We zouden ons aan de rand van het bos verzamelen. Toen ik daar aankwam, was alleen Michel er al. "En?" Vroeg ik. "Nog vossen achterna gezeten?" Hij lachte. "Nee, dat durfde ik toch niet meer aan. Stel je voor dat ik weer tegen een zeker iemand op zou lopen. En stel je voor dat diegene me weer een meter of vijftien weg zou duwen." We lachten.
Na een minuut of tien was ik het wachten zat. Ik zuchtte. Michel keek me aan. Hij had gouden ogen. Erg mooi. "Verveel je je nu al?" Ik knikte. "Misschien moeten we wat lopen of zo." Stelde hij voor. We stonden op en wandelden het bos in. Ik rook de geur weer en snoof hem op. Michel hoorde me. "Lekker hè? Die frisse lucht na dat muffe kasteel?" Ik knikte verlegen. "Zie je daar die boom?" Hij wees op een grote eikenboom. Een tel later zat hij erin. "Kom." Hij klopte op een tak iets boven de zijne. Ik had gezien waar Michel zijn voeten neer had gezet, dus ik was ook snel boven. We zaten redelijk hoog, maar het uitzicht was niet heel veel. Het enige wat je zag was boom, groen en bruin. Ik keek naar Michel. Hij glinsterde. Ik had niet eens gemerkt dat de zon achter de wolken vandaan was gekomen. Ik keek naar mijn eigen armen. Het zonlicht scheen erop, maar ik glinsterde niet. Langzaam liet ik mijn huid ook glinsteren. Het zag er erg vreemd uit, maar ook heel mooi. Ik keek op en zag Michel met open mond kijken. "Vet. Ik ben gewend om iedere keer dat ik in het zonlicht sta te glinsteren en ook dat iedere keer als Roy of Felicia of zo in het licht loopt, ik hen zie glinsteren. Het moet echt fijn zijn om je zo te kunnen veranderen." Ik knikte. Michel keek me heel bedachtzaam aan. "Weet je, ik vraag me af of je ook anderen zou kunnen veranderen. Er zijn gaven die je op jezelf en op anderen kunt gebruiken." Ik wendde mijn blik af en keek de verte in. "Ik weet niet, ik heb het nog nooit geprobeerd." "Zou je," begon hij, "Zou je het willen proberen? Om te kijken of je dat kunt?" Ik keek hem weer aan en knikte langzaam. "Maar ik zou niet weten hoe." "Hoe doe je het bij jezelf?" "Gewoon, ik denk aan wat ik wil veranderen." Michel knikte en stak zijn hand uit. Ik pakte hem vast, deed mijn ogen dicht en dacht: Michel mag niet meer glinsteren. Ik opende mijn ogen weer en zag dat het glinsteren weg was. Maar bij mij ook. Michel keek verwonderd. "Cool." Hij hield zijn hele arm in het zonlicht, maar hij glinsterde nog steeds niet.
"Boe!" klonk het opeens. Ik schrok me een hoedje, maar Michel keek niet op of om. "Hoi, Felicia. Je weet ondertussen toch dat je mij zo niet kunt laten schrikken." Felicia zuchtte, kwam achter Michel vandaan en ging naast hem zitten, in het zonlicht. Ze keek op toen ze begon te glinsteren. "Huh, waarom glinster jij niet?" Michel lachte en knikte naar mij. "Cool," zei Felicia daarop. "Kun je dat ook bij mij proberen?" "Tuurlijk," antwoordde ik. Ik pakte haar hand en deed precies hetzelfde als wat ik bij Michel had gedaan. Maar Felicia bleef glinsteren in het zonlicht. "Hoe kan dat? Net lukte het wel." "Ik weet niet," antwoordde Michel. "Of misschien… Laat jezelf eerst eens glinsteren." Dat deed ik. Daarna probeerde ik Felicia weer te veranderen. Dit keer lukte het wel. En weer glinsterde ik zelf niet meer. Felicia keek met open mond naar haar armen. "Dat is zo vet! Dat moet Lucas echt zien." Ze sprong uit de boom en wilde wegrennen toen Lucas al bij haar was. "Je riep?" Felicia schudde haar hoofd. "Ik zei dat je dit moest zien." Ze wees op Michel. Eerst zag Lucas niet wat er zo bijzonder was, maar toen Michel zijn arm helemaal in de zonnestralen duwde zag hij wat er aan de hand was. Hij keek me vragend aan. "Heb jij…?" Ik knikte. "En kijk." Ging Felicia opgewonden verder. Ze klom weer de boom in, recht in het zonlicht. Ze sprong bijna op en neer, zo blij was ze. Lucas moest lachen toen hij zijn zusje zo zag. "Kijk maar uit, dadelijk val je nog." Felicia sprong de boom uit. "Ik ga het ook aan Roy laten zien en aan Lydia." Ze sprintte weg. Michel sprong ook uit de boom. "Zal ik maar met haar meegaan? Voordat ze Roy helemaal dol maakt met haar gespring." Lucas grinnikte. "Is goed, dan hoef ik niet achter haar aan." Michel knikte en rende achter Felicia aan. Ik sprong ook uit de boom, zodat ik op ongeveer dezelfde hoogte stond als Lucas. Hij keek me aan. "Ze vindt het vreselijk irritant dat ze niet meer gewoon in de zon kan zitten, zonder aandacht te trekken. Ik denk niet dat je haar nu terug veranderd krijgt. Dat zal ze niet willen." Lucas grinnikte. "Ik heb haar al erg lang niet meer zo blij gezien. Dankje." Ik knikte en liet mezelf maar weer glinsteren. Dat wilde ik eigenlijk. "Je bent zeker blij met je gave. Hij is zeker bruikbaar." "Ja, maar als iemand als Felice in de buurt is, kun je beter een andere gave hebben, denk ik." Hij knikte en het was even stil. Het voelde vreselijk ongemakkelijk, maar ik had geen idee waar ik het met Lucas over moest hebben. Gelukkig onderbrak Lucas de stilte. "Sorry, van dat met je moeder. Ik heb er alles aan gedaan, maar als ze iets in haar hoofd heeft…" Ik knikte. Ik wist precies waar hij het over had. Dat zei mijn vader ook altijd als hij het over haar had. En hij had het natuurlijk ook over haar wispelturigheid. Lucas keek me aan; hij verwachtte een antwoord. "Het maakt niet uit. Het was haar hoe dan ook gelukt." Lucas knikte, opgelucht dat ik snapte dat hij er niets aan had kunnen doen. Ik hoorde Felicia in de verte. Ze kwam steeds dichterbij. "… Kan ik zonnen. Blijven zonnen, zonder dat ze me weer naar binnen halen omdat ik te veel aandacht trek. Misschien wil Elisa mee. Kunnen we samen zonnen." Lucas grinnikte weer. "O jee. Je zult nu nog maar weinig vrije tijd over hebben, nu je dat aan haar hebt laten zien." Ik lachte ook. Erg zou ik het toch niet vinden. Ik verlangde ook naar luieren in de zon. Ondertussen was Felicia al in zicht en in nog geen seconde stond ze voor me en trok ze me zowat aan mijn arm naar het kasteel. "Kom! Dan gaan we samen zonnen. En mensen begluren. Heb je die kleren gezien die ze hier aan hebben? Ze zien er niet uit!" Ik lachte, draaide me om naar Michel en haalde mijn schouders op. Hij lachte en praatte met Lucas. Dus ik rende met Felicia mee, terug naar het kasteel.
