"Wat moet ik allemaal meenemen?" vraag ik onder het rennen aan Lucas. "Een paar kleren, die niet zullen opvallen als ze weg zijn. En verder kijken we wel. Heb je iets van een dagboek of poëziealbum?" Ik knikte. "Nou, dan neem je die ook mee." We waren aangekomen bij mijn huis. Alleen mijn vaders auto stond er; we hadden geen bezoek. Ik keek naar boven en zag dat, zoals altijd, de raam van de slaapkamer van mijn vader openstond. Ik wees ernaar. Lucas knikte. Hij keek naar de muur eronder. Het raam zat direct boven een grote raam, de raam van de woonkamer, waar mijn vader nu zat. Hij zag er erg verdrietig uit. Niet dat het erg gek was, zijn enige dochter was niet terug gekomen van school. Lucas duwde me naar onder, zodat we achter een klein muurtje scholen. "Hij mag je niet zien." Daarna wees hij naar het raam. "Het is niet al te hoog. We kunnen dat nog springen. Denk je dat dat gaat lukken?" Ik knikte en Lucas sprong. Hij kwam op de vensterbank neer met een zachte plof. Mijn vader had blijkbaar niets gehoord; hij keek nog steeds naar de televisie, naar het nieuws. Toen sprong ik ook en kwam, net als Lucas, met een zacht plofje neer op de vensterbank. Terwijl we onze oren spitsten om te horen of mijn vader iets had gemerkt keek ik de kamer rond. Er was niets veranderd sinds de dag dat ik Richard tegenkwam. Toen Lucas knikte dat het veilig was liep ik de kamer uit, naar mijn slaapkamer. Daar was ook totaal niets veranderd. Mijn kamer had lichtblauwe muren. Ik had er een bureau, een boekenkast, een kledingkast, een televisie en natuurlijk een bed in staan. Uit de boekenkast pakte ik mijn dagboek en poëziealbum. Onder mijn bed had ik een oude rugzak liggen, daar stopte ik alles in. Lucas was ondertussen bezig kleren uit te zoeken. Hij had twee broeken en nog twee T-shirts vast en keek me vragend aan. Ik knikte weer, pakte ze aan en propte ze ook in de rugzak. Toen maakte ik een doosje open en pakte daar een ketting uit. Maar toen ik die in mijn tas wilde stoppen greep Lucas mijn arm en knikte hevig nee. Met zijn lippen vormde hij de woorden 'dat valt te veel op'. "Maar ik wil deze meenemen. Hij was van mijn ouders. Mijn vader is hem toch al lang vergeten. Ik kreeg hem tien jaar geleden van mijn moeder." Ik fluisterde zacht en hoopte dat mijn vader het niet zou horen. Blijkbaar vond Lucas het veilig want hij knikte. Ik stopte de ketting ook in de tas en keek mijn kamer rond. Ik had een knuffeltje aan het voeteneind liggen. Het was een klein katje, dat ik bij mijn geboorte had gekregen. Ik pakte het vast en gaf het een kus. Lucas keek me vragend aan. "Gekregen bij mijn geboorte." Toen hoorden we voetstappen op de trap. Ik keek Lucas verschrikt aan. Wat nu? Hij gebaarde naar mijn vaders kamer. Ik pakte mijn rugzak, sloop erheen en sprong het raam uit. Sierlijk belandde ik op mijn voeten. En meteen dook ik achter het muurtje, wachtend tot Lucas ook het raam uit zou springen. Mijn keel brandde weer. Ik rook allemaal geuren die zo heerlijk waren dat het water, of gif, me in de mond liep. Terwijl ik wachtte, hoorde ik mijn naam uit de televisie komen. "Elisabeth Inkers wordt nog steeds vermist. Ze ging afgelopen maandag naar school en is niet thuis gekomen. Een vriendin verklaarde dat ze na school samen richting huis zijn gefietst. De moeder van Inkers was maandag precies negen jaar verdwenen. Mocht u een van beiden zien, dan verzoeken wij u het volgende nummer te bellen: 06-" De rest hoorde ik niet; Lucas was naast me geland. "Je vader had niets in de gaten. Ik lag onder je bed. Daar mag wel gestoft worden." Hij veegde zijn kleren schoon. "Zullen we gaan? We hebben alles." "Is goed." Ik keek nog eens naar het huis en naar mijn vader. Ik prentte ze zo in mijn gedachten dat ik ze nooit meer zou vergeten. Daarna draaide ik me om en vloog achter Lucas aan. Als ik toen had kunnen huilen had ik het gedaan, maar ik had me terugveranderd naar een vampier. Dus dat ging niet. Later heb ik nog veel aan hem gedacht en soms ook gehuild, maar er gebeurde zo veel dat ik hem soms ook gewoon vergat.