Verdwenen Thuis

POV Emelie

Ik weet nog hoe ik hier vorig jaar voor het eerst naar binnen liep, door de deuren aan de voorkant van het grote kasteel. Ik was te laat, omdat ik helemaal uit het noorden vandaan had moeten komen.

Door de harde septemberwind had ik wat vertraging opgelopen, wat voor veel kijks had gezorgd toen ik uiteindelijk de Grote zaal binnenliep. Het bleek niet normaal te zijn dat er een zesdejaars gesorteerd moest worden, dat gebeurde gewoonlijk in het eerste jaar.

Ik was ook super blij geweest toen ik hier na mijn Holistio verblijf weer terug was, dit had gevoelt als mijn thuis. Maar nu ik zo om me heen kijk voelt dit niet meer als mijn thuis, het lijkt zo onbekend.

Alle luiken voor de grote ramen zijn dichtgedaan, en in de donkere schaduw overal lijkt niets anders dan duister te zijn. Al het goede hier is slecht geworden, ik had ook niet anders verwacht in zo'n dooddoenerschool.

De enige reden dat er nog leerlingen zijn in dat het verplicht is alle heksen en tovenaars tussen de elf en achttien naar een toverschool te sturen, ze zeggen dat je anders vermoord wordt.

Alle leerlingen lopen twee aan twee de Grote zaal binnen, met voorop de twee Kragge's, dooddoeners. De meeste zwadderaars lopen met opgeheven hoofd door de gangen, hun afdeling is nu de beste, staat nu bovenaan.

De andere afdelingen zijn nu de mindere, alles is veranderd. Naast mij loopt Draco, die heel ongelukkig om zich heen kijkt, alsof Zweinstein ook voor hem altijd een thuis was geweest en het nu niet meer is.

Een thuis, zoals het was voor velen, want vertel mij namelijk eens een reden dat het niet een thuis had kunnen zijn. Dat kan niet, want die reden bestond niet, nu zijn er wel honderd redenen.

Allemaal in het leven geroep door de overname van de toverwereld, de greep naar macht van Voldemort. Ik neem plaats aan onze afdelingstafel, het is doodstil in de Grote zaal, iedereen is bang dat als hij of zij iets zegt ze vervloekt worden.

De heerschappij van het kwaad heeft de toverwereld in zijn macht, en dat gaat nog wel even duren. De afdelingstafel van Huffelpuf telt nog maar de helft van de leerlingen die er eerst zaten, allemaal dreuzeltelgen die zijn opgeroepen door het ministerie om vervolgens vermoord te worden, of ze zijn ondergedoken.

Ook de leerlingenaantallen van Ravenklauw en Griffoendor zijn kleiner geworden, en ik mis misschien één gezicht aan onze eigen afdelingstafel. Niet elke Zwadderaar is immers van zuiver tovenaarsbloed, er zit ook uitschot in onze afdeling.

De stilte begint bijna ondragelijk te worden als een van de Kragge's, de man, met een houten stok drie keer op de grond tikt. Iedereen wendt zijn gezicht naar hem, maar dat is blijkbaar niet wat hij gewild had, want hij begint woest te brullen.

"Onaanvaardbare, ongedisciplineerde, onuitstaanbare kinderen zijn jullie!" zijn woorden galmden door de zaal "Drie keer tikken is tegelijk netjes opstaan, NU!".

Kinderen staan op, tikken anderen aan die dat niet doen, en kijken om zich heen. De zaal is gevuld met het geluid van schuivende banken, het vallen van bestek, en het zachte geroesemoes van leerlingen.

Het hoofd van de man vooraan op het podium wordt nu zelfs rood van woede, ach, moet hij zelf weten.

Drie uur later, na tien keer opnieuw te hebben geoefend met opstaan, de sorteerseremonie te hebben bekeken, en te hebben gegeten, lopen de leerlingen uitgeput naar hun slaapzalen.

Ik had nog tevergeefs zitten wachten op mijn neef, maar die was er niet, en dat vind ik vreemd. Ik ben zo iemand die zich veels te snel zorgen maakt, dat weet ik, maar toch maak ik me nu weer zorgen.

Geïrriteerd door mijn zorgen en moe van de sta-op-training plof ik neer op mijn bed, de andere meisjes in de slaapzaal doen hetzelfde. Allemaal zijn ze van zuiver bloed, maar ze hebben niks met de dooddoeners te maken, dit hadden ze vast nooit gedacht.

Een dooddoenertweeling en een moordenaar leiden Zweinstein, ondanks alles is Severus dat toch? Een Moordenaar?

"Achterlijke zak" mompelt Patty, en ze laat zich achterover zakken in haar bed. Ik grinnik, ze bedoelt honderd procent zeker het mannelijke bestandsdeel van de Kraggetweeling.

Wanneer ik me heb omgekleed knip ik het lampje uit "welterusten" zeg ik en ik leg mijn hoofd op het zachte kussen neer. Meteen val ik als een blok in slaap.