Ik geef het op. Dit kan gewoon echt niet meer... Het verhaal is af, dat was het drie jaar geleden bijna en vorig kaar op één hoofdstukje na helemaal. Maar omdat het editen me zo tegenstaat (lange hongerspelen fanfics stonden me eigenlijk al heel snel tegen), komt van dat updaten niets. Dus bij dezen, ik ga al mijn hoofdstukken uploaden, ook al zijn ze unbeta'ed. Het zal de leesbaarheid niet verschrikkelijk ver naar beneden halen (hoop ik), maar er kunnen spel-, typ- en continuïteitsfouten in staan. Het zou zelfs kunnen dat hier en daar een aantekening staat, maar dat is dan in het begin of aan het eind. Ik denk dat ik die ook gewoon laat staan; dan zien jullie ook eventuele veranderingen die nog verwerkt hadden moeten worden.
Dan wens ik jullie voor de laatste keer veel leesplezier! En bedankt dat jullie in ieder geval al tot zo ver in dit verhaal zijn geraakt.
"Waarom?" vraag ik hem.
"Daar is het veiliger. En ik wil even het zekere voor het onzekere nemen. Het zekere is dat ze ons zoeken."
Ik begin dus maar de boom in te klimmen. "Maar hoe wil jij dan ooit rusten? Je hebt net uren gerend."
Dat levert me een lach op. "Ik heb al vaker in bomen geslapen, hoor."
"In bomen geslapen?" Dat leidt me zo af dat ik een tak mis en bijna val. "Waarom dat dan?"
"Toen ik niet thuis kon zijn. Je weet wel wanneer." Dat weet ik inderdaad. In dezelfde explosie die mij mijn zicht heeft gekost, is Dorian zijn oom kwijtgeraakt. Hij had voor die tijd altijd ruzie met zijn ouders en was veel vaker bij zijn oom te vinden dan thuis. Toen hij zijn toevluchtsoort kwijtraakte, viel hem dat zwaar. Blijkbaar zo zwaar dat hij in bomen is gaan slapen.
Ik klim een stukje en stop bij een tak die me heel stevig lijkt.
"Nee, hoger," hoor ik Dorian zeggen, dus ik klim nog een stukje door.
"Hier is goed."
We gaan op een tak zitten en proberen het ons zo gemakkelijk mogelijk te maken.
"Ik neem de eerste wacht," zeg ik en ik word niet tegengesproken. Ik hoor de ademhaling van Dorian zelfs heel snel rustig worden.
Het bos is akelig stil en ieder geluidje dat ik hoor klinkt duizendmaal zo sterk. Takjes die breken lijken omvallende bomen en ik schrik me dood wanneer er in de boom naast ons een uil krast. Soms meen ik voetstappen te horen, maar die zijn te ver om gevaarlijk te zijn.
Ik denk na over wat er gebeurd is. De beroeps zitten in het bos. En ze hebben een van henzelf vermoord. Rove hoort daar niet bij en dat betekent dat we uit moeten kijken naar een extra levensgevaarlijke tegenstander. Wanneer ze bij de beroeps had gezeten, hadden we alleen hoeven uit te kijken naar die grote groep. Die groep is nu een persoon kleiner en dat is de groep van niet-beroeps nu ook. Mirano en Opéra maken het redelijk goed. Ze hebben nu twee messen, dus ze kunnen een beetje jagen. Misschien kunnen we ze vandaag weer vinden.
Het wordt langzaamaan warmer en ik geloof dat dat wel een goed teken is. Het lijkt erop dat het weer zijn balans gevonden heeft en daarmee ook het dag en nacht ritme terug heeft gebracht. Ik geloof-
Dorian schrikt wakker en valt volgens mij bijna uit de boom. Het gegil dat klinkt gaat door merg en been. Mijn ademhaling schiet omhoog terwijl het maar blijft klinken. En het lijkt niet eens van zo heel erg ver te komen. En ik zou niet weten van wie dat gegil anders zou moeten zijn dan van-
"Opéra."
Dorian helpt me uit de boom. Ik begin in paniek te raken terwijl het gegil maar aanhoudt.
"Lissa, rustig."
Ik sla de hand die hij op mijn schouder heeft gelegd weg. "Rustig!? Hoe moet ik rustig doen terwijl het aanhoort alsof mijn vriendin gemarteld wordt?"
"Op deze manier kun je daar niet echt veel aan doen."
Daar heeft hij gelijk in. Ik probeer wat te kalmeren, maar het gegil begint opnieuw en dat helpt niet echt. Ik probeer er niet naar te luisteren, maar dat werkt natuurlijk niet.
"Dorian, wat moeten we doen?" Het houdt maar niet op en mijn gedachten worden steeds onsamenhangender erdoor.
"Als het de beroeps zijn, kunnen we niets doen," antwoordt hij. Hij klinkt rustiger dan ik me voel maar zijn hand, die mijn rechterhand heeft vastgepakt, trilt.
"Maar de beroeps doden niet zo. Dat hebben we gisteren gezien." Er blijft volgens mij maar één persoon over die zo'n gruwelijke daad kan doen.
"Rove." Zijn gedachten weerspiegelen de mijne.
Dan hoor ik hoe hij zijn rugzak af doet en erin begint te rommelen. Hij duwt me iets in mijn handen. "Jij weet de code nog wel, toch?"
Ik voel eens goed en het voorwerp blijft de holografische kaart te zijn. Je moest op de zijkanten duwen om hem open te maken, maar hoe ook alweer?
"Kort, lang, kort, lang, lang, kort," zeg ik terwijl ik tegen het doosje druk. Het gezoem klinkt weer en de twee helften laten elkaar los. Ik geeft het terug aan Dorian.
"Die hadden we gisteren moeten gebruiken," gromt hij, "dan hadden we ons nooit zo in de nesten gewerkt."
Een paar tellen later bevestigt hij wat we zojuist bedacht hadden. "De lichtjes van Rove en Opéra staan bijna op elkaar. Verder is daar niemand in de buurt."
We besluiten er naartoe te gaan, hopend dat we misschien iets kunnen vinden waardoor we kunnen helpen. Waardoor we Opéra uit haar lijden kunnen verlossen.
De hele weg probeer ik het gegil uit te sluiten. Het is afschuwelijk en ik snap echt niet waarom iemand dat Opéra zou willen aandoen. Waarom iemand dat überhaupt iemand zou willen aandoen. Maar het gebeurt wel vaker in de Spelen. Ik had kunnen weten dat de kans redelijk groot was dit jaar. Rove past perfect in het profiel van een martelende moordenaar. Ik ben zo blij dan Dorian me van haar heeft gered bij het bloedbad.
We hoeven maar angstaanjagend kort te lopen om dichtbij genoeg te zijn zodat Dorian het kan zien en ik Rove kan horen.
"Harder. Gil harder."
De gil die volgt is oorverdovend.
"Wat doet ze?" vraag ik fluisterend.
"Het is afschuwelijk," antwoordt Dorian met overduidelijke walging in zijn stem. Ik geloof niet dat ik het echt nog weten wil, maar hij verduidelijkt het een beetje voor me. "Ik zie een heleboel bloed en Rove heeft allemaal kleine, brandende fakkels in het gras gestoken maar eentje houdt ze vast en…"
Een windvlaag blaast mijn gezicht in en ik moet mijn best doen niet te hoesten of te kokhalzen van de geur. Verbrand vlees. Dorian hoeft niet verder te praten, ik weet al precies wat hij wil zeggen. In gedachten zie ik het roodharige meisje uit mijn droom op de grond liggen en ik verban het plaatje uit mijn hoofd. In plaats daarvan probeer ik te bedenken hoe we een einde kunnen maken aan deze hel.
"Mirano!" hoor ik Opéra gillen. Dat levert haar een maniakaal gelach van Rove op.
"Je vriendje komt niet, ben maar niet bang. Die komt je heus niet redden," fluistert Rove. "Nou, zal ik eens verder gaan aan die mooie vingertjes van jou?"
Opéra klinkt hees van haar gegil en het enige wat ik kan hopen is dat ze snel buiten bewustzijn raakt. En dat wij snel een plan kunnen bedenken.
"Liss, wat nu als ik Rove afleidt. Dan kun jij naar Opéra toe. Er zal nu toch niemand in de buurt durven te komen."
"Maar wat moet ik dan doen? Ik kan haar niet wegdragen en dat zou toch alleen nog maar meer pijn doen." Mijn gedachten blijven daar steken omdat ik Rove weer hoor praten.
"Je kunt ook best een van die oogjes missen. Ik hoef het licht maar in één oog te zien doven, dat vind ik al leuk."
Dorian vloekt heel zacht. "Het is niet alsof ze dit ooit kan overleven, Lissa. We kunnen er alleen maar een snel einde aan maken, iets dat minder pijnlijk is."
Ik knik. "Ik heb de appel nog steeds, maar we weten niet zeker of dat geen pijn doet."
"Ik heb volgens mij slaapbes zien staan. Kun jij die herkennen wanneer ik ze je geef?"
Ik knik en voel hoe Dorian zacht wegsluipt. Wanneer hij terugkomt, geeft hij me één besje. Het is heel klein en voelt redelijk zacht aan. Wanneer ik hem kapot knijp, komt er een hele zoete geur vanaf. Slaapbes. Wolfskers. Zeer giftig. Drie besjes ervan kan al een kind doden. Thuis gebruiken we ze soms omdat ze je ook in een soort roes kunnen brengen, zodat je minder pijn hebt. Ik heb er ooit één besje van gegeten en ik zweer: nooit meer. Het zweverige gevoel dat dat ene kleine besje met zich meebracht, geeft me nu nog steeds kippenvel.
"Klopt het?" vraagt Dorian. Ik knik weer. Hij geeft me een handvol besjes. "Dan vertrek ik nu. Ben voorzichtig en wacht hier op me, oké? Ik kom je halen."
"Ben jij ook voorzichtig?" Mijn stem klinkt banger dan ik het had willen laten overkomen en ik ben bang dat Dorian de hele tocht afblaast, maar dan gilt Opéra weer en ik voel hoe Dorians spieren zich aanspannen. Hij drukt een kus op mijn voorhoofd.
"Doe ik." En hij is weg.
Het duurt voor mijn gevoel veel te lang voor Rove haar aandacht van Opéra afdraait. Maar tegelijk is dat veel te snel. Nu kan er zo veel fout gaan. Daar moet ik niet aan denken. Het is te laat om er nog iets aan te doen.
Ik hoor Dorian roepen en iets gooien, stenen denk ik en ik hoor ook hoe Rove reageert.
"Jij blijft hier wel liggen, niet? Als hij hier is moet die blinde ook in de buurt zijn. En dan pak ik haar terug."
Er trekt een rilling door me heen en ik hoop vurig dat Dorians plan werkt. Niet alleen voor hem, maar nu ook voor mezelf.
Ik hoor de redelijk lichte tred van een bijna-beroeps tribuut en wacht nog een paar tellen extra. Dan loop ik naar Opéra toe. Ze is niet heel moeilijk te vinden, ik hoef alleen maar naar het gesnik en gekreun te luisteren.
Ze merkt me pas op wanneer ik naast haar neerkniel en ik ben blij dat ik niet kan zien hoe ze eruit ziet. De geur zegt al meer dan genoeg.
"Alissa," zegt ze, zacht en kreunend. "Je moet weg hier. Ze komt terug en ze wil… Ze wil…"
"Sst," sus ik en ik zoek naar haar hand. Ik probeer niet te ineen te krimpen wanneer ik voel dat ze een aantal vingers mist . Ik adem diep in, maar dat helpt ook niet om mijn kalmte te bewaren. Ik probeer me op mijn vriendin te focussen en lach een klein lachje.
"Dorian neemt haar mee uit wandelen. Ik kom je helpen."
"Maar… Alissa, het doet zo'n pijn," huilt ze. Ik probeer mijn eigen tranen binnen te houden.
"Ik weet het."
"Ik ben…" Een snik onderbreekt haar zin. "Ik ben bang."
Wat moet ik daarop zeggen? Ik knijp lichtjes in haar hand, die ik nu vlak bij de pols vast hou.
"Ik ben hier. Ik kom je helpen," herhaal ik en ik laat haar de besjes zien.
"Slaapbessen," zegt ze zacht en ik voel haar knikken. "Dankje."
Dan kan ik mijn tranen niet meer tegen houden. Ze bedankt me omdat ik een einde kom maken aan haar leven.
"Niet huilen," zegt Opéra, nog zachter. "Je bent een lieve vriendin. Dankjewel."
Ik knijp nog eens licht in haar hand en laat dan los om haar mond te zoeken. Weer voel ik bloed en meer, maar ik sta er niet te lang bij stil. Opéra opent haar mond en ik laat de besjes los. Voordat ze ze doorslikt, zeg ik: "Slaap zacht, lieve Opéra." Ik hoor haar slikken en een paar tellen later klinkt haar kanon.
Nu is het wachten op Dorian. Ik vloek zachtjes wanneer ik me bedenk dat ik misschien wat besjes achter de hand had moeten houden, mocht Rove terugkomen. Maar dat is nu te laat. Ik moet vertrouwen houden in Dorian. Ik hoop dat hij snel komt. Veel zin om lang te wachten bij het lichaam van Opéra heb ik niet. Ik haal dan ook opgelucht adem wanneer ik voetstappen hoor.
Die opluchting verdwijnt al snel wanneer ik een tweede paar voetstappen op me af hoor komen. En dat tweede paar, dat verder van mij af is dan de eerste, klinkt als Dorian. Die andere…
"Daar ben je dus. Ik wist dat je dichtbij moest zijn," hoor ik Rove roepen terwijl ik vlug opsta en mijn mes pak.
Dorian rent sneller dan Rove, maar zij heeft al een hele voorsprong. Ik deins achteruit, hopend dat hij haar kan raken met zijn mes voordat ze bij mij is, maar ik hoor maar niets. Er zit misschien nog twee meter tussen Rove en mij wanneer hij haar inhaalt.
Ik hoor hoe ze valt, hoe ze elkaar slaan, hoe ze hijgen van de inspanning. Rove gromt en er volgt nog een klap die akelig hard klinkt. Dorian kreunt en vervolgens hoor ik Rove triomfantelijk lachen. Ik weet mijn gil binnen te houden, maar veel scheelt het niet. Zou ze hem wel een sneller dood geven, omdat ik er nog bij ben? Of zou ze denken dat ze toch genoeg tijd heeft, omdat ik niet kan zien waar ik heen moet?
Die gedachte laat me recht overreind staan, met het mes voor me uitgestoken. Ik zet een stap dichterbij.
Die stap zet ik ook meteen weer naar achteren wanneer Dorian Rove weer naar de grond weet te werken. Blijkbaar was die klap dus zo erg nog niet. Dorian schreeuwt het zowat uit van de krachtsinspanning en dan is het even stil.
"Liss," hoor ik Dorian zeggen. Hij praat alsof het hem heel veel moeite kost iets te zeggen, maar gaat toch door. "Jij moet het doen. Ik ben mijn mes kwijt. Ik hou haar vast."
Even snap ik niet wat hij bedoelt maar het duurt nog langer voordat überhaupt kan reageren. Zegt hij dat nu echt? We zitten net op de helft, of ongeveer de helft geloof ik, en we gaan nu al een van de grootste kanshebbers uitschakelen? En ik, de minst grote kanshebber, ga dat doen? Wat!?
"Alissa, schiet op. Ik kan haar geen dagen vasthouden."
Dat weet ik en ik hoor ook hoe ze zich vrij probeert te worstelen. Ik loop naar hen toe en kniel naast haar en Dorian op de grond. Wat moet ik nu doen? Hoe moet ik het doen?
Dorian ziet dat ik geen idee heb wat nu en helpt me: "Zet je mes aan de zijkant van haar nek en trek hem met veel kracht terug. Zoals je tijdens de training geleerd hebt."
Weet ik nog hoe dat moet? Het was zo veel anders toen. Het was maar een dummie, geen echte tribuut, geen echte moord.
Rove worstelt nog steeds en ik neem een besluit. Ik kan dit best. Ik stel me voor dat ik weer voor een dummy sta, alleen voelt deze nog iets menselijker aan en beweegt het. Met mijn linkerhand voel ik waar ik de nek vinden kan, wat erg lastig is aangezien Rove in een rare positie op de grond lijkt te liggen, maar ik vind haar nek net onder de arm van Dorian. Mijn rechterhand breng ik omlaag. Ik zet het mes tegen de keel, duw een beetje en trek dan mijn arm terug. Meteen zet ik ook een stap naar achteren.
Rove sputtert nog wat. Dorian laat haar los en ze valt op de grond. Dan klinkt haar kanon.
Ik laat het mes los en zak door mijn knieën. Vaag hoor ik Dorian naar me toe lopen.
"Goed zo. Nu kan ze niemand meer pijn doen." Hij hijgt nog een beetje terwijl hij me tegen zich aan trekt. Hoe kan hij nog zo lief tegen me praten? Ik ben een moordenaar. Ik heb net twee tributen vermoord. Twee kinderen!
Tranen lopen over mijn wangen en mijn lichaam beeft. Dorian blijft maar zeggen dat ik het goed heb gedaan. Dat Opéra nu geen pijn meer heeft en dat Rove niemand meer kwaad kan doen. Dat Rove nog geluk had dat ze niet door de beroeps gepakt was, dan was haar dood niet zo snel geweest. Dat hij vindt dat ze er nog makkelijk vanaf is gekomen.
Hij zegt een heleboel dingen en uiteindelijk kalmeer ik weer een beetje. Of dat beter is weet ik niet, want een soort gevoelloosheid komt ervoor in de plaats. Die laat me wel weer functioneren. Ik help Dorian met de spullen bijeen rapen. Hij pakt de tassen van Opéra en Rove en geeft één ervan aan mij. De tas is nat, maar dat merk ik nog nauwelijks.
Dorian pakt mijn hand en we lopen. Waarheen weet ik niet. De stilte is ondraaglijk, maar ik weet niets te zeggen, ik kan niets zeggen. En Dorian weet blijkbaar ook niet hoe hij de stilte verbreekt. De vogels zijn zelfs gestopt met fluiten en ik kan ook nergens konijnen horen. Misschien ligt dat toch aan mij.
We stoppen wanneer we bij iets van water aankomen. Dorian laat me in het water staan, het water reikt tot aan mijn heupen. Hij neemt de tassen aan en legt die aan de kant. Dan pakt hij mijn handen vast en die duwt hij onder water. Hij wrijft met zijn handen over de mijne, alsof hij ze wast.
Beetje bij beetje wordt alles weer wat helderder om me heen. Ik begin te begrijpen dat Dorian het bloed van me af wast en langzaam maar zeker begin ik weer vogels te horen.
Wanneer Dorian mijn handen los laat, gooi ik wat water door mijn gezicht, om weer een beetje wakkerder te worden. Het helpt wel wat, maar die gevoelloosheid zit er nog steeds.
Mijn shirt heeft opgedroogde vlekken die er zeker weten vanmorgen nog niet in zaten, dus ik doe mijn shirt uit en wrijf de vlekken eruit, of dat hoop ik. Dorian neemt het shirt van me aan en legt het aan de kant te drogen.
"Je hebt ook vlekken op je broek." Meer zegt hij niet. Dat hoeft ook niet. Zijn stem vertelt me meer dan zijn woorden kunnen doen. Hij doet heel veel moeite om zich sterk te houden,maar ik hoor dat hij ook het liefste ergens was gaan zitten en voorlopig niet op zou willen staan.
Ik steek mijn arm naar hem uit en wanneer ik hem voel, omarm ik hem. Hij aarzelt even maar slaat zijn armen ook om mij heen. Zijn armen voelen sterk en beschermend op mijn blote huid, maar veilig voel ik me niet meer. Even trekt de gedachte door me heen dat ik zonder shirt in heel Panem te zien ben, maar ook dat wekt niet echt emotie in me op.
"Dankjewel," zeg ik zacht tegen Dorian. Waar ik hem precies voor bedankt, ik weet het niet. Dat hij nog steeds bij me is, na wat ik gedaan heb? Dat hij me blijft beschermen, al maakt hij daardoor zijn eigen kansen op overleving kleiner? Dat hij me niet vermoordt? Misschien wel voor dat alles en nog meer.
"Jij ook dankjewel," zegt hij terug.
Ik laat hem los en draai mijn gezicht naar hem toe, ietwat verward.
"Ik had haar niet veel langer meer kunnen houden en dan was ik er geweest."
We laten los en ik probeer ook de vlekken uit mijn broek te wassen, maar die is al doorweekt en dus voel ik niet waar de vlekken precies zitten. Ruiken om dat te bepalen, doe ik niet. Die geur heb ik al genoeg geroken vandaag.
Wanneer Dorian de broek ook te drogen heeft neergelegd, haal ik de elastiekjes uit mijn haren en was ze een beetje in het water. Dan probeer ik zelf weer twee staartjes te maken, maar ik weet dat deze nooit zo mooi zijn als hoe Ilya ze had gedaan. Even denk ik erover om de lintjes van de elastieken te trekken, die passen niet echt bij een moordenaar, maar dat doe ik toch niet. Later misschien.
Dan loop ik naar de kant, waar Dorian staat te wachten. Hij staat misschien twee meter van me af, klaar om me meteen uit het water te vissen, mocht dat weer beginnen te stijgen, maar ik bereik de kant veilig. Dorian helpt me uit het water en we gaan naast elkaar zitten in het gras, drogend in de zon.
We zitten een paar minuten wanneer Dorian de stilte doorbreekt. "Ik was even bang dat je niet helpen zou. Niet omdat je niet wilde, maar omdat je niet kon. Je hebt er echt goed aan gedaan, weet je."
De emotie die ik in zijn stem hoor, maakt ook iets in mij los. Verdriet, niet vanwege mij, maar om mij. Om wat ik heb moeten doen. Omdat ík dat heb moeten doen.
Dan hoor ik het gezoem weer. Dorian moet de kaart weer hebben uitgeklapt, zodat hij in de gaten kan houden of er anderen in de buurt zijn.
Na nog een hele tijd zo te hebben gezeten, staat Dorian op. Hij loopt een stukje bij me vandaag, raapt iets, de rugzakken vermoed ik, van de grond en komt weer naast me zitten. Ik ben ondertussen droog, maar mijn kleren nog niet. Er is een windje opgestoken, die met laat bibberen. Dit keer wel van de kou.
Dorian haalt iets uit een van de tassen en legt dat om mijn schouders. Het is de regenjas. Ik trek hem heel stevig tegen me aan, zodat hij me helemaal bedekt en de wind alleen nog tegen mijn gezicht blazen kan.
De rugzak van Opéra bevat niet heel veel. Een extra waterfles, wat appels, verband, een zakje met steentjes en het mesje dat we haar hadden gegeven.
"Dat komt goed uit," zegt Dorian. "Ik heb de mijne niet meer opgehaald."
Dan opent hij het kleine vakje van de rugzak. Daar haalt hij de dobbelsteen uit, die hij aan mij geeft.
Ik laat hem tussen mijn vingers door weven. "Waarom zou juist dit haar aandenken zijn?"
Ik voel dat Dorian zijn schouders ophaalt. "Geen idee."
Daar laten we het bij. Ik stop de dobbelsteen in een van de jaszakken en pak daar ook meteen een druif uit. Terwijl ik op de pitjes zuig, vertelt Dorian me wat in de tas van Rove zit.
"Twee waterflessen, ingeblikt fruit, gedroogd vlees, jodium, een katapult met wat steentjes, een potje met iets wat op zalf lijkt al weet ik niet waarvoor, een klein en een groot mes, een ketel. Wacht, daar zit iets in."
Ik hoor hem rommelen.
"Vlees en fruit zit hierin. En deze bladeren liggen erop. Ken jij ze?"
Hij duwt de blaadjes in mijn handen. De randen zijn wat scherp en de vorm is driehoekig. Ik wrijf mijn vingers erover om de geur los te maken en ruik eraan.
"Wij noemden het prikkruid. Het laat wonden sneller helen, maar het prikt wel heel erg. De echte naam weet ik niet meer," antwoord ik. Mijn stem klinkt raar, maar ook dat merk ik maar half op. Ik geef hem het blaadje terug en hij neemt het met een zachte zucht aan.
Er zit verder nog een dunne slaapzak in de tas, maar dat is alles. Dorian stopt alles weer in de rugtassen en geeft mij een mes, maar ik weiger het aan te nemen. Hij zucht nog eens, luider dit keer, maar laat het er wel bij zitten.
De bruikbare spullen nemen we mee, de jodium wordt in één fles gegoten en we nemen maar twee extra waterflessen mee. De rest zou alleen maar meer gewicht betekenen en daar zitten we niet op te wachten. Alles wat overblijft, gooit Dorian in de rivier. Hij staat op en ik volg hem. Mijn benen voelen heel zwaar en ook instabiel, maar ik blijf staan. Ik reik naar een tas, om die te dragen, maar Dorian stopt me.
"Weet je zeker dat dat lukt?"
"Ik ga jou niet alles laten dragen," zeg ik en ik krijg een tas omgehangen.
"Als het niet meer lukt, moet je het zeggen," zegt Dorian en ik knik. Hij neemt mijn hand en we beginnen te lopen.
Mijn hoofd is leeg en mijn gevoel is zwaar terwijl we lopen. Hoe lang we lopen weet ik niet. Waarheen nog minder. Ik volg Dorian gewoon. We houden soms halt omdat Dorian wat wil drinken en hij verplicht mij ook te drinken. Hij lijkt steeds moedelozer te worden, maar zelfs dat vang ik maar half op. Het is net alsof ik uit twee delen besta; één deel dat wil vechten, overleven en Dorian wil laten weten dat het goed met me gaat, het andere deel weet niets, wil niets en doet niets. Dat laatste deel is veel sterker dan het eerste.
Het zal wel avond zijn wanneer Dorian zegt dat we op deze plaats slapen. Ik ga op de grond zitten, zonder verder te reageren. Dorian vraagt me iets, maar ik weet niet wat. Hij duwt me een appel in mijn hand, maar ik weet niet wat ik daarmee moet doen.
We zitten een hele tijd in een drukkende stilte, maar ik kan niets zeggen. Ik ben helemaal leeg. Ik zou willen huilen, maar ook dat kan ik niet. Ik merk pas dat ik in slaap aan het vallen ben, wanneer ik wakker schrik door het volkslied.
