Ik had Felicia stil gekregen toen we het kasteel in liepen. Ik had haar verteld dat ik geen zin had in een gezellig gesprek met mijn moeder en dat als we gehoord werden het er zeker op uit zou draaien dat mam me weer even wilde zien. Gelukkig snapte ze dat helemaal. Dus we slopen heel stil de trappen op. Felicia wist een zonnige plek waar we rustig konden zitten en waar geen mens ons zou zien. Toen we wisten dat niemand ons zou kunnen horen, rende Felicia bij verder. Ik grinnikte. Af en toe vergeet ik dat ze pas dertien was, toen ze werd getransformeerd. Ze komt altijd zo volwassen over, maar ze heeft me toch ook wat meegemaakt.
We waren ondertussen op het dak aangekomen. De zon stond recht boven ons en voelde lekker warm aan. We gingen zitten, zo ver mogelijk aan de rand van het dak, maar net, zodat ze ons vanaf de grond niet echt konden zien. Mensen in ieder geval. We keken naar onder. De mensen waren, zoals Felicia al had gezegd, meestal vreselijk gekleed. Vooral de groep met Japanners die langs liep. En de vreselijk grote mevrouw die net een klein steegje uit kwam lopen, had een veel te klein T-shirt aan, waardoor we de hele tijd een gedeelte van haar buik zagen. Ze liet halverwege het plein ook nog haar sleutels vallen en bukte zich. Toen bleek haar broek ook nog te klein te zijn; we zagen een groot gedeelte van haar rozerode onderbroek. We keken elkaar aan toen ze via een steegje aan de andere kant van het plein weer wegliep en barstten in lachen uit.
We bleven naar mensen kijken totdat Felicia er genoeg van had. De zon was ondertussen een beetje gedraaid, zodat die nu achter ons stond. Felicia ging op haar rug liggen, met haar ogen dicht en haar gezicht richting de zon. "Mmm. Dat voelt goed na zo'n lange tijd. Dankjewel, Elisa." Ze opende haar ogen en keek me aan. Ik lachte naar haar. "Graag gedaan." Ik wachtte even, bedacht me of ze het volgende goed op zou vangen. Ik bedoel, ze was toch al heel lang dertien. "Hoe kan ik zo'n lief, schattig snoetje iets weigeren?" Ze lachte ook en sloot haar ogen weer. "Tja, daar hebben meerdere personen in de familie last van." Daarna was het weer een tijd stil. Niet ongemakkelijk, wel lekker eigenlijk. Ik bedacht me dat het toch al een tijdje geleden was dat ik zo van de zon had kunnen genieten toen ik mijn naam hoorde. "Elisa?" Ik hoorde aan de stem wie het was en zuchtte diep. Felicia opende haar ogen weer en ging rechtop zitten. Toen ze zag wie het was, keek ze ongemakkelijk. Mijn moeder stond in het trapgat, meer binnen dan buiten. De zon stond er nog steeds, dus ze glinsterde. "Elisa, wil je nu even met me praten?" Ik haalde mijn schouders op. "Heb ik zoveel keus dan?" Ze haalde haar schouders op. "Ik denk het niet." Ik zuchtte nog een keer en stond op. Felicia wilde ook opstaan, maar ik gebaarde haar dat ze kon blijven zitten. Ze bleef kijken terwijl ik naar het trapgat liep, rustig, bijna op mensentempo. Mijn moeder was al een gang verder toen ik eindelijk het kasteel in sprong. Ik liep haar achterna naar een verlaten kamer aan de oostkant van het kasteel. De deur was al open, dus we konden meteen naar binnen lopen. In de kamer stonden gemakkelijke stoelen en banken. Mijn moeder ging zitten op een roodbruine bank en gebaarde dat ik naast haar moest komen zitten. Ik negeerde het en ging op de fauteuil tegenover haar zitten. Haar rode ogen keken eerst rusteloos naar alles, behalve naar mij, tot ze blijkbaar alles gezien had. Toen richtte ze haar aandacht pas op mij. Het was een hele tijd stil, ongemakkelijk stil, maar ik had geen zin om het te verbreken. Dat liet ik helemaal aan haar over. Ik bleef haar wel aanstaren. Ik weet het, dat is erg onbeleefd, maar zij was nou ook niet al te aardig geweest, dus het maakte me niet al te veel uit. Ik hoorde voetstappen op de gang. Vreemd, dit was toch het verlaten stuk? In ieder geval, dat had Felicia me verteld. Als ik ergens heen wilde, en mocht, dan kon ik altijd hierheen voor wat rust. De voetstappen stopten voor de deur. Mijn moeder zag mijn ogen naar de deur schieten. "Ben maar niet bang. Het is Kay maar." Ze zag dat dat me niet echt geruststelde. "Hij doet ons echt niets, hij zorgt er alleen voor dat we niet gestoord kunnen worden." Ik keek haar weer aan. Op een of andere manier vond ze dat toch wel erg ongemakkelijk, haar ogen schoten weer weg van de mijne. Was ze zenuwachtig of zo?
