Aro stond op met een lach die waarschijnlijk vriendelijk bedoeld was. "Zo, Lucas. Ik zie dat het gelukt is met de kleine meid. Of eigenlijk mislukt moet ik zeggen, hè? Het was toch de bedoeling haar te beschermen?" Lucas knikte. "Maar zoals u weet is Richard niet bepaald een opgever. Als hij eenmaal zijn zinnen op iets gezet heeft, is hij niet meer te stoppen." Aro liep naar me toe en bekeek me van alle kanten. Ik vertrouwde hem niet helemaal en volgde hem dus met mijn ogen. Na een paar rondjes om me heen te zijn gelopen, stond hij voor me en keek me aan. "Mag ik?"Hij stak zijn hand uit. Vragend keek ik Lucas aan. Die knikte maar leek er niet blij mee te zijn. Ik drukte mijn hand tegen die van Aro aan. Meteen vlogen er allemaal verschillende dingen door mijn hoofd. Maar ze waren niet erg duidelijk, het was alsof ik ze door een oude tv zag. Ik kom, als zevenjarige, blij de school uit kom rennen met mijn eerste rapport; mijn vader staat me aan te moedigen met mijn finale nk zwemmen; de eerste dag in de brugklas; mijn communie. Allerlei herinneringen komen voorbij. Uiteindelijk ook die weggestopte dingen van mijn moeder. Hoe ze de heerlijkste koekjes bakte, me instopte, me voorlas uit mijn lievelingsboek 'de sprookjes van moeder de gans'. En natuurlijk de herinnering aan de dag dat mijn moeder verdween en alle dagen erna. Hoewel ik het al verwachtte, er liep een traan over mijn wang; iets wat bij een normale vampier onmogelijk is. Meteen stopte de stroom van gedachten en werd mijn hand losgelaten. Aro stond een paar meter verderop, zijn ogen donkerder dan eerst. "Fascinerend," was alles wat hij zei. Ik veegde de traan weg. Lucas en zijn familie waren dichter bij me gaan staan. Aro had het gezien; hij keek hen aan. Marcus stond op. "Aro, wat is dit?" Aro keek om en nam de tijd om te antwoorden. "Dat, Marcus, is nou wat je noemt een bruikbare gave. Elisa hier, als ik je zo mag noemen, heeft de gave zichzelf terug naar mens te kunnen veranderen." Hij staarde me erg indringend aan. "Ik vraag me af… Zou je jezelf helemaal terug willen veranderen naar mens?" Weer keek ik Lucas vragend aan. Die keek woedend. "Nee, dat doet ze niet." "Maar, Lucas, ik snap niet waarom niet. Daarentegen, we hebben Felice." Meteen kwam ze de hal in vliegen. "U riep me?" Aro knikte. "Ik wil dat je je gave gebruikt op dit meisje." Lucas wilde hem aanvliegen, maar Roy en Michel hielden hem vast. "Aro, je weet het." Hij praatte met zo veel dreiging in zijn stem dat ik er bang van werd. Maar Aro keek Felice dringend aan. "Dadelijk. Eerst even praten." Hij zuchtte diep uit. "Hoe oud was je in de laatste herinnering?" Ik dacht even na. De laatste ging over mijn moeder. "Ik was vijf." Hij knikte treurig. "Helaas." Daar begreep ik niets van. Eigenlijk wilde ik het ook niet weten, maar ik had geen zin om Felice's gave te moeten ondergaan. Dus vroeg ik wat hij bedoelde. "Tja, dat je als vijfjarige al op zo'n manier je moeder moet missen. Ik weet nog dat ik klein was-" "Aro, dat is nu niet aan de orde." Bracht Marcus hem weer bij. Het was even stil. Ik keek eens snel om me heen. Felicia stond er niet meer bij. Wanneer was die dan de hal uit geglipt? Dat moest dan toch vlak na de binnenkomst van Felice zijn geweest. Aro ging weer zitten. "Tja, niets aan te doen." Ik denk dat hij het nog over mijn moeder had. "Maar goed. Zulke dingen gebeuren." Ging hij verder. "Waar waren wij gebleven? O, ja. Felice. Je kunt nu." Ze kwam naar me toe lopen. "Zo, komen we elkaar weer tegen. De vorige keer ging niet bepaald goed, hè? Leuk idee om het nog een keer te proberen." Ze duwde Kim en Aïcha, die tussen mij en haar in stonden, opzij en onder zacht gegrom van Lucas, Roy, Michel en Owen greep ze mijn arm. Ik probeerde me te verzetten, me los te trekken, maar ze was te sterk. Langzaam werd ik steeds zwakker. Op de achtergrond hoorde ik Lydia en Aïcha op Felice inpraten, maar ik concentreerde me zo op mijn gave dat ik het niet precies verstond. Het leek alsof iemand me energie voerde, alleen vloeide het net zo hard weer weg. Ik belandde op mijn knieën en begon moeite te krijgen met ademen. Mijn hart begon te kloppen en toen werd alles om me heen zwart.