Ja, ik weet het… dit lijkt weer op de originele boeken, maar geloof me wanneer ik zeg dat het toch anders gaat lopen. Deze manier was de enige manier waarop ik het verhaal kan laten eindigen zoals ik wil :) En ik had het einde (de komende hoofdstukken) al geschreven voordat ik echt aan het verhaal begon.
PRIKKRUID
THAVOTY IS BANG IN INTERVIEWS - LAAT ZIEN WAAROM
Het lijkt alsof ik nauwelijks geslapen heb wanneer Dorian me weer wekt. Ik lijkt nog vermoeider dan voor het slapen, maar een beetje water en wat kaas brengt daar verandering in. Het duurt niet lang of we zijn op weg naar het Feestmaal. Wat eigenlijk belooft niet echt een feestmaal te worden.
Ik heb mijn eigen mesje in mijn hand en in iedere jaszak zit een reserve. We hebben er vijf in totaal en omdat Dorian zijn eigen mes tijdens een gevecht makkelijker kan vinden, mocht hij het kwijtraken, of makkelijker een andere op kan pakken, draag ik het overgebleven mes.
Ik voel aan de verandering van de vering van de bodem dat we langzaamaan bij de rand van het bos komen. Voorbij de boomgrens zijn we onbeschut, in het open. Alles en iedereen kan ons dan zien of raken. Ik voel me erg kwetsbaar zo, zonder zicht. Zo erg heb ik mijn blindheid nog nooit vervloekt. Wat een overlevingsdrang niet in mensen naar boven halen kan…
"Hier is het," fluistert Dorian in mijn oor wanneer we stil houden op de boomgrens. "Hier is het begonnen."
Ik weet dat het maar mijn verbeelding is, maar het lijkt alsof ik het bloed nog ruiken kan. Alsof dat helemaal doorgedrongen is in het gras en niet is weggespoeld door de regen.
Dorian kiest een beschut plekje uit tussen wat struiken en daar gaan we wachten. We zitten zo dicht tegen elkaar dat ik bijna het knipperen van zijn ogen kan voelen. Maar dat het ietwat oncomfortabel is, maakt niet uit. Het kan nu niet veel langer meer duren.
En ik heb gelijk. Nog geen kwartier nadat we ons hebben verstopt, begint de grond lichtjes te trillen. Dorian vertelt me wat er gebeurt.
"Een ronde ring, rondom de Hoorn des Overvloeds, gaat omlaag. Ik geloof dat op ongeveer twee honderd meter naar links een tribuut zicht heeft verstopt. Daar bewoog in ieder geval iets. Maar dat stuk grond is nog steeds niet terug. Oh, ik geloof dat ik al wat zie bewegen. Ja, daar is het. In een ring om de Hoorn ligt nu heel veel eten. En volgens mij zie ik ook chocolademelk!" roept hij zacht.
Meteen stopt de grond met trillen.
"Daar! Het was Wynna die zich daar verstopt had. En ze ziet er echt heel erg slecht uit."
Eigenlijk wel logisch om als eerste daar proberen te zijn als je niet denkt dat je ver zult komen anders. Als je snel bent, kun je weg zijn voordat iemand anders bij je is.
Maar Wynna is uitgehongerd en heeft waarschijnlijk haar reserves op moeten gebruiken deze afgelopen paar dagen. Thavoty, die begon te rennen zodra hij Wynna zag, is al bijna bij haar.
Ik hoor hoe Dorian mee leeft met Wynna, ook al kennen we haar helemaal niet. Honger is iets waar we in 12 veel ervaring mee hebben en ons hart zal altijd uitgaan naar hongerige kinderen. Zelfs al zijn deze tributen en je tegenstanders tijdens de Spelen.
"Ze rent weg. Blijkbaar heeft hij geen langeafstandswapens want hij wil echt dichtbij komen."
"Of hij wil die wapens niet gebruiken omdat hij zo'n brute beroeps is," opper ik.
"Laten we nu niet meteen van het slechte in iedereen uitgaan," antwoordt Dorian en ik trek mijn wenkbrauwen op. Hij weet dat hij het over een beroeps praat, toch? Maar Dorian kijkt blijkbaar niet naar me. Hij gaat gewoon verder met zijn verslag.
"Wynna rent terug naar de bosrand, maar Thavoty komt steeds dichterbij. Hij gaat echt voor het gevecht inderdaad, niet voor het eten."
Zijn hoofd draait de andere kant op. "Daar is Klowena. Ze komt uit de richting van de vulkaan."
En weer terug. "Thavoty heeft Wynna bereikt. Ze was al een stukje een boom ingeklommen, maar hij kon haar nog net naar beneden trekken. En nu-"
Een kanon breekt zijn woorden af. Ik grijp Dorians hand en knijp er zachtjes in. Twee anderen over. Wat nu?
"Thavoty heeft Klowena gezien, maar zij heeft eten in haar rugzak gestopt en is nu halverwege richting de vulkaan. Waarom zou ze daarheen gaan?"
Ik haal mijn schouders op. "Misschien heeft ze daar iets gevonden dat haar beschermen kan. Of ze heeft daar een val gespannen?"
"Hmm… Wat het ook is, hij volgt haar."
Een paar tellen later staat Dorian op uit de struik. "Laten wij dan maar eens naar dat Feestmaal gaan kijken, niet?"
Nerveus knik ik en ik sta ook op. Zijn hand, die ik nog steeds vast heb, leidt me richting het midden van de Arena.
Daar aangekomen geeft Dorian me nog een laatste, bemoedigend kneepje in mijn hand voor hij die loslaat. "Zullen we wel onze tassen vullen? Ik weet niet hoe lang dit blijft liggen." Of waar het gevecht dat eraan zit te komen ons naartoe jaagt, vul ik hem in gedachten aan, maar ik zeg niets. Ik moet niet zo pessimistisch zijn. Ik dacht dat ik had geaccepteerd dat ik de Arena niet levend uit zou komen. Het heeft geen zin om die laatste paar minuten te verspillen aan doemdenken.
Ik schud mijn rugzak af en hou hem open, zodat Dorian er makkelijk spullen in kan doen. Hij merkt mijn stemming al snel op. "Liss. We gaan ons best doen, oké? Niet nu al opgeven. We hadden ook niet verwacht zo ver te komen. Het zijn er nog maar twee en dadelijk waarschijnlijk nog maar eentje. Samen hebben we Rove verslagen en jij was Ravenna en Valeno eigenhandig te slim af. We komen misschien niet van het district dat de meeste kans maakt om te winnen, we zijn misschien niet zo sterk of snel als Thavoty en we worden dan misschien wel belemmerd, dat betekent niet dat we niets waard zijn, dat we dit niet ook kunnen winnen. We gaan het gewoon proberen en we gaan onze best doen. Oké?"
Ik knik en lach een beetje. Wat zou ik toch moeten doen zonder mijn anker, dat me iedere keer dat ik weg lijk te drijven in een zee van verschikkelijkheden, terug naar mijn eigen plekje stuurt. Mijn houvast, die er altijd is geweest, op de achtergrond, om me op te vangen wanneer ik dreigde te vallen. Anders dan Kaïan, die me zo ver mogelijk onder mijn steen uit probeerde te trekken, die me mijn grenzen liet verkennen en verleggen, die me het beste uit mezelf leerde te halen. Dorian is mijn derde grote broer. Mijn broer uit mijn andere familie.
Mijn rugzak is vol, dus ik hang hem terug op mijn schouders en pak Dorians tas aan om die open te houden terwijl die gevuld wordt. Wanneer deze ook vol is, neemt Dorian me mee naar de Hoorn, waar hij me zegt mijn tas af te doen. "Die zou ons alleen maar meer belemmeren tijdens het vechten. Als we ze hier laten, kunnen we ze laten komen halen."
Ik knik. Hopelijk werken de Spelmakers ook eens mee met onze plannen en halen ze niet gewoon ook onze rugzakken weg. Dat zou volgens mij wel een eerste keer zijn, dat ze rugzakken zouden stelen. Maar de Hoorn is een van de dingen die in de Arena moet blijven, ook al hoeft dat niet altijd of dezelfde manier te gebeuren. Dus onze tassen in de Hoorn zetten is een van de veiligste dingen om te doen.
Dorian pakt mijn hand weer vast en we lopen weer richting de open plek, waar een heleboel bewegingsruimte, ofwel gevechtsruimte, is.
Dan hoor ik gevloek. Het lijkt uit de richting van de vlakte te komen. Of van waar ik meen dat de vlakte is. "Blijf hier staan, oké?" zegt Dorian en hij laat mijn hand los.
Ik haal diep adem, omdat mijn zenuwen mijn stem lijken te dempen. "Ben voorzichtig," weet ik uiteindelijk toch uit te brengen.
Ik probeer te luisteren naar wat er precies gebeurt, maar mijn bloed suist door mijn oren en ik hoor niet echt heel veel meer dan mijn hartslag en wat vage geluiden van het gevecht, die me echt niet helpen te bepalen wie aan de winnende hand is. Weer iets om toe te voegen aan mijn lijstje van momenten waarop blind zijn verschrikkelijk is.
Het kanon brengt daar verandering in. Dat geluid schrikt me zo op, dat alles om me heen helder klinkt. Ik hoor hoe Dorian en Thavoty, twee zware ademhalingen, op een afstand van me staan. Thavoty's ademhaling klinkt heel erg gejaagd; hij heeft net achter Klowena aangejaagd. Dorian klinkt bij nader inzien een stukje dichterbij; alsof hij zich helemaal niet in het gevecht heeft gemengd.
Hij is gewoon tussen mij en het gevecht in gaan staan. Gelukkig.
Klowena is dus net vermoord door Thavoty. En nu heeft hij het op ons gemunt.
"Wie had er ooit kunnen bedenken dat het de twee uit 12 zouden zijn die het tot het laatst vol zouden houden." Zijn stem is snerend, maar ik hoor nog steeds een bange ondertoon. Het klinkt minder aanwezig dan tijdens de interviews, maar het lijkt er toch te zitten. Wat zou dat zijn?
"En dan vooral die blinde… Ik had je gewoon moeten afmaken toen ik de kans ervoor had tijdens het bloedbad. Het verbaasde me eigenlijk dat er geen enkele strategie bedacht werd over hoe ze jou aan moesten pakken. Ze dachten vast dat je toch niets voorstelde als je vriendje eenmaal was vermoord. Daar zullen we zo wel achter komen."
Ik grijp mijn mesje nog wat steviger vast. Het gewicht voelt intussen vreemd vertrouwd aan, alsof het een verlengde van mijn arm is geworden, in plaats van een dodelijk wapen.
Dorian gromt wanneer Thavoty een stap dichterbij doet. Er klinkt zo veel woede door in dat ene geluid dat ik me begin af te vragen of ik hem ooit zo kwaad heb meegemaakt. Ik geloof van niet. Dorian is niet zo snel kwaad.
Nog een stap dichterbij. Ik haal nog eens diep adem. Nog een paar tellen en dan barst het los.
Een volgende stap. Ik doe een schietgebedje. Laat Dorian degene zijn die dit gevecht overleeft. Laat hem terug kunnen naar huis.
Ik hoor hoe Thavoty boosaardig lacht en vervolgens begint te rennen. Een tel later hoor ik de eerste bewegingen en geluiden die erop duiden dat hij Dorian heeft bereikt en dat mijn districtpartner hem terug aanvalt. Veel kan ik er niet uit opmaken; hun lichamen klinken te veel hetzelfde. Ik heb dus geen idee of Dorian degene is die een rake klap incasseert of zijn tegenstander.
Er klinkt een dreun die de grond doet schudden. Een van hen ligt op de grond.
"Zeg je even dag tegen je vriendinnetje?" grauwt Thavoty. Ik hoor Dorian kreunen en mijn hart slaat een slag over.
Dan brult Dorian en getweeën rollen ze mijn richting op. Op een paar meter afstand houden ze stil. Ik kan nu beter horen wat er gebeurt. Dorian klinkt hoger dan Thavoty.
"Misschien moet jij ook even gedag zeggen," gromt Dorian terug. Ik hoor hoe hij worstelt om zijn mes dichterbij te krijgen, maar Thavoty is getraind. Hij is heus opgewassen tegen een tribuutje uit 12, hoe groot en sterk Dorian in mijn 'ogen' ook is.
Ze rollen weer om, eerst van me af en daarna nog dichterbij. Ik moet eigenlijk weg, dat is wat Dorian me heeft opgedragen. Zodra het gevecht dichtbij komt, weglopen. Ik moet hem alles laten doen.
Maar hij zei het vanmorgen zelf al: samen hebben we Rove verslagen. Wij gaan het doen. Wij. Niet hij.
Ze rollen nog wat verder door en ik moet nu wel een stap naar achteren zetten, om niet te vallen.
"Liss, ga weg." Aan zijn stem kan ik horen dat het hem veel kracht kost dat te zeggen. Maar hierdoor weet ik wel dat hij bovenop Thavoty zit.
Ik laat me op mijn knieën vallen. "Nee. We doen het samen, weet je nog?"
Hij gromt wat, maar ik kan het niet meer verstaan. Ik voel naar de schouder van Thavoty en van daaruit kan ik zijn arm vinden. Hij begint terrein te winnen van Dorian.
Met alle kracht die ik in me heb, grijp ik zijn pols met twee handen vast en die trek ik onder Dorian uit. Hierdoor breng ik Dorian, die met zijn volle gewicht die handen naar beneden probeerde te duwen, even uit balans, maar die vindt hij snel terug.
Ik duw de arm tegen de grond en draai hem zo ver naar buiten als me lukt. Thavoty tiert en ik voel dat Dorian het mes in Thavoty's lichaam steekt. Maar die weet zich zo te kronkelen dat hij weliswaar gestoken wordt, maar blijkbaar niet goed genoeg. Dorian vloekt.
Ik wil mijn mesje van de grond bij mijn knie grijpen, daar waar ik het neer heb gelegd om de arm te pakken, maar wanneer ik de arm met een hand los laat, trekt hij zich vrij uit mijn andere. Ik probeer hem opnieuw te pakken te krijgen, maar ben niet snel en precies genoeg.
Thavoty gooit Dorian van zich af, die met een bonk tegen te grond op komt, en rolt erbovenop. Ik hoor Dorian kreunen van inspanning, grijp mijn mes en duik bovenop Thavoty. Ik steek, zonder te weten waar mijn mes precies terecht zal komen.
Schouder.
Thavoty rolt zijn schouder, alsof ik een irritante vlieg ben die hij even van zich af kan schudden. Ik steek opnieuw, lager dit keer.
Ik voel hem een grote beweging naar onderen maken en ik hoor Dorian nog eens kreunen, maar dan staat hij op. Ik val zowat van hem af, maar weet nog net op mijn hurken terecht te komen, waardoor ik in een mum weer rechtop sta.
"Trut! Je bent lastiger dan ik dacht! Zal ik jou eerst maar afmaken dan?"
Terwijl hij om me af komt lopen, zet ik een stap achteruit. Hij heeft die toon weer en het is nu weer bijna net zo duidelijk aanwezig als tijdens de interviews.
Ik weet dat ik het niet kan winnen van hem in een een-op-eengevecht. Ik moet hem afleiden. Dorian tijd geven om te komen.
"Waarom ben je bang?"
Dat lijkt hem af te schrikken, maar een dierlijke grom vertelt me dat dat niet heel lang duurt. "Ik ben niet bang. Jij moet bang zijn!"
"Oh," zeg ik hem, zo rustig als ik maar kan, "ik ben ook bang. Maar waarom ben jij bang?"
"Ik bén niet bang!"
Ik blijf naar achteren lopen. "Je klinkt anders best wel bang."
"Ik bén niet bang!" Zijn stem slaat over. "Ik ben moediger dan hem. Waag jij niet te zeggen dat het niet zo is!"
"Hem?" vraag ik, terwijl mijn gedachten op topsnelheid denken. "Je broer?"
Nog een grom vertelt me dat ik goed zit.
"Ben je bang dat je niet zo goed bent als hij?"
Hierdoor springt hij haast op me. Ik weet net buiten zijn bereik te blijven, maar ik weet ook dat het niet lang meer zal duren voor hij me te pakken heeft. Ik hoop dat Dorian opschiet.
"Hij is geen haar beter. Ik train meer dan hem, ik haal de beter cijfers, ík ben degene die hem altijd versloeg tijdens onze gevechten. Ik zal hem eens laten zien wie er makkelijker door de Spelen heen komt. Jouw dood betekent dat ik er al eentje meer heb vermoord dan hij. Die van hem betekent dat het er twee zijn."
"Maar jij bent banger voor de dood dan hij. Jij hebt meer te verliezen. Jij hebt vast een vriendin thuis zitten. Ouders." Ik moet hem bezig zien te houden. Dorian… Dorian!
Thavoty maakt een misnoegd geluid. "Die zien me niet meer staan sinds hij won. Zelfs mijn vriendin niet. Maar als ik win… Dan zal ik weer degene zijn waar mijn ouders over zullen praten. Met wie ze zullen pronken."
Even denk ik dat ik hem tuk heb, genoeg afgeleid dat hij niet meer aan ons twee denkt. Ik hoopte eigenlijk dat dat lang genoeg zou duren om Dorian de kans te geven hem neer te steken, maar Dorian is nog steeds niet van de grond opgestaan. Ik begin me hele erge zorgen te maken. Veel tijd heb ik daar echter niet voor.
Thavoty vliegt ineens op me af en klemt mijn polsen vast. "Maar om dat voor elkaar te krijgen, moet ik je dus vermoorden."
Ik probeer me los te trekken, maar hij is zo sterk dat hij gemakkelijk mijn beide polsen in één hand vast kan houden. Ik kan geen kant op.
"Ben maar niet bang," fluistert hij. "Ik zal het snel doen."
Ik slik krampachtig en wacht op het einde wanneer Thavoty zijn hoofd weg draait en grauwt. Mijn hart maakt een sprongetje wanneer ik erachter komt waarnaar hij grauwt.
"Laat haar los!" Het is Dorian. Eindelijk! Hij klinkt alsof hij een dikke lip heeft, maar zijn stem klinkt vrijwel pijnloos.
Iets raakt me tegen mijn slaap en ik val naar de grond. Thavoty laat mijn polsen los, maar ik kan me niet meer opvangen. Mijn hoofd komt met een dreun tegen de grond. Even zie ik sterretjes. Dat verwart me. Ik kan sterretjes zien? Maar die gedachte wordt vervaagd door de misselijkheid die er achteraan komt. Mijn maag keert zich binnenstebuiten.
Het duurt even voordat het duizeligmakende draaiende gevoel stopt. Ik probeer rechtop te gaan zitten, maar val meteen weer op de grond terwijl de wereld weer met hoge snelheid alle kanten op lijkt te bewegen. Ik probeer me te concentreren op de geluiden die ik hoor, terwijl ik zo stil mogelijk blijf liggen. Het helpt niet. Ik kan er niets uit opmaken en de duizeligheid gaat er niet van weg.
Ik vloek zachtjes. Ik heb al eens eerder een hersenschudding gehad, maar zo erg nog nooit. Ik moet toch echt dat draaierige onder controle zien te krijgen. Dorian heeft me nodig!
Ik kom overeind en probeer rechtop te blijven zitten, maar een hard geluid gooit mijn hele evenwicht nog meer door elkaar waardoor ik weer op de grond zak. Was dat een kanon? Betekent dat… Was het was Dorian? Of van Thavoty?
Er knielt iemand naast me neer. Hoe is diegene zo snel hier gekomen? Was het gevecht niet wat verder bji me vandaan? Ik probeer bij diegene weg te kronkelen, maar zelfs een zijwaartse beweging in desoriënterend.
"Sst. Lissa, blijf stil liggen," klinkt het. Ik luister. Volgens mij is dat Dorian, maar ik kan me niet helemaal meer zeker herinneren hoe zijn stem klonk. Dat maakt me bang en ik maak een snikkend geluid. De schok van de snik galmt door mijn hoofd. Ik kreun.
"Liss, gaat het? Doe je ogen open alsjeblieft."
Ik had niet eens door dat ik ze dicht had en maak ze open. Even raak ik in paniek; ik zie niets. Maar dan bedenk ik me dat dat heel normaal is voor mij. Wat is er toch met mijn geheugen aan de hand?
"Gelukkig, je hoort me. Ik ga water pakken. Blijf hier."
Ik wil hem zeggen dat ik echt nergens naartoe kan in deze toestand, maar er komt niets dan gegrauwel uit mijn mond.
Dorian staat vlug op en nog geen tel later zit hij weer naast me op de grond. De paniek gaat niet weg. Er is echt wat flink mis.
"Liss, doe je ogen nog eens open." Had ik die dicht gedaan dan?
Ondertussen heb ik wel mijn stem een beetje hervonden. "Door-rian," hoor ik mezelf zeggen. "Au." Dat was niet wat ik wilde zeggen. Ik wilde zeggen dat ik stukken tijd lijk te missen, dat mijn hoofd lijkt te ontploffen en dat de wereld verdacht veel schommelt. Ik heb het gevoel op een boot te zitten, of dit is hoe ik me voorstel dat het voelt om op een boot te zitten.
"Sst," zegt hij. "Drink wat." Hij tilt mijn hoofd op, wat alarmerend misselijkmakend is, en zet een soort beker tegen mijn mond. Ik neem een slok. En nog een. En nog een. Ik merk nu pas hoe droog mijn mond is, maar het water helpt er niet echt tegen. Pas wanneer de slokken me misselijker maken dan ik dorst heb, stop ik met drinken.
"Goed zo. Kun je nog eens proberen te praten?"
Ik haal diep adem. "Door-rian. Weer-reld b'weegt." Mijn tong voelt dik aan waardoor er meer gebrabbel uit mijn mond lijkt te komen dan woorden die iets betekenen.
Dorian tilt me verder omhoog en laat me tegen zich aan leunen. Ik kerm van de duizeligheid. Het is het gevoel dat je krijgt in een lift, alleen dan erger en het trekt niet weg. Ik stap nooit meer in een lift!
Dorian praat tegen me, maar ik heb hem niet helemaal verstaan. "Huh?" vraag ik en hij herhaalt wat hij net gezegd heeft.
"Ik ga je een paar vragen stellen, oké? Je hoeft alleen ja of nee te zeggen. Lukt dat?"
"Ja." Korte woorden. Die lukken blijkbaar wel.
"Ben je duizelig?"
"Ja."
"Ben je misselijk?"
"Ja."
"Heb je overgegeven?"
"Ja."
"Heb je hoofdpijn?"
"Beetje."
"Erger… Erger dan toen met het ongeluk?" vraagt Dorian voorzichtig.
"Nee." Nee, absoluut niet. Dat was vele malen erger dan dit. Al was ik toen niet zo duizelig als ik wat ik nu ben. Of in ieder geval niet dat ik me kan herinneren.
"Weet je of je even bewusteloos bent geweest?"
"Ja."
Ik voel Dorian slikken. "Oké. Blijf maar even rustig liggen. Het komt wel goed."
Hij klinkt niet heel erg overtuigd, maar dat maakt niet uit. Zijn stem horen is al goed.
Zo blijven we een paar minuten zitten, of misschien duurt het wel veel langer dan dat. Ik leun tegen Dorian terwijl ik probeer te negeren dat de wereld draait met iedere ademhaling die hij doet. Uiteindelijk trekt de misselijkheid weg. De duizeligheid wordt ook iets minder. Iets, maar niet veel. Ik schrik op wanneer Dorian mijn naam zegt. Was ik weg aan het dommelen?
"Sorry, Liss. Toen Kaïan een hersenschudding had, moest hij iedere twee uur wakker gemaakt worden. Om er zeker van te zijn het het langzaam wegtrekt en niet erger wordt."
Ik zucht. Dit gaat een lange nacht worden. Over een lange nacht gesproken…
"Dorian?" Ik ben blij te horen dat zijn naam weer een beetje verstaanbaar uit mijn mond komt. "Thavoty?" Maar hele zinnen maken is nog wat te veel van het goede.
"Het is goed, Liss," zegt hij. "Zijn kanon heeft geklonken."
Mooi. Denk ik. Dorian is veilig. Ik ben weer bijna ingedommeld wanneer me iets ander invalt. Meteen geef ik mezelf een draai om mijn oren. Mentaal dan, ik weet zeker dat het niet zou helpen bij de duizeligheid of de hoofdpijn. "En nu?"
Ik voel hoe Dorian een grote ademteug neemt. "Ik weet het niet. Ik ga je niet vermoorden."
" 'Kjou ook niet," mompel ik en ik merk dat ik weer weg dommel. Hopelijk ben ik na even te slapen wat meer bijgetrokken zodat we kunnen overleggen over hoe en wat nu verder.
Het duurt een uur of acht, als Dorian me echt iedere twee uur wakker heeft gemaakt, voordat ik weer echt goed aanspreekbaar ben en zelfstandig rechtop kan zitten. We zitten nog steeds op de plek waar het gevecht heeft plaatsgevonden en we weten dat we hier niet te lang meer moeten blijven. De Spelmakers zullen het lichaam van Thavoty willen ophalen en dat doen ze niet zolang wij hier nog zijn.
Ik heb wat gedronken en neem een laatste hap van een broodje aardbeienjam, dat Dorian voor me gevonden heeft tussen alle dingen van het Feestmaal. Dan stel ik nog een keer de vraag: "Wat doen we nu?" Ik was zo bezig met hopen dat Dorian het gevecht zou winnen, dat ik er niet bij na heb gedacht dat ik dan nog steeds zou leven en de Spelen dus nog steeds niet over zouden zijn.
Dorian zit tegenover me, een kommetje met rijst naar binnen te werken. Ik hoor hem slikken voor hij antwoord geeft. "Ik weet het nog steeds niet. Er komt er maar één de Arena uit."
"Ja," zucht ik. "Hoe lang denk je dat ze ons zullen laten leven?"
Dorian haalt zijn schouders op en zet het kommetje neer. "Ze hebben een winnaar nodig, dus ze kunnen ons niet allebei vermoorden."
Ik hoop maar dat hij gelijk heeft, maar dan nog weet ik niet hoe we hier ooit uit gaan komen. Ze staan het echt niet toe dat we hier nog dagen blijven, of wel?
"Wil je me iets beloven?" vraagt Dorian nadat het een tijdje stil is geweest.
Ik heb in het verleden geleerd om niet zo maar ja te zeggen op een vraag als deze. Dus ik antwoord met: "Ligt aan wat die belofte inhoudt."
"Beloof me dat je nergens heen gaat zonder mij. Zolang we dicht bij elkaar blijven kunnen ze eigenlijk geen regelrechte aanval op ons doen."
Dat klinkt logisch. "Ik beloof het."
Dan is het weer stil. Ik wil net vragen wanneer we weg moeten, wanneer een hard geluid mijn nog steeds wat fragiele evenwicht door de war gooit en me ineen laat krimpen. Wanneer ik luister naar wat ik hoor, merk ik dat het volkslied speelt. Ik stel me voor hoe, voor de laatste keer dit jaar, foto's van Wynna, Klowena en Thavoty aan de lucht moeten staan. Ik heb hen nog nooit gezien dus het lukt niet al te best, maar het moment voelt als een grote mijlpaal.
"We zijn de laatste twee," hoor ik Dorian fluisteren, zijn stem vol van emotie. Hij hoeft het me niet te zeggen. Ik heb ook bijgehouden hoeveel kanonnen zijn afgegaan. Hoeveel tributen nu gehuld zijn in duisternis. Wiens ogen nooit meer het licht zullen zien. Hoeveel ouderparen nu in tranen zijn uitgebarsten. Maar ik weet dat hij het niet daarom zegt. Ik weet dat hij het meer tegen zichzelf zegt, om zichzelf ervan te overtuigen dat het waar is. Want zo voelt het niet. De spanning, die al de hele Spelen voelbaar in de lucht hangt, is er nog steeds en die zal ook niet verdwijnen, denk ik. Want de Spelen zijn nog niet afgelopen. We zijn de laatste twee tributen, ja, maar wie weet wat er verder nog in de arena ronddwaalt? Of wat ze er nog in gaan duwen? We kunnen niet verwachten dat ze ons met rust laten. Ze zullen van alles proberen om ons uit elkaar te halen en op een of andere manier te vermoorden. Alleen al eraan denken geeft me hoofdpijn.
