Een grote, roodbruine wolf. Hij rende meteen op Renesmee af, die met gemakt bovenop de wolf sprong. Ze renden weg. Edward keek ons aan, knikte en rende achter ze aan. Ik keek hen na tot ze niet meer te zien waren en keek toen naar de Wemars. Ze waren al weg. Ik kon nog net Roy tussen de bomen zien verdwijnen. Ik rende achter hen aan, en ik haalde ze al snel in. Het had ook wel weer voordelen om een jonge vampier te zijn. De jacht ging goed, ik had een stel afgedwaalde bergleeuwen gevonden en had weer genoeg gehad voor een tijdje. Dus rende ik op een rustig tempo weer terug richting het huis. Onderweg hoorde ik het gegiechel van Felicia. Ze botste bijna tegen me op, zo erg was het. "Sorry," hikte ze, "maar ik heb Michel laten schrikken." Verbaasd keek ik naar Michel, die een beetje chagrijnig achter Felica aan kwam sjokken. "Ja, doordat jij ervoor hebt gezorgd dat ze niet meer glinstert, zag ik haar niet aankomen. En ze joeg alle dieren weg met haar gegiechel." Ik zag aan zijn ogen dat hij wel al wat had gedronken. Ik grinnikte. "Ik vond het zo zielig dat het haar niet lukte." Hij keek me gespeeld boos aan en ik stak mijn tong naar hem uit. Ik keek naar Felicia. "Maar het lijkt me inderdaad beter om je weer te laten glinsteren. Wat zullen de Cullens wel niet denken als jij zo in het zonlicht kunt staan." Ze lachte. "Dat zullen we zo gaan zien." Ze giechelde weer. "Zeg, wat ben jij vrolijk vandaag?" "We zijn eindelijk weg uit dat vreselijke Italië. Wat meen jij dan, dat ik ga zitten kniezen omdat we daar weg mochten? Echt niet!" Opeens stond ze doodstil en ze leek haar oren te spitsen. "Dat is Lucas! Kom!" Ze huppelde weg. Ik draaide me weer om naar Michel, die ondertussen weer wat vrolijker was. "Met zoiets in de buurt kun je niet echt lang chagrijnig blijven." Ik knikte instemmend. "Ik kan ook niet echt zeggen dat ik het zo erg vind dat we daar niet langer hoefden te blijven. Ik snap niet hoe jullie dat daar zo lang vol hebben gehouden." Hij haalde zijn schouders op. "Wij hadden dan ook niet zo'n moeder die on aan het hoofd bleef zeuren." Ik zuchtte toen ik weer aan haar dacht. "Dat is waar." We liepen in een slakkentempo Felicia achterna maar begonnen te rennen toen we een gil hoorden. Felicia's gil.
Toen we aankwamen op de plaats waar ze was, gelukkig niet veel verder, stond er een wolf over haar heen, grommend. Het was niet Jacob, daar was hij te klein voor en hij was grijs. Felicia was over de eerste schrik heen en duwde hem van haar af. Ze trok haar neus op. "Laat me met rust! Ik doe toch niets?" De wolf leek te luisteren want hij bleef staan kijken, heel argwanend. De geur brandde in mijn neus, nog erger dan bij die Jacob. Aangezien ik niet meer hoefde te jagen maakte het ook niets meer uit of ik alles rook of niet. Ik keek naar Michel, die toch maar zijn neus had dichtgeknepen. "Moet ik er iets aan doen?" Hij schudde zijn hoofd en haalde de hand langzaam weg. "Ik ruik alles veel liever. Ik moet er maar aan wennen." Ik haalde mijn schouders op. "Kee." Ondertussen waren Lucas en de rest bij Felicia aangekomen. Ze was in orde, maar haar vrolijke stemming was weg. Daar kwam Jacob aan, in zijn menselijke gedaante. "Sorry," zei hij tegen Felicia, "Leah wist niet dat jullie vrienden van de Cullens waren, en aangezien zij," hij wees op Felicia, "wel naar vampier ruikt, maar niet glinstert, snapte ze er niets van en viel ze aan. Ik snap er eerlijk gezegd ook niets van." Felicia keek eerst naar mij, toen naar Lucas en toen terug naar Jacob. "Elisa kan vampiers terug veranderen naar mens. Ook gedeeltelijk. En ik haat dat glinsteren, dus heeft ze het weggehaald." Jacob knikte. "O, dan is dat duidelijk." Hij keek naar de grijze wolvin, die een beetje met haar kop naar beneden stond. "Ze zegt sorry." Felicia keek naar de wolvin, liep naar haar toe, met opgetrokken neus, bleef een meter van haar af staan en stak haar hand uit. Leah aarzelde even maar liep toen naar Felicia toe om zich te kunnen laten aaien. "Excuses aanvaard." Zei Felicia. Edward keek Lucas vragend aan. "Zullen we dan maar terug naar het huis gaan?" Hij wachtte niet op een uitgesproken antwoord en rende voorop. De rest volgde meteen. Ergens halverwege hoorde ik Felicia giechelend dichterbij komen. Toen ik omkeek zag ik dat ze bovenop de grijze wolf zat. En pfoe, wat kan die Leah hard rennen, zeg. Ze vloog niet alleen met gemak mij voorbij, ik, jongeling, maar de rest ook , net zo makkelijk. En Felicia gierde van het lachen terwijl ze zich zo goed mogelijk vast hield.
Hier is weer een nieuw stuk. Ik denk dat ik ver op het einde van mijn verhaal zit. :'( Ik heb nu sowieso nog één hoofdstuk wat ik aant schrijven ben en ik denk dat er dan nog twee hoofdstukken komen. Het kan zijn dat ik nog ergens iets leuks vandaan haal, maar ik ben bang van niet. Mijn ideeën voor dit verhaal zijn bijna op. Bijna, maar nog niet helemaal. ;P
