I wanna be the only on to hold you,

(Protect you from the rain,)

I wanna be the only one to soothe you,

(Erase all the pain,)

I wanna be the only one to love you,

Love you,

(Over again,)

I wanna be the only one,

(The only one I am.)

BeBe Winans: I Wanna Be The Only One.-


Harry had gewoon geen woorden voor de kamer waar hij nu in stond. Misschien dat perfect het best woord was.

"Wow," was het enige wat Harry uit kon brengen,

Draco stond trots voor hem. "En vind je mijn kamer mooi?"

"Prachtig," antwoordde Harry.

Draco grijnsde alleen maar en liep verder zijn kamer in.

Ondertussen nam Harry de kamer in zich op. Net zoals de rest van het huis was het mooi ingericht. In het midden van de grote slaapkamer stond een hemelbed waar makkelijk twee personen in konden liggen.

Het was een houten bed met het wapen van de Malfidussen erin gekerfd. Er was een grote haard met allemaal foto's op de schouw. Voor de haard stond een lichtblauwe bank. Dezelfde kleur als de muren van da kamer.

Aan beide kanten van de bank stonden er twee luxe stoelen. Deze waren donkerder van kleur. Verder stond er nog een kledingkast en een boekenkast.

"Zullen we de spullen wegzetten?" vroeg Draco die naar de hutkoffers wees.

"Is goed," zei Harry die begon met spullen uit te pakken.

Het enige geluid in de kamer was van het uitpakken van de spullen en de ademhaling van de jongens. Toen ze klaar waren en opkeken stond er een Huiself te wachten.

"Meneers Potter en Meneers Malfidus worden door Meesteres Narcissa uitgenodigd om haar te vergezellen aan tafel voor het avondeten," piepte de kleine Elf.

"We komen er zo aan," antwoordde Draco.

Harry volgde Draco toen ze door alle gangen naar beneden liepen. Narcissa zat al aan de tafel die gedekt was door de Huiselfen.

De eetkamer keek uit op de grootse tuin. Harry keek zijn ogen uit. De tuin was in bloei met verschillende bloemen. Zowel Magisch als Dreuzel. Zo stonden er verschillende soorten rozen, narcissen en lelies. De rest was vooral Magisch, en kende Harry niet.

Draco ging zitten en Harry volgde.

"Bevalt de kamer Harry?" vroeg Narcissa terwijl het eten op tafel verscheen.

"Jazeker," antwoordde Harry.

"Mooi zo. Eet smakelijk dan maar."

Iedereen schepte eten op. Tussen het eten door praatte de drie over lichte onderwerpen. Toen het eten op was ging Narcissa en Draco naar een kamer toe om de laatste dingen van het testament van Lucius te regelen.


Harry mocht door de Villa heen lopen en alles bekijken. Hij liep door verschillende hallen en gangen en keek zijn ogen uit. Hij kwam uiteindelijk in een gang met schilderijen van verschillende voorouders van de familie Malfidus.

De verschillende generaties Malfidussen keken op toen Harry langs kwam lopen. Eén schilderij trok zijn mond open. Dit was Abraxas Malfidus. De vader van Lucius Malfidus en de grootvader van Draco.

"Wie ben jij?" vroeg Abraxas.

"Ik ben Harry Potter Meneer," zei Harry beleefd.

"Potter hmmm?" zei Abraxas bedachtzaam. "Hmmm een oude familie. Niet zo oud en nobel als de Malfidussen, maar wel gerespecteerd. Wat doe je eigenlijk in Villa Malfidus? Draco neemt namelijk nooit iemand mee naar huis." Abraxas haalde hierbij een elegante wenkbrauw omhoog.

"Ik ben een Alf Meneer, en Draco is mijn levenspartner."

Abraxas zijn wenkbrauwen vlogen bijna het Universum in toen hij dit hoorde. "Hebben jullie al gebonden dan?" vroeg Abraxas eindelijk.

Harry bloosde en zei: "Nee Meneer, nog niet."

"En wanneer ben je jarig?" vroeg Abraxas die met de minuut geïnteresseerder raakte.

"31 juli Meneer."

"En wanneer was de Alf in je klaar met volgroeien?"

"Nog maar een paar dagen Meneer," zei Harry een beetje schaapachtig.

"Mooi zo, mooi zo," zei Abraxas. "Loop maar verder. Er zullen vast meer mensen met je willen spreken."

Harry knikte en zei netjes: "Tot ziens," voordat hij verder liep.

Zoals Abraxas al zei, er waren inderdaad schilderijen die met hem wouden praten. Sommige omdat ze het gesprek hadden gehoord, en anderen omdat ze nieuwsgierig waren naar de knappe jongeman die in de Villa liep.

Harry kwam uiteindelijk bij Draco zijn kamer uit, en hij liep naar binnen. Draco was er nog niet, zag Harry toen hij door alle kamers liep. Daarom vermaakte hij zichzelf door alle boeken te bekijken. Uiteindelijk koos hij een boek uit die er leuk uit zag.


Toen Draco terug kwam vond hij Harry op de stoel met een boek op zijn schoot. Harry was diep in slaap, en Draco deed de deur dicht en bleef een tijdje naar Harry kijken met een gelukkige gezichtsuitdrukking. Toen besefte Draco wat een geluk hij eigenlijk had.

Iemand die altijd bij je blijft en van je houd. Draco liep naar Harry toe en schudde hem lichtjes. "Harry? Harry wakker worden."

Harry knipperde met zijn ogen. Toen hij Draco in zijn vizier had keek hij langzaam om zich heen en werd steeds wakkerder. "Hoe laat is het?" vroeg Harry slaperig.

"Bedtijd," antwoordde Draco die naar de slaapkamer liep.

Harry stond langzaam op en rekte zich uit. Het boek dat op grond lag door het opstaan werd opgepakt en weggezet door een half slapende Harry.

Draco was ondertussen al omgekleed en wachtte op Harry.

Harry trok gauw zijn pyjama aan en kroop het bed in. Draco volgde Harry's voorbeeld en deed de lichten uit. "Slaap lekker Harry." Het had geen nut meer, want Harry was al in dromenland. Draco glimlachte, voordat hij zelf ook in slaap viel.


Harry werd de volgende morgen als eerste wakker. Hij draaide zich om zodat hij op zijn elleboog leunde en op Draco neerkeek. Hij streelde met zijn vrije hand de zijkant van Draco's gezicht. Toen begon Harry echt goed na te denken. Hij zou Draco veilig houden. Dat was duidelijk. De Alf in Harry hield van Draco, maar Harry zelf wist nog niet zeker of hij wel van Draco hield.

Omdat Harry nooit liefde had gekend van zijn tante, oom en neef. Maar op momenten zoals deze kon Harry zijn gevoelens niet ontkennen.

De Alf in hem zou dolgraag de bond compleet willen maken. Harry zelf wou dit niet. Hier was één reden voor: Voldemort.

Pas als Voldemort uit de weg was wou Harry de bond compleet maken. Anders zou Voldemort Draco kunnen bereiken door Harry. Harry zou er kapot van zijn als Draco iets overkwam. En niet alleen omdat Draco zijn levenspartner was.

Harry keek liefdevol naar de slapende jongen zijn gezicht, en leunde naar beneden om die licht-roze lippen te proeven. Harry merkte dat deze kleine actie al genoeg was om al het opgebouwde lust naar boven te halen.

Draco werd ondertussen wakker. Hij zag twee van de meest mooie groene ogen boven hem op hem neerkijken. "Harry. Goedemorgen."

Harry zei niks, maar kuste hem. Draco bracht een hand achter Harry's nek en verdiepte de kus.

"Meneers Potter? Meneers Malfidus? Sorry dat Ipie stoort, maar Meesteres Narcissa heeft het ontbijt klaarstaan." En met dat was de kleine Huiself weg.

Harry zuchtte en stond langzaam op. Hij kleedde zich aan, en Draco keek vanuit het bed hoe Harry dat deed. Draco zat het aanblik te bewonderen, toen Harry een kledingstuk naar hem toe gooide.

"Lig daar niet zo en kleed je aan."

Draco glimlachte alleen maar liefjes en zei: "Ik was alleen maar het uitzicht aan het bewonderen."

Harry bloosde en liep resoluut de deur uit.

Draco zuchtte en stond met tegenzin op. Hij kleedde zich aan en ging op weg naar beneden. Hij kwam net buiten zijn deur Harry tegen en ze liepen al lachend en pratend naar beneden.

"Zo jullie zijn vrolijk vandaag," zei Narcissa met een glimlach.

"Hmm mmm," zei Draco die plaats nam aan tafel.

Harry ging ook zitten en zo aten ze met zijn drieën.


De tijd hierna ging verschrikkelijk snel. Voordat Harry het wist was de Kerstvakantie al bijna voorbij. Hij kon merken dat Voldemort druk bezig was met iets, en dat hij er bijna klaar mee was.

Harry wou het liefst nog van zijn tijd hier genieten.

Toen Harry en Draco gingen slapen, op de één na laatste dag van de Kerstvakantie, had Harry een raar voorgevoel. Toch deed hij alsof er niks aan de hand was, om Draco gerust te stellen.

Maar toen hij eenmaal in slaap was wist hij waar het gevoel vandaan kwam. Hij had namelijk weer een visioen van Voldemort.

Voldemort was buiten zichzelf van vreugde. Zijn plan om een leger te verzamelen is gelukt. Hij zou met zijn leger Zweinstein aanvallen. Nadat hij het Potter joch had opgeruimd was er niemand meer om hem tegen te houden.

Nog drie dagen. Nog drie dagen en ze zouden Zweinstein binnenvallen. Net als alle leerlingen terug zijn. Niemand zou zijn plannen vermoeden. En het kwam als een verassing.

Voldemort liep naar buiten, en Harry zag het grootste leger dat hij ooit gezien had.

Vampieren, Weerwolven, Dooddoeners en meer mensen en Magische dieren waren op weg naar Zweinstein. Voldemort draaide zich om en keek Harry direct aan.

"Vleeschouwer kom hier!"

Harry draaide zich om. In plaats van dat Voldemort hem aankeek, keek hij Vleeschouwer aan.

"Mijn Heer?" vroeg Vleeschouwer benauwt.

"Vleeschouwer jij leidt deze groep naar Zweinstein."

Vleeschouwer buigde diep en liep naar de groep toe die Voldemort aangewezen had.

"Harry? Harry wakker worden!"

Harry keek beduusd om zich heen, maar niemand hier riep hem.

"Harry kom op! Word wakker!"

Harry sloot zijn ogen, concentreerde zich en toen hij ze open deed was hij weer in het bed, met boven hem een bezorgde Draco.

"Harry gaat het?" vroeg Draco bezorgd toen hij de tranen op Harry's gezicht zag.

"H-h-hij v-v-valt Zw-Zweinstein aan i-i-i-in ee-een p-p-paar d-d-dagen. Oh God Draco we moeten ze waarschuwen!"

"Harry je gaat eerst kalmeren, en dan proberen te slapen."

"M-maar ik moet ze helpen! Ik moet ze waarschuwen!"

"Harry ze hebben er niks aan als je uitgeput bent," zei Draco gerustellend.

Harry knikte en viel in een onrustige slaap.