Hoofdstuk 7:

Erin Maria Vilijn

"Harry Potter!" schreeuwde Albus. Nee, dacht ze. Nee! Niet Harry! Er gaat zelden iemand dood bij een Toverschool Toernooi, maar hij is veertien! Harry keek haar aan. Wat nu, dachten ze tegelijk.

Hermelien duwde Harry naar voren. "Harry, in vredesnaam!" zei ze.

In de Grote Zaal was een schok ontstaan. Iedereen smoesde met elkaar. Af en toe hoorde Erin dingen als; "Hij is nog helemaal geen zeventien!" En ze hadden volkomen gelijk natuurlijk.

Harry liep uiteindelijk langzaam naar voren. De Zaal was stil geworden en iedereen keek naar hem. Hij liep naar achteren. Toen hij verdween had Erin pas de moed om achter hem aan te gaan. En zij was niet de enige.

Achter haar kwamen Albus, Severus, Alastor Dolleman, Olympe de directrice van Beauxbatons, Barto Krenk en Igor Karkarov. Harry stond met de andere Kampioenen in een ruimte.

Erin liet haar gedachtes de vrije loop met haar nemen en omhelsde Harry stevig. Toen kwam ze weer bij zinnen en liet hem los. Ze moet Harry vergeten.

Ze realiseert zich al een tijdje dat ze hem als meer dan vriend ziet.

Hoe zijn groene ogen haar aankijken, hoe zijn inktzwarte haar door de war zit door haar omhelzing, en zijn bril een beetje scheef.

Dappere Harry, die nu nog een obstakel moet overwinnen, Harry, die al meer gruwelen heeft meegemaakt als baby dan sommige bejaarden hun hele leven. Harry, die verdomme de vijand van haar vader is! Harry, die het haar nooit zal vergeven.

Zij is niet de enige die Harry razendsnel vastpakte. Albus heeft zijn schouders beet. "Heb jij je naam in de Vuurbeker gedaan, Harry?" schreeuwde hij bijna. Harry schudde hevig zijn hoofd.

Er staat iemand achter Erin. Ze kijkt om. Het is Carlo Kannewasser. Hij bestudeert haar grondig. "Nog eentje?" vraagt hij terwijl hij zijn wenkbrauw optrekt. Erin schudt haar hoofd. "Ik ben zijn… een vriendin." zegt ze. Zijn ogen schieten even naar Harry.

"En hoe heet je als ik vragen mag, vriendin van Harry Potter?" Hij steekt zijn hand uit. "Erin. Erin Perkamentus." zegt ze. "Ik ben Carlo." zegt hij. "Carlo…" "Kannewasser." maakt ze af.

Erin draait weer om naar Harry. "Ik heb het er niet ingedaan…" hijgt hij.

"Dat kan hij ook nooit gedaan hebben!" schreeuwt ze. "Die leeftijdsgrens kun je alleen met Zwarte Magie omzeilen, en daar kan een veertienjarige nooit van weten! En al zou hij er van weten, zou het een te geavanceerde spreuk zijn voor een veertienjarige tovenaar." zegt Erin.

Ze schrikt dan van de stem achter haar. "Niet voor alle veertienjarige, heb ik gehoord, mijn beste juffrouw Perkamentus. U schijnt bijvoorbeeld over uitzonderlijk tovertalent te beschikken, en u kunt veel geavanceerdere spreuken aan dan een gemiddelde veertienjarige." Ze draait zich om en kijkt in het gezicht van Alastor Dolleman.

"Dus?" zegt Erin kwaad. "Betekent dat dan dat ik Harry heb geholpen?" zegt ze. Dolleman schud zijn hoofd. "Nee, natuurlijk niet, juffrouw Perkamentus. Dat betekent dat ik er bijzonder er naar uitkijk dat ik u binnenkort les mag geven." zegt hij rustig.

Erin schudt zijn hand. Albus laat Harry los. "Ga dan maar." zegt hij. Erin loopt met Harry de leerlingenkamer in. De meesten zijn al in hun slaapzalen.

"Bedankt," zegt Harry zachtjes. "bedankt dat je het voor me op nam." "Graag gedaan. Weltrusten." zegt Erin ademloos.

Ze kan haar ogen niet van zijn lippen afhouden. Zo vol, zo bleek. Ze kan de kleine barstjes zien.

Dan keert ze Harry de rug toe.

Met het beeld voor zich van haar die zijn lippen raken met de hare. Hun eerste kus, die misschien zo gevaarlijk is dat hij er nooit van mag komen.