De volgende dag begint rustig. Alweer. We hebben nog eten genoeg, maar gaan wel opnieuw water halen. Gelukkig ben ik bijna niet meer duizelig en de hoofdpijn valt ook wel mee, dus we zijn binnen twee uur weer terug bij de hoorn. Eigenlijk wil ik met Dorian brainstormen over wat er gebeuren kan zodat we ons overal op kunnen voorbereiden, maar natuurlijk is dat geen goed idee. Als ze weten wat we verwachten, gaan ze dat doen wat het minst op onze ideeën lijkt. Of ze pakken dat waar we geen uitweg uit weten te vinden. Maar toch… Doen alsof er niets aan de hand is, vind ik echt verschrikkelijk. Ik ben het wachten zat.
Terug bij de Hoorn merk ik dat Dorian ook onrustig wordt van het niets doen. Hij besluit om onze rugzakken en voorraden opnieuw te ordenen. "Het is belangrijk dat we weten wat we precies hebben aan spullen," geeft hij als reden. Ik weet dat het gewoon is om bezig te blijven.
Ik pak een appel en ga naast hem zitten, de appel in partjes snijdend terwijl hij beschrijft welke spullen we hebben. Het is niet zo heel veel, als je al het eten in de Ring rondom de Hoorn niet meetelt dan, dus hij is snel klaar.
"Hebben we vandaag nog iets op de planning?" vraagt hij wanneer hij alle voorwerpen weer in tassen heeft gedaan.
Ik haal mijn schouders op. "Kweenie. Moeten we nog iets speciaals doen?"
Ik hou hem een appelpartje voor en hij hapt het weg. Als hij uitgegeten is zegt hij: "Zullen we het westen gaan verkennen? Ik zag op de kaart dat op een paar uurtjes lopen veel water zou moeten zijn. Het bos strekt zich uit van het noorden naar het oosten. Op het zuiden ligt de vulkaan, daar ga ik liever niet heen."
Ik eet het laatste partje op. "Klinkt goed. Ik wil eigenlijk weer even goed mijn benen strekken."
We nemen niet alles mee, maar wel wat water, eten en onze wapens. Het maakt me nerveus dat we zo veel spullen achter laten, maar misschien denken de Spelmakers op die manier dat we overmoedig worden. Al weet ik dat het de dood van een van ons twee betekent, ik ben het zo zat in de Arena te zitten dat het me niet eens zo veel lijkt uit te maken. Dat ik dan dood ga, bedoel ik dan. De Spelmakers zullen hun uiterste best doen om Dorian te laten winnen. Dat een blinde tribuut de Spelen zo lang heeft weten te overleven zullen ze vast al een schande vinden. En als mijn dood ons allebei uit de Arena krijgt, dan vind ik het bijna prima. Ik heb mijn leven al zo lang weten te rekken… Maar als ik heel eerlijk ben en goed denk over wat ik wil, vind ik het eigenlijk maar niets. Ik ben zo ver gekomen, ik ben niet van plan het zo maar op te geven, al wens ik Dorian echt niet dood. Wanneer is dit zo moeilijk geworden?
Hoelang zitten we eigenlijk al in de Spelen? De hoeveelste dag is het? Dorian weet het ook niet zeker, wanneer ik het hem vraag. "De veertiende, de vijftiende, daar ergens zullen we zitten," zegt hij. "Die dagen in het begin hebben me mijn gevoel voor tijd doen verliezen, geloof ik."
De dagen in het begin, waarin de zon eerst niet naar onder te krijgen was en vervolgens verdwenen leek te zijn. Waarin Opéra en Mirano er nog waren. Waarin de andere tributen er nog waren. Waarin ik mijn verjaardag heb gevierd. Ik wrijf eerst over mijn armband en vervolgens over mijn moeders ring, die nog steeds aan de ketting om mijn nek hangt. O, wat wil ik toch graag naar huis.
Het wordt tijdens de wandeling steeds warmer en wanneer we bij het water aankomen, dat een soort zee lijkt te zijn met stand en alles, wil ik niets liever dan in het water springen en afkoelen. Ik weet natuurlijk dat ik rustig aan moet doen, want ik wil niet weer bijna wegdrijven zoals helemaal in het begin. En aangezien we nog steeds in de Hongerspelen zijn, lijkt het me sowieso slim om een beetje behoedzaam te zijn.
Na wat rond te hebben gelopen op het strand, vinden Dorian en ik het veilig genoeg om het water in te gaan en bovendien is het te warm om het niet te doen. Als we maar bij elkaar blijven, moet het goed komen.
De tassen leggen we net buiten het bereik van het water, in de schaduw maar wel in het zicht. Onze kleren houden we aan. Niet alleen omdat we dan sneller weg kunnen zijn bij een eventuele aanval, ook omdat de zon zo fel is dat we bang zijn te verbranden. Maar het water is heerlijk koel en spoelt de brandende hitte van onze huid. Terwijl ik Dorian vast blijf houden, laat ik me diep in het water zakken. Heerlijk!
We gaan pas terug naar de hoorn als de zon heel diep gezakt is, arm in arm, want we moeten echt heel dicht bijeen blijven. Ik ben een beetje verbrand, met mijn bleke huid. Toen Dorian dat zag, zijn we in de schaduw gaan zitten, maar het was zo warm dat zodra de zon minder heet werd, wat angstig lang leek te duren, we weer het water ingesprongen zijn.
Nu koelt het heel snel af en nog voor we bij de hoorn zijn ben ik aan het klappertanden. Ook Dorians handen voelen erg koud. De slaapzakken liggen in de Hoorn maar volgens mij zijn we daar niet meer zo heel ver bij vandaan.
Mijn haren zijn nog nat van het zwemmen en ik ben bang dat ze bevriezen, zo koud is het ineens. Ik trek mijn rugzak dichter op mijn rug, maar veel helpt het niet. Ik ben blij wanneer we bij de Hoorn aankomen en we naar binnen kunnen gaan. Snel kruipen we tegen elkaar aan en trekken de slaapzakken strak om ons heen.
Het verwondert me ook niet wanneer Dorian in mijn oor fluistert: "Liss, het sneeuwt."
Oké, nu hebben we toch wel alles gezien, niet? Hele dagen licht, hele dagen duister, sneeuw, regen, kou, hitte. Mijn stille vraag wordt beantwoord door een hevig gekletter dat door de hele Hoorn nadreunt. Hagel. Dat misten we nog in ons rijtje.
Ik dank Dorian stilletjes in gedachten dat hij zo slim was eten in onze tassen en in de Hoorn te doen. Het eten in de Ring is na een hagelbui als deze toch helemaal niets meer waard. We besluiten om van dit slechte weer gebruik te maken door er gewoon doorheen te slapen. Ik neem de eerste wacht dit keer, maar ik hou het voor mijn gevoel nog geen paar uurtjes vol. Ik was vergeten dat ik ook de laatste wacht had, vanmorgen.
Ik wek Dorian met een hoop "Sorry"s en zeg hem me wakker te maken wanneer hij slapen wil. Ik heb mijn hoofd nauwelijks op mijn armen gelegd of ik ben al in een diepe slaap verzonken.
