Hoi! Daar ben ik weer! Om een beetje goed te maken wat ik deze laatste maand niet goed heb gedaan.
Vandaag heb ik veel geschreven, dus ik ben in een hele goede stemming :) Vandaar een extra chappie.
Tips zijn altijd welkom :)
Update 7-12-14: Azmidiske87 heeft me op wat foutjes gewezen en die heb ik nu aangepast :)
De tweede dag beginnen Dorian en ik bij een hindernisbaan. We gaan er tegelijk overheen en liggen aan het einde plat van het lachen. We hebben zowat alles geraakt wat niet geraakt mocht worden en onze tijd... De beroeps kijken ons blijkbaar vuil aan, niet snappend hoe we durven te lachen terwijl sommige andere tributen ook een lach op hun gezicht krijgen bij het zien van wat vrolijkheid in deze grijze zaal.
Dan gaan we messen werpen. Lioco heeft ons uitgelegd dat we toch een beetje om moeten leren gaan met wapens. Als we dat helemaal niet doen kunnen we in de arena ook niets met die dingen.
In eerste instantie wil de leraar me geen mes in de handen geven en er moeten twee andere leraren aan te pas komen om hem over te halen me in ieder geval te laten trainen.
Na wat instructies gooit Dorian eerst en hij blijkt aardig te kunnen mikken. Na nog wat tips van de leraar zit hij niet bepaald meer ver van de roos af.
Dan is het mijn beurt en ik ben vreselijk nerveus. Het wordt ook stil bij alle werkplekken en ik voel dat alle ogen op me gericht zijn. Totaal geen druk, hoor...
Dorian komt achter me staan en fluistert instructies in mijn oor. "Ik zet je nu met je neus voor het doel." Zo gezegd, zo gedaan. "Je neus wijst nu recht naar de roos toe. Die zit op ongeveer anderhalve meter van de grond en het doel staat een beetje gekanteld. Zo."
Hij neemt mijn hand vast en zet hem onder een bepaalde hoek op zijn arm. Ik knik als teken dat ik het begrepen heb. Ik weet waar het doel is en kan mikken.
Mijn arm haal ik een beetje naar achter en ik hou het mes vast op de manier die de leraar ons net geleerd heeft. Dan bedenk ik me een plan.
Ik gooi en weet zodra ik het mes los laat, dat het het doel nooit kan bereiken. Ik hoor een geklingel en draai me heel schuldbewust om naar Dorian. "Die heb ik gemist, hè?" vraag ik teleurgesteld, hard genoeg zodat iedereen me horen kan.
Dorian snapt wat ik doe en speelt me. "Maar net. De volgende keer ietsje harder gooien en dan komt hij vast goed terecht."
Ik hoor een aantal tributen, ik denk voornamelijk van de beroepstroep, grinniken en iedereen gaat weer aan de slag met waar ze ook bezig mee waren. Ik weet dat mijn plannetje gelukt is.
De volgende paar messen probeer ik wel goed te gooien en het lukt aardig. Ik ben niet zo goed als Dorian en lang niet zo goed als een beroeps, maar ik weet het doel toch wel een aardig aantal keren te raken. Jammer genoeg haalt mijn mes het doel niet altijd.
In katapultschieten ben ik echt vreselijk slecht en ook Dorian bakt daar niet veel van en we zijn dan ook allebei heel blij wanneer deze les vroeg gestopt wordt. Lunch begint.
Bij de lunch zitten alle tributen samen. Dorian en ik pakken wat eten van de karretjes en gaan op dezelfde plaats zitten als waar we gisteren zaten, in de verwachting dat alle districten, behalve de beroepstroep natuurlijk, uiteen zullen gaan zitten. Tot onze grote verbazing vraagt iemand echter: "Zouden we erbij mogen komen zitten?"
Het is de jongenstribuut van 10. Ik hoor nog een andere ademhaling, net naast de zijne en vermoed dat het de meisjestribuut is. "Onze namen zijn Opéra en Mirano."
"Mijn naam is Dorian en dit-" Maar voor hij die zin af kan maken, ben ik gaan staan en heb ik mijn hand uitgestoken. Die wordt aangepakt door een redelijk kleine en magere maar sterke hand en vervolgens door een lange, slanke hand. "Ik ben Alissa. Kom zitten, alsjeblieft."
Zelf ga ik ook weer zitten en ik hoor hoe de andere twee me volgen, aan de andere kant van de tafel. Mirano begint weer te praten, op fluistertoon dit keer. "Ik wilde je nog een compliment geven voor dat toneelstukje bij het messengooien. Je kunt redelijk goed gooien, geloof ik."
Ik haal mijn schouders op en neem een hap van mijn broodje.
"Is het niet heel erg moeilijk als blinde? Waarom laten ze je eigenlijk meedoen aan de spelen?"
"Je went eraan en weet ik niet." Meer wil ik er niet over kwijt. Ik hoor dat de jongen het begrepen heeft en ga, voordat we ons gezelschap kwijt zijn doordat ik geen antwoord wil geven, over op een ander onderwerp. "District 10, hoe gaat het er daar eigenlijk aan toe?"
Er wordt heel wat gepraat over de verschillen tussen de twee districten en ook tussen de districten en het Capitool. "We mogen nu eindelijk eens vers vlees dat we zelf hebben gevoed en geslacht eten. Ik had geen idee dat we ons werk zo goed deden," zegt Mirano met een lach.
Opéra zegt weinig maar wat ze wel zegt, zijn goeddoordachte dingen. Ze lijkt me een heel aardig maar verlegen meisje en ik weet zeker dat we, wanneer we meer tijd zouden hebben en we niet in de toekomst om ons eigen leven tegen elkaar zouden moeten vechten, best vriendinnen hadden kunnen zijn.
Na de lunch gaan we met z'n vieren naar het boogschieten. Ik doe zo goed mogelijk mijn best en de lerares lijkt nogal onder de indruk te zijn van mijn schietkunsten. "Hoe doe je dat toch? Je schiet beter dan sommige tributen die wel konden zien."
Ik merk op dat ze dat in verleden tijd zegt, maar zeg er niets over. In plaats daarvan geef ik haar maar gewoon antwoord. "Ik weet het niet. Ik beeld me gewoon in wat ik zou moeten zien, ongeveer. Ik weet wat ik moet doen, hoe ik het moet doen en dan doe ik dat gewoon. Misschien omdat ik niet snel afgeleid raak door dingen om me heen?" stel ik voor.
Blijkbaar interesseer ik de lerares niet meer want ze draait zich halverwege mijn uitleg weg. "Kan best."
Dan niet, denk ik en ik schiet mijn laatste twee pijlen naar waar ik weet dat het doel staat.
Ik heb niet alleen indruk gemaakt op de Capitool mensen. Wanneer we alle vier klaar zijn, staan Dorian, ik en de twee tributen uit 10 even langs de kant te babbelen.
"Zeg, dat ging je goed af. Hoe deed je dat?" wordt me door Mirano gevraagd.
Ik herhaal mijn uitleg over wat het zou kunnen zijn.
"Hmm. Daar zou je best nog eens gelijk in kunnen hebben," zegt hij.
Voor hij door kan gaan vraag ik aan hen alle drie: "Hoe ging het bij jullie?"
Van drie kanten tegelijk krijg ik antwoord. Ja, zelfs Opéra vertelt me hoe het bij haar ging.
"Rustig," lach ik. "Mijn gehoor mag dan wel redelijk goed zijn, dit kan ik niet verstaan."
Wanneer ze me alle drie hebben uitgelegd dat het bij hun ook wel goed ging, besluiten we om apart verder te gaan. Mirano en Opéra willen naar de werkplek van het vuur maken en Dorian en ik gaan absoluut niet voor de tweede keer daarheen. Eén keer was erg genoeg.
Wij besluiten dat we lijf-aan-lijfgevechten willen oefenen. Of, ons pan is dat Dorian dat in ieder geval gaat oefenen en ik ga kijken of ik een leraar vindt die er niet op tegen is met een blinde te vechten.
Die zoektocht duurt minder lang dan gedacht en niet heel veel later sta ik ook op een gevechtsmat.
"Vaar viel je begiennen?" vraagt mijn trainster met haar hevige accent. Waar ze dat gekregen heeft, ik heb geen idee. Het zal vast een chirurgische aanpassing zijn.
Ik haal mijn schouders op, een beetje op mijn hoede voor wat er komen gaat.
"'Eb je al eens gevochten?"
"Mijn broers hebben geprobeerd me een aantal truckjes te leren, zodat ik mezelf verdedigen kon wanneer de pestkoppen weer kwamen."
"Aa'. Kun je mij die voordoen?"
Ik knik, positioneer haar en vertel haar hoe ze mij aan moet vallen. De eerste keer gaat niet echt al te goed, maar de tweede keer kan ze me niet raken. De lerares lijkt tevreden. "Daar kunnen vij vel vat mee."
De rest van de trainingsdag ben ik met haar aan het oefenen. Ze bouwt voort op de truckjes die Brad en Luc me hebben geleerd en leert me dat ik met mijn gehoor, lenigheid en reactievermogen ver kan komen in gevechten. Wanneer we naar onze vertrekken terug moeten, zegt ze me op mijn kamer een aantal handstanden te oefenen. Die kan ik gebruiken om klappen te ontwijken.
Die avond staan Dorian en ik tegenover elkaar in mijn slaapkamer. Alles is aan de kant geschoven en we hebben een aardig stuk ruimte gecreëerd.
"Klaar?" vraagt Dorian aan me.
"Nee! Het is meer dan vier jaar geleden dat ik een handstand heb gedaan! Maar toch wil ik het doen."
Ik adem eens diep in en uit. "Eén... Twee... Drie!" Op drie maak ik een beweging met mijn armen die ik omhoog heb gestoken, maar mijn benen blijven stevig op de grond staan. "Nog eens. Eén... Twee... Drie!"
Dit keer maak ik de beweging af en Dorians handen vangen mijn zwevende benen op. "Mooi! Zie je wel dat je het kunt!"
Ik kom weer overeind en lach. "Ik wil nog een keer, maar dan alleen."
Dorian twijfelt. "Weet je dat zeker? Je moet je niet blesseren."
Maar ik sta al klaar. "Ik deed dit vroeger veel, het is alleen het gevoel terug krijgen."
Na ongeveer twaalf handstanden, waarbij ik bij sommige na een koprol of een overslag rechtop eindigde, bij sommige op mijn rug terecht kwam en bij andere een muur of zelfs Dorian raakte, een gebroken vaas en een grote blauwe plek op mijn scheenbeen, komen Lioco en Lattea binnenstormen.
"Wat zijn jullie aan het doen?" Ze klinken alsof ze bang zijn dat we elkaar nu al in de haren vliegen, nog voordat we in de arena staan.
"De lerares had gezegd dat ik handstanden moest oefenen." Ik ga op de rand van mijn bed zitten, nu ik dat ding eindelijk gevonden heb. Na die laatste ben ik toch wel een beetje duizelig. Maar ik weet wel weer hoe ik handstanden maken moet.
"Oh... Nou, euhm..." stamelt Lattea. "Ga morgen maar verder. Jullie moeten nu maar slapen."
Dorian wordt zowat van de kamer af getrokken door de twee begeleiders.
Snel poets ik mijn tanden en ik vlecht mijn haar nog eens voor extra golven en dan kruip ik in mijn bed. Morgen worden we beoordeeld en krijgen we punten. Ik ben nu al een beetje zenuwachtig. Gelukkig ben ik moe genoeg om ondanks die zenuwen snel in slaap te kunnen vallen.
