Ik opende mijn ogen en zag allemaal kleuren voorbij flitsen. Zwart was overheersend, maar er was ook een heleboel blauw en geel. Dat liet me even schrikken; die kleuren had Lucas toch aan? Pas daarna zag ik Felicia en Lydia verdedigend om me heen staan. Kim zat ergens op een bankje en de anderen… Die werden vastgehouden door een stel Volturi wachters. Wat was hier aan de hand? Waarom was Lucas aan het vechten, dat was ondertussen wel duidelijk geworden, met iemand van de Volturi. Langzaam vielen de stukjes op hun plaats. Het ging om mij. Ze vochten om mij. Waarom? Ik bedacht me dat ik nog steeds in mijn mensvorm was. Een vorm waar zelfs een vampier als Roy, getraind om ertegen te kunnen, moeite mee had. Ik probeerde me te veranderen, maar er klonk gegrom. Felicia draaide zich een kwart slag naar me toe. "Niet doen, dat willen ze juist. We houden ze wel tegen. Ben maar niet bang." Het klonk meer alsof ze zichzelf wilde overtuigen en Lydia greep haar pols vast. "Er overkomt hem heus niets." Maar ook zij leek niet voor honderd procent zeker van haar zaak. Zoals het er voor mij uitzag leek het niet meer dan een of ander kleurenpalet, maar als ik mijn ogen tot spleetjes dichtkneep, kon ik het een beetje beter volgen. Niet dat ik het dan helemaal zag, maar het leek alsof de Volturi wacht naar me toe wilde komen en Lucas hem de hele tijd terug gooide. Dat, gepaard met veel gedraai en gegrom maakte het niet makkelijk voor mensenogen om lang naar te kijken. Dus wendde ik ze af en keek er vanuit mijn ooghoeken naar. Tot er opeens een andere zwarte vlek langs kwam vliegen. Die ging recht op de geelblauwe vlek af en alsof ze gedeeltelijk samensmolten, nam hij hem mee tot aan de muur. Daar kwamen ze tot stilstand en zag ik dat het Felix was die Lucas in een houdgreep had. Maar dat betekende dan… Dat betekende dus dat De andere zwarte vlek, die waar Lucas eerst mee gevochten had, nu vrij in het midden van de kamer stond. Ik keek nog net op tijd terug om Lydia door de lucht te zien vliegen. Ze belandde aan de andere kant van de kamer. En weer keek ik te laat terug om te zien wat er precies gebeurde. Alles wat ik zag waren weer dansende kleuren, maar dit keer was het Felicia. Ik hoorde een scheur en schrok me dood, net als de rest van de vampiers in de kamer. Blijkbaar ging het voor hen ook te snel om te zien wat er precies gebeurde. Er volgde een grauw en meteen daarop vloog ook Felicia tegen de muur. Ze had een vinger in haar hand en keek strak naar de vampier in het zwart. Ik herkende hem niet, maar hij keek en gedroeg zich zo, dat ik niet anders kon dan hem gelijk te haten. Maar nu kwam hij, een volwassen vampier van weet ik veel hoe oud, recht op mij af, een nieuweling, die nu zelfs in een mensenlichaam zat. Ik keek van hem snel naar Lucas en terug. In mijn ooghoeken zag ik Lucas proberen te gebaren. Felix had hem nog steeds in een houdgreep, maar zijn armen hadden genoeg vrijheid om me te zeggen dat ik rustig moest blijven zitten. Wat! Er kwam een moordlustige vampier op me af en ik moest rustig blijven zitten? Maar goed. Aangezien het Lucas was die het zei, volgde ik zijn raad maar op. Hij zou wel weten wat ik moest doen, niet? Dus ik bleef zitten, terwijl de onbekende op me af bleef lopen. Hij deed er wel erg lang over, die paar meter moesten toch zo overbrugd zijn voor een vampier. Zijn ogen waren donkerder dan ik ooit had gezien. Wacht, zo had ik ze wel al eens gezien. Richard had ook zo'n donkere ogen gehad. Die naam haalde herinneringen naar boven die ik veel liever weggestopt liet. De man stond nu voor me. Ik ademde zo min mogelijk en probeerde zo min mogelijk te bewegen; hoe minder van mijn geur ik verspreidde, des te minder zou die man me zou willen aanvallen. Alhoewel. Ik denk dat dat andersom meer waarheid bevat. Hoe meer van mijn geur ik verspreidde, des te meer dat de man me zou willen aanvallen.
Oké, genoeg Nederlandse les! Ik dwaal te veel af. Die vampier stond dus voor me en ik mocht me niet veranderen. De man pakte mijn armen vast, wierp me op zijn rug en nam me mee. We zweefden deuren door, kamers uit en we waren buiten voordat ik het ook maar doorhad. Daar was het donker, voor mijn ogen niets te zien. De man leek wel genoeg te zien; hij rende van steeg naar steeg zonder ook maar tegen een paal of iets dergelijks aan te lopen. Maar ik snapte de man niet. Waarom nam hij me mee? En misschien nog belangrijker, waarheen? Ik begon het hem te vragen, wetend dat hij het toch duidelijk zou horen. "Meneer?" Echt… Waarom blijf ik op dat soort momenten toch altijd beleefd? Ik had hem toch veel beter kunnen uitschelden? Maar goed.
"Meneer? Waar brengt u me naartoe? Waarom neemt u me mee? Zet me neer. Alstublieft. Zet me neer." De vampier luisterde niet, hij zweefde gewoon door. Ik begon een beetje wanhopig te worden. Ik wilde niet mee. "Meneer, Alstublieft!" Ik begon te smeken. "Neem me niet mee! Ik wil terug!" Ondertussen zaten we in een bos. De man gooide me voorzichtig tegen een boom, maar hij bleef me vasthouden. "Luister. Stop met zeuren. Ik red je van iets vreselijks. Ben blij." Ik staarde de man aan. "Waarom? Ik wil helemaal niet gered worden! Ik wil terug." De man kneep mijn arm bijna fijn uit frustratie. Hij sprak met opeengeklemde kaken. "Dat kan ik niet vertellen. Je moet gewoon meekomen. Je kunt niet terug. Ik kan je niet terug brengen, dat zou me mijn kop kosten." Ik was anders niet van plan me zo makkelijk op te geven. "Dan had je je dat moeten bedenken voordat je me ontvoerde. En als het je je kop gaat kosten, waarom hielpen de anderen je dan?" De vampier zuchtte. "Ze grijpen iedere kans om Lucas te pakken te kunnen krijgen. Aro zal dat zien en hij zal het hen niet kwalijk nemen. Mij daarentegen… Ik deed het niet om Lucas te pakken te kunnen nemen, al moet ik het daar misschien op gooien. We hebben allemaal gehoord hoe hij reageerde toen Felice je veranderde…" hij was nu meer in zichzelf bezig. Ik liet hem dromen. "Misschien…" Hij zag me weer zitten. "Sorry. Ik heb me helemaal nog niet voorgesteld. Ik ben Zacharia. Maar we moeten door." En met die woorden gooide hij me weer op zijn rug en sprintte hij verder.
