Welkom bij het wonder; een hoofdstuk die NIET uit Emelie's POV is! Maar die van SEVERUS SNEEP! Because everyone loves him! (vooral Luutje, vooral Luutje) Duzz, lezen maarrrr!
Green.
Weten, Liefde en Verlies
POV Severus
Ik wist het toen ik de hoek om liep nadat we onze afspraak gemaakt hadden, acht uur zou ze naar mijn kantoor komen. 'Rust' had ze nodig.
De Kamer van Hoge Nood, waar Potter's clubje zat in het vijfde jaar, is nu het toevluchtsoord van datzelfde clubje geworden.
Alecto en Amycus zijn er op uit om erachter te komen waar Potter, Wemel en Griffel zitten, en ze denken dat hun medestudenten het weten. Dom.
Tot nu toe hebben ze nog niemand vermoord, dat weet ik zeker. Ze kunnen niet van het schoolterrein af zonder mijn medeweten en in en om de school liggen nog geen lijken.
Maar toch zijn er twee leerlingen verdwenen gedurende de eerste helft van het jaar, Ginny Wemel en Marcel Lubbermans. Potter's vriendinnetje en een goede vriend, ze verstoppen zich vast ergens, en dan bedoel ik in de kamer van Hoge Nood.
Ze zijn de Kragge's dus ontkomen, en Emelie zal wel degene zijn die ze voorziet van eten en drinken. Hoelang doet ze dat al? Waarom heeft ze het niet aan mij verteld? Ik kijk naar Emelie, die tegenover me zit, terwijl ik een beetje met mijn vork in mijn eten prik.
"Sev, als ik moet eten, moet jij dat ook. Waarom was je trouwens niet bij het avondeten aanwezig?" vraagt Emelie waarna ze nog een hap van haar tosti neemt. Ik denk na.
"Ik moest nog wat regelen" zeg ik tot slot en ik begin ook te eten. Ik besluit het onderwerp 'de Kamer van Hoge Nood' maar met rust te laten, ik moet haar de ruimte gunnen om geheimen te hebben, net zoals zij dat bij mij doet.
Nadat we beide klaar zijn met eten zegt Emelie gedag en gaat ze weg. Over drie dagen heb ik eindelijk rust, dan gaan we voor een weekje naar villa Prins, Emelie en ik.
Daarna moet ik weer terug naar Zweinstein, wat Emelie dan doen moet bedenk ik nog wel. Misschien blijft ze daar, of ze gaat mee terug. Villa Prins heb ik geërfd na de dood van mijn familie, ik kom er niet vaak.
Het is veels te groot, en de meeste muren zijn wit. Ik verkies zwart boven wit. Ik sta op en loop mijn kantoor uit, deze avond heb ik nachtdienst. Hoewel de leerlingen uit angst niet meer 's nachts uit hun afdelingen durven te sluipen, moet ik dit toch doen.
Ik pak mijn toverstok. "Lumos" fluister ik. Verscheidene portretbewoners beginnen te vloeken en te zeuren, zuchtend loop ik door. Nadat ik een tijdje door de gangen heb gedwaald loop ik naar buiten, het ziet er verschrikkelijk uit.
De Kragge's vonden het nodig om het een 'echte' dooddoenersschool te maken en dus het nodige beetje verwoesting aan te brengen. Dichtbij het meer staat een boom, hij staat een beetje schuin.
Ik had Alecto en Amycus verboden de boom iets aan te doen omdat het zoveel herinneringen opbracht.
Het was na zijn SLIJMBAL examen van verweer tegen zwarte kunsten, hij liep naar buiten, toevallig achter het groepje van James Potter aan.
De vier liepen naar het meer en ploften daar in het gras neer, Severus had liever de koele schaduw van de boom die ongeveer acht meter verderop stond.
Hij ging er onder zitten en pakte zijn boek voor Astronomie uit zijn tas, waarvan hij morgen het SLIJMBAL examen moest maken.
Hij begon de sterrenbeelden te leren, ondertussen hopend dat deze middag het gepest en de vervloekingen van Potter en Zwarts wegbleef.
Zijn gehoop was nutteloos geweest, de jongens bij het meer waren zich al snel aan het vervelen en Potter merkte Severerus op. "Secretus!" riep hij, hij stond op en liep naar Severus toe.
Severus stopte snel zijn astronomieboek terug in zijn tas en deed die over zijn schouder. Hij stond op en pakte zijn toverstok, die meteen door een simpele ontwapeningsspreuk van Potter de lucht in vloog.
Zwarts was inmiddels ook al komen aanrennen met Peter en hij sprak een stremspreuk over hem uit, waardoor verzetten voor hem onmogelijk werd gemaakt.
"Wat dachten jullie van bubbels?" vroeg Potter zijn vrienden en hij liet bubbels uit Severus' mond komen, het smaakte walgelijk.
Toen hing Harry's toekomstige vader Severus op zijn kop waardoor zijn grijze onderbroek zichtbaar werd, hij schaamde zich kapot.
"Ielw, Secretus wast zich echt niet dus!" brult Zwarts en er klinkt gelach van de groep kinderen die naar het schouwspel waren komen kijken.
"Stop arrogante kwal!" Lily kwam in zicht en ze keek boos naar James, die zijn ogen van Severus afwendde en op haar richtten, Severus viel naar beneden en deed snel zijn gewaad weer goed.
Hij raapte zijn toverstok op en liep naar Lily, die bezig was de mensen die bijeen gekomen waren weg te sturen. James Potter was even daarvoor al woedend was weggestampt, en zijn vrienden had meegenomen, toen Lily het joch had uitgescholden voor van alles en nog wat.
Ook had ze luid en duidelijk verkondigd dat als was Potter het laatste joch op aarde, ze nog niet met hem uit wou gaan. "Ik kan mijn eigen boontjes wel doppen, bemoei je met ze eigen zaken modderbloedje" zei hij.
Lily draaide zich verschrikt om en keek hem aan. Tranen vormden zich en rolden over haar wangen, ze draaide zich om en rende weg.
Dat was de domste keus geweest die ik ooit heb gemaakt, ik hield van haar, en ik houd nog steeds van haar. En ik heb haar weggejaagd, uitgescholden met het ergste wat ik maar had kunnen doen.
Ik noemde haar een modderbloedje. De Potter uit het heden, Harry Potter, had een deel van de herinnering gezien, tot het onderbroeken deel.
Ik had hem toen woedend uit de hersenpan getrokken en gebruld dat ik hem nooit meer in mijn (oude) kantoor wilde zien. Hij heeft nooit het einde van de herinnering gezien, hij weet niet dat ik van zijn moeder houd.
Zijn ogen zijn het even beeld van die van zijn moeder, maar de rest van zijn uiterlijk en zijn innerlijk lijken op zijn arrogante vader.
Leuk of niet? Moet ik zoiets vaker doen of is Emelie toch het interessantst? En wat vonden jullie van het hoofdstuk zelf?! Tell me in een review!
