"Wat is er?" vroeg ik toen we in een kamer verderop stonden. Lucas keek me aan en begon zacht te praten. "Jij hebt de rest zeker ook niet kunnen verstaan?" Hij zuchtte toen ik nee knikte. "Maar Lucas, waar ging dat allemaal over?" "Ik denk dat ze herrie aan het maken is. Dat ze te horen heeft gekregen dat ze is veranderd en dat ze haar nu onmiddellijk wil zien." "En jij wil dat niet?" Hij schudde zijn hoofd. "Je ziet hoe ze is als ze over haar praat. We kunnen het gewoon niet toelaten. En blijkbaar is Aro het met ons eens." Ik knikte. Ik snapte helemaal wat hij bedoelde. "Maar kunnen we het niet beter wel doen? Ik bedoel, je kent haar. Ze zal haar hoe dan ook te zien krijgen." Lucas knikte. "Daar moeten we nog iets op vinden, ja."

Elisa's POV

Nou, nou. Ik denk dat ze een klein beetje ruzie hadden. Een heel klein beetje maar… Ik heb er niet heel veel van mee kunnen krijgen. Maar wat ik hoorde, nou ik begreep er geen sikkepit van. Lucas en Felicia blijkbaar wel; ze keken erg bezorgd en liepen, nadat ook het gefluister gestopt was, meteen de kamer uit. Daar heb ik ze nog een tijdje horen fluisteren, ook dat was niet te verstaan, en daarbij is het erg onbeleefd om zomaar gesprekken af te luisteren. Toen ze terug kwamen keken ze zo mogelijk nog bezorgder. Ze zeiden niets dus vroeg ik ook maar niets.
De rest van die week ging redelijk snel voorbij. We hoorden niet erg veel meer van de Volturi. Tot zondag. We maakten ons klaar om te gaan jagen toen we weer geschreeuw hoorden. Allemaal stemmen schreeuwden door elkaar. Er was geen touw aan vast te knopen. Ik meende Kay te horen en er was nog een bekende stem, maar die wist ik niet onder te brengen. Opeens was het stil. De deur van onze zaal ging open en Felix binnen kwam. Hij keek me aan en zei: "Kom mee. Ze eist je te zien." Hij draaide zich om en liep weer weg. Ik keek naar Lucas. Die gebaarde me achter Felix aan te lopen. In de vergaderzaal was het erg druk. Voor de tronen stond een groepje mensen. Ze keken me allemaal aan en waren erg onrustig. Ze schoven opzij en meteen stond ik doodstil in het midden van de zaal. Felicia en Michel waren naast me komen staan. Felicia pakte mijn hand en kneep erin. Maar ik reageerde niet. Ik staarde nog steeds naar de vrouw die midden in het groepje stond. Dat was de bekende stem geweest. Het was mijn moeder. Mijn moeder, die negen jaar lang niets van zich had laten horen, stond nu breed glimlachend voor me. "Mam?" was het eerste wat ik uit kon brengen. Ze liep op me af. "Elisa, mijn meisje. Wat ben je groot geworden. En zo mooi." Ze omhelsde me, maar ik duwde haar van me af. Haar ogen waren rood. Daarom kon ik haar stem ook niet meteen thuisbrengen. "Mam? Wat… Wat is er gebeurd?" Haar glimlach werd nog breder. "Ik had ruzie met je vader toen ik Eric tegen kwam. Hij is een echte heer, in tegenstelling tot je vader. En hij gaf me de mogelijkheid om net als hem te worden. Een vampier." Ze probeerde me weer te knuffelen, maar ik wilde het niet. "Wat? Je liet ons achter om vampier te worden? Zonder ook maar iets van je te laten horen? Weet je niet hoe ongerust we zijn geweest?" Ze lachte nog steeds. "Maar Elisa, dat is waarom ik je heb laten halen. Ik wilde je zien." Ik trok mijn arm, die ze nog steeds vast had, los. "Je wilde me zien? Heb je me daarom bijna laten vermoorden? Heb je ook maar een moment gedacht dat ik het misschien niet wilde?" Nu verbleekte haar lach een beetje. "Maar ik wilde heel graag je zien." Dat maakte me helemaal boos. "Je wilde heel graag me zien? Ik wilde je negen jaar lang heel graag zien!" Ik draaide me om en liep terug. Felicia en Michel kwamen achter me aan. Lucas stond bij de deur. Hij keek me vragend aan. Ik schudde mijn hoofd. "Ga maar, ik heb nu geen zin meer." Ik ging tegen de muur zitten, met mijn hoofd op mijn handen. Michel kwam naast me zitten. "Je ogen zijn helemaal donker. Ik denk dat het beter is als je toch meegaat. Anders moet je nog een week wachten." Tja, hij had een punt. Dus ik stond op. "Gezellig." zei Michel met een lachje. Ik bedacht me dat de laatste keer dat ik ging jagen, ik hem zowat de stuipen op het lijf had gejaagd. Terwijl ik daarover dacht, liepen we het kasteel uit, naar het dichtstbijzijnde bos. Daar liet ik me helemaal aan mijn instincten over. Ik rook een kudde konijnen, en een paar vosjes. Ik besloot om op de vossen af te gaan. Blijkbaar was ik niet de enige die de vossen aanlokkelijk vond ruiken; toen ik aan wilde vallen, sprong ik met een knal tegen iets hards op. Ik keek op en zag dat het Michel was. Hij was een eind uit de richting gevlogen en keek verward. Toen hij zag waar hij tegenop was gesprongen begon hij te lachen. Hij stond op en hielp mij ook overeind. De vossen waren al snel weggerend. Michel knikte naar de plaats waar ze net nog stonden. "We zullen nu iets anders moeten zoeken." Ik zuchtte. "Het is toch altijd wat als we willen gaan jagen." Daar moest Michel weer om lachen. We snoven de lucht weer op. Dit keer rook ik iets vreemds. Het rook lekker, maar niet zo lekker als bloed. Michel had blijkbaar al iets anders gevonden; hij rende weg en met hem verdween de geur.


Hoi hoi. Ik weet het. het heeft heeeeel lang geduurd, maar ik heb niet erg veel tijd gehad. En daarbij wordt het zo alleen maar spannender :P . Hier is weer een nieuw deel. Ik hoop dat het wel het wachten waard was...

Tips en reviews zijn (nog altijd) vreselijk welkom!