Het is nog vroeg wanneer Dorian en ik besluiten eropuit te gaan. We werden vanmorgen wakker in een kaal bos waar nog geen vogeltje floot en waar verder ook helemaal geen dieren te bespeuren waren. Er is nog steeds helemaal niets te horen en ook niet te zien volgens Dorian. Het bos lijkt dood.
Tegen de middag besluiten we dat het bos inderdaad dood is en dat we nu dus in de laatste fase van de Spelen moeten zitten. Ik kan de spanning in het bos voelen. De camera's zoeven driftig heen en weer. Ik ben heel benieuwd wat ze de mensen thuis allemaal laten zien. Wat zijn de andere tributen nu aan het doen?
In mijn hoofd loop ik het lijstje nog een keer na. Thavoty uit district 2, Klowena uit 7 en Wynna uit 8. En Dorian en ik dan nog. Vijf zijn er over. Eentje mag naar huis. Ik wil nog steeds niet hopen, maar het komt zo dichtbij nu. Het leek ook zo onmogelijk dat ik ooit de laatste vijf zou behalen en zie mij nu.
Ik knijp mijn ogen dicht en haal diep adem. Nee. Dat mag niet. Als ik naar huis ga, betekent dat dat Dorian niet gaat. En hij verdient het meer dan ik. Hij heeft mij in leven gehouden. En het district wil hem sowieso liever terug dan mij. Hij kan werken. Ik niet. Daarbij, ik heb ook al vier tributen vermoord. Vier! Waarom zouden ze een moordenaar terug-
"Stop daarmee," doorbreekt Dorian mijn gedachten.
Ik kijk vragend zijn richting op. "Wat-"
Hij onderbreekt me. "Stop met zo denken. Wat je ook denkt, het is vast niet waar."
"Hoe weet je dat dan nu weer? Je weet niet eens waar ik aan denk!" zeg ik verontwaardigd.
"Nou, dat is anders niet heel lastig te raden. Het gaat vast over dat je die tributen hebt uitgeschakeld en dat je vindt dat jij het niet waard bent om te mogen winnen. Ja, kijk maar niet zo," gaat hij verder wanneer ik een raar gezicht trek. "Ik ken je langer dan vandaag. Of gisteren."
"Of eergisteren," maak ik voor hem af. Dat is een grap van heel lang geleden. Van toen ik net blind was en Kaïan me wilde verrassen. Ik kan me niet eens meer herinneren met wat, alleen dat het niet gelukt was, omdat hij vreselijk voorspelbaar is.
"In ieder geval," gaat mijn districtgenoot verder, al lijkt zijn toon ietwat lichter dan ervoor. "Je moet weten dat jij ook winnen mag, Alissa. Zelfs al heb je tributen vermoord. Jij hebt het ook overleefd tot nu."
"Dankzij jou," zeg ik zacht, maar hij heeft me toch gehoord.
"En ik heb het overleefd dankzij jou. Dat heb ik je al eens gezegd. We zijn zover gekomen doordat we samen hebben gewerkt. Zonder jou had Rove mij vermoord."
"Zonder mij was je geen vrienden met Opéra geweest en had je dus nooit naar die plek toe hoeven gaan, " breng ik er tegenin.
"En dan hadden we dus ook nooit geweten hoe die kaart werkt. Sterker nog, dan hadden we die kaart nooit gehad! Weet je hoe vaak dat ding ons leven al heeft gered? Liss, alsjeblieft. Jij bent het net zo waard als ik om terug naar huis te gaan."
Zijn woorden brengen tranen in mijn ogen. Het is alsof mijn hoofd het wel geloven wil, maar mijn hart er nog geen waarheid in ziet. Ik slik een snik in en weet fluisterend uit te brengen: "Wat als 12 me niet terug wil?"
Ik voel zijn verbijstering meer dan dat ik die hoor. Dan trekt hij me tegen zich aan.
"Liss. Lieve Liss. Waarom zouden ze jou nu niet terug willen? Omdat je kinderen hebt vermoord? Liss, niemand hier in de arena is een kind. We zijn tributen. Dat is iets heel anders. Niemand in 12 zal je haten omdat je probeert te overleven. Ik ken maar een paar tributen die heel ver zijn gekomen zonder te doden en zelfs geen enkele winnaar die niemand heeft vermoord."
Ik weet zeker dat er een winnaar is geweest die niemand had gedood maar besluit hem niet te verbeteren. In plaats daarvan stel ik hem een vraag, al meen ik het antwoord al te weten. We zijn bijna constant bij elkaar gebleven, dus wanneer had het moeten gebeuren. Maar om een of andere reden vraag ik het toch. "Heb jij al iemand vermoord dan?"
Ik voel hem slikken en adem halen. Zijn schouders geven me het antwoord voordat hij het me vertellen kan. "Ja. Bij het bloedbad. Weet je nog dat dat meisje uit 4, Sadille of hoe heette ze, zo'n laag punt scoorde bij de trainingen? Zij was een van de drie die op me af kwamen toen de gong klonk."
Oh.
Dat wist ik niet.
Ik verstevig mijn knuffel maar laat hem dan los.
We lopen de hele middag, zonder ook maar een spoor van leven, een vogel, een konijn, zelfs geen besje of blaadje aan de bomen te horen of te zien. Gelukkig hebben we nog heel wat eten in onze rugtassen en jaszakken en we hebben het eten uit de sponsorgift van Wynna. Het water gaat echter wel snel op en het beekje blijkt helemaal opgedroogd. Honger, daar kunnen wij van 12 heel erg goed tegen, maar dorst is een hele andere zaak. Gelukkig hebben we onze vijf flessen gisteravond nog gevuld met water en hebben we nog wel genoeg voor een dag of twee, als we voorzichtig doen. Maar het maakt ons wel benieuwd naar wat de Spelmakers van plan zijn. De laatste tributen laten sterven van uitdroging is niet echt een populaire strategie. Dorian en ik zwijgen erover, voordat we hen op ideeën brengen.
De avond is al net zo saai als de dag waar die op volgt. Dorian houdt alles goed in de gaten op de plattegrond, maar iedereen zit zo ver van elkaar af dat het echt een vreselijk saaie Spelen moeten zijn op dit moment. Het spannendste wat er gebeuren zal is dat Wynna waarschijnlijk woest is omdat haar gift kwijt is.
"Of misschien dat Thavoty weer hele monologen afsteekt over hoe geweldig hij wel niet is," oppert Dorian.
Ik lach. "Ja, en heeft hij de stenen in een kring om zich heen gelegd als toehoorders. Hij kan de camera's vast niet vinden en in het luchtledige praten is raar."
"Voor hem waarschijnlijk niet. Ik denk niet dat er ook maar iemand is die naar hem luisteren wil."
"Zei hij niet dat hij een vriendin had, tijdens het interview? Die zal vast doen alsof ze luistert."
"Nee," antwoordt Dorian. "Hij heeft vast een vriendin, maar jij bedoelt Valeno. Thavoty riep constant hoeveel beter hij was dan zijn broer."
"Oh," zeg ik beduusd. Er zit nu een meisje thuis, huilend omdat ik haar vriendje heb vermoord. Maar ik schud mijn hoofd om die stomme gedachten eruit te gooien. Hier heb ik niets aan nu. Ik ga verder met het luchtige gesprek. "Oh, hij was degene die zo bang klonk, toch?"
"Bang? Was dat het? Het klonk wel raar. Zo gespeeld woest en arrogant. Nu je het zegt… Bang is inderdaad het juiste woord. Was hij niet ook een vrijwilliger? Ik bedoel, hij komt uit 2. Zijn die niet altijd vrijwillig?"
Ik haal mijn schouders op. "Beroeps is Beroeps. En misschien was dat bange wel gespeeld."
"Nee, dat denk ik niet. Anders was het heel slecht gespeeld. Ik hoorde het niet echt goed."
Ik haal weer mijn schouders op en draai het gesprek weg van de tribuut uit 2. "En Klowena? Wat weet je daar van?"
"Uhm…" hoor ik. "Zij vond het allemaal maar saai, niet?" Hij gaat verder wanneer ik knik. "Niet veel eigenlijk. Ze heeft zich erg stil gehouden. Ze is lang en slank, maar niet mager. Ze lijkt wel sterk. Nogal logisch als je je bedenkt dat district 7 vroeg leert hout kappen."
Nogal oneerlijk is dat eigenlijk. Zij leren al vroeg hoe ze om moeten gaar met een zwaar wapen. Wij in 12 moeten eerst nog eens kijken dat we onze eerste jaren overleven, met al die hongersnoden van de laatste jaren. Maar ook dat is iets wat went.
"Van Wynna weet ik eigenlijk helemaal niets. Ze was klein, geloof ik. Niet echt veel bijzonder, of zo leek het tijdens de training."
"Blijkbaar was ze bijzonder genoeg," zeg ik en ik gaap.
Dorian neemt de eerste wacht op zich en ik druk hem op het hart om me op tijd wakker te maken, zodat hij ook genoeg slaapt. Ik vraag me af hoe hij het doet. Ik slaap volgens mij iedere nacht langer dan hij en toch ben ik iedere avond weer degene die het eerst moe is en toe is aan slaap. Dat zal wel weer zo'n jongensding zijn, besluit ik.
Het volkslied klinkt die nacht, maar er staan geen foto's in de lucht. Het weerspiegelt hoe saai de dag was en hoe groot de spanning voor de komende dagen zal zijn. Hoe langer er niets gebeurt, hoe groter de kans op een verschrikkelijke verrassing.
Maar die verrassing komt de volgende ochtend nog niet. Niet van de Spelmakers in ieder geval. Dorian verrast me wel door me uit te laten slapen. Of eigenlijk verrast me dat juist helemaal niet. Het past wel bij hoe hij zich de laatste paar ochtenden gedraagt.
"Dorian! Je moet me echt wakker maken. Jij hebt ook je slaap nodig!"
Hij sust me. "Doe nou rustig. Ik ga nu slapen. De tributen zijn nog steeds verspreid en het bos is nog net zo dood als gisteren, maar vandaag lijkt de zon zelfs dood."
Wanneer ik niet begrijpend in zijn richting kijk, legt hij het uit. "De lucht is grijs, niet blauw. En ik kan de zon nergens zien, ook al is het licht genoeg om gewoon te kunnen kijken."
Ik frons terwijl ik de slaapzak Dorians kant op gooi. "Nou maak je er maar niet te veel zorgen om," zegt die. "Je kunt dat nu niet echt bepaald veranderen."
Daar heeft hij gelijk in. Dus leg ik me er maar bij neer en eet ik de laatste appel op. Ik ga nog eens na wat we allemaal nog in voorraad hebben.
Twee flessen water, bijna helemaal vol. Gedroogd vlees. Wat besjes. Een handvol eetbare bloemetjes. En het mandje van Wynna met brood en kaas. Het sap hadden we meteen opgedronken, zodat we de fles konden vullen met water en de banaan die erbij zat, hebben we gisteren opgegeten. Ik moet zeggen dat ik bananen blijkbaar niet zo heel erg lekker vind smaken, maar ze zijn heel voedzaam dus ik klaag niet.
Verder hebben we nog een heleboel dennennaalden. Ik stop er een paar in mijn mond en zuig erop. Wat ben ik op dit moment blij dat ik uit 12 ben. Honger is een oude vriend en ik heb er dus ook maar weinig moeite mee om te rantsoeneren.
Tot Dorian wakker wordt, ergens laat in de middag, gebeurt er helemaal niets. Geen geluidje, geen briesje, alleen het gezoem van de camera's. Ik maak er een spelletje van om ze te vinden, maar steek mijn tong maar niet uit wanneer ik er weer een gevonden heb. Dat zal iedereen vast heel kinderachtig vinden.
We eten nog wat brood en bloemetjes en besjes, omdat die echt niet langer houdbaar zijn dan vandaag, en besluiten om vandaag niet eens te gaan verkennen. We kunnen wel raden hoe alles eruit ziet.
Dood.
Grijs.
Saai.
En daar hebben we de afgelopen anderhalve dag meer dan genoeg van gehad. In plaats daarvan spelen Dorian en ik een oud spelletje. We maken een woordslang met woorden die te maken hebben met ons district. De eerste letter van het nieuwe woord moet de laatste letter van het laatste woord zijn. Dorian noemt bijvoorbeeld het woord 'steenkool' en mijn woord is dan 'Laag', van de Laag.
Opeens worden we onderbroken door Terrorman, de omroeper. Mijn adem stokt en mijn hart slaat een slag over. Meestal betekenen berichten om deze tijd maar één ding…
"Een feestmaal…" fluisterd Dorian.
En hij heeft gelijk. Ramores Terrorman nodigt ons uit voor een Feestmaal bij de hoorn vol lekkernijen en drank. Morgen, wanneer de zon halverwege zijn weg aan de hemel staat, zal er genoeg eten zijn voor ons allen, verzekert hij ons.
Dan is het even stil terwijl Dorian en ik proberen te bedenken wat we gaan doen.
Ik begin te praten. "We hoeven niet te gaan."
Ik hoor Dorian zuchten. "Klopt, maar ook wij krijgen honger en wie zegt dat er na het Feestmaal wel weer eten zal zijn?"
Hij heeft gelijk, maar het Feestmaal is op het Bloedbad na het moment waar de meeste doden vallen. En eerlijk gezegd heb ik niet heel erg veel zin om risico te lopen, niet nu we zo ver zijn gekomen.
"We kunnen niet weg blijven lopen. Ooit moeten we de confrontatie aangaan," fluistert Dorian.
Ik knik. "Wynna heeft hele erge honger. Dat blijkt uit haar sponsorgift. Dus zij dal sowieso komen, lijkt me."
Dorian humt instemmend. "Klowena zal niet bang zijn voor een gevecht, vooral niet nu het eropaan komt. Zij zal zeker weten ook komen."
"En Thavoty wil winnen. Die laat zich deze kans echt niet door de vingers glippen. Dus alle andere tributen zullen er zijn."
Het is stil terwijl we bedenken wat we precies gaan doen.
"We moeten gaan," zegt Dorian. "De kans is groot dat maar een van de drie het overleeft en dan zal diegene achter ons aankomen. En het heeft geen zin om in het bos te wachten tot we opgejaagd zullen worden. Ik weet liever al eerder wie er achter ons aan komt."
"Maar we kunnen toch ook eerst kijken, of niet?" vraag ik zachtjes. "Of wil je je mengen in het gevecht?"
"Nee, voor twee van de drie gaat het toch niet om eten. Of niet vooral in ieder geval. Wynna had niet echt bepaald reserves die ze op kon gebruiken en we weten dat ze twee dagen geleden al honger had. Ik denk eigenlijk dat we daar niet veel van te vrezen hebben, als zij zich inderdaad in het gevecht gaat mengen. Schijn kan bedriegen, maar ik denk niet dat zij het lang tegen Klowena zou kunnen uithouden. En hongerig al helemaal niet. En tegen Thavoty nog minder."
Uiteindelijk besluiten we om aan de rand van het bos te wachten en te kijken wat er gebeurd. Ik weet dat Dorian gelijk heeft wanneer hij zegt dat we ons niet kunnen blijven verschuilen, maar de gedachte aan te moeten vechten, maakt me bang. Op de een of andere manier lijkt het enger dan toen in tijdens het bloedbad tegen Rove heb gevochten. Misschien omdat ik toen al vol zat met adrenaline. Misschien omdat het toen zo vreselijk onmogelijk leek dat ik het zou overleven. Het zou vanalles kunnen zijn.
Dorian gaat dit keer als eerste slapen. Hij verzekert me dat hij wakker zal zijn zodra de zon op komt, zodat ik dan slapen kan. Ik draai mijn ogen en pak mijn mesje weer bij me. Niet veel later hoor is de rustige ademhaling van Dorian. Verder wordt de nacht alleen verstoord door het volkslied, maar er zijn nog steeds nergens vogels of andere dieren te bekennen.
