Hoi!

Sorry dat ik al zo lang niets van me heb laten horen, maar ik moet een balans vinden tussen school en schrijven en dat blijkt nogal lastig :( Sorry! En dan heb ik ook nog een redelijk saai, beschrijvend hoofdstuk voor jullie... Maar het wordt beter :) Ik schrijf nu aan de tijd in de arena en dat is veel leuker dan dit! Haha ;)

Tips zijn als altijd erg welkom!

12/10 - Update! Azmidiske87 heeft me gewezen op een typfout en op hoe abrupt ik de dag afsloot. Dat heb ik veranderd :)


Wanneer ik de volgende morgen wakker word, stap ik niet meteen uit bed, zoals ik dat thuis wel zou doen. Ik blijf nog even in mijn warme bedje liggen, denkend over wat er die dag komen zal. We beginnen met de trainingen. We hebben nog niet echt veel gepraat over tactieken, alleen dat moment in de trein, gisteren, maar Lioco vertelde dat we dat bij het ontbijt zouden doen. En ik heb er niet zo veel zin in. Ik heb geen zin in wat dan ook met de Spelen te maken heeft. En hoe sneller ik de stappen neem, hoe sneller ik in de arena sta en dat moment wil ik zo lang mogelijk uitstellen.

Uiteindelijk sta ik toch maar op; van dat liggen krijg ik rugpijn en ik hoor Lattea al stressen. Ik neem een douche, ook hier wordt me gevraagd wat ik wil. Dat is zo veel handiger dan allemaal knopjes, helemaal wanneer je blind bent en geen idee hebt welke knopjes je moet induwen om gewoon stromend water te krijgen.

Ik wil schoon en droog, met de kleren die aan mijn kast hingen aan, mijn kamer uitlopen maar ik heb de deur nog niet aangeraakt of die opent zich vanzelf. Of, ja... Niet helemaal vanzelf. Het blijkt dat Dorian me is komen ophalen.

"Ik wist niet of jij nog wist waar de eetzaal was."

Ik ben er gisteren ook zelf naartoe gelopen, dus de weg daarheen ken ik nog wel. Toch pak ik de hand die de mijne probeert te pakken vast en laat ik me leiden. Het zal bedoeld zijn als aardig gebaar, niet? Samen lopen we naar de eetzaal, waar Lioco al aan de tafel zit te wachten. Waar Lattea is, ik heb geen idee maar ik ben blij dat ze er nu even niet is om me aan mijn hoofd te zeuren over hoe alles op tijd klaar moet zijn. Dat heb ik gisteravond al lang genoeg aangehoord, omdat ik ietsje te laat voor het eten was.

Dorian helpt me ook mijn bord vol te leggen, door te zeggen wat er allemaal in de bakken op de tafels is uitgestald. Uiteindelijk zit ik aan tafel met onder andere een croissant, dat is een of ander luchtig broodje, met aardbeienjam, een viervoudige chocolade muffin en een glas sinaasappelsap.

"Ik wil de sfeer niet weer verpesten, maar we hebben niet heel erg veel tijd meer over om de tactieken te bespreken," hoor ik Lioco zeggen. "Jullie stylisten, Lattea en ik hebben overlegd en we hebben een idee hoe we jullie kunnen presenteren. Tot nu toe hebben we jullie je gang laten gaan en jullie hebben dat zo goed gedaan dat we aan de hand daarvan een tactiek hebben verzonnen. Natuurlijk moet ik eerst nog steeds vragen of jullie nog steeds een verbond aan willen gaan."

Zowel Dorian als ik stemmen daar snel mee in.

"Oké, dan komt hier het plan. We willen dat jullie het grote publiek ervan zouden kunnen overtuigen dat jullie broer en zus zijn. Dorian, we willen dat jij je sterk opstelt en beschermend bent over Alissa. Alissa, we willen dat jij... Hoe moet ik het brengen?" Ik denk dat ik weet wat volgen moet en voel de bui al hangen.

"Jij moet het kleine zusje zijn dat ook echt bescherming nodig heeft. Ik weet dat je het vreselijk vindt, maar maak er gebruik van dat je niets kunt zien. Doe alsof je daardoor inderdaad niet veel kans maakt in de spelen. Stel je zwak op. Op die manier vormen jullie apart niet veel bedreiging, althans dat denken de anderen. En dan kunnen jullie vlammen tijdens de spelen zelf."

Even laat ik het bezinken. Op zich klinkt het zo slecht nog niet, maar ik vind het echt verschrikkelijk misbruik te maken van mijn handicap. Het is nog verschrikkelijker om meteen dood te gaan, in de spelen. Zo maak ik een beetje meer kans, bedenk ik me en ik knik. Wat moet, dat moet, zei mijn vader altijd.

"Maakt het dan niets uit dat we niet zo hebben gedaan bij de strijdwagens?" vraagt Dorian.

"Nee," antwoordt Lioco enthousiast. "Dat is het juist, jullie hebben je daar zo gedragen dat dit mogelijk is. Het zal ook niet te moeilijk voor jullie zijn om zo over te komen, aangezien jullie je zonder plan ook een beetje zo gedragen. We versterken het nu alleen heel erg. We willen dit ook tijdens de interviews naar voren laten komen. Dorian heel sterk en beschermend en Alissa lief en schattig. Wat vinden jullie ervan?"

Ik heb niet echt het idee dat ik een andere keus heb dan ermee instemmen, maar daar hoef ik me gelukkig geen zorgen om te maken. Ook Dorian lijkt het eens met het plan.

"Oké, dan moeten jullie nu maar eens je ontbijt opeten en dan zijn jullie klaar om naar de trainingen te gaan. Ik mag niet mee, dus ik wens jullie nu al veel succes. En zorg ervoor dat je ook echt wat leert, de komende paar dagen."

Dan staat hij op en loopt hij de kamer uit.

Even later, wanneer ik mijn ontbijt op heb en mijn haar in twee staartjes heb gedaan om nu al te beginnen met die overdreven schattigheid, loop ik naar de lift toe waar Dorian en Lattea al staan te wachten. Ik ben zo zenuwachtig om de andere tributen te ontmoeten dat mijn handen wat trillen. Dorian pakt er een vast en knijpt er bemoedigend in.

"Je ziet eruit om op te eten," zegt Lattea. Ze zal het als een compliment bedoelen, maar het lijkt me niet bepaald goed wanneer mensen je met eten gaan vergelijken. Vooral niet wanneer je de Spelen in moet. Daarbij heb ik nu ook weer niet zo veel vlees aan mijn botten, dus zo heel veel valt er niet te eten.

"En een tutu, hoe schattig. Ja, het staat je beeldig zo, precies volgens de tactieken."

"Een tutu?" vraag ik haar.

"Ja, dat gelaagde, roze rokje dat je aan hebt. Dat heet een tutu. En ik was helemaal tegen een legging, maar ze hebben een mooie gekozen. Daarmee kun je je best in publiek vertonen. En je staartjes... Wacht, je mist nog iets." Lattea loopt weg, richting onze vertrekken.

Nu snap ik mijn kleding pas. Ik vond het al raar dat ik een wijd rokje aan moest, maar dat is om deze rol goed te kunnen brengen. En als ik Lattea hoor, komt dat best goed met deze kleding.

"Heeft ze jou ook een modeverslag gegeven?" vraag ik Dorian.

Die begint te grinniken. "Jazeker. Zal ik het eens herhalen?"

Ik knik, dan weet ik tenminste hoe hij eruit ziet.

"Nou, ik heb een stoere zwarte broek aan, met allemaal zakken en touwtjes. Stevige zwarte schoenen, die eruit zien alsof ze veel te zwaar zijn om in te lopen. Maar nu ik ze aan heb, vallen ze best mee, hoor."

Ik lach. Hij heeft me weer van mijn zenuwen af geholpen, hij heeft het weer gedaan.

Voordat Dorian verder kan met het beschrijven van zijn o zo stoere kleding, komt Lattea aangeklikt. Ze komt heel dicht bij me staan. "Mag ik?"

Wanneer ik knik, neemt ze een van mijn staartjes vast en rommelt ze er wat mee. Dan laat ze me omdraaien en doet ze hetzelfde met mijn andere staartje. Wanneer ze die loslaat, voel ik wat ze gedaan heeft en tot mijn grote verbazing voel ik allemaal lintjes in mijn haren.

"Zo," zegt Lattea. "Dat is nog beter. Die roze lintjes passen perfect bij je tutu en je shirtje. Wat een geweldig idee!" Ze is er helemaal vol van.

Dan besluit ze dat we lang genoeg hebben getreuzeld en we toch maar eens die lift in moeten stappen en naar de trainingsverdieping moeten gaan. Dat doen we dus ook.

Wanneer we de trainingszaal binnenlopen, wordt bij zowel Dorian als bij mij het districtnummer op de rug gespeld. Daarna lopen we naar de plaats waar al een aantal andere tributen staan te wachten. Dorian laat mijn hand geen moment los en ik blijf heel dicht bij hem staan.

Ik weet nog steeds niet zeker hoe het nu zit tussen ons. Hij heeft ingestemd met het idee een verbond aan te gaan, maar houdt hij zich daaraan wanneer we in de arena staan? Is de soort van vriendschap die we lijken te hebben sterk genoeg om ervoor te zorgen dat hij me niet vermoord zodra hij de kans heeft? Want het blijft een feit dat maar één iemand de Spelen winnen kan en ik ben dat sowieso niet. Hij zou wel kans maken, misschien niet zo groot als die van de beroeps, maar met een beetje geluk is hij zeker niet meteen ten dode opgeschreven. Maar niet wanneer hij mij op sleeptouw moet nemen en babysitter moet spelen.

Maar wat moet ik anders? Dorian is mijn enige kans op overleven. Ik hoef van geen enkele andere tribuut hulp te verwachten. Ja, hulp als in een snelle dood misschien. Ik weet dat het geen zekerheid biedt, maar ik moet Dorian maar vertrouwen. Een andere keus heb ik niet.

Ik doe nog een stapje dichter naar hem toe en hij slaat een arm om me heen. "Rustig maar. Ze mogen je niets doen."

Voor ik iets terug kan zeggen, begint te hoofdtrainster, van wie ik bijna meteen weer de naam ben vergeten, het trainingsschema uit te leggen. Ze vertelt wat waar staat en legt de regeltjes nog eens haarfijn uit. Ik luister niet naar haar. Ik luister naar Dorian, die me probeert uit te leggen wie wie is. Hij praat heel zacht, om niet op te vallen. Verder is iedereen helemaal stil.

Dorian staat links van me. Rechts van me staat een klein meisje, Danna is haar naam en ze komt uit district 9. Dorian beschrijft haar als een muisje dat doet alsof het een leeuwin is. Ze kijkt steeds schichtig om zich heen met haar hazelkleurige ogen maar daarna staat ze weer met haar kin omhoog. Haar ademhaling is een niet veel betere vermomming. Ze is zo nerveus dat ik me afvraag hoe anderen haar snelle, bijna piepende ademhaling niet kunne horen. Misschien negeren ze het wel gewoon.

Haar districtspartner, Flimm, die een jaar of zeventien moet zijn, probeert zo veel mogelijk afstand tussen zichzelf en de tributen om zich heen te houden. Hij is lang maar heel mager en staat wat voorovergebogen, klaar om weg te rennen bij de eerste verkeerde beweging. De ademhaling van het meisje tussen ons in overstemt alle geluiden die hij eventueel zou kunnen maken, maar volgens Dorian ziet hij er nog nerveuzer uit dan Danna.

Aan de andere kant van Dorian staan de twee tributen van district zeven, Klowena en Boi. Het meisje kijkt nogal verveeld terwijl de jongen, van een jaar of dertien, eruit ziet alsof hij niet kan wachten om te beginnen, alsof het allemaal een spelletje is. Niet arrogant, meer opgewonden, volgens Dorian.

De vrijwilligster uit 5 heet Rove en is groot, sterk en kijkt noga hongerig naar de beroeps. Die staan tegenover ons en Dorian beschrijft ze stuk voor stuk als "groot, sterk en nogal eng".

"Die Ravenna en haar partner blijven naar ons kijken," vertelt Dorian. "Dat vind ik maar niets."

Ik probeer heel bang in hun richting te kijken en schuif nog ietsje dichter naar Dorian toe. Ik voel me een beetje ongemakkelijk met hoe dicht ik bij hem sta, maar hij lijkt het geen enkel probleem te vinden. Sterker nog, hij trekt me nog steviger tegen zich aan, zodat ik meer een beetje moet draaien om het pijnloos te houden. Daardoor sta ik een beetje afgeschermd van de rest en kan die rest mijn gezicht niet helemaal meer zien en gelukkig maar, want ik moet een beetje lachen. Dorian is echt vreselijk goed in deze rol.

Nu pas merk ik op hoe veel groter Dorian echt is. Het laat me klein voelen en normaal vind ik dat vreselijk. Maar nu is niet normaal, nu is in de voorbereiding van de Spelen. Nu komt het van pas en ik ben er dan ook een beetje blij mee, voor deze keer.

Zodra we mogen beginnen, sprinten de beroeps weg om vechtoefeningen te kunnen doen, zo vertelt Dorian. De meeste anderen blijven even naar elkaar staan kijken, afwegend en vertrekken dan naar een onderdeel.

"Wat zullen wij gaan doen?" vraagt Dorian.

"Zullen we gewoon ergens beginnen?" antwoord ik.

Uiteindelijk beginnen we bij de werkplek waar ons geleerd wordt hoe we een fatsoenlijke schuilplaats moeten bouwen. Dit blijk nog lastiger dan gedacht en na een tijdje geven zowel Dorian als ik het op. Een simpele schuilplaats is ons gelukt, maar deze groter en minder zichtbaar maken, dat gaat het niet worden. Helemaal niet omdat Dorian geen idee heeft hoe je twee palen stevig aan elkaar vastbindt en ik geen idee heb hoe zichtbaar of onzichtbaar onze gemaakte schuilplaats precies is. Voor mij zou het geen verschil maken of we het bouwden met groen gras en dorre bladeren of met oranje vlaggen met 'hier zitten we' erop.

We bedanken de leraar en gaan verder naar waar we vuur leren maken. Dorian probeert me uit te leggen hoe het moet, want de leraar is niet bepaald behulpzaam, maar hij wordt weggetrokken door diezelfde leraar. "Ze is blind. Je moet haar niet met vuur laten spelen."

Dat maakt me vreselijk boos. Als hij zo vreselijk zorgzaam over me is, waarom lijkt hij er dan wel vrede mee te hebben dat ik wel de arena in wordt gestuurd? Is hij bang dat ik dat hele speelveld in de fik zet en er geen lol mee aan is? Dan zou hij me juist nu moeten leren hoe ik een vuurtje maken moet!

Dorian ziet aan me dat ik kook van binnen en neemt mijn hand. "We gaan wel wat anders doen."

Wanneer ik protesteer, want ten minste een van ons moet vuur kunnen maken, antwoordt hij: "Maar Liss, dat weet ik al. Maak je maar geen zorgen."

Even trek ik een raar gezicht want waar moet hij dat nu van geleerd hebben, maar dat moment is snel over wanneer we bij een volgende werkplek aankomen.

Die dag leren we hoe we goede knopen moeten leggen, Dorian camoufleert me en we spenderen een hele tijd aan eetbare planten en het eetbaar maken van dieren. Sommige leraren zijn, net zoals de vuurleraar, heel begaan met mijn veiligheid en weigeren me een vilmesje in mijn handen te geven maar een andere leraar praat hem om. Sommige van hen lijken onder de indruk te zijn van mijn reuk- en gevoelszintuigen waarmee ik de verschillende planten redelijk goed uiteen weet te houden. Er wordt ons op het hart gedrukt niets te eten waarvan we niet honderdtien procent zeker weten of het eetbaar is. Dan mogen we dus nooit iets eten. Ergens honderdtien procent zeker van zijn is onmogelijk, honderd procent is maximaal werd op school gezegd. Ach, hier in het Capitool hebben ze vast iets gevonden om meer dan honderd procent aan iets te kunnen besteden.

Tijdens het diner vragen Lattea, Lioco en Bronita ons uit over hoe het die dag is geweest. Ze lijken verontwaardigd over hoe sommige leraren me behandelen, maar zeggen dat ze zoiets eigenlijk wel hadden zien aankomen.

Lioco probeert ons nog wat extra overlevingstips te geven, maar Dorian en ik zijn allebei heel erg moe. We doen ons best, maar we kunnen het gapen niet onderdrukken. Uiteindelijk heeft Lattea er genoeg van.

"Ik hoef niet constant de binnenkant van jullie monden te zien. Julie zijn doodmoe. Ga naar bed. Nee, Lioco, vertel het ze morgen tijdens het ontbijt maar. Dan onthouden ze er waarschijnlijk ook meer van."

We durven haar niet tegen te spreken, niet dat we dat graag zouden willen, we zijn echt doodmoe. Ik zeg welterusten tegen iedereen en loop, samen met Dorian, naar mijn kamer toe. Mijn hoofd raakt het kussen nog maar net, of ik ben al in een diepe slaap gevallen.