Hoi! Hier is weer een hoofdstuk :) Deze voelt ietwat gehaast, maar het was vreselijk saai om te schrijven.

Als jullie heel lief zijn, dan krijgen jullie de volgende keer misschien wel een 7400 woorden lang hoofdstuk (al post ik het wel waarschijnlijk in twee keer), maar dat zien jullie dan wel ;)

Als jullie foutjes vinden, laat het me weten, dan verbeter ik ze. :)

Alvast fijne kerst! Ik heb al een Engels cadeautje voor jullie klaar staan ;)


De dag erna is een dag vol voorbereidingen op het interview. Dit is de laatste kans om sponsors voor je te winnen, dus moet je een goede indruk achterlaten.

"Jullie oefenen eerst twee uur samen, met zowel Lattea als met mij. Daarna gaat Dorian drie uur met mij mee en Alissa drie uur met Lattea, dan lunchen we en daarna draaien we het om. Dus dan gaat Dorian met Lattea mee en Alissa met mij. Duidelijk?" Dat zei Lioco tijdens het ontbijt en zo gezegd, zo gedaan.

Nu zitten Dorian en ik dus naast elkaar op twee oncomfortabele, grote stoelen. We moeten: "Recht zitten! Kin omhoog! Hoger. Nee, niet zo hoog. Blijf lachen! Alissa, niet zo onderuit gezakt zitten. Rechtop!" Zo klinkt het het hele uur door. Daarna moeten we gaan staan en krijgen we precies hetzelfde te horen. Het nut van deze oefeningen snap ik niet helemaal, het heeft niets met onze strategieën te maken. Ach, Lattea en Lioco zullen vast wel weten wat ze doen.

Na die twee uur vol rechtop staan of zitten en lachen, moeten we apart met Lattea of Lioco mee. Ik heb al zo'n vermoeden wat Lattea me wil gaan leren en aangezien mijn rug eigenlijk nog moe is van de afgelopen twee uur, heb ik niet echt heel veel zin meer.

"Oké, ga eerst maar eens op die stoel zitten. We gaan nu oefenen hoe je je strategie toe moet passen."

Eindelijk, denk ik wanneer ik me in de stoel laat zakken. Deze stoel zit bijna nog oncomfortabeler dan die waar we zojuist mee hebben geoefend. Ik hoop maar dat de stoelen bij het echte interview wel lekker zitten. Want om vierentwintig keer drie minuten lachend stil te moeten zitten op zo'n stoel, dat zie ik echt niet zitten.

Ik ga meteen rechtop zitten, met mijn kin ietsje omhoog, zoals Lattea me een uur lang heeft vertelt te doen. Maar dat blijkt niet goed te zijn. "Nee, Alissa. Dat is niet schattig. Even denken hoe we dat kunnen doen."

We proberen van alles. Vaak met mijn wimpers knipperen, dat ziet er raar uit. Omdat ik mensen niet in de ogen kan kijken, lijkt het alsof ik iets in mijn ogen heb gekregen. Doen alsof ik op mijn lippen bijt, maakt me alleen maar nerveus. Mijn benen wat laten wiegen, vindt Lattea ook maar niets.

Uiteindelijk kiest Lattea ervoor om me mijn benen naast me op de stoel te leggen met één hand op mijn schoot, een beetje frutselend met mijn rok, ik moet lief glimlachen en mijn kin iets laten zakken.

"Perfect!" roept de begeleidster en ze tikt de kamer uit. Even later komt ze terug.

"Sta maar op." Dat doe ik en ik voel dat Lattea bukt. Wat gaat ze doen?

"Voet optillen," commandeert ze.

Wanneer ik gehoorzaam, doet ze mijn eigen schoen en sok uit en krijg ik iets kouds om mijn voet gebonden. Wanneer ik hem weer neerzet, kan ik mijn hak niet zo ver naar de grond krijgen als mijn tenen. Hakkenschoenen... Ze heeft me net hakkenschoenen aangedaan.

Terwijl Lattea bezig is met de andere schoen, grijp ik haar arm vast. Ik wiebel zo erg, dat ik zonder haar steun op de grond was gevallen.

Met twee voeten op de grond gaat het redelijk, maar ik wiebel nog steeds.

"Moet ik echt van dit soort dingen aan, morgen?" vraag ik, wanneer ik voor de zoveelste keer met mijn armen moet zwaaien om mijn evenwicht te behouden.

"Weet ik niet," luidt het antwoord dat nu van ergens achter me komt. Lattea is plaats vrij aan het maken zodat ik niet per ongeluk weer een vaas om kan stoten. "Ik weet niets van je kleding. Je stylist houdt het geheim."

"Nou ik hoop van niet. Ik denk niet dat het er schattig uitziet wanneer ik Magnello een blauw oog sla omdat ik mijn evenwicht niet houden kan."

Lattea zucht ongeduldig. "Daarom ga ik het je nu leren, dan ben je tenminste voorbereid. Je moet recht staan, dat helpt sowieso al."

Ik probeer mijn best, maar het lukt gewoon niet. Iedere keer dat ik mijn rug recht, begin ik weer te wiebelen.

"Je staat ook vooral op je tenen. Verdeel je gewicht over je hele voet. Ja, dat staat al beter, niet?"

Ik antwoord haar met een nieuwe zwaai van mijn arm. Maar een beetje gelijk heeft ze, ik sta al iets meer in evenwicht. Geloof ik.

"Oké, nu je schouders naar achter en borst vooruit."

Dat staat zelfs nog gemakkelijker.

"Zie je, je kunt het best. Nu lopen."

Daar begin ik spontaan weer van met een arm te zwaaien. "Wat? Maar... Hoe moet ik dat dan doen?"

"Nou gewoon. Zo." Ik hoor dat Lattea rechts van mij heen en weer loopt en draai met mijn ogen. Dat zorgt al voor zo'n erge onbalans dat ik beide armen nodig heb weer recht te kunnen staan.

"Dat helpt heel erg," vertel ik haar sarcastisch.

"Ja, dan... Oh." Ik geloof dat het muntje gevallen is. "Gewoon lopen zoals je altijd doet, alleen je voet niet neerzetten met je hak, maar met de hele voet."

Ik zet een stap. En nog een. En nog een. En dan een paar achter elkaar. Het gaat zonder veel gezwaai en gewiebel en ik ben vreselijk trots.

"Probeer je heupen een beetje meer te gebruiken wanneer je loopt, dat is makkelijker."

Ik draai me om en loop weer een paar passen. Ik weet dat ik ongeveer acht passen kan zetten, dan staat er een kast. "Zo?" vraag ik terwijl ik extra veel met mijn heupen wiebel. Dat voelt niet echt bepaald schattig aan, moet ik zeggen.

"Nee, dat is wat te overdreven. Gewoon los, niet stijf."

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar uiteindelijk lukt het me een beetje. Ik loop steeds heen en weer tot ik opeens tegen de kast aanloop. Dat was stap negen. "Au." Ik wrijf over mijn knie.

"Nou," zegt mijn begeleidster. "Je hebt het wel door, gelukkig. Zullen we het spreken ook nog even oefenen?"

Ik knik en loop naar haar toe. De hakken moet ik jammer genoeg nog even aan laten, want we gaan dadelijk nog eens oefenen. Jippie.

Het voelt raar wanneer ik voor de lunch naar de eetzaal moet lopen op schoenen zonder hakken. Nu lijkt het juist alsof mijn hakken lager dan mijn tenen zitten en dat helpt niet echt bepaald bij mijn oriëntatie.

Aan de sfeer te voelen ging het oefenen bij Dorian best goed. Ja, hij heeft geen hakken hoeven te dragen, die geluksvogel.

Direct na lunch neemt Lioco me mee naar een andere kamer, eentje waar ik nog niet ben geweest. Hij zet me op een grote, ietwat comfortabelere stoel en trekt een andere stoel weg bij wat ik vermoed een tafel en gaat zelf daarop zitten.

"Ik ga je allemaal vragen stellen en jij geeft me antwoord, zoals je morgen ook antwoord gaat geven. We gaan eens kijken of dat lukt. O, en wat je ook net bij Lattea hebt geleerd, blijf maar gewoon zitten zoals je zit."

Ik knik ten teken dat ik het begrepen heb en Lioco begint te vragen. Over thuis, over de boetes, over de trainingen, over Dorian, over strategieën. Ik geef overal heel eerlijk antwoord op en Lioco lijkt dat prima te vinden.

"Dat werkt perfect," zegt hij zelfs, ergens halverwege. Ik hoor echter dat er nog iets komen gaat. "Maar hoe antwoord je wanneer er iets wordt gevraagd over het ongeluk?"

Daar word ik stil van.

"Geloof me maar dat het een vraag gaat zijn morgen. Het hele Capitool vraagt zich af hoe het kan dat jij nooit geholpen bent aan zoiets vreselijks als niet kunnen zien. Ze kunnen zich het niet voorstellen hoe het is, hoe het voor jou moet zijn. Dat willen ze wel weten en dus gaat je dat gevraagd worden, morgen. Geef je dan ook eerlijk antwoord?"

Daar moet ik even over denken. "Ik weet niet wat ik anders moet," vertel ik eerlijk. "Ik kan niet liegen en niets zeggen lijkt me niet zo'n goede sponsortrekker."

"Klopt."

Ik zucht. "Maar ik wil er niet over praten. Niet met wie dan ook thuis en al helemaal niet met hen. Met hen en de rest van de districten."

"Als je met een goede uitvlucht kunt komen, hoeft het niet." Ik hoor aan zijn stem dat hij niet gelooft dat ik iets zou kunnen verzinnen en dat ik dat al helemaal niet geloofwaardig zou kunnen brengen.

"Ik neem aan," begin ik, "dat jij me niet gaat helpen met een uitvlucht?"

Lioco begint te lachen. "Dat heb je goed begrepen. Ten eerste heb ik zelf geen idee wat je dan zou kunnen zeggen, behalve leugens. En je zegt net dat je niet kunt liegen, dus dat is geen optie. Daarbij komt nog dat dit een vreselijk goede sponsortrekker kan zijn. En die ga je hard nodig hebben, Alissa. Ik weet niet precies wat er gebeurd is en het zal inderdaad vreselijk voor je zijn geweest, maar je hebt toch bewezen dat je het hebt overleefd? Je bent er sterker uitgekomen. Dat verhaal is deel van jou, een heel groot deel zelfs. Je blindheid is een groot deel van jou. Een deel dat je niet verstoppen kunt. Waarom zou je het verhaal erover dan wel verstoppen?"

Ik heb ondertussen tranen in mijn ogen gekregen en knik. "Je hebt gelijk. Ik weet alleen niet of ik dan nog steeds schattig kan kijken."

Mijn mentor legt een hand op mijn schouder. "Zolang je maar jezelf blijft, is het helemaal prima. Jij bent van jezelf al schattig genoeg."

Bij het avondeten blijkt dat het bij Lattea en Dorian minder goed is gegaan.

"Die jongen kan niet stoer kijken. Nors komt het meest in de buurt. Misschien hadden we daar eerst naar moeten kijken, voor we strategieën bepaalden."

Ik hoor Dorian zuchten en probeer op een ander onderwerp over te gaan. "Wat hebben we nu eigenlijk precies voor ons staan? Van eten? Het ruikt heerlijk."

Lioco springt erop in. "Een speciale soort bonenschotel, geloof ik. Met een randje gesmolten kaas bovenop. Dat is heerlijk, alleen moet je kijken dat je je mond er niet aan verbrandt. Zal ik je er wat van op je bord doen?"

Ik knik en geef hem mijn bord aan. Ik hoor hoe links van me, waar Dorian zit, de stoel op een rustig tempo piept. Ik draai mijn oor naar het geluid toe maar kan niet helemaal wijs worden uit wat het geluid nu precies is. Het commentaar van Lattea geeft me antwoord.

"Dorian, zit toch eens stil. Je lijkt wel zenuwachtig door dat gedraai," klaagt Lattea.

"Maar ik ben ook zenuwachtig," antwoordt mijn medetribuut. "Het kan je misschien ontgaan zijn, maar over twee dagen staan we in de arena, waar van ons verwacht wordt dat we onze best doen andere kinderen te vermoorden, omdat de mensen hier dat graag zien. En wij zitten hier en moeten doen alsof we het allemaal maar leuk vinden. Ik heb er geen zin in." Zijn stem klinkt bozer en bozer en de laatste zin schreeuwt hij zowat.

Lioco en Lattea lijken verbijsterd. Lioco zegt helemaal niets en Lattea stamelt onhoorbare woorden. "Maar... Maar..." Haar woorden, of wat daarvan te verstaan is, klinken verbaasd.

Dan schuift er een stoel naar achter, Dorians stoel. "Ik ben op mijn kamer," luidt het en hij klinkt echt kwaad. Direct daarna beent hij de kamer uit.

Even is het doodstil, op de kleine geluidjes die Lattea maakt na. Dan schuif ook ik mijn stoel naar achteren. Lioco wil me tegenhouden maar ik schud mijn hoofd.

"Nee, Lioco. Ik ga wel achter hem aan. Hij wil jullie niet spreken nu. Mij hangt hetzelfde lot boven het hoofd als hem. Met mij wil hij wel praten." En met die woorden loop ik ook de kamer uit.

Ik weet waar zijn slaapkamer is. Linkermuur volgen, bij de derde deur de rechtermuur volgen en dan de tweede deur. Daar klop ik.

"Ga weg."

"Dorian, ik ben het."

Even is het stil, maar uiteindelijk mag ik toch binnenkomen. Ik open de deur en doe hem achter me dicht. Ik loop naar voren, naar waar ik een ademhaling hoor. Zijn bed staat waar mijn bed staat in mijn kamer, dus ik weet die makkelijk te vinden. Ik ga naast hem zitten.

Zijn ademhaling is gejaagd en ik hoor dat hij zijn snikken probeert in te houden. Ik zoek naar zijn hand en wanneer ik die vind, hou ik hem vast en knijp ik er zachtjes in.

Zo zitten we een aantal minuten. Dan komt Dorian dichterbij. Ik knijp nog eens in zijn hand.

"Voor mij hoef je niet stoer te doen. Dat is maar een toneelstuk, weet je nog?"

Hij is zo dichtbij dat ik kan voelen dat hij knikt. Hij schraapt zijn keel eens en probeert met een zo vast mogelijke stem te praten. "Maar ik wil jou niet ook nog van streek maken. Het spijt me."

"Wat spijt je? Dat je ons vooruitzicht vreselijk vindt? Dat we kinderen moeten gaan vermoorden om te blijven leven? Dat je het verschrikkelijk vindt dat je naam getrokken is? Dat je thuis mist? Dat moet je allemaal niet spijten, Dorian! Dat zijn allemaal dingen waar je niets aan kunt doen. En wanneer je thuis niet had gemist, niet zo veel van hen had gehouden, dan was je nooit een vriend geweest. Je hoeft je niet constant groot te houden, niet voor mij, niet voor thuis en al helemaal niet voor de mensen hier in het Capitool."

"Nee, het spijt me dat ik er niets aan kan doen. Het spijt me dat je dadelijk die arena in moet. Het spijt me dat je dan op mij moet vertrouwen." Zijn stem slaat bij de laatste zin over.

"Dorian," sus ik. "Dorian, maar jij bent juist een van de mensen die ik vertrouwen kan. Het spijt míj juist dat je op me moet babysitten, terwijl je ook moet vechten voor je leven daar."

"Liss, hou op. Alsof ik zonder jouw kennis ook maar een dag overleven kan daar. Ik kan niet eens aflezen aan de zon of het middag is of niet."

"Net alsof ik dat wel kan," vertel ik hem met een kleine lach. "En nu doe je alsof ik wel zou kunnen overleven zonder jou."

Dan is het even stil en dat is het moment waarop mijn maag besluit dat het eigenlijk wel dat eten wil proeven, dat het daarstraks beloofd is. Dat laat Dorian ook weer een beetje lachen.

"Zullen we eens eten bestellen?" vraagt hij vervolgens.

"Eten bestellen?"

"Ja, je kunt op zo'n knopje drukken, zeggen wat je eten of drinken wil en dan komt dat vanzelf. En je kunt vragen om wat je ook maar wil."

Dat doen we. We bestellen van alles, maar wel in kleinere hoeveelheden. Eten weggooien is zonde, dat vinden we allebei. Ook vragen we om appelsap, dat is heerlijk. En als toetje bestellen we twee grote glazen chocolademelk en twee chocolademuffins. Dat ding smaakte heerlijk.

Wanneer we bijna alles hebben opgegeten en van onze chocolademelk genieten, praten we over allerlei dingen. Thuis, andere tributen, Lattea, Bronita en Sylver. Zelf Lioco wordt niet gespaard.

Dorian zet zelfs de televisie aan en we kijken een of andere komische film. Of, ja, Dorian kijkt en ik luister. Tegen het einde van de film ben ik volop aan het gapen en ik hoor Dorian hetzelfde doen. Maar zin om naar mijn kamer te gaan, heb ik niet. Daar ben ik weer alleen en ik wil even niet alleen zijn.

Dorian blijkbaar ook niet. "Waarom blijf je niet slapen, hier? Dat bed is groot zat voor ons twee."

Ik twijfel even. Is dat wel zo'n goed idee? Wat moeten onze begeleiders daar niet van denken? Maar vrijwel meteen zet ik die gedachte van me af. Wat kan mij dat schelen? Ik moet overmorgen de arena in. Deze laatste nachten die ik niet in doodsangst hoef uit te zitten, besteed ik zoals ik dat zelf wil.

Ik knik. "Graag."