Hoi!

Sorry dat het zo heel lang heeft geduurd, ik zit nog steeds vast in dat ene hoofdstuk :s Ik zal jullie niet langer ophouden, hier is waar jullie al zo lang op hebben zitten te wachten!


Ik heb nog geen twee stappen gezet of ik voel een hand op mijn rug. Een andere hand pakt mijn rechterpols vast.

"Ik help je wel even," fluistert Dorian in mijn oor. Goede zet, denk ik en ik bedank hem zacht. Hij geeft mijn hand aan Magnello en loopt terug naar zijn eigen plaats.

Ik adem nog eens diep en herhaal mijn opdracht. Lief kijken en eerlijk zijn. Ik zet mijn liefste lach weer op en probeer niet van been naar been te huppen terwijl ik sta te wachten op wat Magnello me gaat vragen.

"Allissa," zegt hij. "Alissa."

Ik kijk zo goed mogelijk in zijn richting en vraag met mijn zoetste en liefste stem: "Ja, Magnello?"

"Alissa,"zegt hij nogmaals. Dit is nu al een heel vreemd interview.

"Magnello," antwoord ik hem, met dezelfde zweverige toon die hij gebruikte voor mijn naam. Dat laat het publiek lachen. Mooi, dat is goed. Ik lach mijn liefste, ondeugendste lach naar het publiek en hoop maar dat het werkt.

"Alissa," begint Magnello weer, maar nu praat hij door. "Ik denk dat de vraag, die door alle hoofden hier gaat, is: hoe is het om blind te zijn? Wij kunnen ons daar nauwelijks een voorstelling van maken."

Mijn lach verdwijnt snel en ik treuzel even. Dat hij er een vraag over zou stellen, daar was Lioco heel duidelijk in, dat zou hoe dan ook gebeuren. Ik had alleen gehoopt dat ik eerst nog wat had kunnen lachen en zo. Ik heb eigenlijk nog steeds helemaal geen zin om erover te praten, maar mijn opdracht was om eerlijk te zijn. Dus ik geef antwoord: "Nou, ondertussen ben ik eraan gewend. Dus voor mij is het niet heel speciaal meer. In het begin vond ik het vreselijk vervelend want ik kon helemaal niets zelf. Ik moest zelfs opnieuw leren lopen."

"Maar nu heb je alles geleerd? Nu kun je alles weer zelf?"

"Nee, antwoord ik met tegenzin. "Ik kan niet àlles zelf. Thuis lukt het meeste me wel, maar hier bijvoorbeeld, ergens waar ik niet eerder ben geweest, heb ik soms zelfs hulp nodig om mijn weg te vinden." Helemaal waar is dat niet, maar een beetje aandikken werkt hier alleen maar in mijn voordeel. Als ze me zielig vinden, krijg ik ook meer sponsors. En meteen walg ik van dat idee. Ik haat het om hulp te krijgen omdat de mensen me zielig vinden. In de arena is het echter een geval van leven of dood.

"Hoe los je dat op in de arena? Wil je ons dat al vertellen?"

Ik draai me eerst een beetje in de richting van Dorian, dan kijk ik terug en ik knik. "Ik blijf gewoon heel dicht bij Dorian," zeg ik zacht.

Magnello grinnikt. "En daarna?"

"Dat zien we dan wel weer." Ik hoop dat hij oppikt dat ik hier niet verder over wil praten.

"Maar ik begrijp dus dat je eerder wel hebt kunnen zien?" Ik knik en hij gaat verder. "Hoe oud was je?"

"Tien," antwoord ik.

"En hoe is het dan gebeurd?"

Nu verdwijnt mijn lach helemaal en ik blijf iets langer stil dan gebruikelijk is, daarom voegt Magnello toe: "Als je het er niet over wilt hebben, snap ik dat. We begrijpen allemaal dat het een nogal pijnlijk onderwerp zal zijn."

Maar ik schud mijn hoofd al. "Ik wil het wel vertellen. Ik heb het alleen nog nooit eerder verteld." En dat is honderd procent waar. De meesten in het district weten wat er is gebeurd, zo vaak komen zulke grote explosies ook niet voor.

"Ik zal beginnen bij het begin," zeg ik. Magnello humt bemoedigend.

"Mijn vader werkte in de mijnen, zoals de meeste vaders dat bij ons doen. Op die dag was papa zijn lunch vergeten en ik had bedacht dat ik hem die op weg naar school langs kon brengen. Daarom ging ik voordat school was begonnen langs de mijnen.

"Daar stond een werker buiten. Hij wilde net weer naar binnen gaan, toen ik hem vroeg of hij de lunch aan mijn vader kon geven. Hij zei me dat ik beter even mee de mijnen in kon komen omdat hij geen idee had wie mijn vader was. Dus ik liep met hem mee."

Ik pauzeer even en kan de spanning van het publiek voelen. Zij willen precies weten wat er is gebeurd. Voor hen is een verhaal als dit zeldzaam.

Ik heb geen idee hoeveel tijd al verstreken is of hoe lang het verhaal precies duurt, dus ik besluit een beetje sneller te praten. Of dat in ieder geval te proberen.

"Onder in de mijn was het heel druk en ik heb een aantal keer moeten vragen of iemand wist waar mijn vader was. Sommigen werden boos, op mij omdat ik hen stoorde tijdens het werk, maar ook op de man die me mee had genomen, omdat ik helemaal niet daar hoorde te zijn, maar ze stuurden me wel verder de mijn in, omdat papa daar zou zijn.

"Ik liep in de richting die me was aangewezen en zag mijn vader staan toen ik geschreeuw hoorde. Binnen een paar seconden was het grote chaos in die mijnschacht en iedereen begon naar de uitgang te rennen. Het maakte me bang en omdat ik papa niet meer kon zien, raakte ik in paniek."

Ik merk nu pas op dat er tranen over mijn wangen lopen. Ik besluit ze niet weg te vegen; er zullen toch weer nieuwe voor in de plaats komen.

Ik haal weer even diep adem en Magnello knijpt in mijn hand, die hij nog steeds vast heeft. "Als je wilt stoppen, is het goed." Ik hoor de medelijden doordruppelen in zijn stem en zijn stem trilt een beetje alsof hij ook op het punt staat een traantje te laten.

Ik schud mijn hoofd. Als ze het verhaal willen weten, kunnen ze het verhaal krijgen. Aan de sfeer in het publiek te horen, zijn ze het niet eens met de presentator, zij willen dat ik vertel. Dus ik ga door.

"Toen greep iemand me opeens vast en diegene riep in mijn oor dat ik moest maken dat ik weg kwam. Dat was papa. Ik wilde hem vertellen dat ik zijn lunch mee had genomen, maar toen ik zag hoe bezorgd hij keek, hield ik mijn mond en ging ik gewillig met hem mee. Het was echt heel druk in die gang en we konden niet allemaal naar buiten. Toen de eerste knal klonk, besloot papa dat we toch niet op tijd buiten konden zijn. Hij had een uitstulping in de rotswand gezien en leidde me daarheen. Hij ging achter me zitten en schermde me op die manier af van wat hij wist dat ging komen-"

Ik onderdruk een snik en op datzelfde moment gaat de zoemer. Magnello knijpt nog eens in mijn hand maar laat dan los.

Het publiek, dat muisstil was terwijl ik vertelde, schreeuwt nu om meer. Zij willen precies weten wat er is gebeurd, hoe ik ermee heb leren leven. Maar Magnello sust hen. "Helaas, helaas. De tijd zit erop. Lieve Alissa, ik hoop dat we nog eens je hele verhaal te horen zullen krijgen. Heel veel succes. Alissa Gedeian, beste mensen! Tribuut voor district 12!"

Ik veeg de tranen nu van mijn gezicht en probeer een klein lachje op mijn gezicht te toveren. Het publiek is een beetje rustiger maar er klinkt een overweldigend applaus. En dat is voor mij. Ik geloof dat ik mijn interview heb overleefd en niet zo slecht ook nog.

Dorian haalt me weer op en fluistert in mijn oor: "Goed gedaan. Je had ze helemaal in hun zak."

Hij laat me zitten in de stoel en loopt naar Magnello toe voor zijn eigen interview. Ik ben nog zo verdwaasd van het applaus, dat nu nog steeds doorklinkt, dat ik helemaal vergeet Dorian succes te wensen. Ach, dat zal hij vast niet nodig hebben.

En dat heeft hij ook niet. Hij weet moeiteloos het publiek te bespelen. Hij is stoer, maar ook heel aardig. En wanneer het gesprek naar mij toe draait, is hij heel beschermend. "Ze komen met geen vinger aan haar. Dat heb ik beloofd. Ze is als een zusje voor me en zo zal ik me ook gedragen. In 12 is je familie het belangrijkste dat je hebt."

Tranen springen me weer in mijn ogen, of misschien lagen ze daar nog steeds van mijn eigen interview en ik moet mijn best doen niet weer te gaan snikken. Opeens ben ik zo bang. Zo bang voor hem, om hem. Wat nu als hij meent dat hij daarom zijn eigen leven op moet geven, alleen omdat ik als een zusje ben? Met hem kan ik misschien de eerste paar dagen overleven. Zonder hem geen dag. Hij kan wel zonder mij verder. Dat weet hij toch? Straks, na het eten moet ik met hem gaan praten daarover, besluit ik.

Wanneer Dorian weer zijn plaats in de stoel naast me heeft opgezocht, moeten we gaan staan voor het volkslied. Daarna lopen we met z'n allen naar de liften toe. Op een of andere manier staan Dorian en ik samen met Opéra en Mirano in dezelfde lift.

"Dus je hebt je vader verloren op de dag dat je blind werd?" vraagt de laatste, nadat het even ongemakkelijk stil is geweest.

Ik knik en mijn gevoel slaat weer om. Voor de zoveelste keer die dag, of eigenlijk in het laatste uur pas, staan de tranen in mijn ogen. Tot mijn grote schrik voel ik dan een paar armen om me heen. In die omhelzing zit zo veel, geruststelling, kracht, vastberadenheid, vriendschap, dat ik niet anders kan dan het gebaar terug te geven.

Met de dikke krullen van Opéra in mijn gezicht, begin ik weer te snikken. "Ik wil de arena niet in, morgen. Ik wil niet tegen jullie moeten vechten om mijn leven. Jullie zijn vrienden, geen vijanden en dat wil ik ook niet," weet ik uit te brengen.

Opéra houdt me nog iets langer vast maar laat dan los. "Ik ook niet. Jij bent ook als een vriendin voor mij." Bij haar staat het huilen ook nader dan het lachen, hoor ik aan haar stem.

Dan stopt de lift, maar ik ben nog niet klaar om afscheid te nemen. Het zal vast verboden zijn, maar ik stap met de twee tributen de lift uit. Ik voel Dorian aarzelen achter me, maar uiteindelijk komt hij achter me aan. De lift gaat achter hem dicht en zoeft verder, op weg om andere tributen op te halen.

Ik geef ook Mirano nog een knuffel en Dorian geeft hen allebei een hand.

"We zouden kunnen samenwerken, morgen," oppert hij. We lijken er allemaal over na te denken.

"Misschien, als we elkaar kunnen vinden in het bloedbad," antwoordt Mirano. Zijn districtspartner is het daar niet mee eens. "We moeten niet op elkaar wachten. Wat als er iets met iemand gebeurt? Dan staat de rest alleen maar langer blootgesteld aan de beroeps. We…" Ze lijkt even na te denken. "We kunnen elkaar proberen te vinden na het bloedbad."

Zij weet ook dat de kans dat, mochten we het alle vier overleven in die eerste dag, het nogal een opgave is iemand te vinden in de waarschijnlijk hele grote arena, maar we stemmen ermee in. We kunnen het op z'n minst proberen.

Dan stopt de lift weer op de verdieping en ik hoor aan het gegiechel dat volgt wanneer de deur opengaat, dat Lattea ook in die lift staat. Het gegiechel stopt wanneer de deuren helemaal open zijn, ik vermoed dat ze nu ziet dat wij op de verkeerde verdieping staan.

De mentor, begeleider en stylisten van 10 stappen uit en wij stappen erin.

"We zien jullie morgen," zeg ik, tegen beter weten in, terwijl de deuren zich sluiten.

Dan is het doodstil. Uiteindelijk is het Lattea die zich niet langer in kan houden. "Wat deden jullie daar!?" roept ze verbaasd uit.

"Afscheid nemen," zegt Dorian, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

"Van medetributen?"

"Nee," antwoord ik haar. "Van vrienden."

Dan openen de deuren zich weer en stappen we allemaal uit. De zware sfeer verdwijnt meteen en Lattea gaat weer verder met Illya complimenteren over zijn geweldige werk. Lioco neemt ons mee naar de eetzaal, waar heerlijke gerechten klaar staan, maar echt lekker ruiken ze niet meer. Er zit een knoop in mijn maag die ervoor zorgt dat ik eerder misselijk wordt bij de geur van zo veel eten.

Na wat kippensoep, stoofschotel en wat extra groenten te hebben gegeten, want ik moet eraan denken dat ik de komende week waarschijnlijk weinig te eten zal krijgen, gaan we terug naar de televisiekamer om een herhaling van de interviews te kijken. Ik heb een chocolademuffin meegenomen om daaraan te kunnen knabbelen, want die zijn toch zo heerlijk, maar hij smaakt niet meer zo lekker als gisteren.

De kunsten van Illya worden nog eens geprezen en ook Dorian en ik krijgen complimenten over hoe goed we het wel niet gedaan hebben.

Het klinkt vreselijk raar om mezelf het verhaal opnieuw te horen doen op de tv, maar het is niet zo erg als het zelf te moeten vertellen. Handen raken me meelevend aan, om me te steunen terwijl ik wacht op het einde van mijn interview.

Wanneer het volkslied weer heeft geklonken, is iedereen stil. We weten wat nu komen gaat. De stylisten gaan morgen met ons mee, wanneer we naar de arena worden gevlogen, maar Lattea en Lioco moeten hier blijven. Met een brok in mijn keel sta ik op van de bank.

"Wie gaat er morgen met mij mee? Sylver niet, toch?"

"Nee," antwoordt Bronita. "Illya zal jou morgen begeleiden. Hij zal bij je zijn in de startkamer."

Ik knik. "Dankjewel, Bronita, voor wat je voor me gedaan hebt."

"Geen probleem, Alissa. Zorg jij nu maar dat die moeite niet voor niets was. Laat ze maar zien hoe goed je werkelijk bent, met of zonder je handicap."

Dan draai ik me naar waar ik weet dat de twee begeleiders zitten. Eén van hen staat op en loopt naar me toe. Hakkenschoenen, Lattea dus. Ze pakt mijn beide handen vast.

"Alissa, je bent een schat. Ik ben toch wel trots dat ik jouw een betere tribuut heb mogen maken."

Ik moet lachen om haar verwoording. "Dankjewel daarvoor, Lattea. Zonder jou hadden we die deadlines nooit gehaald."

"Ach, iemand moet toch een oogje in het zeil houden," is haar antwoord.

Dan staat ook Lioco op en ik hoor dat Dorian ook afscheid neemt van Lattea.

"Alissa, meid. Doe je best. Blijf bij Dorian, dan komt het wel goed. En denk eraan, vertrouw je gehoor. De spelmakers mogen dan niet snappen hoe belangrijk zo'n eigenschap kan zijn, ik weet dat wanneer je een pijl kan schieten aan de hand van een belletje, je grotere kans maakt om ver te komen dan een aantal andere tributen."

Ik knik dankbaar maar weet eigenlijk niet goed wat ik zeggen moet. Uiteindelijk loop ik maar naar hem toe en geef ik hem ook een knuffel. Een gebaar zegt meer dan duizend woorden, toch?

Hij klopt me wat ongemakkelijk op mijn rug en schraapt zijn keel wanneer ik hem loslaat.

Dan loopt hij naar Dorian en ook aan hem geeft hij een laatste advies.

We lopen als een groep de deur uit. Dorian en ik gaan richting onze slaapkamers en de rest gaat waar zij heen moeten, denk ik. Zodra we alleen zijn, houd ik Dorian tegen.

"Wacht even, ik moet je nog wat zeggen."

Dorian klinkt verbaasd. "Wat dat dan?"

"Wat je zei bij het interview, over hoe ik als een zusje voor je ben, dat betekent veel voor me. Je moet weten dat je ook als een broer voor mij bent."

"Weet ik toch," zegt hij met een lach, maar ik ben nog niet uitgesproken.

"Maar daarom moet je voorzichtig zijn. Ik wil niet dat je iets doet omdat je vindt dat het voor mij moet, als jij daarbij jezelf op welke manier voor benadelen moet in de Spelen. Snap je? Het kan me niet schelen wat er daardoor met mij gebeurt. Jij maakt nog een beetje kans om te winnen, Dorian. Jij maakt nog kans om naar huis te kunnen. Ik niet."

Dorian blijft even stil. Ik heb hem overdonderd met mijn verhitte monoloog.

"Maar Alissa-" begint hij, maar ik kap hem af.

"Meen jij nu echt dat ik ook maar één dag in die verdomde arena kan overleven zonder jouw hulp? Jij hebt mij niet nodig om te kunnen overleven. Ik jou wel. Dus offer jezelf niet voor me op, alsjeblieft. Daar hebben we allebei niets aan. Beloof me dat. Alsjeblieft."

Ik hoor hem even twijfelen, maar uiteindelijk weet hij dat ik gelijk heb en geeft hij toe. "Ik beloof het." Hij voegt er wel nog iets aan toe. "Maar ik ga er toch alles aan proberen te doen om ons dan allebei veilig te houden."

Ik wijs hem er niet op welk probleem dat zou geven, wanneer wij de laatste twee zouden zijn, we weten alle twee heel goed dat het nooit zo ver zal komen.

"Dus wat doen we vanavond? Wil je al slapen of wil je eerst nog wat tv kijken? En wil je dat dan op je eigen kamer doen of bij mij?" vraagt hij me.

"Ik kan toch niet slapen vannacht," voorspel ik en dus loop ik met hem mee naar zijn kamer. We vragen weer om twee glazen chocomelk en gaan naast elkaar op het bed zitten.

"We moeten het trouwens sowieso nog hebben over morgen," zeg ik nadat ik een slok heb genomen. "Hoe vinden we elkaar?"

"Blijf bij je plaat, dan kom ik je halen."

"Maar wat dan wanneer ze komen? Ze zullen het eerst op mij afkomen, ik ben een makkelijke prooi." Langzaamaan begin ik bang te worden. Vanavond is mijn laatste nacht buiten de arena en die kennis lijkt nu pas echt tot me door te dringen. Vanaf morgen vrees ik voor mijn leven, waarschijnlijk voor de rest van mijn leven.

Dorian legt zijn hand op de mijne. "Rustig maar. Je begint te hyperventileren. Rustig."

Wanneer mijn adem een beetje tot rust is gekomen, en mijn hart daarmee ook, gaat hij verder. "Ik denk dat ze juist niet meteen op jou af zullen komen. De beroeps in ieder geval. Die zullen eerst de sterkere tributen willen uitschakelen en het bloedbad is daar een geweldig moment voor. En de rest van de tributen, daar zullen de meesten van weg proberen te rennen. En daarbij, een beetje van je af vechten, dat lukt je wel. Dat heb je geoefend en dat ging goed, weet je nog?"

Nou, herinner ik mezelf, aan de blauwe plek op mijn scheenbeen te voelen, lukte dat niet helemaal geweldig. Maar inderdaad, de lerares was onder de indruk van me en dat zal vast iets te zeggen hebben, niet?

Nadat hij me gerust heeft gesteld, praten Dorian en ik niet meer over de Spelen. Dat komt morgen. Vandaag is van ons.