Het weer werd
alsmaar guurder en naar mate de weken verstreken beseften Marcel,
Loena en Ginny dat ze ontzettend veel geluk hadden gehad. Aan de SVP
hadden ze niet meer veel gewerkt, omdat ze dachten dat het beter was
zich even koest te houden. De Kragges begonnen inderdaad te denken
dat de strijd gewonnen was, maar er stond ook tegenover dat de hoop
ver te zoeken was onder de Griffoendors, die machteloos toekeken hoe
Amycus de Imperiusvloek demonstreerde en hoe Alecto maar doorging met
haar hatelijke argumentaties jegens Dreuzels. Ginny hervond echter al
snel haar oude strijdlust. Haar huilbui bij Hagrid was slechts een
moment van zwakte geweest, die ze wat Marcel betrof vaker zou moeten
hebben, omdat haar situatie meer dan vreselijk was, al wilde ze dat
zelf niet toegeven.
'Nu heeft de wapenstilstand wel lang genoeg
geduurt,' zei ze op een avond resoluut tegen Marcel, die zijn
aantekeningen van Kruidenkunde doorlas. 'Loena is ingelicht. Vanavond
is het zover.'
'Eh... Waar heb je het over?' vroeg Marcel
nietbegrijpend.
'Die doos met verf staat nog steeds onder mijn
bed,' legde Ginny gespannen uit. 'En vanavond gaan we 'm gebruiken.
We kunnen wel eeuwig blijven zeggen dat er iets moet gebeuren en dat
het allemaal zo erg is, maar het is tijd voor actie. Loena wacht ons
op in de Kamer van Hoge Nood. Daar gaan we meteen heen, nu mogen we
immers nog op de gangen komen. Als het eenmaal nacht is sluipen we
naar buiten en voeren het plan uit.' Marcel kon er niks tegen in
brengen. Hij voelde dezelfde twijfels als toen ze het zwaard hadden
geprobeerd te stelen, maar anderzijds stelde het juist gerust. Daar
waren ze ook niet zo slecht vanaf gekomen. Wat kon er mis gaan? Hij
wierp een liefdevolle blik op Ginny, die haar schoenen aantrok. Het
was inmiddels een onomstotelijk feit dat hij haar vastberadenheid
bewonderde. Ze snelde naar boven om de doos te halen en zonder
moeilijkheden troffen ze even later Loena aan in de Kamer van Hoge
Nood. Het ging goed, bijna te goed...
'Heerlijk om weer iets te
doen,' zuchtte Loena en ze keek op haar horloge. 'Het is inmiddels al
november en sinds we twee maanden geleden besloten iets te doen is er
niet veel gebeurd.'
'Buiten onze schuld om,' antwoordde Marcel.
'Het is nu wachten tot het nacht is.' De tijd ging tergend langzaam
en Marcel was bijna blij toen hij de gevaarlijke gang op
mocht.
'Laten we de muur bij de bieb onder handen nemen,' stelde
Ginny fluisterend voor. 'Daar komen de Kragges nauwelijks en er komen
genoeg leerlingen langs.' Marcel en Loena stemden er mee in en ze
liepen die richting uit. Ieder geluidje deed pijn aan hun oren en
maakten dat ze angstig halt hielden om te controleren of ze toevallig
geen voetstappen hoorden. Toch verliep alles vlekkeloos. De kust
bleef veilig. Marcels ademhaling was onregelmatig en luidruchtig toen
hij een van de kwasten in de lichtroze verf doopte.
'Had je geen
andere kleur kunnen jatten?' vroeg hij zachtjes aan Ginny.
'Ja,
hoor eens, ik heb maar gewoon wat gepakt. Als je nou daarover moet
vallen...'
'Sst!' siste Loena. 'Hou op met dat gezeur. Zeg liever
alleen wat als je iets belangrijks te melden hebt.' De Griffoendors
hielden abrupt hun mond. Als de Kragges ze te pakken kregen, dacht
Marcel, laat het dan alsjeblieft niet zijn vanwege onenigheid over de
kleur verf. Hij hief zijn kwast op en schreef met grote letters, die
hij zo min mogelijk op zijn eigen handschrift liet lijken, op de
stenen muur:
De SVP zoekt nieuwe rekruten!
De
hele muur kreeg die behandeling en werd verder voorzien van kreten
als: Leve Harry Potter! en meer van dat soort dingen. De hele
tijd werd er niks gezegd en hooguit gecommuniceerd via gebaren tot op
een gegeven moment.
'Ik hoor voetstappen,' fluisterde Loena
zachtjes, maar tegelijkertijd heel duidelijk. Marcel staakte het
bekladden en luisterde. Hij hoorde niks.
'Ik ook.' Ginny's stem
klonk wat hoger dan normaal. Toen hoorde Marcel het ook: Stampende,
dreigende voetstappen die verdacht veel deden denken aan Amycus.
Niemand had nog een woord nodig om te begrijpen hoe te handelen.
Loena stoof snel maar geruisloos een aangrenzende gang in, Ginny
verschool zich achter een wandkleed en Marcel, die even niet wist
welke kant hij op moest, volgde haar. Het was een kleine, vochtige
ruimte en er was nauwelijks plaats voor hen, waardoor hij genoodzaakt
was dicht tegen haar aangedrukt te staan. De voetstappen kwamen
dichterbij en waren nu duidelijk hoorbaar. De aanwezigheid van de
Dooddoener was bijna voelbaar, toen hij langs hen heen kloste.
Ondanks dat ze Amycus niet konden zien was het duidelijk dat hij
stopte en constateerde wat er op de muren stond. Hij rende vervolgens
weg, maar noch Ginny, noch Marcel durfde een woord uit te
brengen.
'Denk je dat Loena het goed maakt?' vroeg Ginny
uiteindelijk toch aarzelend.
'Vast wel,' mompelde Marcel angstig.
'Hij leek kwaad. Als hij haar te pakken had gekregen hadden we het
wel gehoord. Kom, laten we naar bed gaan.'
'Nee.' Ginny pakte hem
bij zijn mouw en trok hem terug. 'We kunnen beter even hier blijven
nu Kragge nog rondsluipt.'
'Nou ja, sluipt...' lachte Marcel. Hij
voelde Ginny's boezem onrustig heen en weer gaan en haar hart
kloppen. Het was maar goed dat het zo donker was, want ondanks de
benarde situatie voelde hij zich rood worden. 'Ik had beter met Loena
mee kunnen gaan. Het is hier nogal krap.'
'Er zijn ergere personen
om hier mee te zitten,' fluisterde Ginny. 'Maar wil je wel van mijn
voet afgaan?' Er viel een stilte. Het viel Marcel op dat hij niet zo
goed wist wat hij met zijn handen moest doen. De ruimte was zo klein
dat het bijna onmogelijk was haar niet aan te raken. Hij voelde haar
warme adem in zijn nek.
'Je lijkt gespannen,' zei Ginny plagerig.
'Nog nooit zo dicht bij een meisje in de buurt geweest? En we zijn
nog wel samen naar het Kerstbal geweest.'
'Ik weet niet of je het
door hebt, maar we zijn bijna gesnapt door een Dooddoener terwijl we
de muur onder kalkten met anti-Voldemort kreten. Mag ik daar
misschien gespannen om zijn?' Het was echt maar goed dat ze hem niet
zag. Hij voelde dat ze nu heel dichtbij was, hoogstens enkele
centimeters... En toen raakte haar lippen de zijne. Heel kort maar,
tot ze het afbrak.
'Dit kan ik niet maken,' fluisterde ze en
Marcel had de indruk dat ze meer zichzelf toesprak. 'Harry...'
'...
Is niet hier.' Hij schrok een beetje van zichzelf toen hij dat
zei.
'Het wordt tijd dat we terug gaan.' Ginny klonk plotseling
heel kortaf en ze schoof het wandkleed opzij. Ze wachtte niet op
Marcel... Hij volgde haar. De lucht op de gang was veel frisser en
het was er niet zo warm waardoor hij zowaar een beetje rilde.
'Wacht
nou, Ginny,' fluisterde hij, al wist hij dat ze het niet zou kunnen
horen. 'Ik bedoelde het niet zo.' Hij sloop achter haar aan. De gang
uit, nog een gang door, de trappen op. Ginny was inmiddels al
helemaal boven. Hij hoorde haar nog het wachtwoord zeggen tegen de
Dikke Dame. Hij snelde de trap op. Hoe eerder hij daar binnen was hoe
liever het hem was. Het was ook zo stom in feite. Het ene moment had
ze hem gekust, en het volgende wilde ze hem niet meer zien.
Vrouwen... Wat moest je er ook af en toe mee? Toen hij binnenkwam was
de leerlingenkamer verlaten. Ginny was al naar bed. Dat kon hij zelf
maar beter ook doen. Als hij de volgende dag tijdens Zwarte Kunsten
zat te gapen kon dat nog weleens verdacht overkomen. Marcel liep de
trap naar de jongensslaapzalen op en plofte neer in zijn bed. Hij
sloot zijn ogen en dacht na over de gebeurtenissen van de afgelopen
uren, alleen gestoord door Simons regelmatige ademhaling. Ze hadden
zich eindelijk weer verzet, hij had Ginny gezoend en beledigd en die
was nu kwaad en hoe het Loena was vergaan viel nog te bezien.
Hopelijk goed.
'Opstaan, stelletje blagen!' Stampende voetstappen
denderden de trap op, de deur vloog open en Amycus stond in de
deuropening. Hij leek ziedend. Leraren kwamen praktisch nooit in de
leerlingenkamers en iedereen vroeg zich dus gespannen af wat er aan
de hand was. Marcel kreeg een wee gevoel in zijn maag. Het was ook
veel te goed gegaan. Hij liet zich van zijn bed glijden en voegde
zich bij de andere jongens die de overvolle trap afstommelden.
'Opschieten!' Het was Alecto die dat krijste, terwijl ze de
meisjes onder schot hield met haar toverstok en de andere trap
afleidde. De leerlingen, allemaal gehuld in pyjama en pantoffels,
voegden zich samen in de leerlingenkamer. Het was er voller dan ooit,
maar tegelijkertijd was het muisstil. En langzaam steeg er een zacht
en angstig geroezemoes op.
'Stilte!' schreeuwde Amycus en hij
richtte zijn toverstok op de Griffoendors. Dat was een effectieve
methode, want iedereen hield meteen zijn of haar mond. 'Alecto
doorzoekt de slaapzalen. De eerste die in de tussentijd wat zegt zal
het niet na kunnen vertellen!'
'Azkaban kan niet veel erger zijn
dan dit,' fluisterde een klein jongetje naast Marcel. Het was
duidelijk dat het kind niet veel verstand van zaken had en Marcel was
blij dat de Dooddoener het niet gehoord had. Verder zei niemand wat
en het duurde eeuwen voor Alecto klaar was op de meisjesslaapzaal, en
nog langer voordat ze de andere slaapzalen had doorzocht. Marcels
hart klopte in zijn keel. Nooit had hij ze zo kwaad gezien en dat zei
wat. Was dit allemaal vanwege wat grafitty? Natuurlijk was het wel
wat ernstiger dan dat, maar dan nog... Wat als ze wisten wie de
schuldigen waren? Of als ze de verkeerde beschuldigden?
'Niks,'
zei Alecto verbaasd toen ze de trap af kwam.
'Wat?' schreeuwde
Amycus. 'Hoe kan dat? Je hebt vast niet goed gezocht!'
'Wel!'
Alecto wierp een duivelse blik op haar broer en even dacht Marcel dat
ze getuigen gingen zijn van uiterst kinderachtige
welles-nietesdiscussie, maar Amycus bedacht zich kennelijk, want hij
beende weg.
'Ik weet heus wel dat het Lubbermans was!' Marcels
maag kromp ineen. Het doorzoeken van de slaapzalen was maar
toneelspel geweest, want ze hadden hem vast vanaf het begin
doorgehad.
'Ik was de hele tijd hier,' loog Marcel en hij besefte
dat hij zeer ongeloofwaardig klonk. 'U heeft totaal geen reden om me
te beschuldigen!'
'Je hebt je kleren nog aan.' De blik die Kragge
in zijn ogen had was beestachtig. Hij had al met al sowieso wel wat
weg van een kat die met gekromde rug blazend op een tegenstander
afkwam.
'Is dat verboden?' Marcel was even verbaasd van zijn eigen
brutaliteit, maar waarom eigenlijk beleefd blijven? Amycus had al
vanaf de eerste dag aan een hekel aan hem gehad. Ginny keek hem niet
aan. Godzijdank had zij zich al wel omgekleed, anders werd het wel
heel verdacht.
'Je zit behoorlijk in de knoei, Lubbermans,'
spotte Alecto. 'Misschien toont hij wat meer respect na een
demonstratie van hoe we zijn pappie en mammie behandeld hebben. Ook
al zulke lastposten...'
'Alecto, Amycus, bij Merlijns baard!' Het
was Anderling. Marcel haalde opgelucht adem. Zou ze het nog eens voor
elkaar krijgen om hem uit de brand te helpen? 'Ik kan niet toestaan
dat jullie mijn leerlingen zo behandelen. Je hebt niet eens
bewijs!'
'Jij hebt niks meer te zeggen hier, Minerva.' Alecto zei
dat met een vals lachje en ze liep arrogant de trap af. 'Nu is het
beleid van Voldemort ook hier van kracht. We hebben ons nog in
gehouden tot nu toe, maar als het moet zullen we harder optreden.
Heeft iemand problemen daarbij?' Ze richtte haar toverstok dreigend
op de leerlingen. Niemand stak zijn vinger op, maar Anderling leek
niet uit het veld geslagen.
'Als we er van uitgaan dat meneer
Lubbermans de schuldige is, Amycus...' begon ze en ze liet duidelijk
doorschemeren dat ze dat of betwijfelde, of niet zo erg vond. 'Zou je
hem alleen kunnen straffen voor het feit dat hij een eeuwenoud gebouw
heeft beschadigd, want verder zie ik niet in welk opzicht je geen
clubje op zou mogen richten.' Kragge keek haar furieus aan. Marcel
snapte waarom: Ze wisten alledrie dat de SVP niet zomaar een clubje
was, maar Anderling had gelijk. Feitelijk gezien hadden ze geen
enkele regel overtreden, behalve dan het bekladden van de muren en
Marcel dacht niet dat Amycus Kragge het soort persoon was die het
eeuwig zonde vond dat zo'n mooi en historisch gebouw beschadigd
was.
'Dat zullen we dan nog wel eens zien!' was zijn antwoord en
hij verliet met grote passen de leerlingenkamer, op de voet gevolgd
door zijn zus.
'Bedankt,' murmelde Marcel bijna geruisloos, maar
Anderling was al druk bezig alle leerlingen terug naar bed te jagen.
