Hey hey! Ik heb het hele verhaal in mijn hoofd zitten! Ik weet het einde, ik weet hoe dit verder loopt. Dus schrijven zal niet zo moeilijk meer zijn! Sorry Luutje19 dat ik het niet op tijd af had voordat je naar Londen ging! Ik hoop dat wanneer je terug bent en dit leest (en misschien nog een hoofdstukje) dat je het me vergeeft. Tegen iedereen zeg ik mijn slogan: VEEL LEESPLEZIER!

Green.


Vergadering, Haat en grijs gewassen Onderbroeken.

POV Emelie

"Emelie!" groet mijn neef vrolijk wanneer ik zijn kantoor binnenloop. "Sev" groet ik neutraal terug, ik was een beetje chagrijnig geworden van Alecto.

"Vanwaar het onverwachte bezoek?" Severus kijkt me vragend aan. "Ik ben vrij, mag ik mijn neefje geen bezoekje brengen?" vraag ik pruilend en ik woel met mijn hand door zijn haar zoals mijn moeder dat altijd liefkozend bij mij had gedaan.

Zijn normaal zo sluike, vettige haar is nu pluizig en had volume, misschien als hij minder shampoo zou gebruiken (ik ben met hem deze zomer eens naar de winkel geweest, hij gebruikt twee flessen per week) en één keer per week conditioner, zou het nog wat kunnen worden.

Mijn neef kijkt me gekwetst aan. "Hé, mijn haar!" op dat moment wordt er op de deur geklopt en voordat Severus kan zeggen dat hij geen tijd heeft, of dat de klopper mag binnenkomen, zwaait de deur al open.

Amycus komt binnen, op de voet gevolgd door zijn zus. Alecto begint keihard te lachen, de tranen stromen over haar wangen, en ze strompelt snikkend het kantoor weer uit.

Amycus daarentegen houdt zijn gezicht neutraal, of hij vindt het niet grappig, of hij weet het heel goed te verbergen! "Severus, we moeten even wat bespreken, eigenlijk moest Alecto er ook zijn… maar ze-" hij gebaart naar de deur.

Severus trekt snel de lades een voor een open, waarschijnlijk op zoek naar een spiegel. Ik ga met mijn hand naar mijn zak, ik had volgens mij nog wel… aha, ik haal een knalgeel make-upspiegeltje uit mijn zak en overhandig het aan mijn neef.

Hij klapt het open en kijkt met grote ogen naar zijn spiegelbeeld. "Excuseer me even" snel staat hij op en hij verdwijnt naar zijn kamers door een deur rechts achter hem.

Amycus richt zijn blik op mij. "Weg jij, we moeten vergaderen" sneert hij. "Waarover?" vraag ik en ik kijk hem uitdagend aan. "Gaat je niets aan, en nu wegwezen!" ik kijk hem vuil aan, draai me om en ga weg. Wat een eikel!

Ik heb het recht er bij te zijn! Nou ja, als het met de dooddoeners te maken heeft… Mopperend loop ik door de gangen van het kasteel, ik heb niets meer te doen. En aan al mijn huiswerk beginnen heb ik geen zin.

Ik besluit maar over het terrein van Zweinstein te lopen, waar vroeger allemaal planten groeiden en bloemen stonden is nu een en al verwoesting.

Het lijkt wel alsof ik heel ergens anders ben dan de plek waar ik afgelopen jaar zo graag liep, zelfs Hagrids huisje staat er niet meer, Hagrid zelf is er niet eens meer! Het enige wat ervan over is is een hoopje steen en as.

Ik loop naar het meer, dat kunnen ze niet verpesten. Ze kunnen de meermensen niets aandoen, de gigantische octopus speelt voor beschermer van het meer, dat heb ik gelezen is een boek over Zweinstein uit de bibliotheek.

Hermelien had het me aangeraden, Hermelien is er trouwens ook niet, evenals Harry Potter en die Wemelgast. Severus had het gehad over dat ze zoeken naar voorwerpen, meer wilde hij niet uitleggen.

Voorwerpen van Voldemort, en die moeten ze vernietigen, klinkt een beetje cliché he? Waarom zouden ze voorwerpen van Hem zoeken als ze zich beter konden richten op de Heer van het Duister zelf!?

Maar toen ik dat vroeg wou Severus er opeens niets meer over kwijt, hij had iets gemompeld over mij ermee in gevaar brengen en mag niet van Perkamentus.

Zuchtend laat ik me op de grond vallen voor het meer. "Doet het meer je niet aan vorig jaar denken?" verschrikt kijk ik om me heen. Het is Draco, ik ontspan weer.

"Ja" antwoord ik en ik draai me weer terug om naar het rustig golvende water van het meer te kijken. Was alles maar weer zoals vorig jaar. Draco komt naast me zitten en kijkt ook naar het meer.

"Patty heeft mijn vader geuild" zegt hij na een kleine stilte. "Was hij boos?" vraag ik. "Ja, ik mag niet meer met je omgaan. Patty hangt nu de hele tijd aan mijn heb haar net even kunnen afschudden en ik kan zo maar beter weer terug gaan om ervoor te zorgen dat ze niet achterdochtig wordt" Draco zucht.

"WAT?!" ik draai mijn hoofd naar hem toe en voor ik het door heb zijn zijn lippen op de mijne. Deze kus voelt niet goed, het is een… afscheidskus.

Tranen rollen over mijn wangen, dit is niet eerlijk. Waarom moet Patty tussen ons komen? We zijn nog niet eens een dag samen! Draco staat op en met een laatste blik richtend op mij draait hij zich om en loopt hij weg.

Ik haat Patty, met heel mijn ziel haat ik Patty! Even later sta ik, nog nasnikkend, op en loop ik in de richting waarin Draco net verdwenen was, terug naar het kasteel.

Tijdens het lopen mijmer ik weer, dat doe ik veel, dat weet iederéén! Ik heb altijd ongeluk, ik ben een dooddoener, Patty is een trut, mijn neef runt met de andere dooddoeners de school.

Ik ben een pechvogel! Ik kan niets! Niet eens zelfmoord plegen (ik heb dat vorig jaar geprobeerd, en toen mezelf weer tegengehouden).

Ik heb me vaak afgevraagd of ik wel nodig was op deze aard, het antwoord is dan wel 'Ja'. Maar het klinkt niet echt overtuigend. De dooddoeners kunnen me wel missen, de HELE SCHOOL kan me wel missen, iedereen haat me nu mijn neef..

Maar Severus kan je niet missen zegt een klein stemmetje betweterig in mijn hoofd. Het stemmetje heeft gelijk, dat kan Severus niet. Ik besef dat ik niet goed gelopen ben.

Ik ben niet in de kerkers, op weg naar de vertrekken van Zwadderich, ik ben bij een doodlopend eind. Boos staar ik tegen de muur op, waarom ben ik hier? Deze muur kan me geen verlossing bieden, deze muur kan me niet helpen. Ik heb een plek nodig waar ik kan uitrusten!

Een plek waar ik weg ben van al het kwade, een plek met aardige mensen en goede mensen. Ik loop een paar keer heen en weer langs de muur, bedenkend wat ik nu ga doen.

Waar ben ik eigenlijk? Ik ben hier nooit eerder geweest. Nou ja, ik ben wel vaker ergens niet geweest. De school heeft namelijk ook een geheime kamer, waarin een dood basiliskenlijk ligt, dat stamt uit Harry Potters tweede jaar op Zweinstein.

Harry heeft een talent om in de problemen te komen! Ik ook stom stemmetje. Het is bijna kerstvakantie, dan gaan een paar leerlingen naar huis (vooral dooddoenerskinderen, de rest blijft hier, omdat het hier veiliger is).

Ik blijf hier niet, Severus en ik gaan naar Villa Prins. Severus heeft het geërft van onze oma, hij logeerde er soms in weekenden midden in het schooljaar, wanneer hij maar even tijd had.

Verder woonde hij in zijn oude vervallen pand, ik ben daar nog nooit geweest, ik heb alleen Pippeling erover horen klagen. Pippeling, het rattenmannetje, had Severus moeten dienen.

Het eindigde met Severus die Pippeling eruit trapte omdat zijn onderbroeken grijs waren geworden. (de domme rat had ze bij zijn zwarte kleding gegooid, zijn nieuwe cape gaf af).

Ik weet niet waarom mijn neef, die in helemaal zwart gekleed gaat, witte onderbroeken heeft. Zit vast een grappig verhaal achter! Maar mijn neef heeft ook een privé leven weet je… Dus nog drie dagen en ik mag deze hel verlaten! Al is het maar voor een weekje, waarna Severus weer terug moet naar Zweinstein.

Na drie keer heen en weer gelopen te hebben langs de muur verschijnt er opeens een deur.


Ik wil van alles weten! Wat jullie ervan vonden, want jullie denken, voelen etc. Ik wil het weten, vertel het me in een review! That will make my day!