AN
En dan is hier... Tada tada ta! Het langverwachte einde! Dat werd tijd, nietwaar?
Maar hier is het, en ik ben er best tevreden mee. Dat zegt heel veel denk ik. :D
Ik wil heel graag alle lezers bedanken. Volgens de statistieken is het absurd vaak bekeken (al denk ik dat meer dan de helft van de views mijn eigen zijn, maar goed, dan blijven er nog heel wat views over ;) )
En natuurlijk ook alle reviewers en iedereen die mijn verhaal gefavourited heeft en volgt:
bella-ja-ik-bella, Elfje001, sophieeV, caramelietos, LauraTwilightHungergamesHPfa n, lauwrekrans en ani-rekb. En Sakisa-Kyouki natuurlijk, ook vanwege alle ideeën die ze me heeft gegeven, om ervoor te zorgen dat ik dit af kon schrijven.
En ik wil iedereen die dit verhaal heeft gelezen/ nu leest vragen om te reviewen. Vertel me wat je ervan vindt, ik wil graag mijn schrijfstijl verbeteren (al schrijf ik voorlopig geen Twilight fanfictions meer!) En wat vonden jullie van de laatste twee hoofdstukken? Waren die al beter dan het begin? Ik geloof dat ik net vijftien was toen ik dit begon te schrijven, dus het zal vast een beetje verbeterd zijn. :D:D:D
Ik hoop dat jullie, net als ik, hebben genoten van dit verhaal. En dan wens ik jullie voor de laatste keer dit verhaal veel leesplezier.
Vele jaren later
"Lisa? Elisabeth? Waar ben je?"
"Hier ben ik!" Roep ik Michel toe en ik zie hem rustig naar me toe komen. Hij komt naast me op het bankje voor het huisje zitten, slaat een arm om me heen en hij trekt me dicht tegen zich aan. Ik kijk hem in zijn ogen. We zijn net terug van jagen dus ze hebben een mooie gouden kleur. Hij buigt zich voorover om een ontsnapte pluk haren terug achter mijn oor te duwen. Dan zucht hij.
"We moeten weer terug. Ze moeten niet gaan wennen aan de rust zonder ons twee."
Ik lach eerst maar zucht dan ook. "Ik zou willen zeggen dat ik wilde dat we voor altijd hier konden blijven."
Michel kijkt me aan met een blik die om uitleg vraagt.
"Nou," ga ik verder, terwijl ik langzaam opsta, "ik denk dat Felicia me veel te erg zou missen."
Dat laat Michel grinniken en hij trekt me weer terug bij zich op schoot. "Ja, ja. Vast en zeker. En jij zou haar absoluut niet missen."
Ik draai mijn gezicht naar hem toe en voor ik hem antwoord geven kan, kust hij me. Het is alsof de vonkjes letterlijk overspringen. Het is een geweldig gevoel, waar ik na al die jaren nog steeds niet gewend aan ben. Gelukkig maar.
De afgelopen dagen waren geweldig geweest.
Het begon ermee dat ik een manier had gevonden om er ouder uit te zien. Na al die jaren zag ik er nog steeds uit als een veertien jarig meisje en dat stoorde me verschrikkelijk. Vooral omdat Michel er ook mee leek te zitten. Hij ziet er wél volwassen uit. Ik heb veel geoefend met mijn gave en nu dus eindelijk gevonden hoe het moet. Felicia vond het minder leuk en ik heb haar moeten beloven dat ik niet de hele tijd ouder bleef. Ze snapte gelukkig wel waarom het soms wel moest. De mensen in het dorp keken ons altijd erg raar aan als ze Michel met mij zagen lopen. Het moet er ook vast heel raar hebben uitgezien.
Een paar dagen later werd ik tijdens onze gezamenlijke jacht van achter vastgehouden. Ik schrok me dood, maar ontspande toen ik wist wie het was. Michel. En terwijl de rest van de familie om ons heen kwam staan, ging hij op zijn knieën. 'O jee' was het eerste dat ik dacht. En toen vroeg hij het. "Elisabeth Inkers. Wil jij me de eer doen om met me te trouwen, om voor altijd de mijne te zijn?"
Natuurlijk zei ik meteen ja en ik had hem niet eens de tijd gegeven om me de ring om te doen door hem in zijn armen te vliegen.
Kim, die ik steeds aardiger ben gaan vinden, en Lydia hadden de bruiloft geregeld en Felicia werd ons bruidsmeisje. De dag zelf was wonderlijk snel voorbij. Allemaal kennissen van Lucas en Lydia, die ik door de jaren heen had leren kennen, onder andere de Cullens natuurlijk, waren gekomen en natuurlijk waren we daarna op huwelijksreis vertrokken. Hierheen, de bergen in. De dichtstbijzijnde mensen zitten een aantal kilometers naar beneden, in het dal. En wij zitten hier.
Dan laat Michel me los en staat op. "Ik ga alles klaar maken, en dan kunnen we gaan."
Na me nog een vluchtig kusje op mijn voorhoofd te geven, vliegt hij naar binnen.
Ik ga op de rand van de berg staan en kijk in de verte, niet naar iets in het bijzonder, maar gewoon naar de natuur. Genietend van het uitzicht.
Dan kijk ik naar de mensen beneden, in het dal. Ik zie ze uit hun auto stappen, terug van hun werk. Ik zie hoe kinderen binnengeroepen worden voor het avondeten. Ik zie hoe een trein stopt bij het station, hoe een man uitstapt en hoe een klein meisje haar vader in de armen vliegt. De moeder van het meisje loopt naar hen toe en omhelst ze allebei tegelijk. Een familiereünie.
Het laat me denken aan hoe mijn leven veranderd is. Hoe ik eerst alles kwijt leek te raken, om vervolgens een nieuwe familie te vinden, of, nou… Zij hadden mij gevonden.
En Michel… Tja, wat valt daar nou nog over te zeggen? Elk moment in zijn armen maakt me dolgelukkig.
En wat mijn vader betreft. Hij had een nieuwe vrouw gevonden en was met haar heel oud geworden. De kinderen die ze samen hebben gekregen, leven niet ver van hier vandaan, voor mij net een kwartiertje rennen. Dus ik zie ze wel redelijk vaak. Mij kennen ze alleen van foto's en ik dat wil ik ook zo houden.
Ik heb het opgezocht en Abby is een groot kunstenaar geworden. Ze heeft twee kinderen gekregen, een jongen en een meisje, en het meisje heeft ze Elisabeth genoemd. Ik ben blij om te horen dat ze me nooit vergeten is.
En mijn moeder? Ze is nog een paar keer langs geweest, maar de band tussen ons is zo slecht dat ik liever heb dat ze gewoon weg blijft met die Eric. Ik begrijp nog steeds niet dat ze mijn vader en mij zo in de steek heeft kunnen laten, gewoon omdat ze te nieuwsgierig was. Maar boos kan ik niet meer zijn. Zonder haar had ik nooit Michel gevonden. Misschien heeft ze onbewust dus toch iets goeds gedaan.
Michel haalt me terug naar het heden, door zijn armen om mijn middel te leggen. Ik kijk hem nog eens aan over mijn schouder. Ik hou echt zielsveel van hem.
Maar nu moeten we terug. Terug naar onze familie, mijn familie. We gaan naar huis.
