Hello there
Weer een nieuw hoofdstuk :) Dag drie deze keer (want dat is wat na dag 2 komt :3 haha). Ik weet dat ik de hoofdstukken moet aanpassen, want dit is natuurlijk saai iedere keer, maar dit was wel het makkelijkste schrijven en aangezien ik schrijf en post tegelijk (of ja... soort van), leek het me makkelijker om deze volgorde aan te houden :) Het voordeel is dat ik niet stop bij cliffhangers... Tenzij cliffhangers vlak voor middernacht plaatsvinden... *Evil laugh*

Ik geloof trouwens dat ik een plothole heb, nu ik dit chapter upload. In het begin heb ik het wel eens over Kaïan (het broertje van Dorian) gehad en gezegd dat Alissa en hij bevriend waren, maar ik heb nog niet verbeterd dat zij eigenlijk beste vrienden waren. Dat zijn het soort veranderingen die je krijgt wanneer je upload en tegelijk schrijft... Sorry voor de eventuele verwarring!

Ik had een gast-review, dit keer! Dat is mijn aller eerste, dus dankjewel Marla! Ik ben blij dat je het goed geschreven vindt en ik vind het super leuk om te horen dat je mijn verhaal zo graag leest :) Dankjewel voor je review!

Dan nu eindelijk het nieuwe hoofdstuk...


Dorian komt een beetje mopperend overeind. Het duurt niet heel lang voordat hij weer liggen gaat en ik wacht rustig op een verslag. Maar er komt helemaal niets. Heb ik me dat kanonschot vanmorgen dan verbeeld? Ik besluit gewoon te vragen hoe het zit.

"Dorian?"

Er klinkt wat gemompel.

"Dorian? Welke foto zag je?"

Mijn vraag wordt beantwoord door een diepe ademhaling en ik weet dat ik Dorian beter nog even kan laten slapen. Ik vraag morgen wel nog eens.

De rest van mijn wacht gebeurt niets speciaals. De vogels fluiten nog steeds hun lied, wat natuurlijk wel speciaal is aangezien het nacht is, maar meer niet. Zelfs Dorian maakt niet meer geluid dan zijn rustige ademhaling. Ik sabbel wat op nootjes en bessen en dennennaalden en drink af en toe een slokje water.

Tegen het einde van de nacht wordt Dorian wakker. Wanneer hij me vraagt hoe laat het ongeveer moet zijn en ik hem antwoord geef, wordt hij een beetje boos. "Jij moet ook slapen. Je had me wakker moeten maken."

Ik schud mijn hoofd. "Jij had nog niet geslapen en je slaap werd steeds verstoord. Ik voel me nog fit."

Ondanks mijn tegenwerpingen, weet Dorian me plat op de grond te krijgen om te slapen. Mijn jas legt hij als een deken over me heen. Het is me niet opgevallen dat het ietsje is afgekoeld, maar het is nog steeds wat aan de warme kant. De jas is meer tegen de zon dan tegen de kou.

Ook al ben ik niet echt moe, ik lig al snel te slapen. Ik voel me veilig omdat ik weet dat Dorian de wacht houdt en mijn dromen verstoren mijn slaap niet. Het is al bijna middag wanneer ik weer wakker wordt.

Ik ga rechtop zitten en krijg een goedemorgen van Dorian. Zijn stem klinkt een beetje gespannen en ook de geluiden die worden veroorzaakt door zijn bewegingen verraden dat er iets is wat hem niet op zijn gemak stelt.

Hij geeft me een cracker en ik knabbel er rustig op. Wanneer ik hem opgepeuzeld heb, drink ik nog een beetje. Mijn waterfles is meer dan halfvol, maar ik weet dat we het best vandaag weer naar het beekje kunnen gaan. Het is nog steeds warm wat betekent dat we weer genoeg water moeten drinken. Maar eerst moet ik een paar dingetjes opgelost hebben.

"Wiens foto stond er vannacht in de lucht?"

"Die van Danna. Heb ik je dat niet meer gezegd?"

Ik schud mijn hoofd met een lach op mijn gezicht. "Je was iets te moe, geloof ik."

Dan word ik weer serieus. Ik hoef het gezicht van Dorian niet te zien om te kunnen voelen dat hij nog steeds een beetje gespannen is. En ik snap nog steeds niet waarom. Maar eerst nog iets anders.

"We zijn gisteren in slaap gevallen onder een beukenboom, toch? Wil jij eens kijken of de boom nog steeds hetzelfde is?"

Het duurt even maar dan krijg ik antwoord. "Deze boom is wel een beukenboom, die waar jij onder zit niet. Volgens mij is dat een eikenboom." Een moment later krijg ik de informatie waar ik op zat te wachten. "De bomen om ons heen zijn nu ook eikenbomen. Terwijl ik heel zeer weet dat die daar gisteren nog een beukenboom was."

Ik knik. "De bomen veranderen."

"Maar deze niet. Zou dat zijn omdat wij eronder zitten?"

Ik schud mijn hoofd. "Nee, want de boom waaronder ik zit, is wel veranderd, toch?"

"Klopt."

Daarna is Dorian weer verdacht stil. Ik vind het maar niets en dus zucht ik en sta ik op van waar ik nog steeds zat. "Oké, vertel op. Wat is er aan de hand?"

"Niets."

Ik draai mijn gezicht zijn richting uit en kijk ongelovig. Dat kwam er absoluut net overtuigend uit.

Even blijft hij stil, maar uiteindelijk zwicht hij. "Weet je wat vandaag voor een dag is?"

Ik haal mijn schouders op. "Dag 3."

"Nee," hoor ik hem ongeduldig zeggen. Wat is er aan de hand? "Weet je wat de datum van vandaag is?"

Ik schud mijn hoofd. Wat is dat nu voor rare vraag? Net alsof ik dat ga bijhouden hier. "Hoezo?" vraag ik. "Wat is er dan?" Wat heeft de datum te maken met de spanning die hij voelt? Zijn antwoord maakt het iets duidelijker.

"Het is je verjaardag."

Ik blijf even stil. "Oh."

De spanning die in de lucht rond Dorian hangt, lijkt te stijgen. "Euhm… Gefeliciteerd dus?" hoor ik hem vragend zeggen. Wat doet hij raar…

Ik hoor hem diep zuchten en ook hij staat op. Hij komt naar me toe en geeft me een knuffel. "Hartelijk gefeliciteerd, Liss. Ook van Kaïan." Hij laat me los en ik voel hem wat friemelen aan zijn arm.

"Steek je arm eens naar voren."

Ik doe zoals hij vraagt en voel hoe hij een bandje om mijn pols vastklemt. Wanneer hij los laat, voel ik met mijn andere hand wat hij precies gedaan heeft. Er zit nu een leren armband om mijn pols, eentje die ik herken.

"Deze is van Kaïan. Die had hij soms om naar school." De bewerking van het leer, de vormen die erin gedrukt staan, zijn heel makkelijk te herkennen voor me.

"Die was van Kaïan. Het is zijn verjaardagscadeau voor jou. Hij zei dat jij had gezegd dat je hem heel mooi vond."

"Dat klopt." Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Ik wist dat mijn verjaardag tijdens de Spelen viel, maar ik had eigenlijk niet verwacht dat ik ooit mijn vijftiende verjaardag halen zou. Ik knipper een paar keer met mijn ogen om die verraderlijke tranen weg te krijgen, maar het zijn er te veel om ze de baas te kunnen blijven. Ik reik naar voren, voel Dorian staan en geef hem een dikke knuffel.

"Dankjewel," snik ik.

Ik laat hem weer snel los en zoek om me heen naar een heel specifiek, zoemend geluid dat ik al sinds het begin van de Spelen heb gehoord. Ik wist meteen wat dat geluid veroorzaakte. Wanneer ik de bron gevonden heb, richt ik mijn ogen zo goed en zo kwaad als het gaat erop en ik spreek luid en duidelijk.

"Dankjewel Kaïan. Ik vind het een geweldig cadeau."

Ik draai me terug naar Dorian.

"Laat me raden," ik hoor aan zijn stem dat hij met een lach op zijn gezicht naar me staat te kijken. "Je hebt een camera gevonden?"

Ik lach ook, door de tranen die in mijn ogen zijn blijven liggen heen. "Inderdaad. Die stomme dingen zoemen al de hele tijd om onze hoofden. Ik vond dat ik ze best gebruiken kon."

Terwijl ik nog steeds verwonderd over de armband sta te wrijven, loopt Dorian naar zijn slaapplaats terug. Ik hoor hem de tas van de grond oppakken en besluit zijn voorbeeld te volgen. Wanneer ik hem op mijn rug wil zwaaien, voel ik een rilling over mijn hele lijf trekken. Nu de zon niet meer vol op ons schijnt, is het ook erg koud geworden. Ik besluit mijn jas toch maar weer aan te doen voor ik mijn tas om doe.

Dorian is naast me komen staan. "Ik heb redelijk goed nieuws, geloof ik. Het schemert."

Of dat goed nieuws is, weet ik niet, maar het is een welkome verandering van die afschuwelijke hitte.

We gaan terug naar het beekje, drinken onze flessen leeg en vullen ze weer. We lopen weer langs het beekje. Na even te overleggen, hebben we besloten om een beetje te jagen. Het schemert, wat betekent dat een vuurtje redelijk goed te maskeren is en wat vlees in onze magen zou ons redelijk goed doen.

Ik loop diep gebukt, bijna kruipend, mijn gehoor en neus volgend. Ik zweer dat ik net konijnen hoorde. Veel konijnen, wat dus een hol zou kunnen betekenen. Maar vinden kan ik het niet tussen de bladeren en graspollen. Ik loop heel zacht nog een rondje en wil eigenlijk naar Dorian gebaren dat ik niets heb gevonden, wanneer ik het geluidje weer hoor. Het is een kenmerkend konijnengeluid en ik weet precies waar het vandaan komt. Ik kom iets overeind en wijs naar het gat in de grond. Dan steek ik twee vingers in de lucht, als konijnenoren. Ik hoor hoe Dorian, zo zacht als hij kan, naar voren komt, maar erg zacht is dat niet. Ik hoor hoe een van de konijnen stil blijft en op zijn eigen manier de anderen waarschuwt. Nog voordat ik Dorian halt kan laten houden, sprinten een aantal konijnen uit het hol, allemaal een andere richting uit. Ik voel iets scherps langs mijn heupen suizen en blijf stokstijf staan.

Er klinkt hoog gepiep en Dorian vliegt langs me door. Ik hoor hoe hij zich op de grond laat vallen en het gepiep stopt abrupt. Ik kniel naast hem op de grond neer, maar hij is al klaar en staat weer op. Ik volg zijn voorbeeld en wacht op iets van een verslag. Hij moet iets geraakt hebben met dat mes, toch?

Wanneer het er niet op lijkt dat hij ook maar iets vertellen gaat, besluit ik maar iets te doen om de stilte te doorbreken. "Zal ik het schoonmaken?"

Dit lijkt hij te overwegen maar uiteindelijk zegt hij me takken te verzamelen. Maar ik moet wel in het zicht blijven. Dat is een lekkere opgave, in het zicht blijven. Soms lijkt het alsof Dorian vergeet dat ik blind ben. Nou, nee, hij vergeet het niet. Het is meer dat hij vreemde beslissingen maakt over welke dingen ik zelf kan doen. Een konijn schoonmaken, dat kan ik best op de tast. In het zicht blijven is wat lastig wanneer je blind bent.

Ik besluit dat in de buurt blijven betekent dat ik tien passen ver mag lopen. Ik begin zo dichtbij mogelijk en loop in een rechte lijn steeds verder van het midden van mijn denkbeeldige cirkel af terwijl ik takken van de grond op pak, tot ik tien passen heb gezet. Dan draai ik om en loop ik diezelfde lijn weer terug en ik leg het verzamelde bosje takken neer. Dan loop ik in een ietwat andere richting en doe precies hetzelfde.

Wanneer ik denk dat ik het hele rondje gehad heb en de stapel naar mijn mening groot genoeg is, ga ik naast het hoopje zitten en begin ik de takken een beetje goed te stapelen. Ik neem een iets dikkere tak en pak mijn mesje. Daarmee schraap ik wat houtkrullen van de tak af. Dorian heeft me uitgelegd dat die beter vlam vatten en dat het dus handig is om die op je vuurtje te leggen.

Tegen de tijd dat ik vind dat ik genoeg krullen heb geschaafd, zegt Dorian dat hij klaar is met het konijn. Hij blijkt zelfs mooie spiezen uit te hebben gezocht en heeft het konijn eraan gehangen. Hij heeft ook binnen enkele tellen een klein vuurtje branden en al snel ruikt het naar grillend konijn. Het water loopt me al in de mond.

Het konijn is snel klaar en we eten er wat van terwijl ik wat water laat koken in het opvouwbare pannetje. Wanneer dat kookt, doe ik er wat dennennaalden bij en haal ik de pan van het vuur. Gelukkig is het een speciale Capitoolpan en daarom kunnen we de thee uit de pan drinken zonder onze mond te branden. Ik had niet gemerkt hoe zeer het is afgekoeld, maar de thee warmt me lekker op.

Zodra de thee op is en en het overgebleven deel van het konijn genoeg is afgekoeld om het in onze jaszakken te stoppen, die overigens ondertussen leeg genoeg zijn om de besjes, noten en naalden in één jaszak te stoppen zodat het konijn in de andere zak past, doven we het vuur en gaan we terug naar het beekje. Daar vullen we onze flessen voor de zekerheid nog een keer voordat we weer verder trekken. We hebben beiden geen idee hoe ver we ondertussen van de hoorn af zitten, maar het lijkt beter te blijven lopen dan lang op één plaats te blijven.

We gaan ook iets verder van het water af lopen, omdat het kouder lijkt langs het water. Het schemert nog steeds en het koelt ook steeds verder af. Als het zo doorgaat, gaat het zelfs nog vriezen deze Spelen. Kans op uitdroging en bevriezing binnen twee dagen. Wat een spektakel. Ik hoop dat de meeste tributen slim genoeg zijn geweest om hun jas te bewaren, die zullen we nog hard nodig hebben met deze weersverandering. Of eigenlijk hoop ik dat ze wel hun jas weg hebben gedaan. Dat zijn weer minder tributen die zullen proberen ons te vermoorden. Bah, dat ik al op die manier denk, bevalt me niets.

Ik word uit mijn gedachten getrokken doordat Dorian halt houdt. Ik zet snel een stap terug, zodat mijn arm weer in een niet-pijnlijke hoek hangt.

"Liss, dat is een appelboom," hoor ik hem zeggen.

Even ben ik te verbaasd om ook maar iets te zeggen, maar dan dringt tot me door wat Dorian zegt. "Een appelboom? Zouden de appels eetbaar zijn?" Ze zijn dit jaar wel erg gul met eetbare dingen door het bod te verspreiden. Ik begin het een beetje verdacht te vinden.

Dorian lijkt eenzelfde gedachtegang te volgen want hij aarzelt even, maar dan voel ik zijn schouders rechttrekken, zoals altijd wanneer hij een goed idee krijgt. "Maar jij kunt het horen."

"Ja…" antwoord ik aarzelend. "Maar wat als ze het geluid hebben aangepast?"

"Zouden ze dat echt doen? Ik bedoel, zouden ze rekening hebben gehouden met iemand die het verschil kan horen tussen eetbare appels?"

Ik schud mijn hoofd. Waarom zouden ze daaraan hebben gedacht?

"Zullen we er dan plukken?" vraag ik.

Dorian neemt me mee naar de boom en helpt me op de eerste tak te komen. "Weet je zeker dat het lukt vanaf hier? De appels hangen vooral aan de uiteinden van de hogere takken."

"Ik heb dit al vele malen eerder gedaan, dat weet je toch? Ik zal voorzichtig zijn," antwoord ik hem terwijl ik houvast aan een tak boven me zoek. Ik vind een nieuwe, stevige tak en hijs me naar de volgende steun voor mijn voeten. Beetje bij beetje klim ik zo de boom in en ik voel hoe de takken steeds dunner en minder stevig worden. Gelukkig ben ik licht.

Dan grijp ik een tak vast die niet stevig meer voelt. Ik trek en een beetje aan en de tak laat los. Gelukkig dat ik eerst geprobeerd heb. Ik probeer de tak aan de andere kant van me. Die is een stuk steviger en wanneer ik me eraan optrek en de tak erdoor laat bewegen, hoor ik het geluid dat ik zocht. De bladeren ritselen op een andere manier, een manier die ik heb leren kennen als fruit tegen blad. Bingo!

Ik ga op de tak zitten en trek me beetje bij beetje naar voren. Ik luister goed naar waar ik de appels hoor hangen, maar de precieze plek moet ik toch echt op de tast vinden. Dorian probeert wat aanwijzigingen te geven om me te helpen, maar die verwarren me alleen maar meer.

"Wat meer naar achteren. Nee de andere achteren. Schuin naar links. Euhm, schuin naar voren links bedoel ik."

Uiteindelijk weet ik wel de appel te vinden. Ik pluk hem, hou hem naast mijn oor en klop erop. De appel maakt een bekend geluid. Ik laat de appel naar beneden vallen. "Zoet!" Ik hoor dat Dorian hem beneden opvangt.

Zo laat ik nog een zoete en een zure appel naar beneden vallen, maar dan luister ik en hoor ik een raar geluid. Ik klop nog eens. Dit geluid zegt me helemaal niets. Eerlijk gezegd zit er ook een vreemd luchtje aan deze appel. Letterlijk. Het ruikt weer naar het Capitool, alleen niet schoon zoals de trein en de kamers deden. Dit ruikt… Ziekelijk. En dat betekent waarschijnlijk niet veel goeds voor degene die deze appel eet. Ik besluit er een in mijn jas te stoppen en zoek door naar een andere eetbare appel.

Wanneer ik weer naar beneden klim, moet Dorian me toch echt helpen. Ik heb een verkeerde tak gekozen en daardoor kan ik niet verder naar beneden. Ik laat me zakken en hij vangt me op. Ik laat hem de vreemde appel zien en hij geeft me gelijk over dat die appel waarschijnlijk niet veel goeds zal brengen.

We eten ieder een appel terwijl we weer op weg gaan, naar wat dan ook. Dan bedenk ik me pas dat ik nog een vraag wilde stellen. Een vraag die eergisteren een hele tijd in mijn gedachten heeft gespeeld. Hoe kan ik die nu al vergeten zijn?

"Dorian, wat is er eigenlijk nog meer hier dan het bos? Ik leek as te ruiken."

"Klopt. Ongeveer de helft van de arena lijkt uit dit bos te bestaan. Dan heb je nog een of andere vlakte, wat daar precies is, weet ik niet. En er is een vulkaan."

"Een vulkaan?" vraag ik verbaasd. Dat is speciaal. Ik geloof niet dat ik al eens een vulkaan heb gezien in de arena. Of ervan heb gehoord.

"Ja. Volgens mij slaapt hij nog, dus hij zal voorlopig niet uitbarsten. Hij leek in ieder geval te doen wat mijn moeders boeken beschrijven als slapen voor een vulkaan."

Ik haal mijn schouders op. "Misschien. Misschien heeft deze vulkaan niet lang nodig om wakker te worden."

We besteden en zo min mogelijk aandacht aan. We kunnen er toch niets aan veranderen. Tegen de tijd dat het te donker wordt om door te lopen en we een plaats zoeken voor de nacht, al is het volgens ons nog steeds middag, is de vulkaan uit onze gedachten verdreven door de kou die het donker met zich mee heeft gebracht. We proberen zo goed als het gaat uit de wind te gaan zitten, maar veel helpt het niet tegen de kou. We slaan de slaapzak om ons heen en gaan heel dicht tegen elkaar aan zitten. Maar nog steeds is het koud. We zullen moeten doorbijten vannacht. Net als thuis tijdens een vreselijke winter.

Net nadat we hebben besloten dat Dorian als eerste iets zal slapen, voel ik hem opschrikken. Hij blijft echter stil op de grond zitten en ik volg zijn voorbeeld aangezien ik geen idee heb wat hem deed opschrikken.

Dan staat hij op en hij laat mijn linkerzijde koud achter. Ik vraag wat hij gaat doen, maar hij antwoordt niet. Ik hoor iets op de grond terecht komen. Het klinkt niet heel zwaar, maar ook niet heel licht. Dorian zet een paar stappen, naar de plaats waar ik het hoorde vallen, draait zich weer om en komt terug naast me zitten. Dit keer heeft hij iets warms in zijn handen.

"Wat heb je vast?" vraag ik nieuwsgierig.

"Een sponsorgift. Het lijkt wel een mini-pannetje vol soep," zegt hij, terwijl hij de deksel van de pan optilt en een heerlijke geur zich door de koude lucht verspreid. De geur is heel bekend, maar vaak ruik ik hem niet. Maar één keer per jaar. Op mijn verjaardag.

Ik glimlach verwonderd. "Het is de soep die Brad altijd maakt voor mijn verjaardag. Wat moet het wel niet gekost hebben om die hier te krijgen?"

Dorian geeft me het pannetje aan. De soep is wat lauw, maar nog warm genoeg om te kunnen eten. Ik neem een grote slok en sluit mijn ogen, genietend van de smaak. Het laat me denken aan thuis en aan mijn broers en ik krijg weer tranen in mijn ogen. "Dankjewel," breng ik fluisterend uit. Wat zou ik graag thuis willen zijn nu, zodat ik mijn broers een knuffel kan geven, zodat ik niet bang hoef te zijn vandaag.

Ik geef de pan aan Dorian. "Heb je deze soep al eens geproefd? Het is de lekkerste soep die ik ken."

Ik hoor hoe hij ervan proeft. "Mmm. Deze is inderdaad heel erg lekker."

Slokje voor slokje drinken we samen het beetje soep op. Hij verwarmt ons weer wat, niet alleen qua temperatuur maar ook van stemming. De soep doet ons echt goed.

Dan gaat Dorian slapen. Ik blijf naast hem zitten, dat is iets warmer. Mijn mes heb ik vast en mijn oren zijn gespitst terwijl ik denk aan de soep en mijn verjaardag. Ik wrijf in gedachten verzonken over de armband van Kaïan en lach weer. Ondanks de constante dreiging is dit best een leuke verjaardag geweest.

Er gebeurt die avond helemaal niets, behalve dat de vogels langzaam beginnen te zwijgen. Hier en daar hoor ik een uil en ook de konijntjes komen steeds minder vaak voorbij. De kou wordt erger en ik kan alleen maar hopen dat de donkere dagen niet zo lang zullen duren als de warme dagen. Het zal hoe dan ook afzien worden.