Ik word wakker gemaakt door Dorian en ga bij de ingang van de grot tegen de muur zitten. Er gaat een rilling door me heen. Bah, wat is het hier koud tegenover het plekje waar ik zojuist heb geslapen, maar ik klem mijn kaken op elkaar. Ik kan wel tegen een beetje kou.

Mijn mes heb ik vast in mijn rechterhand die op mijn schoot ligt. Ik luister naar wat er buiten allemaal gebeurt. Uilen roepen door de nacht heen. Na een tijdje hoor ik ook wat gerommel, maar het klinkt van heel ver. Onweer, vermoed ik. Daar ben ik absoluut niet blij mee. Wanneer het regent kan ik mijn gehoor niet goed gebruiken, dat gekletter overstemt zowat alles.

Wanneer moet ik Opéra eigenlijk wakker maken? Hoe lang is er al voorbij? Ik kan best nog even blijven zitten. Echt moe ben ik nog niet.

Wanneer ik besluit dat het tijd is Opéra wakker te maken, begint het te regenen. De ingang van de grot is open en dat versterkt het geluid van de regen nog eens. Ik sta op en twijfel even. Moet ik Opéra nu wakker maken? Ik kan toch niet slapen met dat kabaal. Wat heeft het dan voor zin om iemand anders ook van de slaap te beroven?

Ik ga een eindje van de ingang, daar waar het wel nog droog is, weer zitten, wachtend tot iemand anders wakker wordt.

Dorian is de eerste. Ik hoor hoe hij rechtop gaat zitten en dan meteen zucht. Ik geloof dat hij ook door heeft dat het regent.

"Liss, waarom ben jij nog wakker? Het is Opéra's beurt." Hij staat op en komt met een plof naast me zitten. Ik heb niet eens meer door dat ik het koud heb, tot zijn arm me aanraakt. Die is zo warm dat er weer een rilling door mijn lichaam trekt.

"Ik kan toch niet slapen met al dat geluid."

Ik hoor Mirano zuchten in zijn slaap. Niet heel veel later wordt hij wakker.

"Morgen," zegt hij. Dorian en ik groeten hem allebei terug. Hij blijft even stil op zijn slaapplek zitten. "Wat een weer. Maar goed dat we binnen zitten."

Even verwacht ik dat de spelmakers de grot laten openbarsten, maar dat gebeurt niet. Het is nooit slim zoiets hardop te zeggen. Eigenlijk mag je dat niet eens denken.

Ook Mirano zegt niet echt heel erg veel. Hij lijkt, net als Dorian en ik, gehypnotiseerd te zijn door het getik van de regen. Dat lijkt overigens steeds erger te worden. Ik voel alweer spetters op mijn arm. Ik hoop dat de grot groot genoeg is om droog te kunnen blijven zitten.

Dan hoor ik Dorian rommelen in zijn tas. "Mirano," begint hij, terwijl ik hoor hoe hij zijn hand naar de andere jongen uitsteekt. "Weet jij misschien wat dit is?"

Mirano pakt het voorwerp aan en lijkt het aandachtig te bestuderen. Het duurt een paar tellen voor hij begint met praten en het duurt net zo lang om erachter te komen wat het voorwerp precies is. Het is het doosje dat ik gevonden heb tijdens het bloedbad.

"Ja, dit ken ik wel. Het is een kaart," zegt hij en ik hoor een gezoem uit het doosje komen.

"Een kaart?" vraag ik. "Maar het is een kubus. En waarom maakt het nu opeens dat geluid?"

"Het is een holografische kaart. Dit doosje is een soort computer, vandaar dat geluid. Als je het uitklapt, dan projecteert het een kaart in de lucht. En als ik het zo bekijk, lijkt het een kaart van de Arena te zijn."

Dat klinkt heel handig, als je het zien kunt. Het mysterie is in ieder geval opgelost. Of niet? "Hoe heb je het dan nu open gekregen?" vraag ik.

"Door op een bepaald ritme op de zijkanten van het doosje te drukken. Meestal is het ritme kort, lang, kort, lang, lang, kort. Dat werkte nu ook." Nu is het mysterie opgelost.

"Wat zijn die witte stippen?" hoor ik Dorian vragen. Hij schuift iets naar Mirano toe, om de kaart beter te zien, denk ik. "Er staan namen bij. Deze vier stippen bij elkaar, daar staan onze namen bij!"

"Het lijkt bij te houden waar alle tributen zijn. Hoe komen jullie hieraan?" Dat laatste klinkt nogal beschuldigend, alsof we valsspelen door dit ding te hebben.

"Ik heb het gevonden bij het bloedbad," antwoord ik. "Hoe weet jij hoe dit werkt?"

"Het is een nieuwe techniek die we thuis gebruiken om te kijken waar afgedwaald vee is. Al het vee is gechipt en die chips worden door deze apparaatjes weergegeven. De trackers die wij hebben gekregen zullen wel zo'n zelfde werking hebben, denk ik."

Ik hoor een klik en het gezoem stopt meteen. Dan geeft Mirano de kaart weer terug aan Dorian. "Dat is vreselijk handig. Gebruik het goed."

Daarna vallen we alle drie weer in een diepe stilte. Wie zou nog meer zo'n kaart hebben? En wie zou weten hoe je het gebruiken moet? District 3 misschien en daar is al één iemand van dood. In welk ander district zouden ze zoiets gebruikt hebben? De vragen houden me een tijdje bezig, maar al snel is het voorwerp weer uit mijn gedachten weggedreven en denk ik aan huis. Hoe zou het daar nu zijn?

Wanneer er een donderslag klinkt, schrikt ook Opéra wakker. "Wat was dat!?" Ze klinkt bang. Dat kunnen we echt niet gebruiken nu, iemand die bang is voor het onweer. Het lijkt gelukkig mee te vallen want bij de volgende klap blijft ze stil.

We ontbijten en drinken wat water, maar niet te veel. Je weet nooit hoe lang de regen duurt en hoe lang je dus opgesloten zit in een grot als deze.

Halverwege de ochtend besluit Dorian de grot te doorzoeken. Blijkbaar zit aan het einde van de muur waar ik tegenaan leun een soort doorgang en hij is toch wel erg benieuwd wat daar te vinden is. Tegen de middag komt hij terug om verslag te doen. Er is daar een pad dat dieper de aarde in leidt met aan het einde een soort stoombron, wat dus de reden is dat het in de grot zo warm is. Hij zegt dat zoiets wel gebruikelijk is in de buurt van vulkanen.

Die dag gebeurt er helemaal niets. De regen blijft maar vallen en de bliksem blijft klinken. Dan haalt Opéra een voorwerp uit haar zak dat iedereen verbaasd doet opkijken.

"Waarom heb je een dobbelsteen bij?" vraagt Mirano.

Opéra grinnikt. "Dit is mijn districtsaandenken. Lissa, mag ik misschien een aantal nootjes van je lenen? Wie speelt mee?"

Niet veel later spelen we alle vier een soort gokspelletje, met noten als inzet. Om de beurt gooien we met de dobbelsteen, terwijl iedereen probeert te raden welk getal er gegooid zal worden. Wanneer er gegooid moet worden, moet iedereen behalve degene die gooit een nootje in het midden leggen en wanneer iemand het goed heeft geraden, mag diegene alle nootjes uit het midden pakken. Wanneer niemand het raadt, blijven de nootjes in het midden liggen.

We spelen tot Mirano voor de vierde keer al zijn nootjes kwijt is. Dan besluiten we om een aantal nootjes op te eten. En aangezien het volgens ons al vroeg in de avond is, neem ik het eten dat we hebben, het pannetje, wat water en mijn mes dieper mee de grot in. Opéra komt met me mee en daar ben ik heel blij om. Dan heb ik tenminste een reden waarom ik niet in paniek raken kan.

"Wat ga je doen?" vraagt ze. Van het verlegen meisje dat ik tijdens de training ontmoet heb, is nauwelijks nog wat over. Dat vind ik niet erg hoor, het is veel gezelliger zo. Het laat me alleen denken over of het dan maar een masker was, zoals ik kwetsbaar heb moeten spelen. Heel lang speelt het niet door mijn hoofd, want wat maakt het uit?

"Ik ga een warme maaltijd bereiden. Een stoofpotachtig iets," vertel ik haar.

Ze leidt me naar de stoombronnen toe. Zo diep in de grot is het inderdaad zomers warm. Misschien ietsje te warm als je het mij vraagt. Het water ruikt niet echt lekker maar dat heb ik gelukkig ook niet nodig.

Ik doe wat schoon water in het pannetje en zet dat zo dicht mogelijk bij het gat waar de stoom uitkomt. Dan snij ik voorzichtig een paar knollen. Die hebben we gisteren al gebakken, dus ze hoeven alleen nog maar opgewarmd te worden. Ik laat Opéra wat nootjes klein maken en gooi het allemaal in het pannetje met water. Dan snijden we een beetje van het vossenvlees in stukjes en ook dat doen we in het pannetje. Ik haal een bosje blaadjes uit mijn jaszak en geef dat aan Opéra om fijn te hakken terwijl ik het pannetje in beweging hou om alles goed te mengen.

"Waar heb je dit vandaan?"

Ik lach. "Dit stond gisteren in het bos. Ik had al de hoop dat we eindelijk warm konden gaan eten en dan heb je natuurlijk iets van kruiden nodig."

Ik voel hoe de sfeer nog iets lichter wordt. Wat een beetje lekker eten al kan doen.

Wanneer we alles bij elkaar hebben gegooid en het eten goed warm is, nemen we het pannetje mee terug naar de jongens. De sfeer daar is nogal gespannen, tot ze de geur die uit het pannetje komt ruiken.

"Mm," klinkt het van twee kanten.

Ik zet het pannetje op de grond en ga zitten. Opéra geeft ons allemaal een holle steen, die als lepel kan dienen. Die heeft ze uitgebreid schoongemaakt in een kouder gedeelte van de bron. Voorzichtig, want de pan zelf is heet, vullen we onze steen en eten we van de dikke soep. Al snel zitten Opéra en ik vol, maar de jongens eten de pan helemaal leeg. Daarna lijken zo nog honger te hebben. Tja, sommige dingen veranderen nooit, zelfs niet in de Spelen. Jongens en hun eetlust is daar dus een van.

De regen komt nog steeds met bakken uit de hemel en het dondert ook nog altijd, dus we zitten voor de rest van vandaag vast in de grot. Niet dat we hier zo heel veel gevaar lopen, er zullen maar weinig tributen zijn die zich in dit weer buiten zullen begeven. Het is hier ook warmer, dus waarom zouden wij weg willen? Door de regen weten we het niet zeker, maar buiten lijkt het nog steeds donker te zijn. Dat gespeel met het donker en licht bevalt me niet echt heel erg. Maar daar kan ik niets aan veranderen, dus het heeft niet echt zin om me daar druk om te maken.

Ik schiet overeind. Was ik in slaap gevallen? Een dag waarop je niets doet kan soms nog vermoeiender zijn dan een drukke dag. Vooral wanneer je zojuist je eerste warme maaltijd in dagen gehad hebt. Ik blijk niet de enige die moeite heeft met wakker blijven. Mirano stelt voor om maar vast te gaan slapen. Een keer een lange nachtrust kan nooit kwaad. Ik heb als laatste wacht en moet weer wakker gemaakt worden door Dorian.

Ik word echter wakker door luide muziek.