's Avonds kreeg Marcel niet de gelegenheid om met Loena, die meteen naar haar eigen leerlingenkamer ging na het eten, of Ginny te praten. Het was sowieso lastig om elkaar even onder vier ogen te spreken in de rumoerige toren van Griffoendor en het was pas de volgende ochtend bij de Grote Zaal dat ze weer woorden wisselden.
'Daar ben je dus,' zei Ginny ongeduldig. Ze had hem opgewacht in de Ontvangsthal. 'Er is iets dat je moet zien.' Ze pakte hem bij zijn arm en Marcel liet zich verbaasd meetrekken naar een groot stuk perkament dat met een punaise aan de muur was geprikt, vlak naast de deur naar de Grote Zaal. Meerdere leerlingen stonden om hen heen om het te lezen.
'De Kragges hebben een aantal regels opgesteld,' fluisterde Ginny.
'Wat een waslijst!' Ondanks de enorme hoeveelheid tekst begon Marcel aandachtig te lezen:

Naar aanleiding van de nieuwe richtlijnen van het Ministerie van Toverkunst en diens hervormingen op Zweinstein zijn we genoodzaakt een aantal nieuwe regels in te voeren die per direct van kracht zijn en waar iedere leerling, zonder uitzondering, zich aan dient te houden. Overtreding zal zwaar worden bestraft.

1. Severus Sneep is door het Ministerie aangewezen als rechtmatig schoolhoofd.

2. Amycus Kragge (Zwarte Kunsten) en Alecto Kragge (Dreuzelkunde) hebben het recht leerlingen te bestraffen op ieder moment dat zij dat nodig achten. Leraren worden verzocht leerlingen die zich niet aan de regels houden aan hen uit te leveren.

3. Iedere leerling die de regels overtreedt mag op welke manier dan ook verhoort of gestraft worden door de daarvoor aangewezen leraren.

4. Het voormalige vak Verweer tegen de Zwarte Kunsten zal worden vervangen door Zwarte Kunsten, onderwezen door Amycus Kragge.

5. Dreuzelkunde, tot dusver een keuzevak, is per ingang van dit schooljaar verplicht voor iedere leerling, ongeacht zijn jaar.

6. Het is leerlingen verboden kwaad te spreken over de hervormingen of zich hier tegen te verzetten, informatie uit te wisselen over Ongewenst Persoon nr. 1 of in het bezit te zijn van lasterpraat zoals het tijdschrift De Kibbelaar.

7. Iedere jonge heks of tovenaar is verplicht lessen aan Zweinsteins Hoge School voor Hekserij en Hocus Pocus te volgen.

8. Iedere nieuwe leerling is verplicht zijn Bloedstatus te overleggen tegenover het Ministerie. Alleen diegenen die kunnen aantonen minstens een naast familielid van zuiver bloed te hebben, zullen worden toegelaten.

'Walgelijk,' bracht Marcel uit. Hij voelde zich misselijk worden en keek ontzet om zich heen. Sommige leerlingen, vooral Zwadderaars, lachten vrolijk en leken erg tevreden. Anderen haalden hun schouders op na het perkament te hebben gelezen en een derdejaars was lijkbleek geworden. Haar zusje, een klein, elfjarig meisje, moest moeite doen haar tranen in bedwang te houden.
'Ik weet het,' fluisterde Ginny. 'Het is niet echt het Zweinstein dat we in juni achterlieten, hè?' Er viel een stilte. Het was waar. Deze zomer was er heel veel veranderd, en niet alleen op school. Niemand leek elkaar meer te vertrouwen, veel minder dan eerst. Daan was weg, en Harry en Ron... Zijn slaapzaal was veel stiller geworden.
'Laten we het maar even aankijken,' mompelde hij uiteindelijk afwezig. Hij keek even om zich heen en toen hij er zeker van was dat de andere leerlingen waren gaan ontbijten en ze dus alleen waren voegde hij er aan toe: 'Misschien moeten we de SVP maar weer bij elkaar roepen.' Ginny knikte alleen. Het was duidelijk dat ze op een lijn zaten.
'Ik ga gauw eten, want de lessen beginnen zo. Loena en ik hebben vandaag Dreuzelkunde en ik zal je vertellen hoe het was.'
'Ik heb zo dadelijk Zwarte Kunsten,' zuchtte Marcel. Hij was er niet zeker van of hij daar zo blij mee moest zijn.
'Waar is Loena eigenlijk?' Ginny keek verontrust om zich heen.

Een half uur later stond hij met de anderen Griffoendors en Zwadderaars van zijn jaar te wachten bij het lokaal van wat eerst Verweer tegen de Zwarte Kunsten was. Het viel Marcel op dat er ook mensen uit Zwadderich misten, al waren dat er minder dan bij zijn eigen afdeling. Draco Malfidus was bijvoorbeeld ook in geen velden of wegen te bekennen. Pas toen de tweede bel was gegaan kwam Amycus Kragge de hoek om. Hij leek erg in zijn sas en dat irriteerde Marcel, die zich met een wee gevoel in zijn maag naar het lokaal had geloodst. Zonder een woord te zeggen gingen de leerlingen naar binnen en zochten een plekje. Marcel ging naast Simon Filister, die behoorlijk verloren leek zonder Daan, zitten en keek toe hoe Amycus zijn tas op de vloer naast zijn bureau zette en de zevendejaars een voor een schattend aankeek. Bij sommigen, voornamelijk Zwadderaars, leek hij goedkeurend te knikken, en bij anderen stootte hij een onaangenaam lachje uit. Marcel wist niet of hij het zich verbeeldde, maar Amycus leek zijn blik extra lang op hem gericht te houden alvorens zijn mondhoeken omkrulden in een valse grijns.
'Ik weet dat jullie zes jaar lang Verweer tegen de Zwarte Kunsten hebben gehad van al dan niet onbekwame leraren. Perkamentus nam alles aan,' begon hij uiteindelijk. De meesten zeiden niks, maar sommige leerlingen begonnen opstandig te fluisteren.
'Als hij het over Lupos heeft, hij was de beste, ondanks het feit dat hij een weerwolf was,' mompelde Belinda.
'Hij zal Omber bedoelen!' hoorde Marcel achter zich. 'Van haar hebben we niks geleerd!'
'Stilte!' schreeuwde Amycus, zo onverwacht dat iedereen schrok en abrupt zijn of haar mond hield. 'Goed... Wat ik dus wilde zeggen... Alles wat jullie hebben geleerd moeten jullie vergeten. Ik zal proberen jullie snotneuzen dit jaar alles te leren wat jullie moeten weten voor het geheel vernieuwde P.U.I.S.T. examen. Als jullie dat willen halen doen jullie er goed aan me vooral niet tegen te spreken en gewoon mee te werken.' Niemand zei iets en keek angstig toe hoe Amycus om zijn bureau heen liep en hoe hij zich door de rijtjes tafels heen bewoog, de ijzige stilte behoudend. Uiteindelijk vervolgde hij: 'Kan iemand me vertellen welke spreuken vallen onder wat men noemt Onvergeeflijke Vloeken? Een naam die jullie overigens ook mogen vergeten, want jullie gaan ze leren.' Tijd om geschokt of bang te zijn kreeg niemand, want de verbazing was groot toen de handen van zowel Korzel als Kwast omhoog schoten.
'Ja?' zei Kragge met een vriendelijkheid die niet bij hem paste.
'Avada Kedavra,' antwoordde Korzel.
'Imperio,' vulde Kwast aan.
'Heel goed, al was ik van plan vandaag een andere spreuk te behandelen. Iemand enig idee?' De handen van enkele andere Zwadderaars kwamen aarzelend omhoog. Marcel was ervan overtuigd dat iedereen in het vertrek het wel wist, maar, net als hij, geen behoefte had antwoord te geven op de vraag van de Dooddoener.
'Jij!' schreeuwde Kragge opeens, opnieuw totaal onverwacht en hij wees op Marcel, die opschrok. 'Jij kunt de klas vast wel vertellen wat er met Frank en Lies Lubbermans is gebeurd.' Zijn klasgenoten keken hem aan met een mengeling van angst en nieuwsgierigheid in hun gelaatsuitdrukkingen. Marcel had namelijk nooit aan iemand verteld waarom hij bij zijn oma woonde. Nu gaf hij ook geen antwoord.
'Je wilt het niet zeggen?' De stem van de leraar was heel kalm, maar veel angstaanjagender dan toen hij had gekrijst. 'De ouders van meneer Lubbermans hier zijn door toedoen van de Cruciatusvloek krankzinnig geworden en liggen nu, bijna zestien jaar later, nog steeds in het ziekenhuis, in een zeer onpasselijke toestand.' Marcels klasgenoten keken hem geschokt aan, maar hij staarde naar zijn voeten. Kragge glimlachte even, genietend van de situatie en liep toen naar de deur van zijn kantoortje, opende die en schreeuwde het kamertje in: 'Je kunt binnen komen, stom wicht!' Hij ging aan de kant om een meisje met vuilblond haar en met een blik die anders ietwat gestoord was, maar nu plaats had moeten maken voor angst, doorgang te bieden. Evenals andere leerlingen die naar adem snakten kende Marcel haar maar al te goed. Het was...
'Juffrouw Leeflang heeft meteen op de eerste dag van het jaar de regels al overtreden. Als straf mag ze me assisteren bij mijn les.'
'Wat heeft ze dan gedaan?' vroeg Simon brutaal.
'Meneer- Filister, is het niet?-, juffrouw Leeflang was in het bezit van een exemplaar van de Kibbelaar.' Kragge sloot de deur van zijn kantoor weer en liep opnieuw langs de leerlingen op naar achteren met een ijzige sensatie waar een Dementor jaloers op zou zijn geweest. 'Hoe dan ook, voordat jullie mogen oefenen wil ik eerst de theorie uitleggen. De spreuk is...'
'Wat?' Voordat Marcel er erg in had was hij opgesprongen. Aan de ene kant had hij al de hele les op dit moment gewacht en anderzijds kon hij zich nauwelijks voorstellen dat dit echt van hen gevraagd werd.
'De spreuk is Crucio,' ging Amycus echter onverstoord verder, zonder Marcel ook maar een blik waardig te keuren. 'Om te slagen moet je het wel echt willen. Probeer dus plezier te hebben in hoe je slachtoffer pijn lijd. Zo dus.' Hij hief zijn toverstok op, schreeuwde: 'Crucio!' en Loena viel stuiptrekkend en schreeuwend op de grond.
'Dat kunt u ons niet laten doen!' Belinda Broom keek walgend naar de pretlichtjes in Kragges ogen.
'Fijn dat u ook wilt assisteren,' antwoordde de leraar coulant en Belinda hield abrupt haar mond, evenals de anderen die tegensputterende geluidjes hadden gemaakt. Marcel keek alleen naar Loena die nog steeds baadde in het zweet. Het ging niet alleen om het feit dat zijn ouders ook op deze manier gemarteld waren en het probleem was ook niet echt dat Loena een vriendin was... Dit kon je gewoon niet doen, met niemand. Langzaam kwam Marcel in beweging en zijn voeten dirigeerde hem, deels bewust, richting de deur.
'De les is nog niet afgelopen. Ga terug naar uw plaats,' zei de Dooddoener ijzig.
'Ik doe dit niet.'
'Goed,' antwoordde Kragge en Marcel dacht even dat hij het verkeerd verstaan had. 'Dan kan het u zeker ook niet schelen om na de les even bij mij te blijven?' Marcel hoefde de rest van de les geen mensen te martelen. Hij mocht 'slechts' toe te kijken hoe anderen dat probeerden. Gelukkig lukte het bijna niemand, afgezien van een paar Zwadderaars, want niemand kon er veel plezier aan beleven, hetgeen Kragge niet echt kon waarderen. Toen de bel ging was iedereen dan ook zichtbaar blij de gang weer op te mogen en wensten ze Marcel allemaal succes door bijna onzichtbaar naar hem te knikken of te glimlachen. Kragge was even verdwenen in zijn kantoortje en Loena maakte van de gelegenheid gebruik om in Marcels oor te fluisteren: 'Ik vind het heel moedig van je, maar je had het niet moeten doen.'
'Dat doe je gewoon,' antwoordde Marcel even geruisloos, ookal was hij een beetje angstig voor wat er komen ging.
'Ginny en ik zijn in de Kamer van Hoge Nood. Zoek naar een plek waar we rustig kunnen praten zonder lastig gevallen te worden. We denken aan je.' En met die woorden huppelde Loena het lokaal uit.