"Shanne," zegt Dorian zacht. Het duurt zelfs even voordat ik echt begrepen heb wat hij zegt.

"Wat is er met hem?" vraag ik.

Even krijg ik geen antwoord. Het is alsof Dorian het eigenlijk ook niet echt weet. "Zijn foto stond in de lucht. Het moet tijdens de aardbevingen gebeurd zijn."

Shanne, de tribuut van 6, dood. Weer iemand die het minder lang heeft overleefd dan ik. Ik snap het niet. Er zijn nu nog 9 tributen over. 15 Zijn er al dood. En ik leef nog. Terwijl ik degene was die de minste kans maakte de eerste dag te overleven, of in ieder geval heel weinig kans. Hoe kan ik nog leven terwijl anderen beter voorbereid en beter uitgerust waren?

Ik weet de reden al voordat deze begint te praten.

"Ga maar weer slapen."

Ik schud mijn hoofd. "Nee, ik voel me goed uitgerust. Ga jij nog maar even slapen, Dorian."

Zonder tegen te sputteren gaat hij liggen, maar hij gaat niet meteen slapen. "Drie beroeps zitten bij het meer, de vierde zit aan de verre zijkant van de vulkaan. Klowena en Wynna zitten aan de andere kant van het bos en ook Mirano is op een veilige afstand."

Ik vraag me af wat er zo dringend is aan dat Mirano op een afstand van ons is. Is Dorian bang dat het verbond gebroken is nu… Ik wil er niet over denken. Ik knik naar Dorian, die blijkbaar wachtte op mijn teken. Nog geen tien tellen slaapt hij. Ik wenste dat ik zo makkelijk slapen kon.

De stilte die Dorian in zijn slaap achter laat, wordt opgevuld door mijn gedachten. En waar anders moeten die terecht komen dan bij Shanne? Ik weet eigenlijk helemaal niets van hem. Ik ken zijn stem niet meer. Ik geloof dat de enige keer dat ik hem gehoord heb, tijdens zijn interview is, maar daar kan ik me echt helemaal niets meer van herinneren. Was hij grappig? Bang? Aardig?

Ik zucht, een beetje boos op mezelf. Het minste wat ik kan doen voor de tributen is hen herinneren. Hun dood betekent dat de mijne nog even is uitgesteld. Daar mag ik best wat voor terug doen. Al is het maar hun stem onthouden. Het is al erg genoeg dat ik hun gezicht niet onthouden kan.

Halverwege de nacht schrikt Dorian zo hevig wakker dat ik bang ben dat we worden aangevallen en dat ik dat helemaal niet heb gemerkt, maar het blijkt om een nachtmerrie te gaan.

"Ga jij maar slapen," zegt hij. "Nu doe ik toch geen oog meer dicht." Ik ga liggen en merk verbaasd dat ik nog steeds moe genoeg ben om direct in slaap te vallen, wat dus ook gebeurt.

Die ochtend word ik wakker door vogels die fluiten en ik rek me goed uit. De tip van Dorian werkt echt goed. Ik geloof dat ik me sinds het begin van de spelen niet meer zo uitgerust heb gevoeld.

Dorian geeft me wat van het ingeblikte fruit en het laatste beetje van de vis en ik eet het gulzig op. Daarna drink ik het sap van het fruit op. Dorian moet lachen om de tevreden zucht die volgt.

Hij komt naast me zitten en strijkt zacht langs de armband. "Ik mis thuis," zegt hij, zijn stem zachter dan ik het een hele tijd gehoord heb.

Ik pak zijn hand vast en knijp geruststellend. "Ik ook." Meer zeg ik niet. Ik kan hem niet zeggen dat we vast bijna weer naar huis mogen, omdat het een leugen zou zijn. Het kan best nog twee weken duren voordat er eindelijk één iemand naar huis mag. En er bestaat een kans, een redelijk grote kans zelfs, dat dat geen van ons twee zal zijn.

We blijven een tijdje zo zitten, beiden verzonken in gedachten aan thuis. Pas wanneer we zo lang stil hebben gezeten dat een konijntje het zelfs veilig acht om dichterbij te komen, schrikken we op. Het wordt tijd om verder te gaan.

We trekken terug naar het water om ons op te frissen en het water bij te vullen, maar we blijven dit keer dicht bij de kant. We hebben geen zin om de Spelmakers weer een mogelijkheid te geven om ons te vermoorden.

De zon staat al hoog aan de hemel wanneer ik ver weg geschreeuw hoor en een groep vogels weg hoor vliegen. Dorian heeft het blijkbaar niet gehoord, maar hij legt de kaart uit om te kijken of er iets aan de hand is.

Blijkbaar heb ik het goed gehoord.

Mirano is omsingeld door de beroeps, al staat Kellum veel dichterbij dan de andere twee, alsof hij met Mirano vecht en de andere twee staan toe te kijken. Ik weet dat Dorian ook erover denkt om dichterbij te gaan kijken, maar met Opéra was alleen Rove er. Nu zijn er drie beroeps. Hoe groot is de kans dat we nu ongemerkt wegkomen? Heeft het zin om ons op die manier in gevaar te brengen?

Maar we hebben er nog geen woord over gezegd of er klinkt een kanon. Ik kan nog net een snik onderdrukken voordat Dorians stem vrolijk opklinkt. "Dat was Kellum! Mirano heeft Kellum gedood!"

Ik wil erop reageren, maar word onderbroken door een volgend kanon. Een vloek van Dorian vertelt me meer dan ik weten wil. Ik zucht diep en ga op de waterkant zitten. Niet veel later komt Dorian naast me zitten. We zijn alweer een vriend kwijt. Dorian mag Mirano dan misschien niet helemaal vertrouwd hebben, ook hem valt het zwaar. Maar als altijd probeert hij de sfeer wat op te krikken.

"Liss… We zitten bij de laatste acht. Ze gaan nu naar huis toe. Wie denk je dat ze zullen ondervragen?"

"Brad en Luc voor mij natuurlijk. En Kaïan en jouw vader en moeder, lijkt me," antwoord ik hem. "Ze moeten Kaïan wel ondervragen." Ik steek de arm met het armbandje omhoog om te laten zien waarom ik dat denk.

Dorian grinnikt. "Klopt. Ze zullen moeten vragen hoe hij ooit zo iets afschuwelijks had kunnen uitkiezen om aan zijn vriendinnetje te geven."

Ik geef hem een duw die natuurlijk niet veel uithaalt. "Ik bén zijn vriendinnetje niet. En het armbandje is mooi. Het voelt ook mooi. Dat is veel belangrijker," zeg ik hem met een toon van gespeelde beledigdheid.

"Dat moet je wel zeggen om je vriendje niet te kwetsen." Ik hoor de lach in zijn stem.

"Stop met plagen. Hij ís mijn vriendje niet. Hij is gewoon… Een vriend." Ik zucht en sta op. "Laat maar. Dit win ik toch niet. Laten we nog meer eten gaan zoeken. Ik verveel me."

Ik hoor dat Dorian ook opstaat. "Jij hebt toch die dobbelsteen nog?"

Ik knik.

"We kunnen ook een plek zoeken om dat spel nog eens te spelen."

Hij neemt me bij mijn hand en ik kan het niet helpen dat ik denk aan de interviews die thuis afgenomen zullen worden. Wat zouden ze vragen? Ik zie al voor me hoe Brad en Luc vertellen hoe trots ze wel niet op hun kleine zusje zijn.

Zouden ze de familie van Kellum of Mirano ook gaan filmen? Ik kan me niet met zekerheid herinneren of het al eens is voorgekomen dat de negende en achtste tribuut zo snel achtereen dood gingen of wat ze toen precies hebben gedaan.

Al denkend lopen we door het bos. Dorian houdt nog steeds het vaag zoemende blokje in zijn hand, maar de beroeps zijn de andere kant op getrokken dus er dreigt nog niet echt veel gevaar. Toch houdt hij de kaart open, zelfs wanneer we een plek hebben gevonden waar we gaan zitten en spelen. Je kunt nooit voorzichtig genoeg zijn.