik van maken? Ik heb vanmorgen nauwelijks gegeten."

"Ja, goed idee. Ik heb zelf ook wel honger," antwoordt hij gretig.

Dan voel ik een grote, stevige hand op mijn schouder. Die zal vast van Lioco zijn, behalve hij en Lattea staat er niemand daar en de hand is zeer zeker niet van haar. "Jullie zullen toch nog even moeten wachten. We eten over ongeveer een uurtje, geloof ik." Zijn stem klinkt zwaar maar heel geruststellend. We zullen vast veel aan hem hebben als mentor. Dat gevoel geeft me ook een beetje rust terug.

"Dat klopt," gaat Lattea verder. "Jullie kunnen je eerst gaan opfrissen. Ik breng jullie wel even naar jullie coupés."

Ik hoor haar hakken weer en voel hoe ze mijn hand vast neemt. Die schud ik van me af. "Lopen kan ik best zelf, hoor," zeg ik terwijl ik niet probeer te hoesten door de walm aan parfum die op me af komt.

Ik hoor hoe Dorian zijn lachen probeert in te houden, maar erg goed lukt hem dat niet. Hij denkt vast terug aan de keer dat ik datzelfde tegen hem heb gezegd. Hij was ertegenin gegaan en dat heeft hem toen een blauwe plek opgeleverd.

Lattea lijkt dezelfde fout te gaan maken, maar na een kort ogenblik begint de eigenares van de hakkenschoenen toch te lopen.

Met één hand tegen de muur en luisterend naar de tikken van de dunne, hoge hakken, loop ik achter de begeleidster aan. Aan de zwaardere voetstappen achter me, hoor ik dan Dorian ons ook volgt.

De hele trein ruikt schoon, maar niet fris. Het is een soort neppe geur die er hangt, maar het is niet heel erg aanwezig. Dorian merkt het waarschijnlijk niet eens.

Het getik stopt, dus ik houd ook halt.

"Dorian, jij zult hier verblijven tijdens deze reis. Alissa, loop jij nog even mee?"

De hakken komen weer in beweging voor ik ook maar een antwoord heb kunnen mompelen. We lopen niet heel ver voordat Lattea weer stil staat. Ze maakt een deur open. "Dit is jouw coupé. Links staat je bed, rechts een ladekast met kleding. Verder naar rechts vind je een andere deur. Daar bevindt zich de badkamer, met links van de deur een wc, rechts een douche en rechtdoor een bad."

"Een douche? In de trein?" zeg ik vragend.

"Jazeker. Vind je dat zo vreemd dan? We maken alleen gebruik van de beste luxe."

"Nee, eigenlijk is het niet zo vreemd. Het is een trein van het Capitool. Ik heb alleen nog nooit in een douche gestaan."

Lattea blijft even stil. "Je… Nog… Nooit?"

Ik schud mijn hoofd. "Ik geloof ook niet dat er veel mensen zijn in 12 met een douche."

Weer moet Lattea dit even laten bezinken. "De andere tributen hebben er nooit wat over gezegd..."

"Ik weet niet. Zo belangrijk vinden de meesten het ook niet. Het is allemaal nogal indrukwekkend, geloof ik."

"Nou…" zegt Lattea, nog een beetje beduusd. "Ga je maar opfrissen. We eten over iets meer dan drie kwartier."

Na een lekker warme douche te hebben gehad, met in eerste instantie heel veel schrikreacties want alle knoppen deden wel iets speciaals, loop ik met een handdoek om me heen naar de kledingskast toe. Ik maak een lade open en pak het bovenste van de stapel met opgevouwen kleren. Als ik het uitvouw, blijkt het een broek te zijn. Het is gemaakt van een soort stof dat ik niet ken, maar het voelt absoluut niet fijn aan en dus vouw ik de broek weer op en leg ik het aan de kant. Die hele eerste stapel bestaat uit broeken van dezelfde stof en ik geef mijn zoektocht naar iets beters bijna op wanneer mijn handen over iets zachters strijken. Ik neem het uit de la en voel.

De broek reikt tot mijn enkels, heeft een broekzak aan de rechterkant, moet met een touwtje worden dichtgebonden rondom mijn middel en heeft ook touwtjes aan de onderkant, bij mijn enkels. Ik doe hem aan en hij past perfect. Deze broek voelt perfect. Ik hoop ook dat de kleur een beetje goed is.

Ik maak de lade met broeken dicht en open de la eronder. Deze la ligt vol met T-shirts. Ik pak de bovenste eruit en trek die aan. De stof voelt fijn op mijn huid, heel anders dan de grove structuur van de kleding thuis.

Met een zucht duw ik ook de tweede lade dicht en ik hoop maar dat de kleuren van de broek en het shirt niet vloeken. Ach, veel kan ik daar toch niet aan doen.

Ik sta op en loop weer richting de badkamer. Daar heb ik een haarborstel gevonden en die haal ik eerst voorzichtig maar daarna dankbaar door mijn natte haren heen. Thuis heb ik alleen een kam en geloof me, mijn haren zijn niet te kammen wanneer ze nat zijn.

Mijn halflange haar vlecht ik in twee vlechtjes naar achteren en ik bind ze vast met elastiekjes die ik vlakbij de borstel heb gevonden. Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger een heleboel vlechtjes in mijn lichtbruine haren legde, voordat ik naar bed ging. Dan werd ik altijd wakker met een bos vol krullen en die vond ik geweldig.

Ik moet lachen als ik aan zulke momenten terug denk. Momenten uit die goede, oude tijd, toen ik nog kon zien, toen mijn vader nog leefde.

Ik besluit dat ik lang genoeg op mijn kamer heb gezeten en sta op om naar de eetcoupé te gaan. Ik open de deur en wil een stap naar buiten zetten, maar bots tegen iets op. Datgene voelt warm, redelijk zacht en beweeglijk aan en het maakt een raar, geschrokken geluid wanneer ik ertegen opbots, dus ik ga er vanuit dat het een persoon is. En het geluidje dat gemaakt werd, past maar bij één iemand.

"Hoi Dorian." Ik sluit de deur achter me.

De jongen in kwestie grinnikt wat. "Hoi. Ik wilde je net komen halen. Het eten is klaar."

Samen lopen we de geur van eten achterna. Het ruikt echt overheerlijk en mijn maag knort nog een keer. Dorians maag antwoordt luid. Ik moet erom lachen. Thuis zouden we rond dit tijdstip nog niet zo'n honger hebben, onze magen zijn al lang gewend aan de kleine hoeveelheden eten die we krijgen, maar hier, richting het Capitool, kunnen onze magen de geur van het eten niet aan. Alles verandert nu al. Die gedachte laat mijn lach verdwijnen.

Dorian houdt de deur voor me open en ik loop een kamer in waar de geur nog drie keer zo sterk is. Mijn maag knort nog eens, als een verwend kind dat niet meteen krijgt wat het wil. Dan voel ik een hand op mijn schouder, maar die hand is niet van Dorian. Even schrik ik, maar ik heb al snel door dat Lioco me naar mijn stoel wil begeleiden. Hij trekt een van de stoelen weg van de tafel en laat me plaats nemen.

"Dank u," zeg ik beleefd.

" Geen u, alsjeblieft, geen u. Dan voel ik me zo oud."

De hakkenschoenen komen ook naar de tafel gelopen. "Je bent ook oud, Lioco, dus dat u is best gepast."

Mijn mentor gromt wat en ik hoor Dorian grinniken. Lattea is gaan zitten en maakt een ongeduldig, smakkend geluid. "Zullen we gaan eten?" vraagt ze.

Ik knik instemmend. Eigenlijk ben ik best nieuwsgierig naar dat Capitoolvoedsel.

Niet veel later staat er een dampende tomatensoep voor mijn neus. Hij smaakt best zoet, maar niet vies. En hij vult beter dan de kruidensoep van thuis. De soep wordt vrijwel meteen opgevolgd door gebakken aardappels, verschillende soorten groenten en vlees waarvan ik de naam al ben vergeten direct nadat het gezegd is. Maar de naam kan me niets schelen, het smaakt heerlijk. Zowel Dorian en ik eten er dan ook onze buiken rond aan. We eten zo veel, dat we het toetje, een slagroomtaart, niet eens meer naar binnen krijgen.

"Maar hij ziet er zo lekker uit," klaagt hij. Gelukkig heb ik daar geen problemen mee. En zelfs al zou ik het kunnen zien, iemand van district 12 horen klagen over te veel eten, dat is gewoon vreemd, dus dat ga ik niet doen.

Direct na het eten moeten we gaan kijken naar de compilatie van de boetes. Om die te kijken, gaan we naar een andere kamer en ik begin me af te vragen hoe groot deze trein precies is. Ik kan me niet meer herinneren hoe groot hij leek te zijn, vroeger.

Ik ga tussen Dorian en Lioco in zitten, op de grote bank die tegenover een nog grotere televisie staat. Het geluid van dat ding komt van alle kanten en is vreselijk desoriënterend.

"Dorian, zou je me weer willen vertellen wat je ziet?" vraag ik hem.

"Natuurlijk," luidt het antwoord.

De uitzending wordt ingeleid door de commentatoren die, zoals vrijwel ieder jaar, zeggen dat ze dit jaar weer een geweldig assortiment aan tributen hebben verzameld. Dan begint de herhaling van de boetes. Dorian beschrijft de tributen stuk voor stuk, terwijl ik aandachtig luister.

In de beroepsdistricten komen weer verschillende vrijwilligers naar voren, waarvan de één nog sterker uitziet dan de ander. Vreemd genoeg is het meisje van district 5 ook een vrijwilliger. Tijdens de boete van district 8 komt er een hond het podium op gerend. Blijkbaar was de mannelijke tribuut het baasje. Het arme dier wordt van het podium geduwd door vredesbewakers. In district 11 heerst er wat verwarring als de begeleider zich verspreekt bij de vrouwelijke tribuut. En dan komt het, district 12. Ik weet eigenlijk niet of ik het wel terug wil horen. Maar er is natuurlijk geen ontkomen aan.

Ik hoor het geroezemoes dat ontstaan is na het roepen van mijn naam. Dorian is stil geworden, maar ik weet waar hij nu naar kijkt. Brad die me naar het podium begeleidt en probeert Lattea om te praten. De Lattea op de tv vraagt of er vrijwilligers zijn.

Het is muisstil, ook in de coupé. Op een of andere rare manier heb ik de hoop dat er nu wel iemand naar voren stapt. Maar natuurlijk, net zoals het toen niet gebeurde, gebeurt het nu ook niet.

Als laatste wordt Dorian naar voren geroepen. Dan wordt er weer overgeschakeld naar de commentatoren.

"Een blinde in de spelen, wat zal dat geven?" vraagt de een.

"Wie weet wat we van haar kunnen verwachten? Misschien heeft ze wel wat truckjes paraat."

"We zullen zien. Ik ben benieuwd naar haar verhaal. Wat vond je van…"

Ik besluit niet verder te luisteren en gaap. Jammer genoeg heeft Lattea dat opgemerkt.

"Naar bed jullie. Goed uitrusten, morgen worden jullie gepresenteerd en dan moeten jullie een goede indruk maken."

Die morgen word ik gewekt door Lattea die over de gang loopt te schreeuwen dat het rooster helemaal in de soep zal lopen als we nu allebei niet heel snel wakker worden. Blijkbaar heeft ze zich een paar minuten verslapen.

Snel trek ik mijn zachte pyjama, die gisteravond klaar lag op mijn bed, uit en ik trek de kleren die ik gisteren had uitgezocht weer aan. Lattea heeft niet geklaagd over de kleuren, dus het zal wel goed zijn.

Als ik de vlechten uit mijn haren haal, voel ik dat er inderdaad kleine, speelse golfjes in mijn haren zitten. Ik kam mijn haren met mijn vingers en geniet van het gevoel. Mijn haren zijn heel zacht, ik denk dat niet ik ze thuis ooit zo zacht had gekregen.

Alleen Lioco zit aan het ontbijt wanneer ik binnen kom. Ik schuif mijn stoel naar achteren en hoor voetstappen in de richting gaan van de stoel waar Dorian gisteren in zat.

"Vertel maar. Wat wil je hebben?" vraagt Lioco behulpzaam aan me.

Ik antwoord met een "euhm" en reik langzaam naar voren. Het eerste wat ik voel is een mand met broodjes erin. Ik pak er een en leg die snel op mijn bord. Hij is nog warm van het bakken! Dan voel ik naast mijn bord, waar ik weet dat de messen en vorken horen te liggen, maar mijn mentor stopt me.

"Wil je echt je brood gaan eten met mes en vork?"

Ik haal mijn schouders op. Ze hebben toch ook een mes dat ze een broodmes noemen? Waar dient dat dan voor?

"Ze probeert zich al aan te passen, is dat niet meedenkend?" Ik kleur rood bij Lattea's woorden maar dat lijkt haar niet op te vallen. "Wat wil je op je brood?"

"Op mijn brood?" vraag ik, niet begrijpend. Wat zou je nu op je brood willen leggen? Die kleine broodjes zijn rond, alles wat je erop zou leggen, valt er toch bijna meteen weer vanaf.

" Ja, op je brood. Wil je kaas, of jam, of pindakaas?"

"Hier snijden ze het brood open en leggen ze iets erop," legt Lioco uit. "Jij houdt vast van aardbeien. Kom maar hier met je broodje, dan doe ik je er wat jam op."

Ik geef aarzelend mijn broodje af en wanneer ik het terug krijg, durf ik niet meteen een hap te nemen. Wat is jam? Wat als ik dat niet eet? Erg eetbaar klinkt het in ieder geval niet. Uiteindelijk neem ik toch een hap. "Mmm."

"Ja," Lioco moet lachen om mijn ge-mmm. "Zorg maar dat je de spelen wint, dan kun je iedere dag brood met jam eten." Het is bedoeld als een luchtige opmerking, maar de sfeer voelt meteen heel bedrukt aan.

Ik leg mijn broodje terug op mijn bord en ik hoor dat Dorian zijn glas terug op tafel zet. Ook hoor ik Lattea zuchten. "Goede zet, Lioco. We gaan dit jaar heel ver komen als je ze nog voor we in het Capitool zijn depressief hebt." Nog een zucht. "Maar goed, dan kunnen we meteen beginnen met strategieën. Hadden jullie al ideeën misschien?"

Ik schud mijn hoofd en ik hoor Dorian nee mompelen.

"Maakt niet uit. Daar vinden we wel wat op. Wat zijn jullie sterke kanten?"

Als het stil blijft, gaat Lioco verder. "Ach, kom. Jullie zijn zeker weten ergens goed in. Ik ken district 12 en ik weet dat je daar alleen overleeft als je iets kunt ruilen voor eten en kleding et cetera. Hoe zorgden jullie daarvoor?"

"Nou," begint Dorian. "Ik hielp mijn moeder vaker als ze bezig was met haar werk. Ze is geologe. Dus daar weet ik wel wat van. Pa is gewoon een mijnwerker. De afgelopen paar zomers heb ik daar wat mogen bijverdienen. Dan moest ik de karren van de ingang van de mijn naar de ingang van de opslagplaats brengen en weer terug. Aangezien mijn beide ouders werken, komen we meestal wel rond met eten en zo."

Lioco hmmt goedkeurend. "Dus je weet nogal wat van geologie en bent redelijk sterk. Daar kunnen we zeker wat mee. Ben je ook handig met het gooien van dingen? Zou je bijvoorbeeld messen kunnen gooien? Geen idee? Dan zien we dat wel tijdens de trainingsdagen. En jij Alissa? Wat is jou sterkste kant?"

Ik kijk verbaasd op.

"Je denkt toch zeker niet dat we je, alleen omdat je niet kunt zien, je helemaal alleen aan je lot over laten? Ik heb jou zien lopen in 12 en kinderen zien helpen. Ook al ben je blind, hulpeloos ben je absoluut niet."

Ik haal mijn schouders op en denk even na. "Ik heb een goed gehoor," antwoord ik op zijn eerste vraag.

"Daar kun je ook al ver mee komen."

Voordat Lioco verder kan gaan, wordt hij onderbroken door Dorian. "Ze is slim en goed in medische dingen. Mijn broertje zit bij haar in de klas en toen hij gevallen was, heeft zij hem geholpen. Hij zei dat Alissa gezegd had dat ze meende dat hij zijn pols niet gebroken had, alleen maar zwaar gekneusd. En toen ze hem naar de dokter geholpen had, bleek haar vermoeden helemaal correct te zijn. Kaïan noemde haar altijd de slimste van de klas."

Ik voel mijn wangen weer warm worden bij het horen van de complimentjes. Ik kan me nog goed herinneren dat ik Kaïan geholpen heb, toen hij van het muurtje viel. Dat was iets meer dan een jaar nadat ik blind was geworden en ik mocht toen voor het eerst alleen naar school. Mijn broers wilden er eerst zeker van zijn dat ik me zou redden, zonder zicht. "Oké. Slim en een goed gehoor. Denk je dat we je ook zouden kunnen leren vechten? Misschien dat je als je op je gehoor afgaat, je je in het bloedbad staande kunt houden tot Dorian bij je is. En dat jullie dan samen daar wegvluchten? Als jullie een verbond aan willen gaan, natuurlijk."

Ik knik. "Brad en Luc hebben me wat truckjes geleerd. Ik kan snelle bewegingen meestal wel horen aankomen. En ik zou graag een verbond willen sluiten met Dorian, maar alleen als hij dat ook wil. Met mijn gehoor kan ik nog steeds niet zien waar ik naartoe ga. Ik zou hem alleen maar afremmen."

"Maar het zal de enige manier zijn hoe we jou levend bij het bloedbad vandaan zullen krijgen. Ik wil me niet meteen schuldig maken aan moord. En daarbij, zou je met dat gehoor van jou niet ook andere tributen kunnen horen aankomen? Dus ook al zou je me afremmen, als er tributen te dichtbij komen, zul jij een grotere hulp zijn dan ik."

Dan schuift er een stoel achteruit. "Ik ga eens kijken hoe lang het nog duurt voor we in het Capitool zijn. Eten jullie wel nog wat? Het kan best nog wel een poos duren voor jullie weer wat kunnen eten. Leg jij ze het idee van de stylisten nog even uit?" Nadat dat gezegd is, klikken er weer een paar hoge hakken, niet dezelfde als gisteren, de coupé uit.

Met een diepe zucht begint Lioco weer te praten. "Inderdaad. Jullie moeten wel dooreten. Dan zal ik jullie voorbereiden op wat jullie te wachten staat."

En terwijl Dorian en ik rustig verder eten, neemt Lioco de dag met ons door.

Plotseling maakt Dorian een schrikgeluid. Ik spits mijn oren meteen. "Wat is er?"

Het is echter Lattea die me antwoord geeft. "We zijn bijna in het Capitool. We zitten nu in de bergen."

"In... In de bergen?" vraag ik piepend. Nu pas merk ik hoe het geluid van de wind is veranderd.

"Ja," is het antwoord. "Hoezo?"

"Ik hou niet van ondergronds." Sinds het ongeluk ben ik veel liever in de open lucht.

"We zijn er bijna doorheen. Ik stel voor dat jullie alvast bij de ramen gaan zitten, jullie zullen dadelijk wel je ogen uit kijken. Of... Ja... Je snapt wel wat ik bedoel." Lattea zucht nog een keer en verdwijnt weer uit de kamer.

Ze heeft wel erg veel lucht over, zoveel zucht ze.

Ik hoor hoe de stoel van Dorian achteruit schuift en volg zijn voorbeeld. We gaan op een bankje voor een raam zitten. Dorian neemt mijn hand en knijpt er eens in.

"Ben jij er ook zo benieuwd naar? Naar hoe alles uit zal zien? Hoe alles aan zal horen en zo?"

"Ja, eigenlijk wel. Ik kan me nog filmpjes herinneren van de tv, van het Capitool. Je weet wel, die filmpjes van school. Ik vraag me af of het er echt zo uitziet, zo druk en vol en luxueus. Wil je me weer vertellen hoe alles eruit ziet?"

"Ja, hoor. Ik geloof dat ik al wat licht zie."

Hij heeft het nog maar net gezegd of ik hoor al aan de wind die langs de trein blaast dat we uit de tunnel zijn. En ik hoor nog meer. Het klinkt als gillende mensen, maar dan heel erg gedempt. En Dorian begint te beschrijven.

"Wauw! Het is echt groot. En druk. Er staan weet ik hoeveel mensen voor de trein. Ze zwaaien allemaal, misschien moeten we terugzwaaien."

Zo gezegd, zo gedaan. Ik lach en zwaai en voel aan de verplaatsing van de lucht en aan het bewegen van de hand die ik nog steeds vast heb, dat Dorian ook heel enthousiast aan het zwaaien is.

"Naar wie zwaai ik eigenlijk?" vraag ik hem. "Hoe zien ze eruit? Zoals allemaal die medewerkers van de Spelen?"

De Spelen is het enige moment dat mensen uit district 12 Capitoolmensen zien, aangezien de meesten niet constant tv hebben.

"Nou, de mensen zien er vreemd uit. Ze hebben allemaal rare kleuren. Roze en babyblauw en grasgroen en... Die is zelfs grijs! En hun kleding! Ik geloof dat, als ik hier zou mogen wonen, ik na een dag al weg wilde van de pijn aan mijn ogen."

Zo beschrijft Dorian weer alles voor me, tot onze trein het perron bereikt heeft en hij de mensen niet meer kan zien.