"Goedemorgen slaapkop." was het eerste wat ik hoorde toen ik wakker werd. Ik veegde de slaap uit mijn ogen en pakte mijn pakje met crackers. Langzaam at ik ze op; hoe langer ik hier over deed, hoe minder ik me hoefde te vervelen met naar de natuur te zitten staren. Ik hoorde Zacharia tegen me praten maar verstond hem niet. "Wablief?" vroeg ik. Hij zuchtte. "Ik wil dat je vandaag binnen blijft." Toen ik wilde protesteren stak hij zijn hand op. "Nee! Gewoon binnen blijven." Ik zuchtte. Ik kon me dus voorbereiden op een nog saaiere dag dan die ervoor. Daar had ik me vreselijk in vergist. Ik zat nog geen uur in de hoek die ik had uitgekozen of de deur vloog open. Ik schrok vreselijk maar Zacharia keek niet op of om. De inmiddels zo bekende zwarte mantel van Felix kwam binnen, op de voet gevolg door Demetri en nog een paar andere Volturileden. Meteen vlogen ze gedrieën op Zacharia af. Gewillig liet hij zich vastpakken en meesleuren. Twee anderen pakten mij vast, alsof ze me in hun eentje niet mee hadden kunnen nemen. Ik zuchtte. "Daar gaan we weer." We renden de hele dag door bossen en steegjes en toen de avond viel kwamen we aan in Volterra. En we waren in no time in de grote zaal. Daar wachtten de mannen op de tronen en de familie Wemar. Ze lieten me midden in de zaal los en ik liep naar hen toe. Michel en Felicia pakten meteen mijn armen vast en trokken me naar zich toe. Ze hadden Zacharia tot de tronen gedragen en daar neergesmeten. Aro stond op, zijn gezicht op onverbiddelijk en hij begon te spreken. Het ging over waarom Zacharia me had meegenomen en allemaal dat soort gedoe. Het leek alsof hij er met een preek vanaf zou komen totdat Caius zich ermee ging bemoeien. "Maar Aro, vergeet niet wat er gebeurd is. Onze vriend Lucas hier, en de rest van zijn familie trouwens ook, heeft drie dagen lang dat meisje moeten missen en moeten gissen naar wat er met haar was. Hadden we niet gezegd dat we haar zouden beschermen?" Blijkbaar had Caius daar een goed punt want Aro knikte en begon te mompelen. "Helaas, het is niet anders." Hij draaide zich om, naar zijn troon en zei: "Felix, doe wat je moet doen." Die kwam naar voren en pakte Zacharia vast. Ik wendde mijn blik af, wilde niet zien wat ze gingen doen. Toen klonk er een vreselijk gescheur. Ik kreeg er helemaal kippenvel van. Met een arm om mijn schouders geslagen liepen Michel en Felicia hun familie achterna. Ze vroegen me hoe het ging, wat er gebeurd was en ik antwoordde ze kort. In onze zaal aangekomen, ging ik weer in een hoek voor me uit zitten staren. Felicia kwam bij me zitten, maar zei niets. Alsof ze aanvoelde dat ik wel behoefte had aan vrienden, maar niet aan praten. Maar zoals gewoonlijk kon ik mijn mond niet houden. "Hij zei dat hij misschien iets wist over mijn moeder, maar wilde niet zeggen wat." Felicia kwam dichter bij me zitten en sloeg weer een arm om me heen. Ze zei niets. Ik probeerde verwoed met mijn ogen te knipperen, ervoor te zorgen dat de tranen binnen bleven, maar het werkte niet. Ze stroomden gewoon over mijn wangen. "Sst," suste Felicia. "Het is al goed." Maar ik schudde hard van nee. "Hoe kan alles goed zijn? Hij wist iets van mijn moeder en nu zal ik er nooit meer achter komen." Ik was steeds harder gaan snikken en kon niet meer stoppen. Al het verdriet van de afgelopen maanden kwam weer naar boven. Na wat een erg lange tijd geweest moet zijn, hield ik pas op. Felicia was al die tijd naast me blijven zitten. Zo dichtbij dat als ik bewoog ik haar aanraakte. Ze voelde ijskoud tegen mijn warme huid. Opeens was ik vreselijk moe. Ik ging met mijn hoofd tegen Felicia aan liggen en viel meteen in slaap.
Hier is dan eindelijk weer een nieuw stuk. Het werd tijd, nietwaar? Het volgende stuk is bijna af, dus zullen jullie sneller van me horen dan nu.
Voor iedereen die bezig is met de proefwerkweek: s6, anders: Geluksvogel!
Reviews en tips gewenst :)
