Opeens viel het
Marcel op dat Zweinstein mooi was zo 's winters. Het was prachtig
versiert, zoals altijd, de sneeuw buiten dwarrelde vredig naar
beneden en straalde zoveel kou uit dat je blij was dat je in het
verwarmde kasteel was. Eigenlijk zonde dat zo weinig mensen er van
konden genieten. Er waren geen Zwadderaars, drie Ravenklauwers, twee
Huffelpuffers, waaronder Hannah, en zelf was Marcel de enige
Griffoendor. De Grote Zaal was dan ook praktisch leeg en de meesten
zaten alleen te eten, omdat hun vrienden er niet waren. Dat was toch
ongezellig, vond Marcel, zeker zo kort voor Kerst. Hij wierp een blik
op Hannah, al even eenzaam als hij, en hij bedacht zich dat zij toch
degene was die hij het beste kende en dat het achterlijk was alleen
te eten, omdat zij aan de tafel van Huffelpuf hoorde te zitten en hij
aan die van Griffoendor. Voor hij er erg in had dirigeerde hij zich
richting haar en vroeg: 'Mag ik er bij komen zitten?' Ze knikte.
'Ja,
natuurlijk.'
'De Kragges zullen er natuurlijk wel een probleem van
maken,' bedacht Marcel zich hardop. 'Maar ik vind het overdreven om
allemaal alleen aan tafel te gaan zitten, zeker met de feestdagen.'
Ze knikte nogmaals.
'Ach, de Kragges zijn er toch niet,'
antwoordde Hannah, en ze nam een hap van haar appelmoes. 'Ja, ze zijn
weg,' vervolgde ze toen ze Marcels verbaasde blik zag. 'Ze gaven wel
opdracht de tafels zo te laten staan. Volgens hen praten leerlingen
toch alleen maar met leerlingen van andere afdelingen als ze plannen
zouden smeden, ofzo, zoals wij met de SVP.'
'Wat een onzin!' vond
Marcel. 'Als je echt plannen wilt smeden kan dat op wel honderd
andere plekken.'
'Ik heb het ook niet verzonnen,' lachte Hannah.
'Maar ik denk niet dat de andere leraren er een probleem van maken
als je aan de tafel van Huffelpuf ging zitten.'
'Sneep ook niet?'
vroeg Marcel behoedzaam. Hannah haalde haar schouders op.
'Dat hij
er dan maar wat van komt zeggen.' Even viel het gesprek stil en
Marcel zocht naar een ander onderwerp.
'Waarom blijf jij eigenlijk
op school?' Hannah mompelde quasi-nonchalant: 'Mijn moeder is dood en
verder heb ik niet zoveel familieleden waar ik per se heen zou
moeten.' De stilte duurde voort. Dit was dus duidelijk een fout
onderwerp.
'Oh, sorry.' Marcel besloot het voorval met de
onderschepte correspondentie te vertellen en de goede afloop
daarvan.
'Fijn dat je oma het goed maakt. Volgens mij is Augusta
Lubbermans een erg kranige vrouw.' Hannah keek even de tafel rond en
besloot toen: 'Je lijkt vast erg op haar.' Marcel wist even niet wat
hij daarvan moest zeggen.
'Hoe bedoel je?'
'Gewoon,'
antwoordde Hannah schouderophalend. 'Je bent erg dapper. Je bent een
van de weinigen die kritiek durft te leveren op de Kragges, zoals
laatst in Dreuzelkunde.'
'Oh, dat.' Marcel had even na moeten
denken voor hij wist waar ze het over had. 'Haar lessen zijn ook
verschrikkelijk.' Hannah knikte.
'Over Dreuzeltelgen gesproken,
kun je een geheim bewaren?' Marcel keek Hannah even aan. Plotseling
leek ze een beetje gespannen.
'Tuurlijk. Kom, laten we naar buiten gaan. Daar loop
je niet de kans dat er mensen meeluisteren.' Hannah stond meteen op,
zonder haar lunch verder op te eten en Marcel kreeg de indruk dat ze
haar geheim erg graag kwijt wilde. Hij volgde haar de Ontvangsthal
door en het bordes over. Gelukkig had hij een jas bij zich. Hij sloeg
'm om zich heen terwijl hij nog een stukje achter haar aan liep, tot
ze op een behoorlijke afstand van het kasteel waren.
'Nou, je
maakt me nieuwsgierig,' lachte hij, maar haar gezicht stond ernstig
en hij hield er meteen mee op.
'Weet je nog dat ik je laatst om
iets te eten vroeg?' begon ze voorzichtig. Marcel maakte een geluidje
om aan te duiden dat hij het zich herinnerde. 'Eigenlijk had ik geen
straf gehad. Ik loog.'
'Waarom?' vroeg Marcel nietbegrijpend.
'Veel Modderbloedjes en Snullen zitten ondergedoken momenteel,'
vertelde Hannah. 'Dat weet je vast wel. Ik bewonder hun Geheimhouders
erg. Niet alleen moet je zorgen dat niemand iets merkt en bereid zijn
zelf te sterven om hen te kunnen redden... Er is nog een probleem...'
Ze stopte even. 'Denk je niet dat het opvalt als je ineens eten
inslaat voor een heel gezin? Voedsel is een van die dingen die je
niet uit het niets tevoorschijn kunt toveren.' Marcel haalde zijn
schouders op.
'Denk je dat er werkelijk mensen zijn die daar op
letten?'
'Misschien, je kunt het risico niet lopen.' De twee
liepen langs het meer op, hun wangen rood van de kou.
'Maar als je
eenmaal iets te eten hebt kun je het wel vermenigvuldigen,' bracht
Marcel er tegenin.
'Daar gaat het niet om.' Hannah zuchtte. 'Het
punt is dat ik zo'n familie ken die ondergedoken zit. Een gezin met
twee kinderen van zeven en vijf. Hun moeder is een Dreuzeltelg en hun
vader ook, en zodoende zijn die kinderen in de ideologie van de
Dooddoeners ook geen tovenaars. Kortom, ze lopen allevier gevaar. Ze
wonen in Zweinsveld en worden onderhouden door een vrouw die daar ook
in de buurt woont. Laatst dacht ik, gezien het bijna Kerst is... Nou
ja, tijdens de lunch, als ik dacht dat er niemand op de gang was,
sloop ik naar de keukens en vroeg de huiselfen om hulp.' Ze stopte
opnieuw en Marcel snapte het. Ze had geholpen met het kerstdiner voor
die mensen.
'Dat is erg lief van je, maar dat zijn toch niet jouw
zaken?' Hannah lachte nu nogal spottend.
'Het is niet lief van me,
net zoals jij jezelf niet dapper vind. En als het mijn zaken niet
zijn, zijn de Kragges en de SVP dan wel jouw zaken?' Marcel lachte
ook.
'Daar zit wat in.'
'Tijdens de uitstapjes naar Zweinsveld
neem ik altijd wat extra's voor ze mee,' legde Hannah uit met een
flauwe glimlach. 'Meestal geen eten, hoor, maar met Kerst leek extra
hulp me wel gepast.'
'Wat neem je dan meestal mee?' vroeg Marcel,
nu meer geinteresseerd. Hannah haalde nonchalant haar schouders
op.
'Boeken, spelletjes... Het is vast doodsaai om altijd binnen
te zitten. Natuurlijk is het niks en ik kan er niet mee tegenhouden
dat ze misschien opgepakt worden. Ik zou graag meer doen en voor meer
families, maar...'
'Had het me dan eerder verteld! Breng het ter
sprake als de anderen van de SVP weer terug zijn,' stelde Marcel
voor. 'Als er een ding is waar ik nu wel achter ben is het dat je met
anderen meer kunt dan alleen.' Hannah knikte gedecideerd. Marcel
bewonderde het eigenlijk erg van haar en had het totaal niet achter
haar gezocht. Natuurlijk, ze was lid van de SVP, maar toch had hij
haar altijd gezien als nogal stil, niet heel interessant...
'Zullen
we terug gaan?' vroeg hij. 'Ze verklaren ons vast voor gek als we zo
lang wegblijven met dit weer.'
'Tuurlijk.' Zwijgend liepen Hannah
en Marcel naar het kasteel.
'We spreken elkaar toch nog wel?'
vroeg ze plotseling toen ze er bijna waren. 'Er zijn verder niet
zoveel mensen om mee te praten.' Marcel stemde in.
