Dorian hoeft niet te zeggen welke gezichten aan de hemel staan. Vandaag heeft het kanon twee keer geklonken. En ik was het twee keer schuld. Dat brengt wel een gevoel naar boven, maar ik ben zo moe dat ik in slaap ben gevallen voor ik het goed heb gevoeld.
Wanneer ik 's morgens wakker word, krijg ik mijn ogen nauwelijks open. Ze zijn gezwollen en lijken aan elkaar geplakt. Mijn wangen voelen ruw en nat aan. Ik heb in mijn slaap gehuild. Met de dromen die ik heb gehad, vol met beelden dit keer, vind ik dat niet raar. Ik heb vannacht honderden moorden gepleegd, telkens op dezelfde twee personen.
"Goedemorgen," hoor ik een geforceerd vrolijke stem zeggen. Ik probeer terug te groeten, maar er komt niet veel meer dan een snik uit mijn keel. De hemel lijkt op me te zijn neergedaald, zo zwaar voelen mijn schouders. Mijn ogen lopen vol tranen en mijn keel lijkt dichtgeknepen te worden. Vreemd, dit is heel anders dan gisteren. Precies het tegenovergestelde lijkt het wel. Gisteren voelde ik niets en vandaag voel ik alles.
Voor ik goed en wel wakker ben, huil ik weer. Ik hoor Dorian naar me toe lopen en hij komt naast me zitten. Er klinkt opnieuw een zucht, een opgeluchte lijkt het wel. Hij slaat een arm om me heen en trekt me dicht tegen zich aan.
"Liss, je hebt het echt goed gedaan. Je kon niets anders doen."
Ik weet dat hij op zich gelijk heeft, het was doden of gedood worden en had ik Rove niet gedood, dan was niet alleen ik, dat had me nog niet zo'n schuldgevoel kunnen bezorgen, maar ook Dorian dood geweest. Ik had geen keus, omdat ik wil dat Dorian het overleeft. En Opéra…
Ik snik nog harder. Ik heb een vriendin gedood. Een vriendin! Ik geloof dat ik dat woord hardop gezegd heb, want Dorian praat weer.
"Je hebt haar geholpen, Lissa. Ze had heel veel pijn."
Zei Opéra niet ook zoiets? Ze bedankte me. Dan is het goed, toch?
We zitten een tijdje zo, tot ik me bewust word van de appel, die ik nog steeds in mijn hand geklemd hou. Mijn maag knort en ik neem een hap. En nog een. De appel is snel op en ik hoor Dorian grinniken.
"Ik ben blij dat je er weer bent, Liss. Ik werd bang dat ik je nooit meer terug zou zien. Je deed echt eng, gisteren."
Hij staat op en loopt bij me vandaan, om eerst te rommelen in wat ik denk dat zijn tas is en vervolgens weer naast me te komen zitten. Hij duwt me nog een appel in mijn hand. Terwijl ik die oppeuzel, hoor ik hem ook eten en ik vraag me af hoe laat het eigenlijk is. Zou hij helemaal niet geslapen hebben, vannacht? Dat laat me weer heel slecht voelen, maar wanneer ik hem ernaar vraag antwoordt hij dat het absoluut geen probleem was.
"Ik kon echt niet slapen, niet wetende of het wel goed ging met jou. Ik werd bang van hoe je gisteren deed…" Zijn stem dwaalt af, alsof hij heel diep in gedachten is verzonken.
We zitten nog een hele tijd zo, tegen de boom aan. Behalve de temperatuur verandert er niet heel veel. Wanneer de zon te fel wordt om er recht onder te kunnen blijven zitten, vertrekken we in de richting van het water. Niet omdat we dringend water nodig hebben, al zal dat met deze hitte niet lang meer duren, maar vooral omdat Dorian gisteren vissen heeft gezien en die een welkome afwisseling in ons dieet zouden zijn.
Onderweg pluk ik nog wat appels en ik neem ook nieuwe giftige appels mee; die oude zouden vast niet lang meer goed zijn gebleven. De andere bomen zijn weer dennenbomen, zoals tijdens de eerste dag. Daar plukken we dus ook weer van.
Dorian blijft steeds op de kaart kijken, maar er komt niemand dichtbij. Van de acht andere overgebleven tributen lopen er zes door het bos, maar dan wel aan de andere kant. Thavoty hoort blijkbaar niet meer bij de beroepstroep, want hij zit niet bij de andere drie, die bij de hoorn zitten. Dat is maar goed ook; hoe kleiner de groep, hoe makkelijker ze te verslaan zijn.
Ik schud mijn hoofd. Wat is er veel veranderd in de afgelopen twee weken. Ik had nooit gedacht dat ik nog eens moordzuchtig zou worden. Dan drupt er weer een traan over mijn wang, maar ik veeg hem weg voordat Dorian het heeft kunnen opmerken.
Het is laat in de middag wanneer Dorian zijn eerste vis vangt. Hij roept me terug van de struikjes, waar ik de eetbare bloemetjes van het plukken ben en hij geeft de vis aan mij. Terwijl ik het voorzichtig schoonmaak, vist hij verder. Wanneer de zon langzaam begint te verdwijnen, maakt Dorian een vuurtje. Er is nog steeds niemand in de buurt, dus gevaarlijk is het niet. Nog niet.
Ik maak weer wat stoofpot klaar en probeer er niet aan te denken dat de laatste keer dat ik dit maakte, Opéra me hielp. Ik doe het laatste beetje vos in de stoofpot, bijna alle knollen, wat vis, de laatste kruiden en een sterk ruikende wortel die ik vandaag heb gevonden. Zijn naam weet ik niet meer, maar ik weet dat Brad dat wel eens in de soep deed.
In het opvouwbare pannetje maak ik wat muntthee met de blaadjes die ik ook vandaag heb gevonden. Nadat we hebben gesmuld van de stoofpot, bedenk ik me dat we wel heel erg veel voedsel vinden in deze arena. Wanneer ik dat tegen Dorian zeg, herinnert hij me eraan dat de spelen van vorig jaar verschrikkelijk waren, omdat meer dan de helft van de tributen die het bloedbad hadden overleefd, door honger om het leven waren gekomen. En dat heeft natuurlijk geen entertainment waarde. "Daarbij," zegt hij, "de dingen die we vinden, zijn eigenlijk best goed verstopt of lijken veel op giftige dingen, waardoor andere tributen het waarschijnlijk niet eten." En als hij het zegt, dan is dat vast waar.
We eten de kersen die we nog in onze zakken hebben op en drinken van de thee, terwijl we genieten van het geluid van de dieren om ons heen. Niet heel veel later besluit Dorian dat het tijd is om verder te trekken, dus we vullen onze flessen weer en trekken terug het bos in. Wanneer we daar een slaapplek opzoeken, begint het zware gevoel weer terug te komen. Ik moet moeite doen om niet in huilen uit te barsten. Ik probeer zo normaal mogelijk te doen terwijl Dorian zich klaar maakt om te gaan slapen. Ik neem de eerste wacht.
Wanneer hij slaapt, kan ik mijn tranen niet meer bedwingen. Ik moet weer denken aan hoe ik het leven uit Opéra voelde stromen. Ik weet dat ik niets beters had kunnen doen, maar het gevoel gaat maar niet weg. Ik probeer me op de omgeving te concentreren, maar ik hoor steeds weer haar laatste woorden: "Niet huilen. Je bent een lieve vriendin. Dankjewel."
Mijn verbeelding gaat weer met me aan de haal en ik word steeds minder blij met het feit dat ik niet heb gezien hoe ze eruit zag op het einde. Dat kan nauwelijks erger zijn dan hoe ze er af en toe in mijn gedachten uitziet. Het vooruitzicht naar nog meer van die vreselijke dromen, staat me ook niet echt aan en ik vrees nu het moment al dat ik moet gaan slapen.
De tijd kruipt voorbij. In sommige stukken van de nacht moet ik moeite doen om geen geluid te maken, in andere moet ik proberen niet in slaap te vallen en in nog andere zit ik zo intens te luisteren naar een of ander geluid, dat ik het gevoel even niet voel. Maar dan komt het twee keer zo heftig terug.
Mijn gedachten verspringen ook van de ene naar de andere kant. Soms geloof ik dat ik goed heb gedaan en dat ik een heleboel akelige moorden heb voorkomen door Rove te vermoorden. Andere keren ben ik bang dat 12 me niet meer terug zal willen zien, dat ze blij zullen zijn met mijn dood. Dat Brad en Luc me haten, dat Kaïan en Cirre mijn vrienden niet meer willen zijn, dat Dorian me eigenlijk ook haat omdat ik gedood heb. Maar dan denk ik terug aan hoe Dorian deze laatste dag tegen me praat en ik weet dat het met hem in ieder geval nog goed zit. En als Dorian me accepteert, dan zal Kaïan dat ook doen. Hij was altijd vergevingsgezinder dan zijn broer.
Wanneer het me toch dreigt te verstikken, kan ik een snik toch echt niet inhouden. Dorian wordt wakker en hij komt meteen naast me zitten. Hij sust me rustig. "Het is goed, Liss. Huil maar uit."
Uiteindelijk val ik in slaap. Gelukkig word ik niet overvallen door nachtmerries in mijn slaap, die zo diep is dat ik het volkslied niet eens horen kan.
