Omdat mijn hoofdstuk 15 maar niet langer te krijgen was, heb ik hem samengevoegd met de volgende...

Sorry dat ik zo laat ben met updaten! Ik heb geen goed excuus... maar ik ga het goedmaken! Ik werk aan 3 verhalen tegelijk, ik heb er naast deze nog 2 die ik achter de hand hou!

Green.


De verbinding, super schilderij

POV Emelie

Ik kom de kamer van Hoge Nood binnen, deze middag vertrekken we met een koets naar Zweinsveld vanwaar we met het haardvuur naar villa Prins gaan. Verschijnselen vind Severus geen goed plan, hij denkt dat ik dan een van mijn ledematen vergeet ofzo, ik heb mijn brevet hoor!

In de stoel rechts van die van Ginny zit een jongen met zandkleurig haar die ik herken uit het jaar van Marcel, die weer tegenover Ginny zit. "Ik had niet op bezoek gerekend" zeg ik en ik loop naar de vierde stoel en ga zitten.

"Dooddoener!" brult de jongen, hij springt op en richt zijn toverstok op mij. "Simon!" zegt Marcel vermanend. Simon kijkt zijn vriend boos aan. "Wat doet ZIJ hier? Ze is familie van die zak die perka- die perkamen-tus…!" hij valt stil.

Ik haal het eten uit mijn zakken en vergroot het op de tafel. "Het maakt niet uit dat je niet gerekend hebt op drie, je hebt toch altijd teveel mee" ik bloos bij die woorden.

Simon doet met zijn mond een vis na, geschokt happen naar lucht bedoel ik daarmee. "Ik ben niet net als Sev- uuhm Sneep. Ik ben het etensmeisje" leg ik hem uit.

"Anders leefde ik nu niet meer, sinds Marcel kwam was ik mijn waterbron kwijt… je kan maar drie dagen zonder water voor de sterft hoor" zegt Ginny en ze geeft me een glimlach.

"Ben je ook gevlucht voor stom en stommer?" vraag ik, tot mijn verbazing begint de griffoendor te lachen. "Jup, ze zaten me achterna, ik wist niet van tevoren dat ze me wilden pakken zoals Marcel en Ginny wel deden, ik heb gerend voor mijn leven.

Ik ben er pas net" antwoordt hij wanneer hij uitgelachen is. Alle drie beginnen ze te eten, ik pak een sparerib en begin te ook te eten. "Sinds wanneer hangt dat daar?" ik wijs op een schilderij dat aan de muur hangt. Op het schilderij staat een meisje. "Weet ik niet" zegt Ginny en ze gaat verder met eten.


We lopen door Zweinsveld, omdat Severus voordat we naar villa Prins gaan nog het een en ander moet regelen. "Ik ga verderop naar een bespreking met Bellatrix over hoe het nu precies zit met… nou ja, met waar Amycus en Alecto het over hadden".

"Wat?" vraag ik bits, als hij naar Bellatrix gaat, heeft het iets met de dooddoeners te maken. Dan vind ik dat ik het ook weten mag! "Emelie, later, hier is het te gevaarlijk om het daarover te hebben" zegt Severus gebiedend.

"En ik?" vraag ik. "Op naar Zweinskop". Mopperend loop ik Zweinskop binnen, het café is leeg, gewoon leeg. Normaal gesproken is het hier altijd gezellig en druk, maar nu is er is geen enkele ziel op de man achter de bar na.

"Wie ben jij?" vraagt de man terughoudend. "Emelie" zeg ik en ik loop naar de bar "ik wacht op mijn neef, één boterbier graag". Ik haal twaalf sikkels uit mijn geldzakje en leg ze op de bar, de man zet een boterbier voor me neer en pakt het geld.

"Wie is je neef?" vraagt hij, ik haal mijn schouders op. "Doet er niet toe" mompel ik "wat is uw naam?". Hij haalt ook zijn schouders op "Doet er niet toe" zegt hij wijs.

"Kom op nou!". "Tsjah, de naam van jouw neef in ruil voor mijn naam" de man grinnikt, ik rol met mijn ogen . "Oké!". "Ik heet Desiderus Perkamentus" zegt de man, mijn mond valt open.

"En je neef is?". Ik geef geen antwoord, ik KAN geen antwoord geven. Mijn neef heeft ons schoolhoofd (Perkamentus) vermoord, en deze man is waarschijnlijk familie. Ik kijk naar de grond.

"Nou?" vraagt de man. "Severus Sneep" zeg ik zacht, de mond van de man valt open. "Ik heb niks verkeerds gedaan! Ik hoef jullie dooddoeners niet in mijn café! Jullie jagen mijn klanten weg!" schreeuwt de man, ik deins achteruit en val daarbij van mijn barkruk.

"Sorry! Sorry!" zegt de man en hij komt achter de bar vandaan wanneer de tranen in mijn ogen verschijnen. "Geeft niet, iedereen denkt dat ik… net als mijn neef ben" zeg ik, ik ben eigenlijk ook een dooddoener, maar niet zo geniepig en vals.

De man kijkt me alsnog achterdochtig aan voordat hij me omhoog helpt en mee naar achter neemt. "Waarom moet ik mee hiernaartoe?" vraag ik.

"Ik moet even de boterbiervooraad aanvullen, en wat gezelschap en tilhulp kan ik wel gebruiken" ik kijk om me heen. Boven een dressoir zie ik een schilderij hangen dat ik eerder heb zien hangen, het is het schilderij met het blonde meisje erop wat ik eerder vandaag nog in de Kamer van Hoge Nood heb zien hangen.

"Dat is mijn zusje, nou ja, dat was mijn zusje" zegt Desiderus terwijl hij een doos met flesjes boterbier optilt. Het meisje op het schilderij wenkt me weer, weer wil ze dat ik iets zie, vorige keer stoorde Ginny me.

Ik loop naar het schilderij, het meisje loopt dieper haar schilderij in, een soort tunnel in. Het schilderij groeit en vervaagd, zodat er echt een tunnel is. "Woaaah" zeg ik en ik loop ernaar toe.

Maar voordat ik er ben wordt ik bij mijn arm vastgepakt, Desiderus heeft zijn doos weer neergezet. "Wat is dit?" vraagt Desiderus. "Geen idee, misschien een verbinding?". Een verbinding… een verbinding!

Met de Kamer van Hoge Nood nog wel! Dit is een oplossing voor het Ginny-Marcel-Simon-voedselprobleem. "Emelie?". "Marcel!" gil ik en ik ruk me los, ik ren naar hem toe en omhels hem.

"Het is een verbinding, dat schilderij van zijn zusje" ik gebaar naar Desiderus "en datzelfde schilderij bij jullie". Ik richt me tot Desiderus. "De dooddoeners willen ze vermoorden, deze tunnel leidt naar de Kamer van Hoge Nood op Zweinstein. Mijn neef neemt me mee voor een week. Alstublieft, wil u voor ze zorgen?" ik kijk hem smekend aan.

"We zijn rebellen!" zegt Marcel. Ik hoor de deur van Zweinskop open gaan. "Snel. Dat kunnen dooddoeners zijn!" sist Desiderus. Marcel rent snel terug en terwijl de tunnel langzaam weer verdwijnt zegt Desiderus.

"Ik geef ze eten en drinken". Na dat gezegd te hebben pakt hij de doos boterbier weer op en gaan we kijken wie er binnen is gekomen. "Severus!" ik loop naar mijn neef en geef hem een knuffel, hij kijkt me verbaasd aan en daarna trekt hij me aan mijn arm mee.

Ik draai mijn hoofd naar Desiderus en vorm met mijn lippen het woord 'bedankt'. Hij knikt en gaat weer verder met zijn bezigheden.


Ik hoop dat ik een review verdiend heb..