Beste broer,

Nu schrijf ik deze brief onder werktijden, je zou vast heel erg trots op mij zijn. Wat ik natuurlijk wel kan begrijpen. Ondanks dat ik de afgelopen jaren niet echt een broer voor je ben geweest moet je weten dat ik je mis. De vervelende grappen en al de dingen die ontploften in mijn kamer. In een zekere zin mis ik het. Op het ministerie pakt iedereen zijn werk nu op, het was echt een chaos na de oorlog. De oorlog waarin we jou kwijt zijn geraakt. Ik was er zo van overtuigd dat we er met zijn allen uit zouden komen. Maar we hebben jou achtergelaten. Nu besta je alleen nog maar in onze herinneringen. Diep van binnen heb ik er spijt van dat ik niet een goede broer voor je ben geweest. Dat ik er niet voor je was op momenten dat je mij wel nodig had. Dit geldt voor mijn hele familie eigenlijk. Ik had wat een gevoel dat ik jullie liet stikken, misschien gedroeg ik me ook zo. Maar toch.
Lieve Fred, ik zou je vanuit het binnenste van mijn hart willen vragen om terug te komen. Dan zal ik zelfs niet meer zeuren als jullie mestbommen laten knallen op mijn kamer, of mijn toverstok omwisselen met een fopstok. Misschien zal ik er zelfs nog om lachen. Maar alsjeblieft, alsjeblieft kom terug. Als ik nu in de [i]Burrow[/i] ben is het altijd zo stil. George lacht nog wel, maar niet zoals het is geweest. Niet zoals in die goede oude tijden.
We missen je allemaal, Fred.

Je grote broer,

Percy Weasley