De volgende
ochtend stond Marcel al vroeg op. Hij had nadat hij terug naar bed
was gegaan nauwelijks meer geslapen. Hij was wederom door het oog van
de naald gekropen, Ginny keek hem niet meer aan en misschien hadden
ze Loena te pakken genomen. Hij nam een snelle douche, poetste zijn
tanden en kleedde zich vluchtig aan en ging naar de Grote Zaal. Loena
stond hem daar al op te wachten.
'Oh, ik was zo bang dat je
gesnapt was,' zei ze nadat ze elkaar een goede morgen hadden gewenst.
'Dat was dan wederzijds,' bekende Marcel. 'Ik heb de rest van de
nacht niet geslapen.'
'Ze kwamen onze leerlingenkamer doorzoeken,
maar ze vonden niks, dus moesten ze zich er uiteindelijk bij
neerleggen, maar ik had het idee dat Amycus wel wist wie de daders
waren,' vertelde Loena en Marcel knikte alleen.
'Gelukkig hebben
we feitelijk gezien niet zoveel verkeerd gedaan.'
'Nu wel,'
fluisterde Loena en ze richtte haar vinger op een officieel uitziend
perkament dat op de deur van de Grote Zaal geplakt was. 'De Kragges
hebben dezelfde nacht een nieuwe regel gemaakt. Clubs zijn nu
verboden zonder toestemming, net als toen bij Omber.'
'Dat viel te
verwachten,' mompelde Marcel. Eigenlijk kon het hem niet zoveel
schelen. Het maakte voor hem weinig verschil, want hij had de hele
tijd al het gevoel gehad dat ze iets deden wat verboden was. Daarbij
maakte het hem alleen maar duidelijker dat hij iets wilde doen hier
tegen. 'Zeg tegen de SVPers dat ze vanavond in de Kamer van Hoge Nood
moeten komen. En ook tegen Simon Filister.' Loena staarde hem even
aan.
'Vanavond? Weet je dat wel zeker?'
'Het is vanavond niet
gevaarlijker dan morgenavond of de avond daarna, hoor,' antwoordde
Marcel schouderophalend.
'Waar is Ginny eigenlijk?' vroeg Loena
toen, ietwat in verlegenheid gebracht. Marcel had al verwacht dat die
vraag ging komen, maar besloot toch maar eerlijk te antwoorden.
'We
kregen ruzie gisteravond. Nou ja, niet echt, maar afijn, ze is kwaad
op me.'
'Maar waarom dan?'
'Daarom. Zeur toch niet zo.'
'Dat
doe ik niet! Ik mag toch wel vragen wat er is?' Marcel zuchtte diep,
gaf geen antwoord en liep de Grote Zaal in om haar te zoeken.
'Ginny,' zei Marcel resoluut, toen hij haar aan de tafel van
Griffoendor vond. 'Vanavond is de eerste bijeenkomst van de SVP.' Ze
keek hem verrast aan. Misschien was het omdat zij tot dusver de
belangrijke beslissingen had genomen of anders simpelweg omdat ze het
niet verwacht had, maar haar gezicht betrok.
'Waarom regel je dat
achter mijn rug om?' vroeg ze.
'Ik wil niks achter je rug om
regelen, maar het moet.' Marcel ging aan tafel zitten en smeerde
toast voor zichzelf. 'Ze hebben weer een nieuwe regel doorgevoerd en
ik trek het niet langer. We kunnen wel het hele jaar blijven zeggen
dat het niet goed is en dat we iets moeten doen, maar laten we nu
alsjeblieft een keer de daad bij het woord voegen. Dat zei je zelf
ook al.' Er viel een korte stilte. Ginny gaf in eerste instantie geen
antwoord, waarschijnlijk omdat ze dan moest toegeven dat hij gelijk
had en ze nog altijd ruzie hadden, maar knikte toen
zwakjes.
'Natuurlijk. Ik zal iedereen wel op de hoogte
brengen.'
'Dat doet Loena al. Ik hoop dat iedereen inderdaad zijn
Galjoen in de gaten houd zoals we gevraagd hebben. Maar als je Simon
wilt informeren... Hij zat niet bij de eerste SVP.' Ginny knikte
opnieuw, een beetje van haar stuk gebracht.
'Zoals je wilt.' Ze
zei dat op een nogal minachtende manier. Het had net zo goed kunnen
betekenen: 'Waarom beslis jij alles?' Marcel ging er maar niet op in
en stond op. Te laat komen in Dreuzelkunde was niet verstandig, zeker
niet na de gebeurtenissen van de afgelopen nacht.
De hele dag
concentreerde hij zich slecht. Tijdens Zwarte Kunsten had Amycus
besloten dat ze opnieuw de Cruciatusvloek moesten oefenen, onder het
pretext dat de leerlingen het maar niet onder de knie schenen te
krijgen, maar Marcel verdacht zijn leraar er van hen eigenlijk gewoon
te willen treiteren. De leerlingen die er van genoten waren in
minderheid. Er was niemand die dat zei, maar hij wist dat gewoon. Hoe
dan ook, Marcel bakte er niks van en richtte zelfs per ongeluk bijna
op Amycus, maar gelukkig had die niks door. Na een lange dag die
voornamelijk bestond uit tergend langzaam voorbijgaande uren, zenuwen
en meer van dat soort kwaaltjes kwam Marcel aan in de Kamer van Hoge
Nood. De meisjes waren er toen al.
'Ah, daar ben je,' zei Loena,
merkwaardig kordaat voor haar normale doen. 'Ik heb iedereen die ik
heb kunnen spreken persoonlijk op de hoogte gebracht voor deze eerste
bijeenkomst, maar zoals je wel snapt... In sommige gevallen was dat
een beetje moeilijk.'
'Is niet erg.' Marcel keek het vertrek rond.
Het was praktisch hetzelfde als in september toen ze er met zijn
drieën hadden gezeten. Meer dan wat kussens om op te zitten hadden
ze die avond ook nog niet nodig, omdat ze alleen maar een soort
introductie zouden houden en zich eventueel zouden organiseren en
plannen smeden.
'Heb je Simon kunnen spreken, Ginny?' vroeg
Marcel werktuigelijk. Zij knikte alleen even kort.
'Wat hebben
jullie nou toch?' vroeg Loena plotseling wanhopig, de korte stilte
doorbrekend.
'Niks,' zuchtte Ginny. 'Vraag het maar aan hem als je
zo nieuwsgierig bent.'
'Het is Ginny's probleem, niet het mijne,'
antwoordde Marcel daar meteen overheen. Haar gedrag begon hem
behoorlijk te irriteren. Dit was toch zeker geen geschikt moment voor
zulk kinderachtig gebekvecht? Loena keek even van Ginny naar Marcel
en plofte toen neer op een van de kussens.
'Jullie laten me er dus
gewoon buiten.' Marcel en Ginny keken elkaar niet aan, beiden
schuldbewust. Ze wilden tegensputteren, haar vragen hoe ze op zo'n
bespottelijk idee kwam, maar Loena vervolgde onverminderd: 'Weet je,
dit is helemaal verkeerd. Soms krijg je het idee dat niemand aan onze
kant staat. Dat is hun bedoeling! Ze hersenspoelen leerlingen op
Zweinstein als het ware, ze hebben het Ministerie in hun macht, als
je het er niet mee eens bent kun je naar Azkaban... Misschien zijn er
wel mensen die het er niet mee eens zijn - misschien zelfs wel heel
veel - maar denken ze gewoon dat het aan hun ligt. Dat zij gek zijn,
ofzo. Het zou juist een geruststellende gedachte zijn als je wist dat
er mensen zijn die het met je eens zijn, die achter je staan...'
'Wat
probeer je nu te zeggen?' onderbrak Marcel haar.
'Dat we
eensgezind moeten zijn!' Loena stond weer op, met fonkelende ogen.
'Snap je het niet? Voldemort ziet het goed in. Alleen ben je maar
alleen, ben je niks! Daarom zaait hij die verdeeldheid! Daarom moeten
we ondanks alles proberen vrienden te blijven!'
'Loena,' zuchtte
Ginny en ze beet op haar lip. 'Dat staat er los van. Je hebt
natuurlijk gelijk, maar ik ben er ook van overtuigd dat we moeten
blijven hopen en moeten blijven geloven dat Harry hem ooit verslaat.
We moeten hem blijven steunen. We moeten hem niet verraden.' Ze wierp
een vernietigende blik op Marcel. Hij besloot zich niet in de
discussie te mengen, te beschaamd voor zijn gedrag van die nacht.
Loena, die de preciese details niet wist, hield even verward haar
mond, maar vervolgde toen diplomatiek: 'Wees realistisch, aan Harry
hebben we niets tegen Kragges. Eigenlijk zijn de Kragges maar pionnen
van Voldemort en is het maar een heel klein deel van zijn taktiek.
Wat wij doen is ook niet veel en vooral heel lokaal. Maar het is
iets. Ik zou het graag samen met jullie alletwee doen.'
'Wanneer
komt de rest?' vroeg Ginny uiteindelijk. Noch Marcel noch Loena
hoefde te antwoorden, want op dat moment ging de deur open en stond
Simon in de deuropening.
'Welkom,' lachte Ginny, alsof er niks
voorgevallen was. 'Je bent de eerste.' Simon zei niets en ging een
beetje verlegen op de kussens zitten.
'Eigenlijk weet ik niks van
de SVP,' mompelde hij. 'Twee jaar geleden heb ik me nogal fout
gedragen. Ik had Harry moeten geloven toen.'
'Ach, het maakt niet
uit. Het is al lang geleden.' Eigenlijk was dat niet waar, besefte
Marcel met dat hij het gezegd had. Het leek alleen lang geleden door
wat er allemaal gebeurd was. Ergens had hij wel terug willen gaan in
de tijd, toen Omber er nog was. Vergeleken met de Kragges was ze
bijna aardig. Simon zei niks. Waarschijnlijk had die repliek zijn
geweten niet helemaal gerust gesteld. Langzaam druppelden leerlingen
binnen. Sommigen hadden bij de eerste SVP gezeten zoals de broertjes
Krauwel, Michel Kriek, Hannah Albedil en nog wat anderen. Er waren
ook enkele nieuwe gezichten, maar toch viel de opkomst - vijftien
personen in totaal - lichtelijk tegen.
'Ik zei toch dat ik niet
iedereen heb kunnen informeren,' zuchtte Loena bij het zien van
Marcels gezicht. Hij gaf geen antwoord.
'Goed,' mompelde hij
alleen een beetje onzeker. 'Laten we maar beginnen. Ginny, Loena...
Wie neemt het woord?' Ginny was degene die naar voren stapte, zoals
Marcel wel had verwacht.
'Jullie weten waarschijnlijk waarom
jullie hier zijn,' begon ze met krachtige stem. 'Vo... Jeweetwel...'
Er ging een gezamelijke rilling door de kamer, maar het scheen haar
niks te doen. 'Als het kon zou ik zijn naam zeggen, ja... Jeweetwel
heeft de tovenaarsgemeenschap in zijn macht. Door onopvallend het
Ministerie over te nemen hebben veel mensen niet eens echt door hoe
fout het is. Hij stuurt mensen naar Azkaban vanwege het simpele feit
dat ze Dreuzeltelgen zijn en niemand die het echt iets doet of die
het door heeft. De eerste tijd dat hij terug was...' De schrik werd
minder groot naar mate ze verder praatte. '...De eerste tijd zag ik
Zweinstein als een veilige haven, ver van de Dooddoeners en het
gevaar, maar nu is het zelfs hier aan de gang. Stel je eens voor:
kleine eerstejaars moeten een Bloedstatus overleggen om toegelaten te
worden en kom je daar door... Dan word je gehersenspoeld. Dan leer je
Zwarte Kunsten en word je misschien net als hen. Het is
verschrikkelijk!' Ze stopte even en ondanks hun meningsverschil
voelde Marcel bewondering voor haar. Niemand in de kamer zou kunnen
zeggen dat er een onwaar woord in zat.
'Mooi gezegd, maar wat wilde je er aan
doen?' Dat was Zacharias Smid. Marcel zuchtte, hopend dat hij niet
weer op alles kritiek zou leveren zoals eerst.
'Hoezo?' vroeg
Ginny met een air alsof ze niet snapte wat Zacharias bedoelde. Het
was echter overduidelijk dat ze niet werkelijk zo naief was.
'Nou,'
mompelde Zacharias onzeker. Niemand scheen het met hem eens te zijn.
'Jeweetwel is heel machtig en wij zijn maar...'
'Veel mensen
denken zoals wij. Dat weet ik.' Ginny's stem straalde zoveel hoop uit
dat je bijna niet anders kon dan het geloven. 'Ze moeten alleen weten
dat het niet aan hen ligt, dat ze niet alleen zijn. Als wij iets
doen, al is het nog zo onbeduidend, dan laten we in ieder geval zien
wat we denken: dat Jeweetwel, de Dooddoeners en met name de Kragges
kunnen...' Ze schraapte haar keel. 'Nou ja, dat we het er niet mee
eens zijn. Dat is al iets. Wie doet er mee?' Een paar handen kwamen
aarzelend omhoog en schiepen vertrouwen. Meer mensen staken hun hand
op en tenslotte kon zelfs Zacharias Smid er niet meer onderuit.
'Zien
jullie nu wel?' vervolgde Ginny. 'We staan er niet alleen voor en we
kunnen nog best iets.' Er viel een lange stilte.
'Dus het is
afgesproken?' vroeg Marcel ineens, zonder dat hij er erg in had. 'We
nemen het voor elkaar op en voor de andere leerlingen? We verraden
elkaar niet?'
'We zijn er nog niet uit hoe Hermelien dat toen met
Marina Elsdonk had gedaan,' vulde Loena de twee anderen aan. 'Maar ik
denk dat gewoon vertrouwen in elkaar het moet doen. We willen toch
allemaal iets doen tegen de Kragges?' De meesten knikten.
'Dan
nu... Wat moeten we doen?' vroeg Marcel. Hij besefte dat het
belachelijk over moest komen. Ze hadden een hoop gezegd en nu hij er
over nadacht wist hij niet eens wat hij nou eigenlijk wilde.
'Oh,
da's toch wel duidelijk,' hielp Loena hem uit de brand. 'Er zijn
genoeg mogelijkheden. We kunnen onszelf leren te verdedigen, zoals we
vroeger deden. We kunnen eerstejaars er op wijzen dat de lessen van
Amycus en Alecto een grote leugen zijn. We kunnen muren
onderkladderen, zoals laatst.' Marcel en Ginny knikten.
'Ik geloof
dat dat voorlopig wel genoeg is. Zijn er nog vragen?' Niemand zei
iets.
'Ik denk dat we het er voor vanavond beter bij kunnen laten.
Ginny liep richting de deur, aarzelde even en dacht toen hardop: 'Het
is verdacht als we met grote groepen door de gangen lopen of allemaal
tegelijk weer in de leerlingenkamers komen. Ik verdeel jullie in
groepjes van twee of drie en jullie gaan een voor een weer terug.' Ze
keek even iedere leerling een voor een aan. 'Eh... Zacharias en
Ernst, jullie eerst. Dan... Simon, Kasper en Dennis.' Zo ging het nog
even door, tot op een gegeven moment.
'Hannah...' Verder waren
alleen de drie leiders nog over. 'Ik wil op dit tijdstip niet én met
Marcel én met Loena rondlopen, dus als jij met een van ons terug
gaat? Vind je het niet erg als Marcel je naar je leerlingenkamer
brengt?' Dat leek ze inderdaad niet vervelend te vinden, in
tegendeel, ze leek erg in haar sas. Marcel snapte niet wat Ginny
wilde. Hij betwijfelde of het alleen een kwestie van veiligheid was.
Misschien vanwege de ruzie...
'Kom,
Hannah,' mompelde hij en hij ging haar voor de gang op. 'Waar is de
leerlingenkamer van Huffelpuf?'
'Bij de keukens, maar ik loop wel
eerst met jou naar de toren van Griffoendor. Zou dat niet beter zijn?
Ik bedoel, als ik gepakt word is dat minder erg dan als jij gepakt
wordt.' Marcel schudde krachtig zijn hoofd.
'Ach, het ligt er aan
hoe je het bekijkt,' lachte hij. 'Ik heb al een reputatie. Van jou
denken ze vast nog dat je braaf bent, beschaafd. In hun ogen houdt
dat natuurlijk geen goede dingen in, maar je snapt het.' Ze lachte
ook. Om eerlijk te zijn vond Marcel het helemaal niet erg om eens
niet met Ginny of Loena om te gaan. Ze waren allebei goede
vriendinnen, ookal had hij dan wat problemen met Ginny op dat moment,
maar het was ook fijn eens met iemand anders te praten. Ze passeerden
een groot raam. Het was gaan sneeuwen.
'Het is koud dit jaar, hè?'
mompelde hij afwezig. Ze knikte.
'Nog maar november en nu al zulk
weer. We zullen wel een strenge winter krijgen. Ga jij naar huis met
Kerst?' Marcel haalde zijn schouders op.
'Ik wacht op een brief
van mijn oma. Daar zal het wel in staan. De post gaat erg traag
momenteel. Volgens mij wordt het allemaal gecontroleerd.'
'Ja,
het gaat er niet echt democratisch aan toe,' fluisterde Hannah met
een flauwe glimlach. 'Maar ik probeer er niet te veel aan te denken.
Er moet ook tijd zijn voor andere dingen. Anders zou ik gek
worden.'
'Ga jij naar huis?' vroeg Marcel. Er zat wel wat in
Hannahs standpunt, maar hij dacht eigenlijk aan weinig anders dan
Voldemort en de Kragges meer. Dat kwam later wel een keer, als hij er
tijd voor had.
'Waarschijnlijk niet,' antwoordde Hannah alleen.
'Maar de meesten wel. In de huidige omstandigheden is het goed je
familie in levende lijve te zien, denk je niet? Je weet maar nooit
hoe het lopen zal. Afijn, dadelijk blijven we nog alleen achter
hier.' Ze lachte zenuwachtig en werd een beetje rood. Marcel besloot
maar niks te zeggen. Zwijgend daalden ze de trappen af.
