A/N: Wow. Een nieuw hoofdstuk! Mijn vriendin was niet blij met mij. Ze vond me saai, aangezien ik zo lang aan dit hoofdstuk werkte. Je weet wie je bent! En ik ben geslaagd! Dikke 7ens, 8en en een 9 gehaald. Ik voel me helemaal happy! En als jullie tijd hebben, kijk dan ook eens naar mijn One-Shot Love Never Fails. Enjoy!
Ah la luna,
La luna,
The night we fell under the spell of the moon,
Ah la luna,
La luna,
The light that will bring me back to you,
The light of la luna
-. Belinda Carlisle: La Luna.-
I wanted,
I wanted you to stay,
'Cause I needed,
I need to hear you say,
I love you,
I loved you all along,
And I forgive you,
For being away for far too long,
So keep breathing,
'Cause I'm not leaving you anymore,
Believe it,
Hold on to me,
Never let me go.
: Far away.-
Harry kon niks anders doen dan naar de jongen staren. "Hij-Hij. Wat?"
"Voldemort is gesignaleerd en is op weg hier naar toe," zei de jongen haast nog nerveuzer.
Harry hapte naar lucht en de jongen liep gauw weg.
Theodoor er Ron kwamen eraan lopen en zagen Harry hyperventileren. "Harry! Rustig aan. Wat is er aan de hand?" vroeg Ron die naast Harry op het bed ging zitten.
"Voldemort. Voldemort komt eraan," zei Harry haperend en met wijde ogen.
"Hij… Wat?" vroeg Ron verbaasd.
Theodoor staarde Harry alleen maar aan met wijde ogen.
"Voldemort. Hij is gesignaleerd. Hij komt eraan. Dit… Ron, dit is het einde! Shit. Ik heb meer informatie nodig!" Harry stond gauw op en zocht naar de vijfdejaar die hem het nieuws kwam brengen. Toen hij hem zag greep hij hem bij zijn schouder beet.
"Wanneer…wanneer is hij hier? Wanneer valt hij aan?" vroeg Harry aan de jongen.
"Vier dagen. Hij is hier in vier dagen. Dan valt hij Zweinstein aan. Gebruik het object op de goede tijd," de jongen liep met deze woorden weg.
"Zweinstein. In vier dagen," zei Harry beduusd in de leegte en stilte die de jongen achter had gelaten.
Ron en Theodoor kwamen eraan lopen en Harry zei: "Voldemort valt Zweinstein aan in vier dagen. We moeten onze strategieën nu echt in de praktijk uitvoeren." Harry liep naar de tent en Ron en Theodoor volgden.
Toen ze alle drie zaten begon Harry met praten. "Ik wil graag op de dag dat Voldemort aanvalt bij Zweinstein zijn. Niet eerder of later. Ik weet zelf wat ik moet doen, dus dat zal geen probleem vormen. Ik weet niet hoeveel mensen of wezens Voldemort onder zijn macht heeft, maar verwacht dat het er veel zijn. Ron, haal jij de kaarten met strategieën op? Theodoor, wil je voor mij naar Profesoor Perkamentus gaan om dit te bevestigen?"
Theodoor knikte en ging weg, samen met Ron om allebei hun taken te doen.
Ron was als eerste weer terug met zijn armen vol met rollen perkament en verschillende kaarten. "Ik heb ze Harry. Theodoor is er nog niet? Duurt denk ik wel een tijdje voordat hij weer terug is. Weet je al een manier om Voldemort te verslaan?" vroeg Ron aarzelend.
Harry knikte en zei: "We wachten eerst op Theodoor voordat we er verder over praten."
Ron knikte, legde zijn spullen neer en wachtte samen met Harry op Theodoor.
Theodoor deed er lang over om weer terug te komen. "Het klopt Harry. Het is vrij rumoerig, en ik moest wachten op Perkamentus. Maar hij bevestigde het. Zweinstein wordt inderdaad over vier dagen aangevallen door Voldemort en zijn troepen. Perkamentus is druk bezig om Zweinstein zo goed mogelijk te beschermen, samen met de weinige mensen die er verder nog zijn."
"En Draco? Hoe gaat het met hem?" vroeg Harry.
Theodoor haalde zijn schouders op. "Sneep zei dat hij in zijn kamer zit, omhuld met boeken en ingrediënten voor zalven en balsems. Hij werkt niet meer in de Kerkers, aangezien dit te gevaarlijk is. Althans dit werd mij verteld."
Harry knikte en Theodoor nam plaats aan de laatste stoel bij hun tafeltje.
"Oké Ron, wat stel jij voor wat we gaan doen?" vroeg Harry.
Ron fronste en rommelde door alle kaarten en rollen perkament. Uiteindelijk haalde hij een paar tevoorschijn. De kaart bevatte het terrein van Zweinstein. Hij legde deze vol op de tafel neer, terwijl de rest van de kaarten en perkamenten werden weggelegd.
"Oké. Ik denk dat we vanaf hier wel verder kunnen," zei Ron bedachtzaam terwijl hij met een kritische blik naar de kaart keek. "Welke wezens hebben zich allemaal bij ons gevoegd? We kunnen ze namelijk op hun meest natuurlijke plek zetten, waardoor ze beter in hun element zijn."
Harry en Theodoor knikten. Harry noemde alle wezens op die er allemaal waren. De Centauren bleven op Zweinstein, maar waren wel aan hun kant, aangezien het 'in de sterren geschreven' stond. Des te meer mensen en wezens aan hun kant, des te groter de kans om Voldemort daadwerkelijk neer te halen. Neer halen…neer halen.
Een idee vormde zich toen Harry nadacht. 'Maar natuurlijk! Waarom zou Perkamentus het anders naar me toe hebben gestuurd! Waarom kwam ik daar niet eerder op?'
"Harry, luister je wel?"
"Ja Ron. Ik luister."
"Mooi zo. Ik vroeg net welke tactiek je beter vond. De Delfstoffer, de Eenhoorn, de Centaur of de Reus?"
Ze hadden speciale namen bedacht voor de tactieken zodat mensen in de war gebracht werden.
"De Delfstoffer. Ik denk dat die het effectiefst zal zijn," beantwoordde Harry.
Ron knikte en maakte aantekeningen.
Zo werkten ze tot diep in de nacht door, discussiërend en vol met verschillende ideeën.
Het was te gevaarlijk om in de Kerkers te zijn, althans dat werd er gezegd. Daarom zat Draco nu ook op zijn kamer, omringt met boeken en ingrediënten. Hij moest nu een aantal uren wachten voordat hij verder kon, dus ging hij naar de Bibliotheek voor een interessant boek.
Toen hij er was elimineerde hij heel wat rijen en kasten met boeken af.
Uiteindelijk sprong er één uit, aangezien die ook wat met zijn toekomst te maken had: Magische Wezens en hun Rituelen.
Draco haalde de boek uit de kast en keek er gefascineerd naar. Hij nam het met hem mee en besloot hem te lezen, aangezien hij niks te doen had, en aangezien hij wel meer wou weten over de bond tussen hem en Harry. Het was hem alleen ontschoten met het potentiële gevaar.
Toen hij zijn kamer binnen kwam rolde hij zich op vuur het vuur op zijn stoel. Hij haalde het boek tevoorschijn en sloeg het open. Het was een erg dik en oud boek wat hij in zijn handen had. Er stonden allemaal verschillende wezens in, maar Draco zocht naar het gedeelte over Alven, aangezien dat hetgeen was waar hij naar zocht in de eerste plaats.
Gelukkig stond het op alfabet, en aangezien de Alven bijna voorin zaten hoefde hij niet al te ver door te bladeren. Het gedeelte over Alven stond op pagina 96 en Draco sloeg het boek open op die bladzijde en begon met lezen.
(Alven, Alven-Licht) De Rituelen van Licht-Alven.
Alven hebben net als de meeste magische wezens een levenspartner, ook wel een zielsverwant genoemd. Meestal wordt de term levenspartner toegepast.
Het duurt gemiddeld tussen de drie en zes maanden voor een Alf en zijn levenspartner om de bond compleet te maken.
De eerste stap is het elkaar wat beter leren kennen.
De tweede stap is het vertrouwen van elkaar. Dit duurt meestal het langst.
De derde stap is fysiek gericht.
De vierde stap is vaak een bondingsceremonie.
De vijfde, en laatste stap, is het voltooien van de bond. Het voltooien van de bond is één die fysiek is. De Alf weet zelf wat hij moet doen, vooral aangezien zijn of haar instinct hem of haar leid.
De bondingsceremonie bestaat standaard uit negen personen. De Alf en zijn levenspartner mogen elk vier personen uitkiezen, en de negende persoon regelt de ceremonie, samen met de benodigde spreuken. Daarna gaan de Alf en zijn of haar partner een tijdje naar een rustige plek om de laatste stadia van de bond compleet te maken.
Leerlingen die nog op school zitten krijgen hiervoor het gewenste aantal dagen vrij, mits het acceptabel is.
Aangezien Alven steeds meer in getale afnemen zijn ze steeds zeldzamer en de meeste trekken zich terug in hun eigen rijk. Vooral de Alven die Volbloed zijn.
Draco deed het boek dicht en legde het voorzichtig aan de kant. Hij wreef met zijn duim en middelvinger over zijn slapen heen, om zijn hoofdpijn af te laten nemen. Ze konden Voldemort helemaal niet gebruiken nu. Niet nu ze bijna bij de vierde stap aangekomen waren.
Er viel nog zo veel te regelen en te bespreken. Harry was in potentieel gevaar en was van plan Voldemort te verslaan.
Het was oneerlijk. Maar Draco deed zijn best en droeg zijn steentje bij door de zalven en balsems te maken voor de mensen die rechtstreeks in Voldemort's pad stonden.
Het was verder ook hectisch in school. Er werden voorbereidingen getroffen en mensen en wezens werden op bepaalde plekken gestationeerd.
Draco zuchtte en maakte de zalven en balsems af voor hij ging slapen. Zijn laatste gedacht was: 'Nog drie dagen…'
De dagen voor de aanval was een wirwar van activiteit. Voorbereidingen werden getroffen, wezens werden overgehaald en overtuigd en mensen deden hun best om hun geliefden veilig te houden. De dag voor de aanval was het drukste en het stressvolste. De meeste spullen werden ingepakt, zodat ze de volgende morgen op tijd weg konden gaan.
Operatie 'Delfstoffer' en 'Traan van de Feniks' werden als tactieken gebruikt voor de volgende dag.
Bij Zweinstein werden de harnassen behekst en er werd gevraagd of de Huis-Elven ook mee deden. Dobby was degene die zich als eerste opgaf, daarna Winky en na hun volgden er vele meer.
Draco zelf hield zijn ketting om zijn nek en deed hem nooit en te nimmer af. Hij had er zelf een aantal spreuken op uitgesproken. Eén die ervoor zorgde dat niemand zag dat hij een ketting omhad en één die ervoor zorgde dat het zilveren koord niet kapot zou gaan of af zou knappen.
Verder was hij naar Madame Plijster gegaan voor wat details over de bond tussen hem en Harry. Toen hij de Ziekenzaal uit kwam had hij een vuurrood gezicht en een flesje die voor een goede nachtrust zou zorgen. Hij had geen idee dat madame Plijster zo…gedetailleerd kon wezen. Hij moest opnieuw blozen en liep snel naar zijn kamer.
Hij nam het drankje op de voorgeschreven tijd in en pakte een boek op om te lezen.
Uiteindelijk voelde hij de effecten ervan en ging slapen. Zijn gedachten alleen maar op slaap gericht, en niet op wat de volgende dag zou brengen.
Harry lag bezorgd op zijn eigen bed. Draco, zijn Draco, was waar Voldemort aan zou vallen. Deze gedachte was één van de meest pijnlijke. Hij maakte zich ook zorgen over zijn vrienden. Wie weet wat de volgende dag precies zal brengen? Harry kon alleen maar hopen dat de voorbereidingen en de trainingen hun vruchten af zouden werken.
Want als dat niet zo was…dan waren ze verdoemd. Hij zuchtte en viel uiteindelijk na een lange tijd in slaap.
De zon scheen, vogels tjirpten en vlogen rond en de lucht was blauw. Maar achter al die stilte zat een duister gevoel. Het was zeker een mooie lentedag, maar één die vol zat met een akelig gevoel. Een gevoel van gevaar.
Harry zorgde ervoor dat iedereen opstond en de laatste spullen inpakten. Toen alles ingepakt was leek het bijna alsof er niemand ooit geweest was. Alleen de plekken in het gras van de tenten verraadde dat er daadwerkelijk mensen waren geweest. En de plekken waar de draken stonden waren verschroeid.
De groep liep in stilte de kilometers terug naar Zweinstein. Toen ze langs Zweinsveld kwamen zag het er triest en verlaten uit. Niemand had de moeite genomen om het weer op te bouwen, aangezien er oorlog was.
Het maakte Harry alleen maar triest en meer vastberaden. "Ron, als we zo bij Zweinstein zijn, wil je dan zorgen dat iedereen zijn of haar plaats inneemt? Ik moet namelijk naar Perkamentus toen. Ik hoop dat ik op tijd terug ben. Zo niet, voer operatie Delfstoffer uit. Dat houd ze wel eventjes bezig," zei Harry zacht tegen Ron.
Ron knikte.
Een paar minuten later waren ze gearriveerd op Zweinstein. Harry sprintte naar binnen, terwijl Ron de leiding nam.
"Oké. Vijfdejaars, jullie gaan naar binnen en zorgen ervoor dat als er Dooddoeners langs ons komen worden uitgeschakeld. Begrepen?"
Ze knikten en liepen gauw naar binnen toe.
"Zesdejaars. Jullie gaan voor de school staan. Ga."
De zesdejaars knikten en liepen naar hun plek.
"De rest. Jullie blijven staan waar jullie nu zijn, behalve de boogschutters. Jullie kunnen beter aan de zijkanten staan. Iedereen, wijk niet te veel van jullie plek af want er staan boobytraps. Ze zijn niet schadelijk als jullie er overheen lopen, maar ze worden wel uitgeschakeld en onwerkzaam. Charlie, je weet wat je moet doen?" vroeg Ron aan zijn broer.
Charlie knikte.
"Mooi zo. Staat iedereen op zijn of haar eigen plek?" Iedereen knikte. "Goed. En nu wachten we."
Harry liep door de gangen en hallen, en na een tijdje zoeken kwam hij Perkamentus tegen.
"Professor! Professor Perkamentus!"
Perkamentus draaide zich om en wachtte tot Harry zich bij hem aansloot. "Harry. Waarom ben je hier?"
"Professor, helpen de Centauren ook mee? Dit is uitermate belangrijk."
"De meeste wel. Sommige blijven neutraal."
Harry knikte. "Gaat het goed met iedereen?"
"Naar omstandigheden wel."
Harry haalde opgelucht adem en zou wat zeggen, maar op dat moment was er een enorme klap en trilde het hele kasteel. Harry's ogen sperden zich wijd open en hij haastte zich naar buiten. Onderweg kwam hij harnassen, Huis-Elven en vijfdejaars tegen.
Hij moest opschieten. Het was van uitermate belang dat hij de Centauren kon bereiken. Toen hij uiteindelijk buiten stond kon hij niet goed het geluid plaatsen. Vlak bij het Verboden Bos zag hij Firenze de Centaur staan. Hij rende er gauw naartoe en Firenze keek hem kalm aan.
"Firenze. Dit is belangrijk. Ben je voor ons, of ben je neutraal?"
"Voor jullie. Samen met de rest die achter me staan."
Harry zag toen pas bijna twee dozijn andere Centauren. "Oké. We hebben jullie hulp nodig, en snel."
"Wat wil je dat we doen?" vroeg een vrouwelijke Centaur die schuin achter Firenze stond.
"Boobytraps. Voor als er Dooddoeners hier langs komen. Ze moeten alleen niet schadelijk zijn voor ons," zei Harry.
Vlak erna was een luide BOEM te horen. "Wat was dat?" vroeg hij.
"Voldemort. De spreuken werken hem tegen. Ze zullen het alleen niet al te lang volhouden."
Harry knikte en verlaatte de Centauren en liep gauw naar Ron.
"Wat was dat!" vroeg Ron toen Harry dichtbij genoeg was.
"Voldemort. Hij breekt straks door de spreuken en bezweringen heen die ons beschermen. Daarna is het wij tegen hen."
Ron knikte en iedereen hield zijn of haar adem in en wachtte.
BOEM. De grond schudde door de kracht.
BOEM. Vogels vlogen weg.
BOEM. Een knarsend geluid met in de verte maniakaal gelach.
BOEM. Iedereen hield zijn of haar adem in.
BOEM! Het knarsende geluid kwam terug, samen met een krakend geluid.
"Harry, hoor je dat? Hij is er bijna doorheen!" schreeuwde Ron door het lawaai heen.
BOEM! Dit keer een geluid alsof gesteente naar beneden viel. Daarna stilte. Het soort stilte voor een storm. Gelach. Het eerste wat na de stilte kwam was een kille, maniakale lach.
"Harry Potter! Bereid je voor om te sterven! Er is geen redding aan!" de stem galmde over het hele terrein heen. De eigenaar van de stem duidelijk Heer Voldemort.
"Niet voordat ik met jou heb afgerekend," zei Harry zachtjes. "Allemaal gereed?" vroeg Harry.
Vastberaden blikken en knikken waren zijn antwoord. Hij glimlachte bijna, maar zag in zijn ooghoek een spreuk naar hem toe vliegen. Hij sprong opzij en gooide zijn eigen spreuken op de Dooddoener af. Al gauw kwamen er steeds meer Dooddoeners en wezens hun kant op.
Hier en daar verdwenen er opeens mensen en wezens. Harry grijnsde. Dat waren de boobytraps en operatie Delfstoffer trad automatisch op.
De Dooddoeners en wezens kwamen elk in een aparte kamer terecht waar ze niet uit konden komen.
Harry's tijdelijke onoplettendheid werd meteen bestraft. Een Dooddoener raakte hem met een gemene vloek. De wond bij zijn sleutelbeen begon gelijk te bloeden.
Harry vuurde spreuken af en de Dooddoener liep naar achter, precies op de boobytrap.
De boogschutters deden hun werk goed. Veel Dooddoeners vielen neer. De pijlen bevatte namelijk een soort vergif dat ervoor zorgde dat de meeste spieren werden platgelegd en er vond tijdelijke verlamming plaats. Het vergif hield wel tot twaalf uur lang.
De meeste Dooddoeners en wezens die werden geraakt werden door een Viavia verwijdert. Iedereen had drie Viavia's die elk individueel geactiveerd werden door verschillende woorden.
Ondertussen stroomden er meer en meer mensen naar Harry's groep toe. In het Verboden Bos kon je geschreeuw horen. De boobytraps van de Centauren werkte.
Harry kon daar niet te lang over nadenken, want hij was druk bezig met zichzelf te verdedigen. De meeste Dooddoeners wisten nu wel dat er boobytraps lagen en waren een stuk voorzichtiger.
Ze vermeden de gaten in de grond die ze naar een aparte kamer zouden leiden. Dreuzel camouflage werkte goed.
"Vleeschouwer. Was je er ook?" vroeg Harry aan de man.
Vleeschouwer keek in zijn richting en werd doordat hij niet oplette in zijn schouderblad geraakt door een pijl.
Harry keek naar wie Vleeschouwer had neergeschoten en zag Roos net haar pijl en boog laten zakken. Harry glimlachte naar haar, terwijl ze hetzelfde deed.
Al gauw waren ze weer gefocust en alert. Veel mensen hadden moeite met het op afstand houden van de Dooddoeners. En zo ging het door voor een lange tijd.
Een uur. Een dag. Harry wist het niet meer. De meeste mensen van zijn groep waren gewond, maar toch waren ze aan het doorvechten.
"Kom op Charlie. Waar blijf je?" mompelde Harry.
Het vechten ging door totdat de meeste mensen wat boven het geschreeuw uithoorden. Ook Harry keek op. Een dozijn draken waren in de lucht te zien. Harry schakelde gauw de mensen uit die nog naar boven aan het staren waren.
Ze kwamen al gauw uit hun trance en vochten weer net zo hard. Zo werd ook operatie Traan van de Feniks uitgevoerd.
De draken pakten poten vol met Dooddoeners op, zodat hun aantal verminderd werd.
Dit werkte ook averechts aangezien ze nu nog harder gingen vechten als eerst. Uiteindelijk werd Harry's groep steeds meer naar achteren, naar Zweinstein, gedreven.
Harry probeerde met al zijn macht bij Zweinstein weg te blijven, maar tevergeefs.
Ze werden langzaam het Kasteel ingedreven. Nu waren de Dooddoeners echter in het nadeel. De Huis-Elven en de harnassen vielen ze aan. De Huis-Elven hadden pannen en messen in hun kleine handjes en de harnassen hadden speren of ze sloegen er gewoon op los. Toch deden de Dooddoeners het goed.
De Professors mengden zich ook in het gevecht en alles was bijna onoverzichtbaar. Na een lange tijd trokken de Dooddoeners en de wezens zich terug. Harry liet ze.
De avond was gevallen en de lucht had verschillende mooie kleuren.
Harry voelde aan zijn litteken dat het einde nabij was. Een profetie die uit zou komen.
De gewonden werden gauw naar de Ziekenzaal gebracht. Harry hielp ook mee en bracht twee vijfdejaars met hem mee met diepe schaaf- en snijwonden. Hij leverde ze af bij Madame Plijster voordat hij weer terug liep.
Toen hij naar buiten keek was de zon helemaal verdwenen en kwam de maan omhoog.
De maan gaf een onrealistische schijn over het terrein. Een lange figuur in het zwart gehuld liep langzaam naar voren. Harry wist op slag wie het was. Voldemort.
Harry hield het object die hij van Perkamentus had gekregen stevig en zijn handen en liep langzaam naar zijn bestemming.
Het idee wat hij in zijn hoofd had was waarschijnlijk erg gevaarlijk. Hij kalmeerde zichzelf zo goed mogelijk en liep langs iedereen heen naar buiten.
"Voldemort… Marten," zei Harry kalm toen hij een paar meter voor Voldemort stond.
Voldemort's ogen brandde met haat toen hij zijn naam hoorde.
"Harry. Wat zijn we opgegroeid. Geen bril meer?" vroeg Voldemort plezant.
Harry grijnsde. "Sommige mensen doen dat Marten."
Voldemort kneep zijn ogen samen en zei in Sisselspraak: "Hoe durf je."
Harry grijnsde alleen maar en haalde de Sorteerhoed van achter zijn rug vandaan.
Voldemort keek ernaar en een koude, kille lach ontsnapte hem en hij had een parodie van een glimlach op zijn gezicht. "Denk je me daar mee te verslaan Harry?"
"Daar kom je denk ik vanzelf wel achter," zei Harry. Hij concentreerde zich en het Zwaard van Griffoendor verscheen. Harry haalde hem uit de hoed met een triomfantelijke glimlach.
Ondertussen kwamen steeds meer mensen om hen heen staan, maar de twee merkten het niet.
Draco had alles gevolgd vanuit zijn kamer. Hoe Harry arriveerde en samen met de rest tegen de Dooddoeners en wezens vocht. Maar nu… Nu vocht Harry tegen Voldemort.
Draco verliet zijn kamer en sprintte door het kasteel heen naar buiten. Hij duwde mensen opzij zodat hij Harry goed kon zien.
Harry had het Zwaard van Griffoendor in zijn hand en had een triomfantelijke glimlach op zijn gezicht.
"Niet zo nutteloos, of wel soms?"
Voldemort zijn ogen spuwden vuur.
'Haat me maar. Des te harder je zult vallen,' dacht Harry terwijl hij en Voldemort langzaam rondcirkelden.
"Het is een…onplezante verhindering," zei Voldemort met een stem zo koud als ijs. "Maar zelfs dat zal je niet redden."
Harry keek hem alleen maar kalm aan. Kalmte, dat had hij momenteel nodig. Anders zou zijn plan falen. "Weet je Marten, ik denk dat het tijd werd om hier een einde aan te maken," zei Harry terwijl hij zich concentreerde.
Voldemort's glimlach was terug. "Graag zelfs," siste hij en Sisselspraak.
Harry zorgde ervoor een schild om de toeschouwers heen ontstond. Hij wou dat niemand gewond zou raken.
Voldemort was de eerste die wat deed. "Crucio!"
Maar Harry ontweek de vloek. Hij moest Voldemort uit putten voor hij zijn slag kon slaan.
Nadat Voldemort bijna een dozijn aan verschillende spreuken en Duistere Vloeken afvuurde vroeg hij: "Wat is er nu Harry? Vergeten hoe je een toverstok moet gebruiken? Is het zwaard te groot en te zwaar voor je?"
Voldemort kreeg er geen reactie op. Harry zocht naar zijn zwakke plek, terwijl hij alles wat Voldemort naar hem toe stuurde ontweek.
Toen hij het vond begon hij met zijn incantatie. "Voor de vader. Voor de moeder. Voor familie. Voor vrienden. Voor geliefden. Voor leven. Voor dood," hij zei deze woorden met alle overtuiging en liefde die hij had, voordat hij het zwaard stevig beet pakte en zijn vleugels spreidde.
Voldemort keek verrast op.
Harry plaatste alle positieve energie en liefde die hij had in het zwaard, voordat hij opvloog en het zwaard door Voldemort's hart boordde.
Voldemort's ogen waren wijd open en hij viel op beide knieën neer.
"Zo zal het geschieden," zei Harry.
Voldemort keek Harry ongefocust aan, voordat hij opzij viel, dood.
Daarna gebeurden er een paar dingen tegelijk: Voldemort's lichaam verdween, mensen waren aan het juichen en een Duistere Vloek vloog door de lucht heen, recht op zijn doel af.
De Vloek raakte Harry in zijn bovenbeen. Hij werd bijna vier meter weggeslingerd voordat hij pijnlijk neer kwam.
Draco was binnen een flits bij hem. "Harry! Oh God, Harry! Gaat het? Waar doet het pijn?"vroeg Draco ongerust.
"Draco?" bracht Harry met een pijn gevulde kreun uit.
"Ja Harry. Ik ben er. Er komt zo hulp aan," zei hij terwijl hij een hand door Harry's haar heen haalde.
"Mijn vleugels Draco. Pijn. Is het voorbij?"
"Ja Harry, het is voorbij."
Draco zag wat Harry bedoelde met vleugels en pijn. Zijn vleugels lagen op een rare hoek onder hem. Hij probeerde voorzichtig Harry zijn vleugels in een goede stand te krijgen.
"Waarom huil je Draco?" vroeg Harry zacht en zwak.
"Dat vertel ik later wel. Harry? Harry hoor je me nog?" Maar het was tevergeefs. Harry was al weggezakt en bewusteloos.
