Wanneer het volkslied speelt, weet ik dat er twee foto's aan de hemel zullen staan. Eerst Kellum, daarna Mirano. Ik probeer me weer zoals iedere keer voor te stellen hoe het uit zal zien, maar voor de zoveelste keer bedenk ik me dat ik geen idee heb hoe de kinderen eruit zien.
Wanneer ik dat hardop zeg, begint Dorian meteen te vertellen hoe Mirano en Opéra eruit zagen.
Opéra had wilde, roodbruine krullen, felgroene ogen en een klein neusje waardoor ze er heel ondeugend uitzag. Mirano daarentegen zag eruit als een bullebak, met kort, blond haar en mysterieuze, donkergroene ogen. Hoe uiterlijk kan misleiden.
Net nadat we ons ontbijt op hebben, voel ik wat druppels op mijn wangen en armen vallen. Ze zijn koel, wat een heerlijke afwisseling is van de ietwat warme wind. Dorian vertelt me dat er wel hele donkere wolken boven ons hangen en daarom pakken we onze spullen maar in.
Ik hang mijn rugzak net op mijn rug wanneer de hemel open lijkt te breken. Dorian pakt mijn hand vast en we beginnen te lopen in de richting van de grotten. We lopen rustig; volgens de kaart is er niemand echt in de buurt en we genieten raar genoeg eigenlijk wel een beetje van de regen. Door de regen heen klinkt en ruikt de arena helemaal niet zo raar. Eigenlijk ruikt alles nu wel een beetje naar thuis. Net genoeg om ons gerust te stellen, niet zo veel om ons heimwee te geven.
In de late ochtend komen we bij de grotten aan. Dit keer loop ik naar binnen zonder halt te houden. Mijn kleren zijn helemaal doorweekt en ik kan mijn staartjes zo uitwringen, wat ik ook doe.
"Zeg", hoor ik Dorian lachend zeggen. "Als je alles toch onder water zet, kunnen we net zo goed buiten blijven."
Ik grinnik en laat de staarten hangen.
Er klinkt een gil boven de regen uit. Ik kijk geschrokken in de richting van Dorian. "Wie was dat?"
Het duurt even voordat ik antwoord krijg. "Ik denk dat het Wynna moet zijn. Zij is het dichtst in de buurt." Ik onderbreek de stilte die volgt niet; aan de manier waarop hij praat, kan ik horen dat Dorian zich concentreert. Ik wacht tot hij klaar is en me vertelt wat er is.
Dat duurt gelukkig niet lang. "De beroeps lijken er niet heen te gaan. Waarschijnlijk zijn ze te ver weg om het te hebben gehoord."
Ik knik ten teken van dat ik het begrepen heb en ik wil mijn rugzak afleggen, maar ik val stil in het midden van de beweging.
"Dorian… Ze gilde… Denk je dat we moeten gaan kijken?"
Ik voel de aarzeling in de lucht hangen. "Misschien." Is uiteindelijk zijn twijfelend antwoord. Hij gaat krachtiger door. "We weten niet waarom ze gilde. Het kan zoveel redenen hebben en de meeste daarvan zijn niet goed voor ons als we ons ermee gaan bemoeien." Maar ik hoor dat hij vooral zichzelf probeert te overtuigen.
Ik twijfel ook. Wat zouden we moeten doen, mochten we Wynna vinden? Ik weet eigenlijk helemaal niets van haar en dus ook niet of ze misschien een goede bondgenote zou kunnen zijn. Van de andere kant zijn er nog maar zeven tributen over, dus misschien is het niet zo handig om nu nog een bondgenootschap te willen aangaan.
Dorian snakt naar adem en haalt me zo uit mijn gepeins. "Ik geloof dat ze in het water is gevallen. Ze gaat nu wel heel erg snel en volgens mij loopt de rivier ongeveer over dezelfde lijn als die wat ze nu volgt."
De regen klinkt steeds zachter terwijl ik nadenk. "Wil je gaan kijken waardoor ze in het water in gevallen? Van een afstandje bedoel ik? Ik heb niet echt veel zin om alweer een hele dag in een grot te moeten zitten." Ik huiver bij het idee. Ik mag dan misschien niet echt bang meer zijn ondergronds, ik vind het nog altijd geen fijn idee.
Dorian is het met me eens en daarom hang ik de rugzak, die nog steeds halverwege de grond is blijven steken, op mijn rug. Wanneer we de grot een paar meter hebben verlaten, deelt Dorian mee dat Wynna uit het water is gegaan. Of dit betekent dat ze veilig is, weten we niet. Maar het voelt op een of andere manier fijn om te weten dat ze nog niet dood is.
Het is niet zo heel ver lopen naar waar Dorian Wynna op de kaart zag. Dorian beschrijft wat hij ziet; een boom die aan de waterkant staat, waarvan een tak is overgebroken. Die tak hangt nu half in het water. Wanneer we er zeker van zijn dat er verder geen gevaar dreigt, gaan we dichterbij kijken. Meteen ziet Dorian wat er is gebeurd. "Ze is in de boom geklommen om haar sponsorgift te pakken en toen is ze uit de boom gevallen, in het water."
Ik slik. "Dus haar sponsorgift…"
Ik voel Dorian knikken. "Die hangt er nog, ja."
Ik draai me naar hem om en hoef niet eens een vraag te stellen. "Nee, Liss. Zij viel eruit. Hoe willen wij dan ooit erbij komen?"
"Ik ben waarschijnlijk lichter dan zij. De boom kan mij houden," protesteer ik. "En een sponsorgift die bij de laatste zeven wordt verstuurd, is nooit zo maar een gift. Ze zijn altijd speciaal."
Ik hoor Dorian geïrriteerd zuchten. "Het is het risico niet waard. We hebben niet echt bepaald iets nodig en die gift was niet voor ons bedoeld."
Zijn woorden overdonderen me even. Meent hij dat nu serieus? "We zitten in de Hongerspelen en jij maakt je druk om stelen van wat een andere tribuut heeft achtergelaten?" Mijn stem klinkt hoog van verbazing en geamuseerdheid.
Dorian gromt wat en ik hoor hem wat rommelen in zijn rugzak. Niet veel later stijgt het ondertussen vertrouwde gezoem van de kaart de lucht in. Ik verwonder me er af en toe over hoe snel je zo gewend kunt raken aan een geluid dat je het eigenlijk niet meer bewust hoort. Ik moet me nu ook al inspannen om het geluid van de camera's te kunnen horen, al weet ik wel waar ze zijn.
Ik wil net zeggen dat we dan maar verder moeten lopen, wanneer Dorian begint met praten. "De anderen zijn allemaal redelijk ver uit de buurt." Een geladen stilte volgt, maar ik voel dat er nog wat achteraan komt. En ik heb gelijk. "Als je me belooft voorzichtig te zijn, dan moet je het misschien toch maar proberen."
Verbaasd draai ik mijn hoofd naar hem toe. "Wil je echt dat ik het ga pakken?"
Ik kan bijna zien hoe hij met zijn ogen draait. "Ja, ik wil eigenlijk toch ook wel weten wat er in die gift zit. En je hebt gelijk. Het is stom om me nu druk te maken over hoe verkeerd stelen is."
Dorian komt naar me toe lopen en hij neemt mijn rugzak aan. Dan legt hij mijn hand op de stam van de boom. "De gift hangt op de onderste tak die recht boven de rivier hangt. Ik stuur je er wel heen. Doe wel voorzichtig, vooral met de natte takken."
Ik knik en voel langs de stam omhoog, op zoek naar een tak waar ik me aan kan optrekken. Dorian geeft me een zetje. "Omhoog links," wijst hij. "Nee, iets lager. Nog iets lager."
Ik zucht. Dit gaat niet echt snel en ik moet naar de andere kant van de boom. Wynna zal waarschijnlijk terug komen om haar gift op te halen en ik heb geen idee hoe ver ze weg is. Ver zal het vast niet zijn. We moeten echt een snellere navigeer-manier gaan hanteren.
"Dorian," roep ik terug, wanneer ik me aan de volgende tak omhoog hijs. "Is het niet makkelijker als je de windrichtingen gebruikt? In plaats van ietsje hoger en ietsje lager?"
"De volgende zit op noordnoordoost," is mijn antwoord. Er verschijnt een lach op mijn gezicht terwijl ik de volgende tak vastpak en me eraan optrek.
Dorian navigeert me naar de juiste tak en nog voordat ik er goed en wel op zit, hoor ik al waar de sponsorgift hangt. De druppels van de regen, die nog steeds heel zachtjes uit de lucht komt vallen, klinken heel anders op de parachute dan op de takken en de bladeren.
"Ik hoor hem. Ik weet waar hij hangt," roep ik naar beneden. Ik kruip langzaam over de tak naar voren, voelend hoe de tak mijn gewicht houdt. Ik bereik het parachuutje zonder problemen en begin met het lospeuteren ervan. Dat blijkt nog wel het lastigste van alles te zijn; de sponsorgift zit stevig om de tak gedraaid. Stukje bij beetje ontwar ik het van de tak en ik heb hem bijna los wanneer ik Dorian paniekerig hoor roepen.
"Liss, je moet nu naar beneden komen. Valeno en Ravenna komen deze kant op. En ze bewegen heel snel!"
Ik vloek en begin aan mijn weg over de tak, terug naar de boom. "Hoelang tot ze hier zijn?"
"Uhm…" zegt Dorian. Hij is even stil, waarschijnlijk om te tellen. "Vijf minuten, maximaal." Zijn stem klinkt doods. Hij weet, net als ik, dat ik niet zo snel die boom uit kom en dat we dan al helemaal geen tijd hebben om weg te rennen.
Mijn gedachten vliegen in razend tempo voort. Ik weet precies wat er gebeuren moet, maar hoe krijg ik dat duidelijk aan Dorian? Ik probeer toch de gok te wagen.
"Dorian, luister. Je moet weg hier. Nee!" zeg ik streng. "Je moet even luisteren. Je moet weg van hier. Ik klim verder de boom in. Als de boom een tribuut uit 8 niet houden kan, kan hij beroeps al helemaal niet aan. En er zitten te veel takken in deze boom om langeafstandswapens een kans te geven. Daarbij, niemand kijkt omhoog, dus waarschijnlijk zien ze me niet eens."
Dorian is even stil en ik weet dat mijn plan met de seconde meer aannemelijk wordt. Hoe langer we wachten, hoe minder tijd er is.
Uiteindelijk stemt Dorian ermee in. Hij vindt het een verschrikkelijk plan en dat weet ik, maar hij ziet ook geen andere mogelijkheid die mij hier veiliger uit gaat brengen. Hij neemt allebei de rugtassen mee en drukt me nog een keer of vier op het hart voorzichtig te zijn en vooral stil te zijn. En dat hij niet te ver zal gaan, zodat ik maar hoef te roepen wanneer er moeilijkheden zijn.
Niet dat ik hem nog meer in gevaar zal brengen dan ik nu al gedaan heb.
Met nog een laatste "Ben alsjeblieft voorzichtig!" hoor ik Dorian weg rennen. Ik haal diep adem en begin de boom boven me af te tasten naar takken terwijl ik de sponsorgift aan de parachute om mijn arm hang.
Ik zit naar mijn gevoel al aardig hoog in de boom wanneer onder me op de grond struiken bewegen. Ik hang tussen twee takken in, omdat ik me net op aan het trekken was, maar ik weet dat bewegen mijn schuilplaats verraden kan. Ik blijf hangen, in de hoop dat ze snel wegrennen. Natuurlijk is dat te veel gevraagd. Onder de boom waar ik zit, houden de rennende voetstappen halt.
"Ravenna," hoor ik Valeno geïrriteerd en ongeduldig zeggen. "Ik dacht dat je zei dat het dichtbij was en dat we een van die krengen zouden vinden en af konden maken. Waarom hebben we nog steeds niets gevonden?"
"Stop met zeuren!" Dat moet dan Ravenna zijn. Vreemd, ze klinkt heel anders dan tijdens haar interview, maar haar stem maakt me nog steeds bang. Dit is de publieksfavoriet. En ik hang hier aan een tak, kwetsbaar voor wat zij dan ook precies in petto heeft. "Ik had kunnen zweren dat die gil vanuit deze kant kwam. En ik hoor nou niet bepaald andere dingen uit jouw mond komen dan gezeur over wat ik fout doe. Een goed plan bijvoorbeeld. We hebben die blinde ook nog steeds niet te pakken. Ik dacht dat we hadden afgesproken dat zij jouw taak was?"
Valeno gromt wat, maar geeft niet echt antwoord.
Mijn armen beginnen te trillen van uitputting en ik weet dat ik nu toch echt moet kiezen. Blijven hangen met de kans dat ik er dadelijk uit val en op de grond, dichtbij de beroeps terecht kom, of me nu optrekken aan de tak en hopen dat ik inderdaad ver genoeg bij hen vandaan ben.
Ik besluit voor het tweede te gaan en zoals verwacht, gaat mijn beweging niet onopgemerkt.
"Als je het over de duivel hebt…" ademt Ravenna uit. "Zeg, twaalfje!" roept ze me toe. "Is het lekker droog daarboven? Waar is je vriendje? Heeft hij je in die boom laten zitten?"
Ik hoor dat iemand naar de boom toe loopt. Omdat het de stem van Ravenna is die diegene tegenhoudt, moet het Valeno zijn.
"Wat ga je doen?"
"Haar uit die boom slaan," antwoordt hij grijnzend. Ik krijg de kriebels van die toon.
"Sukkel, heb je die boom al eens bekeken? Je bent te zwaar. Dat die rat daar bovenin kan zitten, betekent niet dat jij dat ook kunt, al is ze blind. Het wordt tijd dat je stopt haar te onderschatten."
Valeno puft, maar hij loopt wel een paar passen bij de boom weg. "Wat stel jij voor dan? Wil je wachten tot ze eruit valt?"
"Nee," antwoordt Ravenna. "Maar ze is voor een reden die boom ingeklommen. Twaalfje, wat heb je daar in je hand? Is dat een sponsorgift? Kwam je die halen, voor je vriendje? Is hij gewond en heb je daar medicijn voor nodig?"
Ik hoor aan de lach in haar stem dat ze zeker meent te weten wat er aan de hand is. Van binnen grijns ik breeduit, maar ik probeer er zo bang mogelijk uit te zien. "Ga weg!" De trilling in mijn stem maakt het alleen maar overtuigender.
Ik grijp naar mijn jaszakken, op zoek naar een wapen of iets. Een wapen vind ik er niet, maar we iets anders. Iets wat mijn innerlijke grijns alleen maar doet verbreden.
"Als je ons je gift geeft en zegt waar je vriendje zich verstopt, dat zullen we je laten gaan." Kwaadaardig voegt ze er wat aan toe. "Voor nu."
Ik grijp het ding zo onopvallend mogelijk uit mijn jaszak en maak het kistje onder aan de parachute los. Er in zit een mandje met dingen die lekker ruiken, maar ik besluit er nu geen aandacht aan te besteden. Ik ruil de twee voorwerpen om, zodat het mandje in mijn jaszak zit. Nog een keer bedank ik de ontwerpers van de outfit voor de grote zakken.
"Komt er nog wat van? Je vriendje heeft je hulp nodig en die bieden we maar al te graag!"
Ik huiver nog een keer en gooi het parachuutje naar beneden. "Hier. Ga weg!" Herhaal ik.
"Nee, twaalfje," hoor ik Ravenna zeggen. Zij is duidelijk de baas. Valeno lijkt het niet eens erg te vinden. Verbazingwekkend.
"Je zou ons ook vertellen waar híj zich schuil houdt."
Ik schud mijn hoofd bijna wanhopig heen en weer. "Nee! Hij is weg! Niet hier!" Mijn stem klinkt vele jaren jonger en onschuldiger dan ik me op dit moment voel.
"Wat jij wil…" Ze is een paar tellen stil. "Valeno, de sponsorgift is een appel. Weet je wat dat betekent?"
"Dat twaalf nog lager is gezonken dan we dachten?"
"Nee oen. Dat deze appel de remedie is tegen wat dat rotjoch ook mankeert. Dit is een speciale appel uit het Capitool. En wij gaan hem opeten." Dat laatste zegt ze net iets harder, alsof ze er zeker van wil zijn dat ik het goed heb gehoord.
Om met haar mee te spelen, grijp ik met een hand naar mijn keel. "Nee! Alsjeblieft!"
Ik hoor Valeno boosaardig lachen en luister toe terwijl ze de appel in twee snijden.
"Kijk en huiver," zegt de mannelijke helft van de beroepstroep.
Ik hoor Ravenna zuchten. "Sukkel. Ze is blind."
"Luister en huiver dan. Ook goed," hoor ik Valeno geërgerd zeggen. Vervolgens hoor ik hoe ze allebei een hap nemen uit de appel. En nog een. En nog een. En er gebeurd niks. Teleurgesteld en bang span ik mijn spieren aan. Als mijn plan niet werkt, heb ik een probleem. Dat blijven ze wachten tot ik uit die boom ben, of ze hakken hem om met mij erin. Of Dorian komt.
"Nou," hoor ik Valeno zeggen. "Dat was niet heel erg-"
Hij wordt onderbroken door een hoestend geluid van Ravenna. Een tel later hoor ik hem ook kokhalzen. Ze proberen nog wat te zeggen, maar ik kan er niet echt veel uit opmaken. Waarschijnlijk vervloeken ze me of zo.
"Alissa!" hoor ik Dorian roepen. Ik raak in paniek want uit voorgaande spelen weet ik dat gewonde beroeps de gevaarlijkste tegenstanders zijn.
"Dorian! Blijf daar!" Maar ik weet dat het geen zin heeft. Ik hoor hoe hij door het struikgewas heen breekt en zich klaar lijkt te maken voor een dodelijk gevecht.
Dan klinken er twee kanonnen en ik blaas mijn ingehouden adem uit. Het is gelukt. Het is gewoon gelukt. Ik heb zojuist de beroepstroep uitgeschakeld met niet meer dan een appel en hun geloof in het Capitool. En dat besef valt met een klap op me neer. Ik voel me vreselijk schuldig vanwege de opluchting die ik nog geen tel geleden voelde. Zowel Rove als Ravenna, de twee tributen waar ik het meest bang voor was, zijn er allebei niet meer. De tranen liggen alweer op mijn wangen voor ik het goed en wel door heb.
Ik klim met behulp van Dorian naar beneden. Mijn benen trillen zo erg dat ik op sommige plekken bang ben uit te glijden over de natgeregende takken. Onderaan vangt Dorian me op.
"Sst," sust hij terwijl hij me tegen zich aan trekt. "Het is goed. Rustig maar. Het is voorbij."
Ik snik, maar ik merk dat ik al rustiger word. Ik sla mijn armen om Dorian heen en hou hem stevig vast. Zijn kin rust op mijn kruin en zijn geur is heel vertrouwd. Alles aan hem is vertrouwd; van zijn ademhaling tot zijn vingers, die rustig cirkels over mijn rug wrijven. Hij is mijn anker, het enige wat me nog een beetje licht geeft in deze vreselijke duisternis.
Wanneer ik flink tot bedaren ben gekomen, laten we elkaar los. Eerst geeft hij me nog een kus op mijn voorhoofd. "Wat is er nu eigenlijk precies gebeurd?" vraagt Dorian en ik hoor hem aarzelen over of hij de vraag eigenlijk wel stellen moet.
Ik leg hem uit dat ze wilden dat ik de sponsorgift naar beneden zou gooien en dat ik toen een van mijn vermoedelijk giftige appels in het parachuutje heb gedaan. En dat het werkte.
Dorian trekt me nog eens tegen hem aan en ik adem zijn geur, de geur die hier nog het meest op thuis lijkt, nog een keer in. Het brengt me nog wat meer tot rust.
"Kom," zegt hij vervolgens. "Laten we verder trekken. En laat me nooit meer zo schrikken, alsjeblieft."
Die avond zitten Dorian en ik samen onder een boom te genieten van een bijeengeschraapt avondmaal van onder andere konijn, een vogel die Dorian heeft weten te vangen en wat besjes die we hebben gevonden. Wanneer ik mijn jas opvouw om het als kussen te gebruiken, voel ik het mandje van Wynna weer. Dorian komt naast me zitten om te kijken wat er precies in zit.
"Het is vooral eten en een flesje sap. Wynna zal uitgehongerd zijn, als ze dit tijdens deze fase van de Spelen sturen."
Eventjes voel ik me slecht omdat we het eten dat ze zo hard nodig heeft, hebben gepikt, maar dat trekt al gauw bij.
Dorian legt een arm om mijn schouders. "We moeten eerst nog even aan onszelf denken. Daarna pas mogen we denken aan wat we precies hebben gedaan om te overleven. Denk daaraan, Liss."
Ik knik. Hij heeft gelijk, maar af en toe is het zo moeilijk. De Spelen veranderen je. Dat is iets wat iedereen weet. Maar het zo meemaken, dat is echt iets heel anders. Het is echt verschrikkelijk om te weten dat je als het ware wordt gedwongen om iemand te zijn die je niet bent of niet wilt zijn. Maar zoals Dorian al zegt, je moet wel als je wilt blijven leven. En dat is nou juist waar ik bang voor ben. Als ik zeker weet dat ik niet overleef, waarom laat ik het dan nog toe dat de Spelen me zo veranderen? Diep van binnen ben ik bang dat het gaat om een klein gevoel. Een gevoel dat maar heel klein hoeft te zijn om hele sterke gevolgen te hebben. Hoop. En ik wil niet hopen, want mijn verstand zegt me dat ik toch alleen maar teleurgesteld zal worden. En dat ik, samen met mijn hoop, in een van de volgende dagen in deze arena zal sterven.
