Lydia stond buiten het huis op ons te wachten. "Gelukt?" "Ja." Ik liet mijn rugzak zien. Lucas keek me glimlachend aan. "Ik heb iets voor je." Hij haalde mijn katje onder zijn jas vandaan en gaf dat aan me. Ik pakte het aan. "Gaat mijn vader dat niet missen?" Lucas haalde zijn schouders op. "Waarschijnlijk denkt hij dat je vond dat je te groot was geworden ervoor en het hebt weggegooid. Dat is handig aan dat soort spullen." Dankbaar stopte ik de knuffel in mijn tas. "We moeten gaan." Lucas begon te rennen. Ik kwam daarna en Lydia helemaal achteraan. We renden een uur of drie. Dat was langer dan ik ooit had kunnen denken. Ik was nooit goed in sport. Ik haalde wel zesjes en zevens gemiddeld, maar qua rennen was ik, als mens, echt hopeloos.
"Stop." Meteen stonden we alle drie stil. "Ik hoorde iets," verklaarde Lucas. Ik speurde de bomen af, maar zag niets. Er klonk een gemene lach van links. Met een ruk draaide ik me om. Er stonden een man en een vrouw. Ik zag direct dat het twee vampiers waren, met rode ogen. De vrouw begon te praten met een hoge, zangerige stem. "Zo, Lucas. Weer een nieuwe gevonden? Ben je de rest zat geworden?" De man lachte en de vrouw kwam op me af lopen. Lucas gromde. "Rustig maar, Lucas. Ik zou toch nooit jouw woede op mijn hals halen." Terwijl ze weer lachte kwam ze voor me staan. Doodstil bleef ik staan. De vrouw tilde haar hand op en wreef met haar wijsvinger over mijn wang. Terwijl ze me bleef aanraken, liep ze met een cirkel om me heen. Lucas en Lydia keken naar ons, maar deden niets. Toen de vrouw met de rug naar Lucas toe stond, vormde hij met zijn lippen 'blijf staan'. Ik knikte met mijn ogen. "Mooi meisje heb je uitgezocht. En ze hoort bij jouw soort?" Het duurde even voordat Lucas antwoordde. "Ja. Ze wil ook niet doden." De man snoof. "Josef, denk om je manieren." De vrouw keek Josef afkeurend aan. "Ze hebben alleen maar andere gebruiken." Al pratend liep ze nog een cirkel om me heen. Ik moest me inhouden niet met haar mee te draaien wanneer ze achter me liep. Mijn instincten wilden haar niet achter me hebben. Lucas wilde naar me toe lopen, maar toen de vrouw dat zag ging ze achter me staan en greep ze me bij de keel. Ik greep haar handen vast, maar zette geen kracht. Zolang zij verder niets deed, zou ik dat ook niet doen. "Lucas. Als je haar heel wilt houden zou ik daar maar blijven staan. Josef, kom hier." Zoals hij aankwam, leek het alsof Josef liever niet wilde luisteren maar geen keus had. "Neem haar eens over van me. Eens kijken wat ze kan." Het leek alsof Lucas de vrouw aan wilde vliegen, maar hij bleef staan. "Felice, doe nou niet. Ze heeft gekozen, laat het dan toch." Lydia kwam in een grote boog naar haar man toe en pakte zijn hand. Beide keken ze bezorgd. "Weet je nog? De vorige keer dat je dat probeerde? De doodde hem. Dankzij jou zijn we de helft van onze familie kwijt." Maar Felice trok zich niets aan van de woorden van Lydia. Ze trok mijn arm los en bleef die vasthouden. Ik voelde me slap worden. Lucas en Lydia hielden elkaars hand nog steviger vast. Mijn zicht werd slechter en er verdwenen een heleboel geuren uit mijn neus. Toen hoorde ik mijn hartslag. Iedereen schrok en Josef liet me meteen los. Met een klap viel ik op de grond. Ik probeerde op te staan, maar toen dat niet lukte, kroop ik naar Lucas toe. Daar ging ik zitten, te slap om verder iets te doen. Felice keek me aan. Ze had zwarte ogen. Die lieten me vreselijk schrikken. Zo erg dat ik de kleur uit mijn gezicht voelde trekken. Maar, bedacht ik me toen, kleur? In mijn gezicht? Ze had me helemaal terugveranderd naar mens. Snel veranderde ik mezelf weer in een vampier, maar het was niet snel genoeg; Josef had me tegen de grond geduwd. Ik gooide hem van me af en stond op. Ik voelde me nog steeds niet helemaal goed, maarstukken beter dan een moment daarvoor. Lucas glimlachte voorzichtig. "Je leert het nooit, hé Felice." Die pakte Josef bij een arm en keek kwaad naar ons. Daarna sprintte ze weg, terwijl ze Josef nog steeds vasthield. We bleven kijken tot ze helemaal niet meer te zien waren. Lucas keek me aan. "Gaat het een beetje." "Ja, gelukkig wel. Wat deed ze nu precies?" Hij zuchtte. "Ze keek wat je gave was. Dat doet ze bij bijna iedereen. Maar iedereen die geen gave heeft, of een waar je niets van merkt, kan er dood aan gaan. Zo heeft ze onze halve familie uitgeroeid. Maar zoals je zag, ze heeft er niets van geleerd." Lydia schudde haar hoofd. "Maar zullen we maar verder gaan? Misschien komt ze terug. Je kent haar." Lucas knikte. "Let's go." En we sprintten weer verder.
Heej. Toch nog een gedeelte afgekregen vandaag. Moest toch nog een beetje inspiratie kwijt ;P Hopelijk vonden jullie dit gedeelte weer goed. Reviews en tips zijn nog steeds welkom, complimentjes worden ook met open armen ontvangen ;D
