Het ontbijt van de laatste trainingsdag wordt gekenmerkt door een zware sfeer aan tafel. Ik heb geen idee waar die vandaan komt en negeer het maar zo goed mogelijk. Lioco is de eerste die wat zegt, maar wel nadat Lattea de kamer uitgeklikt is. Aan haar voetstappen te horen is zij nogal gestrest voor vandaag.

"Weten jullie al wat jullie gaan laten zien straks?"

Dorian is me voor met antwoord geven. "Ik weet het nog niet zeker. Ik denk dat ik messen ga gooien en ik wil nog wat van mijn kracht laten zien. Ik weet het nog niet precies."

"Hmm..." Lioco denkt diep na. "Ik denk dat dat inderdaad een goed idee is. Messen werpen en met gewichten gooien. Ik raad je een gevecht tegen een trainer af, dan kom je altijd tegen de sterkste te staan en hoe goed je ook bent, die kun je niet aan. En je moet nu juist laten zien wat je wel goed kunt. Ik denk ook niet dat er nog tijd is voor een gevecht, na het messengooien. En Alissa, heb jij al een idee?"

Ik schud mijn hoofd. "Ik was aan het denken om een pijl te schieten, maar ik heb geen idee hoe ik weet waar ik moet richting. Misschien dat ik een bel op kan hangen en die kan laten rinkelen, maar dan weet ik nog niet hoe ik die bel opgehangen krijg."

Weer moet Lioco even nadenken. "Dat klinkt zo slecht nog niet. Zo laat je ook zien hoe vindingrijk je bent. Misschien kunnen jullie vanmorgen kijken hoe je die bel zou kunnen ophangen."

Na ons ontbijt te hebben gegeten, gaan we voor de laatste keer naar de trainingen toe. Met een laatste "Succes!" van Lioco en Lattea, die een beetje minder gespannen lijkt, sluiten de liftdeuren zich en vliegen we met een rotgang naar onder. Na deze paar dagen ben ik de lift een beetje beter gewend, maar ik vind het nog steeds geen fijn gevoel.

Terwijl we wachten tot het 10 uur is, kijkt Dorian rond. "Als je met je rug naar de Spelmakers toe staat, heb je aan je rechterkant tegen de muur een soort stellage staan. Daar kun je best in klimmen. Die stellage gaat verder over het plafond. Als je bovenop de buizen gaat liggen, is het best wel veilig, denk ik. Dan zou je een stukje naar voren moeten klimmen, daar het belletje aan een touw moeten laten zakken en dan nog ietsje verderop jezelf uit die stellage laten zakken. Dat wordt lastiger, het is te hoog op gewoon te springen."

"Kan ik daar niets neerzetten om erop te gaan staan?"

"Misschien wel.

Die ochtend gaat snel voorbij, voornamelijk met plannen voor de trainingssessie maken. De sfeer in de zaal lijkt met de minuut meer gespannen te worden. Wanneer het bijna lunchtijd is, horen we allemaal een hoop kabaal, gevloek en een harde schreeuw. Valeno, de jongenstribuut van 1 heeft het aan de haak met Morran, de jongen uit district 3.

De leraren vliegen erop af en proberen de twee uiteen te halen, maar dat lukt niet zo heel gemakkelijk.

"Valeno heeft die van 3 in ene houdgreep. Ze krijgen hem niet ervanaf," vertelt Dorian me.

Uiteindelijk moet Sonna, de medetribuut van Valeno, zich ermee bemoeien. "Idioot! Je weet dat je dat niet moet doen! Dadelijk zet je ons meteen al op achterstand!" Sonna is woest en de leraren moeten hun best doen om haar ook in toom te houden.

De overige tributen worden naar de eetzaal gestuurd en er komen twee begeleiders mee, zodat daar niet nog eens ruzie kan ontstaan.

De twee tributen van tien komen weer bij ons zitten en het valt Dorian op dat de begeleiders ons groepje extra veel in de gaten houden.

"Pff," puft Mirano. "Ze kunnen hun aandacht beter richten op die beroeps. Dat zijn de vechtersbazen onder ons."

Er wordt onder zacht geroezemoes gegeten en het valt helemaal stil wanneer de andere tributen terug komen. Sonna als eerste. Ze kijkt nors in het rond en gaat op een lege plaats zitten. Dan komt Valeno binnen. Ook hij kijkt woest, maar verder lijkt alles oké te zijn. Als laatste komt Morran binnen. Dorian beschrijft hem fluisterend. "Hij heeft een blauw oog en zijn onderarm zit in het verband."

"Waarom zouden ze hem niet gewoon hebben geheeld?" vraagt Opéra.

"Misschien hebben ze dat wel gedaan, maar hebben ze dat voor de zekerheid ingepakt met verband," antwoordt Dorian.

"Dat of ze doen het zodat niemand kan zien hoe erg het precies is," voegt Mirano toe. Het lijkt me inderdaad een echte zet van het Capitool, om niet te laten zien hoe erg of juist niet erg de verwondingen zijn.

Het gefluister om me heen is net te zacht om te kunnen verstaan. Maar uit wat ik hoor, kan ik opmaken dat de meesten proberen te raden hoe erg de verwondingen zijn.

Iemand loopt naar ons toe. "Districten moeten apart zitten."

Mirano protesteert. "Geldt dat dan niet voor hun?" Ik neem aan dat hij het over de beroeps heeft.

Ik hoor hoe de man die ons de korte boodschap bracht grommen en een hoop geritsel en ademteugen volgen. Als ik het goed hoor en begrijp, heeft de man Mirano vast en dichter naar zich toe getrokken.

"Ik zei: Districten moeten apart zitten!" bromt de onbekende, maar enge man.

"We vertrekken al," zegt Opéra zacht en ik hoor hoe de man Mirano hardhandig loslaat. Zonder verder nog iets te zeggen, gaan beide tributen een aantal stoelen verderop zitten. De man bromt nog eens wat, iets wat tevreden klinkt, en stompt weg.

Dan gaat de deur dicht en verstomt al het gefluister. Niet veel later wordt Valeno weer naar buiten geroepen, maar we weten allemaal waar hij dit keer heen gaat. De privésessies zijn begonnen.

Eén voor één worden de tributen geroepen, eerst de mannelijke tribuut en dan de vrouwelijke. De tijd lijkt voorbij te kruipen, het is doodstil in de kamer en de spanning is nog steeds om te snijden.

Als na een hele tijd Mirano op staat, omdat zijn naam geroepen is en hij langs me loopt, tik ik hem zachtjes aan. "Succes."

"Jij ook," fluistert hij terug en hij loopt verder.

Na hem is Opéra aan de beurt en zij zorgt ervoor dat ze flink bij me uit de buurt blijft. Prima, dan wens ik haar geen succes.

Na haar zijn de tributen van 11 aan de beurt en dan wordt Dorian naar binnen geroepen. Heel langzaam staat hij op.

"Heel veel succes. En gooi recht, hé. Laat ze zien wat je kunt," moedig ik hem aan. Ik spreek ietsje te snel door mijn zenuwen en ik hoor Dorian zacht grinniken.

"Jij ook. Doe maar rustig, het komt wel goed."

Dat is de grootste leugen die hij vertellen kan. Nog een paar dagen en we staan in de arena. Eén van ons, al is beiden waarschijnlijker, gaat sowieso dood. Het komt niet goed. Het kan niet goed komen. We zijn tributen! Maar ik zeg hem niets en knik. Ik moet rustig blijven, anders verknal ik mijn sessie.

Na wat uren lijkt te duren word ik naar binnen gehaald. Ik loop naar de deur, leg een hand op de deurpost en blijf eventjes wachten. Dan maak ik de deur open en zet ik een stap naar binnen.

Ik hoor geroezemoes van de Spelmakertribune komen. Ze lijken het erg gezellig te hebben. Maar zo weet ik tenminste waar de tribune is.

Tijdens de training heb ik een trainer gevraagd of het mogelijk was een bel te gebruiken tijdens deze sessie. Die wees me toen waar ik alles vinden kon; in een kast die zich nu recht tegenover me bevindt. Ik loop erheen, open de kast en voel op de bovenste plank. Daar vind ik al snel zowel de bel als het touw. Met een stevige knoop bind ik die twee aaneen.

Dan loop ik met een hand tegen de muur aan de linkerkant van de kast richting de hindernisbaan. Ik weet dat het eerste ding dat ik nu aan mijn linkerkant voel een klimkast is. Die vind ik inderdaad heel gemakkelijk en ik haal het ding van de remmen af. De leraar heeft me piekfijn uitgelegd hoe ik het ding gebruiken moet. Ik schuif hem op zodat hij goed tegenover de stellagemuur staat.

Vervolgens ga ik op zoek naar het doel waarop ik schieten moet en zet deze op zijn plaats. Vanuit dat doel doe ik twintig grote stappen, twintig meter, naar voren. Daar leg ik het touw en de bel neer. Ik voel naar waar de klimkast moet staan en die blijkt ongeveer te staan waar ik dacht dat ik hem had achtergelaten. Gelukkig maar. Wat zou ik voor een indruk hebben gemaakt als ik dat ding kwijt was geweest nu.

De kast komt te staan op de plek waar ik de bel had neergelegd. Ik check nog eens of de kast echt op de rem staat. Wanneer dit zo is, ga ik op zoek naar mijn wapens. De boog en de pijlen staan ook waar die horen te staan. Ik pak ze mee en leg ze rechts naast de kast op de grond.

Dan loop ik met de bel terug naar het doel. Ik ga erachter staan en bepaal daar het midden. Vanuit dat midden begin ik omhoog te klimmen. Het is nogal belangrijk dat dit goed gebeurt. Wijk ik in mijn klimmen te veel af, dan vind ik dadelijk de bel niet meer terug en dan sta ik voor schut.

Naar mijn gevoel doe ik het prima en ik weet ook zonder moeite boven op de stellage te klimmen. Nu moet ik gaan tellen. Het doel staat op ietsje minder dan anderhalve meter van de stellage staat en dus laat ik de bel vlak voor de derde buis naar beneden zakken. Dorian wist me te vertellen dat de buizen op een halve meter afstand van elkaar zitten. Vandaar dat ik mezelf samen met het andere uiteinde van het touw veertig spijlen later laat zakken.

Ik doe snel een schietgebedje en hoop dat de kast goed staat, anders breek ik me wat. Heel voorzichtig laat ik me steeds verder zakken en ik hang nog net aan mijn handen wanneer ik de kast voel. Opgelucht laat ik me zakken en ik klim langs de rechterzijkant naar beneden.

Daar bind ik het touw aan een van de onderste treden van de klimkast vast. Dan loop ik weer richting het doel en ik probeer de bel te vinden. Wanneer me dat niet meteen lukt, raak ik een beetje in paniek maar dan bedenk ik me dat de buizen bovenop de stellage iets verder naar de muur toe begonnen dan de buizen aan de zijkant van de stellage, die waarmee ik heb gemeten hoe ver het doel van de stellage af staat.

Ik voel achter het doel en hebbes! Daar is de bel! Ik til het ding over het doel heen en schuif het ietsje naar achteren toe, zodat de bel vanaf de buis recht naar beneden hangt en niet op het doel leunt. Wanneer ik nog eens de afstand tot de stellage meet, kom ik uit op ongeveer driekwart meter. Ik moet dus driekwart meter naar voren gaan staan om te schieten, want ik heb geoefend op twintig meter.

Ik loop terug naar de kast en knoop het touw los. Deze klem ik tussen mijn tanden. Dan pak ik de boog vast en ik leg de pijl klaar. Met mijn rechterhand laat ik de boog los en ik pak het touw in mijn handen. Een paar keer trek ik eraan en ik hoor de bel rinkelen. Ik pak het touw weer in mijn mond, misschien moet ik nog eens luisteren waar de bel hangt, en span de boog aan.

Rustig. Ik weet waar ik richten moet. Ik weet hoe hoog ik richten moet. Ik weet onder welke hoek ik de boog moet houden. Nog eventjes wacht ik, zodat ik zeker weet dat alles goed is en dan laat ik los.

Pas nadat ik heb geschoten merk ik dat ik het touw los heb gelaten. Ach, ik heb het toch niet meer nodig. Waar dit schot ook beland is, meer dan één keer schieten zit er niet in. Mijn tijd zal ver op zijn.

Ik loop naar het doel en voel waar mijn pijl beland is. Hij zit een beetje te hoog en naar rechts toe, maar ik vind het een prima schot.

Wanneer ik de pijl los wil trekken, merk ik dat er iets aan de punt hangt. Het blijkt een touw te zijn. Ik heb het touw van de bel geraakt en vast geschoten!

Ik draai me lachend in de richting van de spelmakers en hoop dat zij dit ook hebben gezien. Ik buig en wanneer ze me vertellen dat ik mag gaan, loop ik naar de muur rechts van de tribune, waar de uitgang zich bevindt. Daar loop ik langs de muur naar de deur, de ruimte uit.

Die avond zitten we met z'n allen weer voor de televisie. De stylist van Dorian, Bronita, is er ook. Ze is best aardig, alleen heeft ze een beetje een rare humor. Zelfs Lattea vindt dat, geloof ik. Ze zucht iedere keer dat Bronita weer een van haar 'grappen' vertelt.

Sylver is er niet, maar heel erg vind ik het niet. Bronita ook niet. "Wat een knorrepot is het toch, niet? Hij is een geweldige stylist met nog geweldigere ideeën, maar als persoon is hij maar een knorrepot."

Daar ben ik het niet bepaald mee eens, met dat hij een knorrepot is. Tegen mij zegt hij gewoon niets. Dat is nog erger dan een knorrepot. Maar ik zeg niets en haal opgelucht adem wanneer ik de tune die aankondigt dat de uitzending begint hoor.

Tijdens het eten hebben zowel Dorian als ik vertelt hoe het ging tijdens de privésessies. Bij Dorian ging het redelijk goed. Hij wist een aantal van de messen redelijk dicht bij de roos te gooien, van een hele verre afstand. Uiteindelijk had hij besloten om gewoon gewichten te gaan gooien en dat ging, naar zijn gevoel, eigenlijk wel heel goed.

Toen ik de rest vertelde hoe goed mijn schietbeurt was uitgevallen, waren ze allemaal heel blij voor me. Ik gloei nu nog van alle complimentjes.

Terwijl Magnello de show inleidt, valt me iets in. "Had ik niet juist niet heel erg mijn best moeten doen?" Wanneer ik als antwoord een stilte krijg, leg ik verder uit wat ik bedoel. "Ik moet toch doen alsof ik niets alleen kan? Voor de show?"

Eerst wordt mijn vraag weer beantwoord met stilte maar uiteindelijk geeft Lioco antwoord. "Eigenlijk wel, ja. Maar als je een hoger punt krijgt, dan weten die andere tributen nog steeds niet waarom. Misschien ben je wel zo hoog beoordeeld vanwege je kennis aan planten of theoretische kennis van EHBO, daar heb je nou niet meteen niet heel veel aan wanneer je in de arena belandt."

Het klinkt een beetje vreemd, de toon waarop hij het brengt. Wat het betekent, weet ik niet, maar hij klinkt niet erg overtuigend. Dan begint Magnello met het opnoemen van de punten en dus blijf ik stil.

De tributen komen één voor één in beeld, met de behaalde cijfers eronder. Dorian hoeft niet te zeggen wie welk punt krijgt, dat doet Magnello voor hem.

De beroepstroep, op het meisje uit 4 na, weet natuurlijk tussen de acht en de tien te scoren. Morran uit 3 scoort net een zes. Rove uit 5 scoort verbazingwekkend genoeg een negen. Haar partner, Darne, maar een vier. Mirano weet een acht eruit te slepen en de rest van de tributen liggen zo tussen de vijf en de zeven in.

Dan is het de beurt aan Dorian. Wat zou zijn punt worden?

De stem van Magnello schalt door de kamer. "Zeven!"

"Ja!" hoor ik hem zeggen, maar meteen is het ook weer stil. Mijn punt komt nu.

Mijn handen zijn zweterig geworden, zo spannend vind ik het. Ik heb echt heel erg mijn best gedaan en het pakte zo goed uit. Ik moet wel een redelijk goed punt krijgen, toch?

"En als laatste... Alissa Gedeian..." zegt Magnello. Wat een spanning, kan hij het niet gewoon meteen zeggen?"

"Vier!"

Magnello gaat door met praten, maar ik hoor hem al niet meer. Een vier? En dat terwijl ik mijn best heb gedaan? Dat is wel heel erg teleurstellend. Waarschijnlijk hadden Lioco en Lattea niet anders verwacht, vandaar dat ze ook zo raar reageerden zojuist.

Ik schrik op uit mijn gedachten doordat er een arm om me heen wordt geslagen. Het is Dorian.

"Kop op, Liss. Je hebt je best gedaan. En zoals je zei, dit is wel goed voor ons toneelstuk. En je hebt niet de laagste score."

Maar echt oppeppend werken zijn woorden niet. Ik blijf nog even in de kamer maar besluit al snel naar mijn kamer te gaan. Ik ben verschrikkelijk moe na alle zenuwen van vandaag en al snel val ik in een diepe, droomloze slaap.