Ginny, Loena en Marcel vonden elkaar de volgende morgen buiten bij het meer. Het was een zaterdagochtend en dus hadden ze de tijd, daar ze niet naar de les hoefden.
'Nou, dat ging best goed,' vond Loena. Marcel stemde in. Hij was eigenlijk maar blij dat zij er was. Ze hield hen drieën simpelweg bij elkaar. 'Jouw toespraak was erg overtuigend, Ginny.' Ginny lachte even.
'Dank je, Loena. Maar we zijn er nog niet. Integendeel.' Even waren ze alledrie in hun eigen gedachten verzonken.
'Hoe was het trouwens met Hannah?' vroeg Loena plotseling en Marcel keek ietwat verbaasd op. Het was apart dat ze er naar vroeg, want hij was alleen een stukje met haar meegelopen, en dan ook nog alleen omdat het moest. Hij haalde zijn schouders op.
'Waarom vraag je dat?'
'Oh, kom op, Marcel,' zei ze schamper. 'Het is toch overduidelijk? Ginny liet jullie een paar vormen omdat...'
'Loena!' Ginny keek haar waarschuwend aan, maar het hielp niet.
'Hannah is tot over haar oren verliefd op je!' ging ze triomfantelijk verder. Marcels ogen schoten even richting Ginny, die naar haar handen keek. Zij had zich niet op die manier met zijn zaken te bemoeien, vond hij. En ze deed het vast vanwege dat voorval achter het wandkleed. Ergens stond het hem erg tegen.
'Oh,' mompelde hij echter alleen. Meer wist hij niet te zeggen.
'Is dat het enige wat je te zeggen hebt?' plaagde Loena en hij lachte spottend.
'Oh, ik ben wel gevleid, hoor.' Dat was zo. 'Maar mijn hoofd staat er nu gewoon niet naar. Ik heb er geen tijd voor.'
'Ik geloof dat het het beste zou zijn wat je kan overkomen in deze tijden,' kwam Ginny tussenbeiden. 'Ik mis Harry zo, maar jij mag van geluk spreken.' Marcel gaf geen antwoord. Gezien de omstandigheden was het best een rotopmerking. Ergens klopte het wel dat wat liefde in hun leven welkom zou zijn, maar Marcel vond Hannah niet meer dan aardig. Hij zou haar niet gebruiken om maar iemand te hebben. Dat was gewoon niet eerlijk.
'Even iets anders,' zei hij snel om de ongemakkelijke sfeer te verdringen. 'Ginny, jij bent in de Grote Zaal geweest vanochtend... Was er post voor me?'
'Nee, verwacht je dan wat?' Marcel zuchtte. Hij had zich het gesprek met Hannah weer herrinnerd en dacht aan de brief van zijn oma. Bezorgd begon hij zich af te vragen of er iets gebeurd zou zijn. Toch deelde hij die gedachten niet met Loena of Ginny. Ze hadden al genoeg aan hun hoofd.

Het werd december, het bleef maar sneeuwen en de sfeer bleef gespannen als Marcel samen met Ginny was. Het irriteerde Loena erg, maar gelukkig voor haar moesten haar twee vrienden wel met elkaar blijven praten vanwege de organisatie rondom de bijeenkomsten van de SVP. De vakantie kwam alsmaar dichterbij en Marcel wist nog altijd niet of zijn oma hem thuis verwachtte of dat hij zich in moest schrijven om op het kasteel te blijven. De zorgen werden erger, maar hij kon niks doen dan afwachten en hopen. Vlak voor Kerst mochten de leerlingen naar Zweinsveld. Dat was nog een geluk, want de Kragges waren er fel op tegen geweest. Waarschijnlijk hadden ze het geheel aan Anderling te danken dat ze toch konden gaan. Ze was ook erg begripvol toen Marcel vertelde dat hij allang geen bericht meer had gehad van zijn oma nadat ze de leerlingen had gevraagd wie er op school zou blijven.
'Heb je niet terug geschreven?' vroeg ze. 'Misschien wordt de brief vastgehouden op het Ministerie of iets dergelijks.'
'Meerdere keren,' antwoordde Marcel neerslachtig. Anderling zuchtte.
'Sommige mensen staan hoger op de verdachtenlijst dan anderen. Misschien wordt haar correspondentie systematisch nagegaan,' opperde ze. Ze leek vrij zeker van zichzelf en dat beurde Marcel wat op. 'Je weet dat ze geen beste reputatie heeft, in de ogen van Dooddoeners. En jij ook niet echt, Lubbermans.' Er verscheen een glimlachje op haar gezicht.
'Gelukkig niet.' Marcel wist ook een lachje tevoorschijn te toveren, al wist hij niet zeker of hij gerustgesteld was.
'Ik zal je inschrijven om op school te blijven en dan hoor ik het wel als de plannen veranderen,' stelde Anderling voor. 'En ga nu maar gauw, want anders krijg ik nog problemen met Amycus en Alecto.' De spottende ondertoon in haar stem maakte dat Marcel inwendig lachte. Ze zei het niet letterlijk, maar volgens hem wist ze wat hij deed en stond ze voor de volle honderd procent achter hem. Marcel liep het klaslokaal uit en bedacht zich wat hij die week nog moest doen: twee dagen les, een bijeenkomst op donderdagavond en vrijdag een uitje naar Zweinsveld. Dan zouden ze hun verzet twee weken stil moeten leggen omdat iedereen naar huis ging en dan weer verder. Hij slenterde naar Dreuzelkunde. Alecto's lessen waren altijd precies hetzelfde: ze vertelde dat Dreuzels net beesten waren, dat tovenaars over hen hoorden te heersen, maar gedwongen waren min of meer ondergedoken te leven. Haar conclusie was altijd dat de natuurlijke orde nu hersteld werd en dat dat maar goed was. Altijd verkondigde ze dat. Misschien dat als je iets maar vaak genoeg hoorde, je het uiteindelijk zelfs ging geloven.
'En hoe zit het eigenlijk met uw eigen Bloedstatus?' vroeg Marcel. Het was eruit voor hij er erg in had. Alecto staarde hem een beetje versuft aan, alsof ze een klap in haar gezicht had gekregen.
'Nablijven, Lubbermans,' wist ze uiteindelijk uit te brengen. Hij zei niks. Zijn humeur daalde tot een heel laag dieptepunt.

'Marcel!' bracht Hannah geschrokken uit toen hij de Kamer van Hoge Nood betrad. 'Wat is er met jou gebeurd?' Ze was de eerste en sinds Loena's opheldering omtrent Hannahs aanhankelijke gedrag leek dat veel meer te betekenen. Iedereen had hem met dezelfde overbezorgdheid behandeld sinds Alecto's afranseling.
'Het gaat wel over,' antwoordde hij nuchter.
'Okee dan.' Ze ging op een van de kussens zitten. 'Zeg, heb je toevallig geen reep chocola bij je, ofzo?' Marcel voelde in zijn zakken en bedacht zich toen dat er nog een appel in zijn tas moest zitten.
'Hoezo? Heb je honger?' vroeg hij en hij gaf haar de appel.
'Ja, een beetje,' gaf ze toe en ze nam gretig een hap. 'Het is misschien een beetje raar om om voedsel te lopen schooien, maar ik heb niet gegeten sinds de lunch.' Nadat ze haar mond leeg had vervolgde ze ter verduidelijking: 'Ik had geen tijd. Ik... eh... had straf.' Marcel vond dat een onaannemelijk verhaal. Als je straf had gehad van de Kragges was dat duidelijk zichtbaar, dan had je toch wel minstens een blauw oog of een bloedneus, maar Hannah zag er net uit als anders. Toch ging hij er maar niet op in, want er kwamen meer leerlingen binnen. Ginny en Loena waren er ook bij en keken elkaar even grinnikend aan bij het zien van Hannah en Marcel, alleen. Even later was iedereen er en begon Ginny met het gebruikelijke vermelden van de mededelingen.
'Vandaag oefenen we de Patronus,' informeerde ze de anderen. 'Verder hebben Marcel, Loena en ik nagedacht... Veel mensen gaan met Kerst naar huis en gaan dus twee weken doorbrengen in de buitenwereld. Nieuws komt hier in het kasteel maar heel mondjesmaat binnen en dus is het goed eens te zien hoe het echt is. Ik bedoel, we hebben hier de Ochtendprofeet en we mogen naar de officiële radiozenders luisteren, maar daar worden we ook niet veel wijzer van. Misschien zijn er mensen die thuis Met Het Oog Op Potter volgen...' Ze wachtte niet op een eventuele reactie van de andere SVPers. 'Als die personen achter het wachtwoord kunnen komen zou dat heel fijn zijn. Loena neemt Kibbelaars van thuis mee. Het septembernummer hebben we inmiddels allemaal wel uit.' Ze stootte een flauwe glimlach uit. Het was waar dat de Kibbelaar die Loena bij zich had gehad in de trein stiekem aan zo ongeveer iedereen uitgeleend was en helemaal stuk gelezen, misschien niet zo zeer om het nieuws opzich, maar meer om er van overtuigd te blijven dat ze het bij het rechte eind hadden.
'Met andere woorden,' ging Loena door, bij het zien van een paar verwarde gezichten. 'Houd jullie ogen en oren open. Het nieuws dat we horen zouden we weer onder de andere leerlingen kunnen verspreiden op de een of andere manier. Dan horen ze ook eens de waarheid.'
'Zijn er nog vragen, suggesties, klachten?' vroeg Marcel. Niemand reageerde. 'Mooi, dan nog een vraagje: wie blijft er, net als ik, op Zweinstein?' Alleen Hannah stak haar hand op en sommige mensen grinnikten opnieuw.
'Nou, dat wordt vast heel gezellig,' lachte Kasper. Hannahs toch al roze gezicht kleurde nog dieper rood en ook Marcel voelde zich even ongemakkelijk.
'Ik vroeg het hier om,' mompelde hij uiteindelijk, om hen uit die hachelijke situatie te helpen. 'We zouden misschien de Kragges in de vakantie nog tegen kunnen werken met de mensen die hier blijven.'

Ginny en Loena vertrokken samen met de anderen leerlingen op zaterdagochtend. Marcel had Vilder, die bij de eikenhouten deur stond om te controleren wie er naar buiten ging, gevraagd of hij mee mocht lopen naar de trein, maar dat was hem geweigerd. Tegen de middag was iedereen weg en Marcel voelde zich behoorlijk alleen. Nog altijd had zijn oma niks van zich laten horen en hij werd steeds panischer. Hij had altijd veel van Zweinstein gehouden, maar nu wilde hij niks liever dan ook op de trein stappen om naar perron negen driekwart te gaan waar zijn oma dan op hem zou wachten. Hij wilde gewoon naar huis. Het was misschien een kinderlijk verlangen, maar zo was het nu eenmaal. Nu de meisjes weg waren was er niemand om mee te praten en dus geen afleiding, waardoor zijn gedachten steeds naar die onrealistische wens gingen en de hoop dat zijn oma het goed maakte. Neerslachtig besloot hij maar een stukje te gaan lopen. Misschien voelde hij zich dan wat beter. Hij liep de trappen op met het vage idee een bezoekje te brengen aan de bieb, wat te lezen misschien of wat huiswerk te maken, iets dat er vaak bij in schoot de laatste tijd.
'Lubbermans!' Marcel draaide zich abrupt om. Het was professor Anderling die haar kantoortje uit kwam. 'Wat een toeval dat ik u hier tref. Ik zocht u al.' Marcel volgde haar naar binnen met een wee gevoel in zijn maag. Het ging vast over zijn oma, dat kon niet anders, want daar hadden ze het laatst over gehad. 'Het mysterie rondom die brieven is opgelost.' Anderling lachte even en schoof de bovenste la van haar bureau open. Marcels ongerustheid maakte plaats voor opluchting. Ernstig kon het nooit zijn. Hij keek toe hoe ze een grote stapel bruine enveloppen die bij elkaar gehouden werden door een gerafeld touwtje tevoorschijn haalde en kon een glimlach niet onderdrukken.
'Allemaal voor mij?' vroeg hij. Anderling knikte.
'U heeft wat te lezen deze vakantie. Brieven van de afgelopen twee maanden.'
'Maar hoe...' stamelde Marcel, beseffend hoe stom hij over moest komen. Anderling deed de la weer dicht en legde uit: 'Och, er waren wel meer leerlingen die zich zorgen maakten omdat ze geen post meer van hun familie kregen. Toen heb ik Amycus eens stevig aan de tand gevoeld. Het scheen zo te zijn dat talloze brieven onderschept waren.'
'Hij heeft ontzag voor u,' zei Marcel en hij borg de stapel zorgvuldig op in zijn tas. 'Maar wat was het nut? Stonden er dingen in die niet strookten met Voldemorts ideeën?' Anderling keek ernstiger en slaakte een zucht.
'Ik begrijp ongeveer hoe ze te werk gaan. Het waarom zal me altijd wel een raadsel blijven, maar ik weet dat verwarring zaaien een van hun favoriete methodes is.' Marcel gaf geen antwoord, maar voelde zich vreemd genoeg gerust gesteld. Dat was precies Loena's theorie en hoewel hij haar een slim meisje vond en haar blind vertrouwde was het een prettige gedachte dat Anderling er ook zo over dacht.
'Hoe dan ook, ik zal die brieven maar gauw beantwoorden. Oma zal wel doodongerust zijn.' Anderling knikte alleen even.
'Hou er wel rekening mee dat die brieven ook zo weer onderschept kunnen worden,' zei ze ernstig en even leek ze te aarzelen. 'Weet u wat, ik moet volgende week weg voor de Orde. Geef me die brief mee, dan zal ik 'm persoonlijk afleveren.' Marcel hoefde niet na te denken over dat voorstel.
'Dat zou heel fijn zijn. Maar nu ga ik maar, als u het niet erg vind.' Anderling gaf geen antwoord, maar deed de deur een stukje open, stak haar hoofd om de deur.
'De kust is veilig. Geen Kragges te bekennen.' Marcel verliet zonder een woord uit te brengen het kantoor. Het was eigenlijk heel vreemd Anderling zo geheimzinnig te zien doen, het paste simpelweg niet bij haar en het maakte om de een of andere reden dat hij Amycus en Alecto meer haatte dan ooit. Toch voelde hij zich beter dan hij de afgelopen tijd gedaan had. Zijn oma leefde nog! Marcel besloot meteen naar zijn slaapzaal te gaan om zijn post te lezen, iets dat hem gevaarlijk leek in de bieb of de Grote Zaal. Er waren zeker tien brieven, de laatste nog vrij recent en dat gaf hem zoveel hoop dat hij zich voor het eerst sinds tijden echt gelukkig voelde en meteen begon aan een lange brief terug. Natuurlijk waren het onbeduidende dingen die zijn oma schreef, omdat iets anders vertellen te riskant zou zijn, maar dat deed er niet zoveel toe. Ze deden hem wel naar huis verlangen, maar nu alles daar okee bleek te zijn dacht hij dat hij het op het kasteel wel uit kon houden. Hij besloot in gedekte termen te vertellen over de SVP, over de Kragges en meer van de stand van zaken op school, omdat Anderling de brief toch persoonlijk zou overhandigen en hij dus niet erg bang hoefde te zijn voor Dooddoeners die de brief eventueel zouden lezen. Vervolgens stopte hij zijn post onder zijn matras, opdat het niet toevallig gevonden zou worden en ging weer naar beneden voor het eten.