Na wat een minuut of twintig leek te zijn geweest keek mam me weer aan. Ze haalde diep adem voordat ze begon te praten. "Elisa, ik weet dat je me niet heel aardig vindt omdat ik ben weg gegaan, maar je moet me geloven als ik zeg dat het beter was voor me." Ik deed net alsof ik het egoïsme in haar stem niet hoorde en slikte al mijn woorden in. Er stond iemand mee te luisteren aan de deur en ik wist heus wel dat dat onder andere was om mij binnen te houden. "Je vader deed echt rot tegen me," ging ze verder, "en Eric was zo aardig. Ik kwam hem tegen in het park en we raakten aan de praat. Hij werd een goede vriend van me en hoe langer ik hem kende, hoe beter onze band werd. Toen wist ik nog helemaal niet wat hij was, dat kon me geen bal schelen." Ze zweeg even. "Ik denk dat we al een maand of twee echt hele goede vrienden waren toen Tessa langs kwam. Ze herinnerde Eric eraan dat van de Volturi geen mens van ons bestaan mag weten. Anders moet het of dood, of ook een vampier worden. Natuurlijk zei ze dat niet zo en zorgde ze ervoor dat ik niet wist waar het over ging, maar ik bleef zeuren bij Eric tot hij me vertelde wat het was. Ook al betekende dat dat ik dus moest veranderen." Ik snoof boos. Dat leek ze precies zo op te vangen als hoe ik het bedoelde. "Ach, je vader heeft je vast verteld hoe nieuwsgierig ik was." Dat klopte. Iedere keer als ik door bleef vragen over iets, vergeleek mijn vader me met haar. Dat was zijn manier om me dan stil te krijgen. Mijn moeder onderbrak mijn gedachten. "Eric vertelde me erover. En zei me ook dat ik dus zou moeten veranderen. Toen heb ik besloten om geen afscheid meer te nemen van je vader. Ik ging naar huis en pakte een paar kleren van me mee. En ik ben via het raam weer naar buiten gegaan. Nou, en wat daarna gebeurde weet je wel. Maar na een paar jaar miste ik je zo erg dat ik aan Eric heb gevraagd of er geen mogelijkheid was om je te zien. Er was er één en dat heb ik dus ook gedaan. Eric kende Richard. Hij vermoordde vampiers voor anderen. En hij wilde deze speciale opdracht ook doen. Maar hij bleek op het laatst toch niet zo geschikt. Zoals ik al zei, hij vermoordde mensen. Niet transformeren. Toen heeft de Volturi de Wemars op hem afgestuurd. En zo is dus alles goed gekomen." "Goed gekomen?" vroeg ik, misschien een beetje te hard. "Ik ben een vampier en dat noem je goed? Ik vind er anders niet echt veel goeds aan. Maar dat ben jij hè? Je nooit druk maken om wat anderen vinden. Ik zal je eens wat zeggen, ik had veel liever gehad dat ik helemaal niet wist wat je was. Dan had ik tenminste nog mijn mooie herinneringen aan je. Nu heb ik dit." Ik gebaarde naar mezelf. "Je bent mijn moeder. Moet je er dan niet voor zorgen dat ik gelukkig wordt? In plaats van ervoor zorgen dat ik je ga haten?" Voordat ik nog door kon gaan, voelde ik een vreemde druk op mijn wang. Ik keek naar mijn moeder en zag dat ze haar hand nog had opgeheven. Ze had me geslagen! Het deed fysiek geen pijn, zo hard was het niet, maar toch. Ze had me geslagen. Ik stond op en sprintte naar de deur. Hij vloog open, tegen Kay aan. Hij was net niet snel genoeg; ik was al weg voordat hij ook maar een beweging kon maken. Een gang verder rende ik bijna tegen Felicia aan. Ze wilde naar de rest van de groep teruggaan. Dus kwam zij ook achter me aan. Aangezien ik minder lang vampier was, moest ik me inhouden om samen te kunnen rennen. "Wat is er gebeurd?" Haar stem was erg bezorgd. Ik schudde mijn hoofd. "Dadelijk."
"Laat haar maar." Hoorde ik mijn moeder achter me zeggen. Kay stopte meteen, dus kon ik ook rustiger rennen. We waren bijna terug bij de rest van de Wemars. Michel had ons al aan horen komen, hij had de deur al opengezet en toen we binnen waren, maakte hij hem meteen dicht. Ik ging zitten tegen een muur en hij kwam direct met een bezorgd gezicht naast me zitten. "Wat is er gebeurd?" Ik begon te vertellen en herhaalde zo ongeveer het hele gesprek. Toen ik zei dat ze me had geslagen voelde ik Michel onrustig bewegen. Ik keek hem aan. "Wat is er? Het deed geen pijn, hoor." Hij knikte. "Ik moet er denk ik nog een beetje aan wennen dat je je terug hebt mogen veranderen." Ik grinnikte. "Tja, daar heb ik zelf soms ook een beetje moeite mee, het is erg verwarrend." Terwijl wij aan het praten waren, was Lucas opgestaan. Felicia keek hem vragend aan. "Ik ga met Aro praten. Ik ben het zat dat zij gewoon alles mag doen." Felicia stond ook op. "Dan ga ik met je mee. Ik ken jou, dan komen we nooit hier weg." Samen liepen ze de deur uit. De hele kamer werd stil, zodat we mee konden luisteren. Niet dat we veel hoorden, daar praatten Lucas en Aro te zacht voor. Dus haalde Michel zijn kaarten tevoorschijn en hij, Roy en ik gingen een potje pesten. We begonnen met tien kaarten, anders zou het veel te snel klaar zijn. Na een potje of veertien te hebben gespeeld, kwamen Lucas en Felicia weer binnen. Ze keken erg blij. Felicia kwam zowat springend van blijdschap naar ons toe. "Ze zeiden dat we weg mochten." Ze richtte zich tot mij. "Je moeder heeft door dat je niets met haar te maken wil hebben! Ze laat je gaan!" Ze pakte mijn handen vast en sprong nu letterlijk op en neer. En ik sprong vrolijk met haar mee. "Jippie! We mogen gaan!" De hele familie, zelfs Kim, was helemaal blij met dit nieuws. Eindelijk mochten de Wemars weg uit Volterra!
