Hoi!
Ik heb besloten om het verhaal te uploaden zoals ik het schrijf, wat dus vanaf nu bijna dag voor dag zal zijn. Dat betekent dat ik niet stop bij bepaalde cliffhangers, maar echt aan het einde van de dag. De precieze hoodstukindeling zal ik bepalen wanneer ik het helemaal af heb. Ik zal alleen dagen met meer dan 4000 woorden (of zo...) opdelen en JA! die zijn er echt ;) Dit probeer ik zo lang mogelijk vol te houden, maar dat betekent dus ook dat ik straks hele dagen moet schrijven voor ik kan updaten. Wat ik dan doe, dat zie ik dan wel weer ;)
Zoals gewoonlijk, reviews en tips zijn gewenst ;) Ik kan dan urenlang met een lach op mijn gezicht lopen. Dankjewel, je weet niet wat dat voor me betekent. X
"Ga hier maar zitten," klinkt de hoge, jongensachtige stem van mijn stylist, Sylver. Het voorbereidingsteam heeft me net onder handen genomen. Lioco zei al dat het een hele marteling zou zijn, maar zo erg had ik het me nooit voor kunnen stellen.
In eerste instantie hielden ze er niet eens rekening mee dat ik niets kan zien. Ik had geen idee wat me overkwam toen de eerste harslaag werd weggerukt. Ik wist mijn verraste gil nog net te smoren tot een of ander hikachtig iets. Man, wat was ik geschrokken. Niet te spreken over alle andere dingen zie ze me, zonder van te voren te waarschuwen, aangedaan hebben.
Nu zit ik dus bij mijn stylist.
"Je zult wel honger hebben. Het is al over enen. Zijn stem klinkt gevoelloos, het lijkt hem niet uit te maken wat ik wil. Maar wat ben ik dan ook voor hem? In eerste instantie niet meer dan werk, een bruggetje naar succes, naar bekendheid. Vervolgens ben ik zijn vermaak, wanneer ik in de arena wordt gedumpt.
"Wat wil je eten?"
"Een broodje jam, alstublieft."
Ik krijg een hard, vierkant broodje in mijn handen geduwd. Dan is het weer even ongemakkelijk stil waarin ik met kleine hapjes van mijn broodje eet. Ik wacht tot Sylver begint te praten maar als er niets komt, vraag ik toch maar zelf. "Weet u al wat we vanavond aankrijgen?"
Even lijk ik geen antwoord te krijgen en ik wil bijna de vraag opnieuw stellen wanneer de man begint te praten. "Jazeker. Een goede stylist is tot in de puntjes voorbereid."
Weer een stilte.
"Kunt u ook vertellen wat?"
Het lijkt wel alsof Sylver eerst mijn vragen moet laten bezinken en hij wil vooral zo min mogelijk tegen me zeggen. Uiteindelijk is zijn antwoord: "Nee. Dat zie je vanavond wel."
Ik kan nog net een geërgerde zucht onderdrukken. Hoe vaak moet ik het nog zeggen?
Die avond staan Dorian en ik op een strijdwagen. Ik weet nog steeds niet wat ik precies aan heb en eigenlijk heb ik het ook niet meer gevraagd. Ik heb geen woord meer gezegd tegen Sylver, alleen het hoognodige en dat was absurd weinig.
Het pak dat ik aanheb had eigenlijk tot boven mijn ribben moeten reiken, maar omdat je dan mijn ribben kon tellen, hebben Sylver en Bronita, Dorians styliste, besloten het bovenstukje was te verlengen.
Op mijn heupen begint een evenzo strakke broek die mijn enkels net raakt en alles is bedekt met raar aanvoelende, rechthoekige steentjes. De twee delen zijn met elkaar verbonden door dunne linten, waar ook van die stenen op bevestigd zijn. Diezelfde linten lopen ook vanaf de schouder van het topje tot de armbandachtige dingen om mijn polsen en zijn ook in mijn half opgestoken, half loshangend haar geweven.
"Dorian," fluister ik. "Dorian, wat hebben we aan? Wat heeft dit met de mijnen te maken?"
"Als de lichten op deze diamantjes schijnen, worden de lichtstralen teruggekaatst en dat moet een mooi, vurig effect opleveren. Dat zei Bronita in ieder geval."
Ik probeer het me voor te stellen, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit een diamant gezien heb. Laat staan dat ik die licht heb zien weerkaatsen.
Ik voel de koude vingers van Sylver de linten nog eens nalopen en recht leggen. Ik negeer hem zo goed als mogelijk maar al te best gaat dat niet als er iemand aan je staat te trekken.
Zodra de openingsmuziek begint, laten de koude vingers me met rust en niet veel later begint te wagen met een schok te rijden. Even wankel ik en ik grijp naar de arm van Dorian. Zodra ik mijn evenwicht terug heb gevonden laat ik hem los, maar mijn hand wordt vastgegrepen.
"Voor je er echt vanaf valt. Wil je dat ik je weer vertel wat ik zie?"
Ik knik en wankel nog eens wanneer de kar versnelt.
"Daar gaan we. Denk eraan, lachen en zwaaien. We moeten proberen zo veel mogelijk sponsors te krijgen."
Even vraag ik me af wanneer hem dat verteld is, maar dan bedenk ik me dat hij wel een redelijk goede band lijkt te hebben met zijn styliste. Zij zal hem daarover hebben ingelicht.
Dus ik knik en haal eens diep adem. Dan zijn we ingesloten door het geluid van een schreeuwende, uitzinnige mensenmassa. Langzaam steek ik een arm de lucht in en die beweeg ik heen en weer. Het voelt niet natuurlijk en mijn arm voelt al snel heel zwaar maar ik weet dat ik vol moet houden. Dorian heeft gelijk, we moeten proberen zo veel mogelijk sponsors bijeen krijgen.
De muur van geluid is overweldigend en heel verwarrend. Ik heb op bepaalde momenten geen idee meer welke kant we op rijden. Ik grijp Dorians hand steviger vast en hij trekt me dichter tegen zich aan. "Rustig maar. Niets aan de hand." Hij moet schreeuwen om zich verstaanbaar te maken. Ik ontspan me een beetje.
"De mensen zwaaien naar ons. Oh, Alissa, we zien er echt geweldig uit. Ik kan het niet uitleggen maar we maken zeker indruk." Het geluid lijkt steeds harder te worden en ik kan dus steeds minder verstaan van wat Dorian zegt.
Maar dan krijg ik iets met een klap tegen de zijkant van mijn hoofd. Ik schrik, raak in paniek en duik weg, achter de rand van de strijdwagen, want wie weet wat er nog komen gaat. Dorian wil me aan mijn hand omhoog trekken, maar bukt zich naar me toe als ik me vastgrijp aan de strijdwagen. Doodsbang ben ik en hij wil me weer daarboven, in de baan van wat het ook is, hebben? Ik dacht het mooi niet. Hij wil me dood hebben zeker, dan hoeft hij me zelf niet te vermoorden in de spelen. Meteen verwerp ik die gedachte. Dorian is zo niet, toch? Heel zeker weet ik het niet, de Spelen veranderen mensen. Ik probeer mijn hand, die hij nog steeds vast heeft, los te trekken. Met de andere hand houd ik nog steeds de kar vast.
Ik raak meer en meer in paniek en gil het zelfs uit. Niet dat iemand dat hoort boven de mensenmassa uit. Ik wil weg hier! Weg van waar er dingen tegen mijn hoofd aan vallen! Weg van deze gevaarlijke plaats en ik trek nog harder aan mijn hand. Maar wanneer ik de woorden van mijn districtgenoot hoor, word ik rustig.
"Alissa, kalmeer nou een beetje. Het was maar een bloem. Iemand heeft een bloem naar je toegegooid." En hij drukt iets in mijn hand. Ik neem het aan en voel dat het inderdaad een bloemachtige vorm heeft. Het ruikt absoluut niet lekker, meer chemisch, maar de vorm is zeker weten die van een bloem. Zij het een soort die ik nog nooit gevoeld heb.
Ik sta op met de bloem nog steeds in mijn hand geklemd. Langzaam begin ik te lachen. Ik heb nog nooit een bloem van iemand gekregen. Dorian pakt hem weer van me over en stopt hem achter mijn oor. "Zo, die past er heel mooi bij."
Hij pakt mijn hand weer vast. "Je moet wel weer zwaaien."
Dat doe ik ook. De lach op mijn gezicht blijft en wordt zelf groter wanneer ik opmerk dat ook mijn naam geroepen wordt. Natuurlijk hoor ik ook de namen van de beroeps en Ravenna, de vrouwelijke tribuut van district 2, lijkt de meest populaire beroeps. Als ik Dorian mag geloven, ziet zij er ook het knapst en onbereikbaarst uit.
Er worden nog een paar bloemen naar me toe gegooid en met iedere keer dat ik mijn naam hoor, krijg ik een beetje meer moed. Waarschijnlijk roepen ze alleen omdat ze medelijden hebben, maar eventjes lijkt het alsof ze echt willen dat ik overleef.
De strijdwagen maakt een bocht waardoor ik weet dat we de Stadscirkel binnen zijn gereden. Ik weet dat we nu voor de woning van de president staan en ik probeer me een voorstelling te maken van hoe het eruit zal zien, met behulp van mijn herinneringen en van wat Dorian me vertelt. Het ziet er zelfs in mijn gedachten overweldigend uit.
De president houdt zijn toespraak en heet ons welkom in het Capitool. Ik weet dat de tributen nu een voor een op het scherm zullen verschijnen en ik schuifel een beetje dichter naar Dorian toe. Net alsof hij me beschermen kan tegen alle blikken die op me gericht zullen zijn. Het beangstigt me een beetje als ik probeer te bedenken hoeveel mensen nu wel niet naar ons zullen kijken. En al die mensen willen eigenlijk niets liever dan mijn dood zien. Zelfs in mijn eigen district zullen ze liever hebben dat Dorian terugkomt.
Die ziet mijn lach verdwijnen, voelt mijn zenuwen en bedenkingen en buigt zich naar mijn oor.
"Je raadt nooit wat de president nu weer met zijn haar gedaan heeft."
President Capruno staat bekend om zijn nogal vreemde uiterlijk. Hij heeft al een keer zijn haren in een neongroene kleur geverfd. Ook al een paar keer lichtgevende kleuren en aangezien het schemerig is wanneer de strijdwagens rijden, hebben we altijd een geweldige kijk op de nieuwe haren van de president.
Ik lach. "Is het weer lichtgevend? In welke kleur?"
"Ik kan het eerlijk gezegd niet echt zien," antwoordt Dorian. "Er schijnt een heleboel licht vanaf zijn hoofd. Ik denk dat hij ruzie heeft gehad met een kamerlamp."
Dat laat me grinniken en precies op dat moment voel ik dat de camera mijn kant op staat. Slimme zet, Dorian.
Niet veel later worden we teruggereden naar het trainingscentrum. Daar staan de voorbereidingsteam ons al op te wachten, om ons te helpen van die wagens af te komen. Lattea en Lioco staan er ook. We worden gedoopt in complimentjes over wat voor indruk we afgegeven hebben. Die was super en precies de juiste.
"We hebben ook al een aantal strategieën voor jullie," begint Lattea enthousiast.
Lioco eindigt haar zin: "Maar daar hebben we het morgen wel over." Waarschijnlijk gaat er een veelbetekenende blik mee gepaard.
Dan krijg ik een prikkend gevoel in mijn nek, alsof iemand naar me staat te kijken.
"Dorian, kun jij misschien ongemerkt checken wie naar me kijkt?" vraag ik hem nieuwsgierig.
Hij manoeuvreert zich in een positie die hem beter laat kijken. "Ravenna."
Dan trekt het gevoel weer weg.
"Nu kijkt ze niet meer. Hoe wist je dat ze keek?"
Ik haal mijn schouders op. "Een gevoel. En ik wist niet zeker dat zij naar me keek."
"Maar je vermoedde het wel?"
Ik knik en voor Dorian verder vragen kan stellen, worden we naar onze slaapvertrekken geëscorteerd.
De lift begint met een schok te bewegen en even schrik ik want het lijkt net alsof mijn voeten mijn hoofd willen inhalen. Dorian knijpt geruststellend in mijn hand, die we sinds de strijdwagens nog niet los hebben gelaten.
"Deze lift is sneller dan die in het gerechtsgebouw. En hij ruikt ook vele malen beter," vertelt hij me. Hij lijkt me constant, wanneer ik me niet blij voel, op te willen vrolijken en hoe lief ik dat ook vind, we zitten in de Hongerspelen. We horen niet veel te willen lachen.
Dan stopt de lift en dat geeft me juist weer het gevoel dat mijn hoofd verder van mijn voeten vandaan wil. Wat een duizeligmakend ding zeg, die lift. Ik wil Dorians hand loslaten maar hij grijpt hem nog steviger vast.
"Wil je niet dat ik je vertel wat er allemaal te zien is?"
"Natuurlijk wel," antwoord ik met een lach, maar diep van binnen word ik een beetje achterdochtig.
Het is nooit handig vrienden te zijn met een medetribuut , je weet nooit wie achterbaks genoeg is om je een mes in je rug te steken. Letterlijk en figuurlijk. Mensen doen alles om te overleven, dat weet ik maar al te goed. Om mijn eigen overlevingskansen te vergroten, moet ik juist wel vrienden maken, bondgenootschappen aangaan. Zonder hulp, hou ik het niet lang vol in de arena. En zou Dorian echt iemand zijn die me verraden zou? Zo komt hij nu absoluut niet over, maar schijn kan bedriegen. Hij klinkt niet echt alsof hij andere plannen heeft dan echt mijn vriend te zijn. Maar nu wordt hij wel heel erg medelevend, niet? Hij wil mijn hand niet eens loslaten.
"Alissa?"
Ik schud mijn hoofd. Stop nou toch eens met dat overdreven gevoel. Dorian was je vriend voor de boete en dat is hij nu nog steeds. Ik moet gewoon vertrouwen in hem hebben. Maar ik trek toch mijn hand los onder het mom van dat ik mijn broek op moet trekken. Dat hoef ik natuurlijk niet, dat ding zit te strak om ook maar een paar millimeter te verschuiven, maar zo ziet het er niet zo verdacht uit.
"Ik kom," antwoord ik Dorian, die op me staat te wachten.
Ik zit op mijn bed wanneer Dorian de kamer uit gaat. Hij heeft me net een rondleiding van de hele verdieping gegeven en we zijn bij mijn kamer geëindigd. Die is zo groot dat ik niet zeker weet of ik na een nacht slapen nog wel de weg naar de deur terug zal kunnen vinden. Normaal gesproken volg ik dan gewoon de muur, uiteindelijk kom je dan wel waar je zijn wil, maar Dorian vertelde me dat aan de ene muur grote televisieschermen hangen en die moet je natuurlijk niet aanraken, "Dan gaan ze kapot." zei mijn vader altijd. En de andere muur hangt vol met knopjes, dus daarlangs lopen lijkt me ook niet zo'n goed plan. Ach, daar vind ik dan morgen wel wat op.
Ik sta op en probeer mijn weg naar de klerenkast te vinden. Ik wil zo snel mogelijk uit deze rare kleren, ze zitten ook verschrikkelijk strak. Ik kan niet eens mijn schouders ophalen zonder het gevoel te krijgen dat ik uit mijn topje scheur.
Wanneer ik de klerenkast voel, weet ik dat ik ietsje te veel naar links ben gelopen, maar dat is goed genoeg voor mij. Ik weet tenminste nog waar het ongeveer stond. De kast is naar mijn idee nog groter dan mijn slaapkamer in 12. Hoe moet ik hier ooit kleren in vinden?
Per ongeluk duw ik een knopje in, dat op de binnenkant van de deur zit.
"Wat wilt u dragen?" wordt me gevraagd door een vrouwelijke computerstem.
"Iets comfortabels," is mijn antwoord en meteen hoor ik gezoem, gevolgd door twee korte piepjes,
"Een legergroen topje met geel vest en een bruinige spijkerbroek. Voldoet dit?"
"Vast wel. Dankuwel!" Wauw. Zoiets had ik thuis moeten hebben. Dat had me heel wat tijd bespaard en mijn broers ook. Ik vroeg hen steeds of mijn kleren zo goed waren. Niet dat er veel fout had kunnen zijn, zo heel veel kledingstukken had ik nu ook weer niet.
Ik trek de nieuwe kleren aan en ga terug op bed zitten. Nog een paar dagen en dan sta ik in de arena. Hoe zou het nu thuis zijn? Een verdrietig gevoel overvalt me en ik begin te huilen. Ik wil terug naar huis! Hoe kunnen ze van me verlangen dat ik de hongerspelen in ga? Ik ga dood!Ik ga vermoord worden en ik kan er helemaal niets aan doen want ik kan geen ene moer zien!
Dan bedenk ik me dat ik ook geen kans had gemaakt wanneer ik wel had kunnen zien. Ik kom uit district 12, hoe zou ik ooit tegen de beroeps op kunnen?
De stem van de meisjestribuut van vorig jaar schalt door mijn hoofd. "Ook al kom ik uit district 12, ik laat me niet zo maar vermoorden door een stelletje bullebakken." Ronna, zo heette ze, was een van de brutaalste meisjes uit 12 geweest. Die brutaliteit heeft haar in leven gehouden tot er nog zeven tributen over waren. Toen kreeg de beroepstroep haar te pakken en wenste ze dat ze voor tijd van de plaat was afgestapt. Ik geloof dat haar dood bijna elf uur heeft geduurd, zo meedogenloos waren de beroeps vorig jaar. Haar gegil heeft mijn dromen voor meer dan een maand doorboord en achtervolgt me nu nog in mijn dromen.
Ik zal een halfuur op bed hebben gelegen wanneer er heel zacht op de deur geklopt wordt. Snel veeg ik achtergebleven tranen weg en ik probeer mijn stem niet te laten trillen wanneer ik antwoord geef.
"Wie is daar?" Het lukt redelijk.
"Dorian. Mag ik binnen komen?"
Ik zucht. Dat heb ik net nodig. Iemand die me met mijn roodbetraande ogen ziet. Dan pas bedenk ik me dat ik de irritante gewoonte van Lattea over aan het nemen ben en er verschijnt een kleine lach op mijn gezicht.
Weer wordt er op mijn deur gekopt. "Liss?"
"Kom maar."
De deur gaat open zonder ook maar een geluidje te geven. Het enige wat weggeeft dat er iemand binnenkomt, zijn de voetstappen van Dorian en de verplaatsing van de wind.
"Mag ik erbij komen zitten?"
Ik knik en schuif een beetje op, zodat Dorian genoeg plaats heeft om te gaan zitten. De matras op het bed golft op en neer wanneer hij zich naast me op het bed plaatst.
Even blijft hij stil. "Gaat het wel?"
Ik knik alleen, bang dat mijn stem me verraadt.
"Zolang je bezig bent, gaat het wel, maar zodra je tijd hebt om na te denken..." In zijn stem hoor ik de heimwee weer terug. Is dat waarom hij naar me toe is gekomen?
"Lattea vroeg of je kwam eten. We moeten een beetje opschieten, want de uitzending begint direct na het eten."
Nee dus. Hij is naar me toe gekomen omdat hem dat gevraagd is.
"Zeg maar dat ik eraan kom. Ik fris me nog even op."
Dorian klimt weer van het bed en gaat de kamer uit. Ik wacht nog even maar besluit dat ik toch maar beter kan opstaan. Snel gooi ik me wat water door mijn gezicht en dan loop ik naar de deur toe. Met mijn hand op de klink blijf ik nog even staan treuzelen. Ik heb echt geen zin om me in . Maar dan druk ik de klink naar beneden en laat ik de stille, veilige ruimte van mijn kamer achter me. Ik kan het schema van Lattea niet in de war gooien. Dat zou een vreselijke zonde zijn.
