A/N: Wow. Het was niet mijn bedoeling om er zo lang over te doen! Het spijt me! *Hangs head in shame*. Een bedankje voor Florreke voor de geweldige reviews. Examens gingen verder goed en ik ben nu aan het werk op het land. Ik hoop verder dat het volgende hoofdstuk er iets sneller uit komt, want ik heb er nu meer als een maand over dit miezerige hoofdstukje gedaan. *zucht*. Sorry. Enjoy verder en reviews zijn heel erg geliefd ;).


Since you've been gone,

I shut my eyes and fantasize,

That you're here with me,

Will you ever return?

I won't be satisfied 'til you're be my side,

Don't wait any longer.

-. Paul Young : Come Back And Stay.-


Draco achterlaten zonder achterom te kijken was het moeilijkste wat Harry ooit gedaan had. Hij liep samen met Ron en Theodoor voorop.

Ze zagen verderop bij Zweinsveld rook opstijgen toen ze een eind verder waren.

Uiteindelijk kwamen ze bij het platgebrande dorp aan. Iedereen hielp de gewonden, voordat ze verder liepen.

Na kilometers gelopen te hebben naderden ze de troepen van Voldemort.

Het was licht aan het schemeren, maar de groepen waren duidelijk te zien. Het uitademen was makkelijk te zien door de witte mist, elke keer als er uitgeademd werd, aangezien het volop winter was.

De Dooddoeners stonden klaar om aan te vallen, samen met de wezens achter hen.

De gehele groep waar Harry mee liep bestonden vooral uit Tovenaren en Heksen. Toch waren er ook andere wezens. Verschillende Vampieren, Weerwolven, Glamorganas en Elven zaten in de groep.

De Dooddoeners hadden ook Vampieren en Weerwolven.

Vleeschouwer stond voorop, zonder masker. Hij liep langzaam naar Harry toe. Ron en Theodoor schoten gelijk in de verdediging, maar Harry hield ze tegen voordat ze hem iets aan konden doen.

"Potter. Geef op. Je hebt geen schijn van kans met al die kinderen. Geef op en we sparen je misschien."

Harry snoof en zei: "Je spaart me nu misschien wel, maar wanneer ik bij Voldemort afgeleverd wordt ben ik zo goed als dood. En ik heb vertrouwen in deze 'kinderen'. Als je dit overleefd ga dan naar je 'Meester' en zeg dat hij zelf niet zo laf moet zijn door zijn bedieners hier naartoe te sturen. Zeg hem dat maar. Oh, zeg dan ook gelijk maar dat zijn einde nadert."

"Je bent verdomd zeker van je zaak," zei Vleeschouwer met minachting over heel zijn gezicht geschreven. "Zo zeker dat je over de Heer van het Duister zult zegevieren. Ik kan je nu al zeggen, jongen, dat je neergaat."

"Was dat alles, of had je nog meer te zeggen?" vroeg Harry koel.

Vleeschouwer gaf hem een laatste, dodelijke blik voordat hij terug keerde.

"Harry Potter! Wij zorgen ervoor dat je de dag dat je geboren bent zult berouwen!" schreeuwde Vleeschouwer over het veld.

"Zo zal het zijn," zei Harry zacht. "Ron, Theodoor. Zijn jullie er klaar voor?"

Ron gromde wat en Theodoor knikte.

"Voor Zweinstein, voor onze familie, onze vrienden en onze geliefden," zei Harry zacht toen de Dooddoeners hun naderden.

Hij zette een zelfverzekerde stap naar voren en zijn groep volgde.

Toen ze dichtbij genoeg waren vlogen er spreuken en vloeken voorbij. Harry zelf was zo opgenomen in het afweren van spreuken dat hij amper zag wat zijn vrienden deden. Hij stuurde zelf ook meer dan genoeg spreuken af.

Toen ze nog dichterbij kwamen haalde zijn groep hun wapens tevoorschijn. Hijzelf haalde ook zijn zwaard tevoorschijn. Dit was geen kinderspel meer. Dit was het echte leven. De keiharde, koele realiteit. Het leven zonder genade.

Een Dooddoener haalde een mes uit zijn zak en raakte Harry in zijn zij. Harry stak hem neer. De Dooddoener viel dood neer. Harry staarde naar het lichaam van de dode Dooddoener. Hij keek om zich heen in een droomachtige staat, voordat realiteit weer terug keerde.

Iemand vuurde een vervloeking af. Iemand die zag wat zich afspeelde. Iemand stak de Dooddoener neer.

Vleeschouwer schreeuwde zijn troepen terug, en ze verdwenen al gauw uit het zicht. Harry en zijn groep lieten hem gaan.

Harry keek om zich heen. Iemand was vermist. Harry keek om zich heen en zag Ron opstaan, terwijl hij zijn zij stevig beethad. Harry ging naar hem toe en hielp hem met opstaan.

"Harry. Wat moeten we met die lichamen?" vroeg Ron zwak.

"Incendio," zei Harry.

"Harry! Je bloed bij je zij," zei Ron die goed naar Harry keek.

"Dooddoener had een mes," gromde Harry. "Als jullie de tenten op willen zetten, dan zou ik dat waarderen."

Iedereen hielp met het opzetten van de tenten. Al gauw stonden de tenten en waren ze afgekomen van de lijken. Harry hield bij welke Dooddoeners waren omgekomen.

"Harry kom hier," zei Theodoor streng.

Harry liep naar hem toe met zijn hand in zijn zij gedrukt. "Wat is er Theodoor?" vroeg Harry toen hij vlak bij Theodoor stond.

"Ga naar die tent en laat je oplappen."

"Theodoor dat is echt niet nodig," zei Harry zelfs toen hij heen en weer bewoog op zijn voeten.

"Harry je hebt veel bloed verloren. De wond kan ook nog infecteren. Ga nu maar," zei Theodoor die naar de tent wees in een resolute manier.

Harry zuchtte en liep naar de tent. Toen hij zag wie de mensen oplapten viel zijn mond open. "Hermelien! Roos! Wat doen jullie hier?" vroeg hij verbaasd.

Hermelien pakte zijn arm beet en liet hem op een bed liggen. "We zeiden toch dat we voor de gewonden zouden zorgen?" vroeg Hermelien glimlachend.

"Ja, maar…"

"Niks 'ja, maar'. Het is gewoon zo."

Harry grimaste aangezien zijn wond meer pijn deed toen hij op het bed lag.

"Wat heb je nu weer gedaan?" vroeg Roos zacht toen ze de grimas zag.

"Verkeerde eind van een mes."

Hermelien zuchtte en haalde de verschillende lagen kleding van Harry's lichaam af.

Toen alle kleding pijnlijk verwijdert was keek Hermelien serieus, en bloosde Roos.

"Harry, waarom kwam je hier niet eerder naartoe," mompelde Hermelien die van Roos verschillende flesjes aangegeven kreeg.

"Ik was nog bezig, en het deed niet zoveel pijn," zei Harry kalm.

Hermelien zuchtte alleen maar en zorgde ervoor dat Harry genoeg toverdranken binnen kreeg.

Roos had ondertussen een zalf op de wond aangebracht.

"Hoe… Hoe gaat het met Draco?" vroeg hij aan beide.

Ze keken elkaar even twijfelend aan, voordat Roos antwoordde. "Uhm…hij…hij probeert zich groot te houden. Als je dieper kijkt dan dat masker van hem, dan kun je zien dat hij je mist. Hij brengt de tijd verder met Professor Sneep door. Alleen met de malen komt hij naar boven toe. We hebben nu een systeem bedacht die ervoor zorgt dat hun drankjes rechtstreeks hier terecht komen.

"Draco doet er alles aan om de drankjes zo sterk en goed mogelijk te maken. We hebben ook afgesproken dat één van ons zich minstens twee keer per week meld. Dit door een Viavia."

Harry keek haar aan. "Zouden jullie dan voor mij brieven naar hem toe kunnen brengen?" vroeg hij wat enthousiast.

"Ja, dat kunnen we wel," zei Hermelien trots.

"Zouden jullie voor mij brieven naar Draco willen brengen als ik er één heb?" vroeg hij.

"Tuurlijk. Rust nu maar. Je hebt het nodig," zei Hermelien sober.

Harry knikte en viel in een ongemakkelijke slaap, dromend over Draco.


De volgende morgen was er veel activiteit in de tenten. Harry wist niet waardoor, totdat Theodoor naar hem toe kwam.

"Ze vroegen naar je. Iedereen speculeert over hoe het met je gaat. Maar Hermelien en Roos hebben je zo te zien goed opgelapt," zei Theodoor met liefde in zijn stem. "Ze is zo geweldig. Zo lief. Ze heeft me niet verdient," zei Theodoor mijlenver en dromerig.

Roos kwam net aanlopen en vroeg: "Hoe gaat het Harry? Nog ergens last van?"

"Niet echt. Sinds wanneer heb je een bril?" merkte Harry op.

"Owh. Sinds gisteren eigenlijk," zei ze. "Harry we brengen de zalf drie maal daags aan en verbinden het met nieuw verband. Het zal wel pijn doen en prikken. We hebben de wond gisteren niet verbonden omdat het heelproces dan iets sneller gaat."

"Dankje Roos. Je bent een hele grote hulp en een goede vriendin."

Roos bloosde en glimlachte verlegen. Ze liep naar Hermelien en zei wat tegen haar.

Hermelien liep naar Harry toe en pakte een potje met zalf op.

"Oké Harry. Dit zal wel een beetje prikken en bijten, maar het is wel nodig."

Harry knikte en deed de deken van hem af. Hermelien bracht de zalf aan, terwijl Harry grimaste. Ze pakte gauw wat verband en wikkelde het om Harry en de wond.


Toen Draco wakker werd ging hij mechanisch door zijn routine. Roos en Hermelien waren gisteravond weggegaan. Draco hoopte zo dat ze Harry niet hoefde te behandelen.

Sinds hij met Professor Sneep werkte had hij suggesties die het potentieel van de toverdranken verhoogde, zodat ze sterker en efficiënter werkten. Hij maakte ook balsems en zalven. Vooral verzachtende en desinfecterende soorten.

Draco hoopte dat Harry nooit één van de sterkere dranken hoeft in te nemen. Die waren voor mensen die op de brink van de dood stonden. Mensen die enkel en alleen gered konden worden met snelle medische aandacht.

Draco ging naar beneden, at ontbijt en ging rechtstreeks naar de Kerkers.

Severus Sneep was al bezig met verschillende dranken tegelijk. "Draco. Wil je me helpen met roeren en de temperatuur veranderen?" vroeg Sneep, terwijl hij zelf bijna rond aan het rennen was om alles te regelen.

"Maar natuurlijk," zei Draco die de instructies volgde die hij aangesproken kreeg.

Nadat de dranken op orde waren ging Draco verder met zalven maken. Iets wat hij goed kon en plezier in had.

Sneep had het druk genoeg met de toverdranken, dus Draco had al gauw die dag ervoor gevraagd of hij misschien balsems en zalven kon maken. Sneep stemde al gauw toe, aangezien hij het druk had, en omdat Draco een soort gave voor dat soort dingen had. De efficiëntie waarmee hij werkte was ongekend en ongeëvenaard. Ook had hij zoveel suggesties en ideeën, waardoor de balsems en zalven niet alleen beter en sterker werkten, maar ook aangenamer roken en voelden.

Ze zouden die vandaag naar Roos en Hermelien sturen. Ze moesten het namelijk eerst allemaal testen en uitproberen. Het was al gauw goedgekeurd en Draco had nu zijn handen vol met werk.

Hij had het de hele dag druk. Sneep helpen, dranken hier en daar brouwen, balsems en zalven maken en heel af en toe hielp hij Madame Plijster.

Maar als het avond was en hij weg kon gaan dan was zijn aandacht door andere dingen getrokken dan balsems, zalven en toverdranken. Nee, hij dacht dan aan Harry. Hoe erg hij hem miste en hoopte dat alles goed met hem ging.

En toen, vier dagen nadat Harry wegging kwam Roos bij hem langs.

Het was avond en Draco zat alleen in zijn kamer voor het warme vuur. Iemand klopte netjes aan op het portret en Draco zei dat diegene binnen kon komen, denkende dat Sneep nog wat met hem wou bespreken.

Toen hij opkeek en zag wie het was moest hij glimlachen. "Roos! Wat doe jij hier?"

"Jou bezoeken. Of was dat niet duidelijk?" vroeg ze geamuseerd.

Draco stond op, liep naar haar toe en omhelsde haar.

"Wow. Rustig aan Draco," zei ze lachend.

"Ik heb je gemist. Hoe gaat het met iedereen? Hoe is Harry? Hoe gaat het met jou? Met Hermelien, met Theodoor?" vroeg hij nieuwsgierig, terwijl ze allebei op de bank voor het vuur gingen zitten.

"Met mij, Hermelien en Theodoor gaat alles goed. Nog erg bedankt voor je balsems en zalven. Ze kwamen goed van pas en werken formidabel," zei Roos glimlachend.

Draco miste niet dat Roos Harry niet noemde. "En met Harry? Hoe gaat het met hem?" vroeg Draco die Roos haar gezicht totaal niet verzekerend vond.

"Uhm. Op de dag dat hij wegging en de Dooddoeners tegen kwam was hij gewond geraakt. Niks ernstigs hoor!" zei ze gauw toen de Draco's gezicht zag. "Hij kreeg een messteek in zijn zij."

"Alleen een messteek in zijn zij," siste Draco. "Wat heeft die sukkel nu weer gedaan waardoor hij een messteek op liep!"

"Wel…uhm…ik weet het niet precies. Hij zei dat de Dooddoener onverwachts een mes uit zijn zak haalde. Owh, over iets uit een zak halen gesproken…" zei ze terwijl ze iets uit haar zak haalde. "Dit is een brief van Harry. Maar ik moet nu echt gaan Draco. Het ga je goed," zei ze glimlachend, "en tot de volgende keer."

"Tot ziens Roos. En heel erg bedankt," voegde hij eraan toe.

Ze glimlachte alleen maar en liep het portret uit.

Toen Roos weg was ontvouwde hij de brief en begon met lezen:

Lieve Draco,

Je hebt ondertussen wel gehoord wat er met me gebeurt is. Je hoeft niet te vrezen, want het gaat wel goed. Je zalven helpen heel erg! De wond heelt sneller dan iemand ook maar gedacht had. Ik mis je Draco, en ik hoop dat dit allemaal zo snel mogelijk afgelopen is. Ook al zijn er maar vier dagen verstreken, ik verlang ernaar om weer terug te keren, maar dat kan pas als Voldemort voor eens en voor altijd verslagen is.

Ron en ik denken dat hij ons vaker wil aanvallen. Niet echt gerustellend nieuws, maar wel de waarheid. Ik denk elke minuut van elke dag aan jou. Zorg dat je veilig bent en blijft.

Liefs,

Harry.

"Stomme, stomme Griffoendor," zei Draco teder in de stilte van zijn kamer.


"Shit! Iedereen opstaan! We worden aangevallen!" bulderde Harry, drie weken na de eerste aanval van Vleeschouwer.

Iedereen stond gauw op en liepen zo snel mogelijk naar buiten. Ze stonden al gauw in de formatie die Harry een paar weken geleden had voorgesteld.

De Dooddoeners waren dichterbij dan dat Harry had gedacht. Deze groep Dooddoeners had een groter aantal en had een andere leider. Eén die Harry nog nooit had gezien. Hij commandeerde zijn groep om aan te vallen.

De twee groepen kwamen elkaar halverwege op het veld tegen.

"Paralitis," "Expelliarmus," "Diffendo," "Crucio," "Petrificus Totalus," en de Gruizelvloek werden onder andere gebruikt.

De Dooddoeners vuurden vrijwel geen Doodsvloeken hun kant op. Alsof ze bang waren dat ze Harry zouden raken.

De mensen van Harry's groep die een pijl en boog hadden stonden aan de zijkant pijlen af te schieten, met Roos als leiding.

"Harry…rechts is hun zwakke kant. Sein het door aan Roos en haar groep," zei Ron die net zo snel weg ging als dat hij gekomen was.

Harry zwaaide naar Roos, zodat haar aandacht getrokken werd. Hij gebaarde dat de rechterflank van de Dooddoeners de zwakste schakel was. Een klein knikje was het antwoord van Roos. Hij knikte terug.

De Dooddoeners hadden alleen maar messen of zwaarden, dus als ze alleen maar in de buurt van Roos haar groep kwamen waren ze al ten dode opgeschreven.

Maar die zwaarden en messen waren meer dan schadelijk voor Harry zijn groep.

Voor het eerst sinds tijden had Harry de neiging om zijn vleugels uit te slaan en de Dooddoeners van boven aan te vallen.

Hij was gelukkig slim genoeg om deze neiging de kop in te drukken, of hij zal zich al heel erg gauw verraden, en dan zou Voldemort achter zijn geheim komen. Nee, in plaats daarvan stuurde hij een beetje van zijn magie in zijn zwaard, waardoor deze doeltreffender en krachtiger werd.

Het kon een minuut, een uur of een dag wezen, maar de Dooddoeners sloegen op de vlucht en waren haast nog sneller weg als dat ze gekomen waren.

Deze keer had Harry's groep ook verliezen geleden.

Harry hield ook deze keer bij wie er waren omgekomen. De lijst van de Dooddoeners was bijna vier keer zo lang als die van Harry's groep.

De lichamen van de Dooddoeners waren al gauw tot as gereduceerd.

De mensen van Harry's groep werden netjes begraven.

De gewonde Dooddoeners werden netjes vastgebonden en met de Viavia naar Zweinstein gebracht.

De gewonden van Harry werden in de tenten onder gebracht.

Roos werd half hysterisch toen ze zag dat Theodoor gewond was. Ze begon al gauw te vragen wat er mis was met hem en haalde allemaal verschillende dingen op toen ze zijn antwoord had gekregen.

Hermelien was al de hele tijd in de tent om spullen klaar te zetten en te maken.

Al gauw was iedereen hulp verleend en was iedereen buiten levensgevaar.

Harry bleef bij de bedden van Theodoor en Ron staan. Hij zuchtte en liep weer naar de hoofdtent.

Toen hij binnen was ging hij naar zijn slaapgedeelte en haalde perkament, een veer en inkt tevoorschijn. Hij had al een tijdje niet meer naar Draco geschreven, omdat hij druk was met plannen en organiseren. Hierdoor had hij geen tijd om te schrijven of om het af te leveren bij Hermelien of Roos.

Lieve Draco,

Het is zo zwaar om bij je weg te blijven, maar we waren weer aangevallen, waardoor ik weet dat ik niet terug kan komen. Nog niet in ieder geval.

Het spijt me dat ik niet eerder naar je schreef.

Hoe gaat het daar? Ik wil alles weten.

Het is moeilijk als ik Roos en Theodoor samen zie. Ik weet dat het stom en irrationeel is, maar het doet soms bijna pijn.

Ik ben zo moe van het vechten, maar iets zegt me dat dit nog maar het begin is.

Ik hoop dat je je niet te veel isoleert en weg houd van anderen. En als je naar buiten gaat, zorg dat er altijd iemand bij je is. Ik vertrouw het namelijk niet allemaal, hoe paranoïde dat ook maar mag klinken.

Weet dat ik altijd aan je denk.

Liefs,

Harry.


Mijn Harry,

Ik weet dat het zwaar is om weg te blijven. Vooral sinds je Alven bloed in je hebt. En ik ben al blij dat we naar elkaar kunnen schrijven, niet hoe vaak.

Alles gaat hier verder wel goed. Het feit dat Theodoor, Roos en Ron, Hermelien paren zijn zou jou ook niet echt bepaald goed doen.

Wees niet bitter, maar probeer het positiever in te zien; als je terug komt heb je precies hetzelfde als dat wat hun hebben.

Als voor mijn isolatie: ja, ik isoleer me inderdaad en houd me weg van andere mensen. Dit doe ik echter niet met opzet. Severus houd me gewoon vaak en lang bezig, en als ik klaar ben val ik meestal uitgeput op het bed.

Ik had er nog niet echt over nagedacht om naar buiten te gaan. Misschien als ik dit wel doe dat ik me minder duf zou voelen.

Ik zou dan natuurlijk met iemand meegaan. Misschien dat ik Severus uit de Kerkers zou kunnen krijgen. Dit zou ons beide goed doen denk ik.

Draco.

Draco zuchtte en borgde zijn brief goed op, zodat hij hem later aan Roos of Hermelien kon geven.

Hij lag op zijn bed en fantaseerde dat Harry naast hem lag. Hij zuchtte en hoopte dat Harry zo snel mogelijk veilig terug keerde in zijn armen. Waar hij veilig en geliefd was. Hij keek naar de lege plek naast hem en voelde zich om de één of andere reden eenzaam.

Hij viel na een lange tijd pas in slaap.


Draco stond de volgende morgen op en ging direct naar Sneep toe.

"Professor. Ik wou vragen of u met me mee wou naar buiten voor wat frisse lucht."

Sneep keek even naar Draco, voordat hij knikte.

Ze liepen samen de gangen door naar buiten.

De lucht was blauw en vrij kil met een straffe wind.

"Draco, waarom vroeg je of ik mee wou naar buiten, en niemand anders?" vroeg Sneep geïnteresseerd.

Draco fronste voordat hij antwoordde. "Simpel weg omdat ik u vertrouw."

Sneep leek even diep geschokt voordat hij knikte. "Wat is er precies tussen jou en Potter aan de hand?"

"Dat is…ingewikkeld," zei Draco fronsend.

"Is het veilig als ik zeg dat ik denk dat er meer als vriendschap speelt?"

Draco knikte.

"Meneer Potter heeft een verandering ondergaan. Heeft dat wat met jullie relatie te maken?"

Ook deze keer knikte Draco.

Sneep mompelde wat, maar Draco verstond hem niet.

"Zullen we weer terug gaan?" vroeg Sneep na een tijdje.

Draco knikte, en ze liepen weer naar binnen


Er waren meer als twee maanden voorbij gegaan sinds Harry weg ging.

Na de aanval van Vleeschouwer en Wilbertsen vonden er nog drie plaats.

De laatste week was rustig. Te rustig.

Harry keek op en zag dat Hermelien naar hem toe liep met nieuw en schoon verband.

Dit keer was zij kuit aan de beurt. Het was akelig rood en opengehaald.

De laatste aanval was bruut en zijn omvang en kracht. Alsof ze wisten dat ze vooral nu veel schade moesten toe brengen.

Harry siste toen het oude verband weg werd gehaald. Hermelien gooide het oude verband weg, deed zalf op de wond en verbond het en liep naar iemand anders die haar hulp nodig moest hebben.

Roos liep naar hem toe en had iets verpakt in haar handen. "Professor Perkamentus zegt dat je weet wat je moet doen. Hij zegt ook dat het bijna tijd is, wat dat ook maar mag betekenen," fluisterde ze.

Harry werd weer alleen gelaten en maakte een deel van het papier los. Hij keek even naar het object. Toen hij zag wat het was staarde hij enkel en alleen maar. Waarom zou Perkamentus hem dit object geven? Waarom nu?

Hij stopte het weg en besloot om er later naar te kijken, wanneer hij alleen was. Hij was nu te moe en had te veel aan zijn hoofd om er over na te denken.


Een week later kwam een aangename verassing.

Terwijl Harry dacht dat Voldemort hem nu gauw aan zou vallen zag hij iets in de lucht. Hij raakte in paniek toen hij zag dat het draken waren. Mensen kwamen naar buiten om te kijken waar alle drukte om was. Harry hyperventileerde bijna toen de draken langzaam maar zeker naderden.

Toen ze dichtbij genoeg waren zag hij dat er mensen op de draken zaten. Toen de eerste draak landde sprong Harry een eind terug. Toen hij eenmaal zag wie op de draak zat vloog zijn paniek weg.

Charlie Wemel keek hem glimlachend aan met zijn blauwe ogen. Harry liep voorzichtig naar hem toe en vroeg: "Charlie. Wat doe jij hier?"

Charlie stapte af van zijn draak, liep naar Harry en schudde zijn hand. "Harry. Goed je weer te zien. We zijn hier om te helpen. Iedereen hier is van plan om je te helpen met Jeweetwel te verslaan."

Harry knikte, overweldigd. "Er is nog genoeg plaats in de tent. Jullie kunnen daar wel verblijven."

Charlie knikte en liep met zijn groep mensen naar de tent. Harry bleef nog een tijdje naar de draken kijken, voordat ook hij naar de tent liep om te slapen.


Harry werd de volgende morgen wakker en vroeg zich af hoe dit kon. Het was deze keer geen nachtmerrie, maar ook niet natuurlijk. "Harry Potter?" vroeg een stem.

'Ah, zo ben ik wakker geworden,' dacht Harry. "Ja?" vroeg hij schors, terwijl hij zijn ogen open deed.

Een nerveus lijkende vijfdejaar stond vlak bij, en zei woorden die Harry nooit meer zou vergeten.

"Voldemort is gesignaleerd en is op weg hier naar toe."


A/N: Wie houd er nou niet van een cliffhanger ;). Volgende hoofdstuk wordt er ontrafeld wat het object is wat Roos aan Harry gaf en ontmoetten Voldie en Harry elkaar voor een laatste keer! [inserts evil cackle].