"Zo'n 762 jaar geleden brak in Engeland de Zwarte dood uit. Mijn moeder en mijn oudste broer stierven bij de eerste vlaag. Mijn kleinere broer werd ook ziek. Om de rest van de familie te redden vluchtten mijn vader met nog een broer van me, mijn klein zusje en ik naar Frankrijk. Daar stierf mijn broer aan het virus. Mijn vader was ziek van verdriet en liet mijn zusje en mij ergens op straat achter. We werden door vreemdelingen meegenomen, weg van de Zwarte dood. Mijn zusje was toen pas vijf en ik wilde haar ertegen beschermen. Dus ik was blij toen ze ons een verblijfplaats aanboden. We zouden moeten werken, maar we zouden blijven leven. We leefden daar een paar jaar, maar toen ging alles mis. Vampiers vielen het gebouw binnen en vermoordden iedereen erin. Mijn zusje en ik verstopten ons onder een van de bedden die er waren. Natuurlijk vonden ze ons toch, maar ze besloten ons niet te doden. Ze namen ons mee en lieten ons dingen doen die zij niet konden. Zoals overdag mensen zoeken die we naar hen toe moesten leiden. Maar uiteindelijk veranderden ze ons. Ik was toen 22 en mijn zusje 13." Lucas stopte even. Dat gaf mij de kans om een vraag te stellen. "Weet je wat er daarna met je zusje gebeurd is?" Hij knikte. "Ze reist normaal met ons mee. Morgen gaan we naar haar en de anderen toe." Even was het stil. "We trokken jarenlang rond, ontwikkelden onze stijl, aangezien we niet wilden moorden. We kwamen Lydia tegen." Daar stopte hij. Lydia nam het over. "Ik was 23 en met mijn kinderen op reis naar familie in Duitsland. We kwamen in een storm terecht en de koets waarin we zaten viel om. De koetsier kwam onder de kar terecht, de paarden braken hun benen en wij kwamen de gekantelde kar niet uit. Ik weet niet hoe lang het precies was maar we hebben er dagen gelegen. Mijn kinderen…" Ze ging niet verder. Lucas sloeg een arm om haar heen. "Dat is hoe ik haar in de koets vond. Ze kwam met ons mee." Lucas knikte naar Roy die daarop begon te vertellen. "Ik weet totaal niets meer van mijn mensenleven. Ik weet niet meer hoe ik veranderd ben en zelfs niet wie me veranderd heeft. Ik weet alleen dat ik, als Kim me niet gevonden had, helemaal verwilderd zou zijn." Hij keek Kim aan. Ze knikte met tegenzin. "Het was 1843 en de dag vóór mijn achttiende verjaardag. Mijn hele familie was van ver gekomen om te zien hoe ik uitgehuwelijkt zou worden aan een of andere verwende, rijke jongen. Maar toen ik die avond uit mijn slaapkamerraam staarde, stond er een man onder mijn raam. Hij lachte vreemd wenkte me naar beneden. Ik, zo naïef als ik was, luisterde naar hem en klom via de heg naar hem toe. Hij nam me mee en, nou, de rest kun je wel raden. Ik vluchtte later voor hem en kwam Roy tegen." Ze stopte en Roy nam het weer over. "Samen vonden we Lucas en Lydia, die ons graag bij hun familie wilden hebben." Het was even stil terwijl ik alle informatie op me in liet werken. Michel keek ongemakkelijk; hij moest nu vertellen en leek daar helemaal niet blij mee. Maar het was Lucas die de stilte verbrak. "Michel vonden we op straat. Hij was weggelopen van zijn ouders toen hij twaalf was. Hij verdiende zijn brood door de bakker te helpen sjouwen en hij sliep in nauwe steegjes. Op één nacht sliep hij in hetzelfde steegje waar wij ons schuilhielden. Hij ontdekte ons en wilde gaan schreeuwen. Hij had meteen door dat we geen gewone mensen waren dus vertelden we wat we waren." Daar stopte hij en Lucas keek Michel aan. Die begon verder te vertellen, maar hij keek me niet aan. "Ik besloot met hen mee te reizen. Niet als vampier, maar gewoon als mens. Het was ongemakkelijk, vooral voor hen." Hij knikte naar Roy en Kim. "Maar het ging. En ik was van de straat af. Uiteindelijk werden we door de Volturi aangesproken. En ze…" Hij aarzelde een momentje." "Ze besloten dat ik ook moest veranderen." Hij ontweek nog steeds mijn blik, maar ik begreep niet waarom. Wat was zo erg aan dat verhaal? Ik besloot er op dat moment niet op in te gaan. Daar had ik overigens ook geen tijd voor want Lucas was alweer aan het praten. "Morgen ontmoet je de anderen. Ze verwachten ons al." "Waarom kwamen ze dan niet mee?" Geen van allen antwoordde. "Wat is er?" Dat liet Lydia wel antwoorden. "We zijn onder toezicht van de Volturi gesteld. Ze vertrouwen ons niet en willen weten wat er 'mis' is met ons. Waarom wij niet gewoon drinken." Dat zorgde ervoor dat ik er nog minder van begreep. "Waarom mochten jullie dan wel weg?" Weer wilde niemand antwoorden. Na een paar minuten zei Michel: "We… We moesten ervoor zorgen dat jou niets overkwam." Ik trok een raar gezicht. "Hoezo?" "We wisten dat Richard achter je aan zou komen. En we hadden de opdracht om je, mocht je gebeten worden, ook bij de Volturi te brengen." Ik keek Lucas aan. "Mij? Wat moeten ze met mij?" Lucas zuchtte. "Dat zie je wel als we in Italië zijn." En ik voelde dat daarmee het gesprek afgesloten was.


Heej, hier is eindelijk weer een update. Sorry dat het zo lang duurde, maar het was erg langdradig om te moeten schrijven. Hopelijk niet om te lezen...
Reviews en tips zijn nog steeds heel erg welkom!