Marcel rende de
trap op met zijn hand tegen zijn wang gedrukt. Het bloedde nog
steeds. Niet uitkijkend waar hij liep botste hij bijna tegen een
blond meisje met een roze gezicht op. Het was Hannah
Albedil.
'Marcel,' zei ze verrast. 'Ik zocht je eigenlijk al...'
Even leek het meisje uit Huffelpuf te aarzelen, maar vervolgde toen:
'Ik hoorde wat je hebt gedaan daarnet en ik vind het echt heel moedig
en... Wat is er met je gezicht gebeurd?'
'Niks bijzonders,'
antwoordde Marcel vaag. 'Eh... Bedankt Hannah, maar als je het niet
erg vind loop ik even door. Ik zoek Ginny en Loena.'
'Oh okee.'
Hannah wist slechts met moeite de teleurstelling in haar stem te
onderdrukken. Marcel was nu op de juiste verdieping. Ik zoek naar
een plek waar ik rustig met Ginny en Loena kan praten en waar we niet
gestoord kunnen worden. Een keer liep Marcel de gang over.
Vervolgens liep hij weer terug. Ik zoek naar een plek waar ik
rustig met Ginny en Loena kan praten en waar we niet gestoord kunnen
worden. Hij herhaalde het nog eens en stond toen voor een grote
deur. Marcel ging naar binnen en trof een klein kamertje aan waar
niks anders dan wat kussens op de houten vloer lagen. De meisjes
waren er al en keken hem zorgelijk aan.
'Dat is een lelijke snee,'
mompelde Loena vaag.
'Je moet naar de Ziekenzaal,' zei Ginny
geschokt. 'Of wacht, misschien kunnen we hier een verbanddoos
vinden.' Onmiddelijk verscheen er een koffertje tussen hen in en
Ginny raapte het op. Terwijl ze Marcels wond verzorgde vervolgde ze:
'Gelukkig is het niet erger dan dit.'
'Amycus zei dat ze geen
leerlingen willen vermoorden,' antwoordde Marcel en hij maakte een
geluidje. De zalf die Ginny op zijn wond smeerde prikte
verschrikkelijk. 'De meesten zijn nu van zuiver bloed hier en daar
willen ze een beetje zuinig op zijn.'
'Ja, die indruk kreeg ik ook
al.' Zorgvuldig draaide Ginny de dop weer op de tube en knipte een
stukje verband af. 'Ik was dus in Dreuzelkunde daarnet. Vroeger was
het zo dat je leerde over elektriciteit en dat de lerares zei hoe
ingenieus het eigenlijk wel niet was... En ze vertelde dat Dreuzels
niet zoveel verschillen van ons en noem maar op... Maar nu... Hè,
zit eens stil... Afijn, Alecto legde alleen uit dat ze dom zijn en
dat tovenaars door hen gedwongen zijn zich schuil te houden, terwijl
ze juist over hen zouden moeten heersen.' Marcel besefte dat hij een
uitdrukking van verontwaardiging op zijn gezicht moest hebben, want
Ginny zei snel: 'Niet mijn woorden! Ik citeer alleen Alecto maar. Hoe
dan ook, ik geloof dat ze sowieso bezig zijn op het Ministerie dat na
te streven. Modderbloedjes worden opgepakt momenteel!'
'En al die
onschuldige eerstejaars die nooit naar Zweinstein zullen mogen, omdat
hun ouders Dreuzels zijn... En degenen die wel mogen gaan worden al
van jongs af aan gemanipuleerd!' Marcel bedankte toen Ginny klaar was
en voelde voorzichtig aan het verband op zijn wang. Het deed nog
steeds pijn.
'Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat de
SVP weer bij elkaar moet komen,' zei Loena, totaal onverwachts. Ze
had nog niks gezegd sinds haar opmerking over Marcels snee.
'Maar
hoe?' vroeg Ginny, terwijl ze de verbandtrommel dichtklikte. 'Ik
bedoel, een heleboel SVPers zijn van school. Fred, George, Alicia,
Angelique, Cho, Daan... En dan heb ik het nog niet eens over Harry,
Ron en Hermelien. Zij waren toch de leiders.'
'Dan zijn wij nu de
leiders.' Loena leek vastberaden. Marcel keek haar aan. Ergens kon
hij zijn eigen naam niet associëren met 'leider van de SVP'. Zoiets
heroïsch leek niet bij hem te passen. Dat was geen lafheid, het
klonk alleen zo vreemd. Maar het zij zo.
'Okee,' knikte hij
uiteindelijk. 'Maar dan nog... Niemand kijkt meer naar zijn of haar
munt. We waren ook de enigen die kwamen in juni. En als een of ander
figuur zoals Marina Elsdonk het toevallig opvalt? Die verlinkt ons
vast meteen.'
'Dat is het risico,' antwoordde Ginny langzaam. 'Of
we moeten nieuwe munten maken.'
'Kun je dat?'
'Dan leren we dat
wel,' mengde Loena zich opnieuw in het gesprek. 'En we hebben nieuwe
rekruten nodig.'
'Je kunt onmogelijk iedereen afgaan en vragen of
ze geinteresseerd zijn,' mompelde Ginny. 'Niet nu we niet weten wie
we kunnen vertrouwen en wie niet. Maar we informeren in ieder geval
de oude garde. Of wat er nog van rest.'
'Ik mis het denkwerk van
Hermelien,' lachte Marcel, maar zonder echt vreugde te voelen. 'Heeft
ze zich eigenlijk gemeld op het Ministerie of is ze op de vlucht
geslagen?'
'Weet je...' Ginny leek te aarzelen. 'Ze is bij Harry,
net als Ron. Die ligt ook niet ziek op bed. Allemachtig, ik dacht dat
jullie dat wel konden raden. Ik hoop dat ze het goed maken.' Ietwat
verslagen staarde ze naar de grond.
'Natuurlijk maken ze het goed,
Ginny,' stelde Loena haar gerust. Bij het zien van de verbaasde
blikken van haar vrienden vervolgde ze: 'Het Ministerie heeft een
prijs van tienduizend Galjoenen op Harry's hoofd gezet. Als ze hem al
te pakken hadden zouden die Dooddoeners nu vast een feestje bouwen.
Geen nieuws is goed nieuws.' Ginny knikte alleen, al was het niet te
zien wat ze werkelijk dacht.
In de weken die
volgden werd het weer kouder en vooral natter, maar de geruchten die
als een lopend vuurtje de ronde deden waren niet te doven. Het was
een ongeschreven wet om over verdwenen vrienden te zwijgen, maar in
de leerlingenkamers, die tenslotte Kraggevrij waren, kwamen de
gesprekken toch vaak snel op gang. Het was een soort sport geworden
om de wildste verhalen rond te strooien. Sommigen waren redelijk
geloofwaardig, maar anderen waren zo aangedikt dat eigenlijk niemand
ze serieus nam. Mensen die een verdwenen of vermoord familielid
hadden werden dan ook bestookt met de meest intieme vragen en vooral
Ginny werd daar erg het slachtoffer van, daar mensen niet alleen het
naadje van de kous over haar broers mysterieuze ziekte, de
Bloedstatus van Hermelien, en van Daan, haar exvriendje, wilden
weten, maar ook over waar Harry Potter uithing, wat zijn plannen
waren en in hoeverre hij betrokken was bij de dood van Perkamentus.
Ginny probeerde het zoveel mogelijk te negeren en, hoewel Marcel wel
beter wist, te doen alsof het haar niks kon schelen door zich voor de
volle honderd procent in te zetten voor de SVP. Loena, Marcel en zij
waren op dat moment druk bezig alle oude SVPers erop te wijzen dat ze
hun munten op moesten zoeken en goed in de gaten houden. De
Griffoendors en Ravenklauwen informeren was niet heel moeilijk,
aangezien dat in de leerlingenkamers kon. De Huffelpuffers op de
hoogte brengen was delicater werk, aangezien dat stiekem op de gangen
moest, en dus onder de neus van Sneep en de Kragges.
'Iedereen
weet het nu,' zei Ginny op een zaterdagmiddag in de leerlingenkamer.
'Ik heb ook al een beetje gepeilt voor een eventuele datum. Het
probleem is dat iedereen wel Zwerkbal heeft of Fluimstenen.'
'Wel
ja,' antwoordde Marcel verontwaardigd en hij staarde somber uit het
raam. 'Wij willen ons verzetten tegen dit beleid en tegen Voldemort,
maar de Fluimstenenclub gaat voor.'
'Ik weet het,' zuchtte Ginny.
'Probleem is dat niet iedereen het zo ziet. Voor sommigen is het een
doodgewone club. Het zou zo fijn zijn als we meer gemotiveerde
Strijders hadden. Loena heeft gelijk. We moeten rekruteren.'
'Maar
hoe dan?' Marcel plofte neer naast Ginny, die met haar armen om haar
knieën heen op de bank bij de haard zat.
'Ik krijg plotseling een
idee!' Het meisje was opgesprongen en keek alsof ze plotseling had
ontdekt dat het haar verjaardag was. 'Dat ik daar niet eerder aan
gedacht heb!'
'Ik volg je niet,' mompelde Marcel zwakjes en hij
keek toe hoe Ginny haar schoenen, die ze eerder die middag
uitgeschopt had op het kleed, aantrok. Het viel hem ineens op hoe
vastberaden en recht door zee ze kon zijn en dat dat best een leuke
kant van haar was. Vooral omdat hij haar nog herinnerde als het
kleine, onzekere meisje dat al haar onschuldige zorgen in het dagboek
van Marten Vilijn had gestort en met wie hij, twee jaar daarna, naar
het Kerstbal was geweest.
'Blijf hier,' beval ze hem, zo direct
dat Marcel onmiddelijk besefte dat het niet het juiste moment was om
dat soort dingen te denken, of de juiste persoon. 'We zien elkaar in
de Kamer van Hoge Nood.' Marcel sprong ook op.
'Ginny... Wat...'
Maar hij werd in de rede gevallen door het meisje, die haar rode
haren over haar schouder sloeg en richting het portretgat liep.
'Ik
ga even iets halen!'
'Waar gaat dat allemaal over?' Marcel schrok
op toen Simon de trap naar de slaapzalen af kwam lopen en zich op de
plek waar Ginny had gezeten liet neervallen.
'Niks bijzonders,'
zei Marcel snel.
'Ik weet heus wel dat jullie ergens mee bezig
zijn,' hield Simon vol. 'Ik bedoel, Ginny was notabene Harry's
vriendin... En jullie zaten allemaal bij de SVP. Als jullie je
verzetten tegen Omber, dan verwacht ik wel dat jullie dit ook niet
pikken.' Dat was Marcel vergeten: Ze hadden al een reputatie. Aan de
andere kant wist hij ook wel dat Simon te vertrouwen was, ookal had
hij niet bij de eerste SVP gezeten.
'Goed dan, we zijn wel iets
van plan, maar je houd je mond, okee?'
'Tuurlijk, je had toch niet
verwacht dat ik jullie ging verlinken?' Er klonk een vreemde
ondertoon in de stem van Simon. Het was bijna alsof hij zich beledigd
voelde en Marcel gaf geen antwoord. De sfeer die er hing was nou
eenmaal om paranoïde van te worden.
'We zoeken nieuwe leden,' zei
hij uiteindelijk, ook om geen antwoord op die vraag te hoeven geven.
'Dus als je interesse hebt...'
Het duurde ruim anderhalf uur
voor Ginny terug was en Marcel begon zelfs te twijfelen of hij haar
zou gaan zoeken. Simon was naar buiten gegaan en hij was dus
gedwongen geweest alleen geduldig te wachten. Net op het moment dat
hij de knoop doorhakte en opstond schoof het portretgat open en kwam
Ginny binnen met een kartonnen doos in haar handen.
'Sorry dat het
even duurde,' verontschuldigde ze zich en ze zette het pakketje op
een van de tafels die de leerlingen vaak gebruikten om huiswerk op te
maken. Verbaasd keek Marcel toe hoe ze er twee potten verf en een
aantal kwasten uit haalde.
'Tenzij je van plan bent het kantoor
van Amycus of Alecto roze te verven, snap ik het niet helemaal.'
'Het
is heel simpel,' legde Ginny uit. Het viel Marcel op dat ze buiten
adem was en dat haar rode haar door de war zat, alsof ze een stuk had
gerend. 's Nachts sluipen we een keer de gang op met Loena en
bekladden we de muren met dingen als: De SVP zoekt nieuwe
rekruten.' Marcel keek haar even aan, maar zei niets.
'Oh, ik
weet ook wel dat het niet veel is, maar we moeten toch iets,'
antwoordde Ginny voordat Marcel ook maar iets had kunnen zeggen. 'En
natuurlijk zullen ze ons beschuldigen, maar valt dat te
bewijzen?'
'Nee, daar gaat het niet om,' zei Marcel snel. Het was
een prima idee. 'Maar waar heb je die verf vandaan?'
'Gejat... Uit
het kantoor van Vilder.' Ginny probeerde dat zo nonchalant mogelijk
te zeggen, maar haar trillende stem verraadde het feit dat ze toch
een beetje nerveus was.
'En waarom duurde het zolang?'
'Ik
moest naar Sneep komen. Geen zorgen, het is niks bijzonders en het
was voordat ik die spullen had gestolen!' voegde ze er snel aan toe
bij het zien van Marcels blik. 'Hoe dan ook, de Kragges waren er...
En wat mensen van het Ministerie. Ze wilden me ondervragen over
Harry. Ik kende hem toch vrij goed en ze dachten dat ik wel wist waar
hij uithing. Ik zei van niet, hetgeen ook zo is, maar ze geloofden me
niet. Amycus werd echt heel kwaad en wilden overgaan tot wat...
hardere manieren van verhoor, maar een of andere hoge piet van het
Ministerie kreeg medelijden met me en deed een goed woordje. Toen
mocht ik gaan.' Marcel snapte niet dat Ginny er zo luchtig over
praatte en een grijns van oor tot oor op haar gezicht had, want,
ondanks dat ze er goed vanaf was gekomen, leek het toch een
behoorlijk beangstigende ervaring.
'En dat vind je leuk?'
'Nee...
Maar ik heb wel een geweldige ontdekking gedaan!' Ginny glunderde nog
steeds, terwijl ze de gestolen spullen weer netjes in de doos
opbergde. 'Het zwaard van Griffoendor... Het hangt in Sneeps
kantoor!' Waarschijnlijk had ze verwacht dat Marcel net zo
enthousiast zou zijn, want toen dat niet gebeurde stierf haar
glimlach ietsje weg.
'Ja, en? De Kragges er een kopje kleiner mee
maken lijkt me uitgesloten en wat je er verder mee moet weet ik ook
niet...'
'Jij bent echt traag van begrip, zeg!' zuchtte Ginny en
ze ging op de tafel zitten. 'Perkamentus liet het zwaard na aan
Harry, maar die kreeg het niet van het Ministerie. Als Perkamentus
wilde dat Harry het kreeg, dan is dat vast omdat het nuttig kan zijn
bij het verslaan van Jeweetwel. Dus als wij dat zwaard stelen...'
Marcel keek haar nog steeds schaapachtig aan. Zoals ze het zei klonk
het zo simpel. Voor het eerst sinds dat ze hadden besloten zich te
verzetten leken ze ook echt iets nuttigs te kunnen doen. Maar waarom
leek dat verzet dan zo verdacht veel op stelen en muren
onderkladderen?
