Harry komt de waarheid te weten! of wat hij denkt dat de waarheid is...


Hoofdstuk 18:

Harry Potter

"Carlo!" schreeuwde Harry. Nee, Carlo was niet dood. Hij kon niet dood zijn! Vlak voor zijn ogen. Toverkracht duwde Harry naar achteren, en hij stond bovenop een graf. Een stambeeld zette hem vast. Hij kon geen kant op.

Marten Vilijn, stond er op het graf. Voldemort's vader. Wormstaart had een misvormde baby in zijn handen, die hij in kokende ketel gooide. Hij voegde een bot van Voldemort's vader toe, zijn eigen hand, en een drupje van Harry's bloed.

Niet veel later stond Voldemort voor hem. Hij was terug. Zijn huid van wit als sneeuw, en zijn ogen waren een kille kleur blauw. Blauw als het blauw dat mensen werden als ze stikten. "Mijn staf, Wormstaart." siste de slangenman. "Roep onze vrienden bij elkaar." commandeerde hij.

Wormstaart schoof zijn linkermouw omhoog en drukte met trillende vinger op het teken. Verschillende zwarte schaduwen verschenen, die omsmolten in tovenaars met zwarte gewaden en maskers. Dooddoeners. Harry had ze eerder gezien, bij het Zwerkbal Kampioenschap.

"Ik moet zeggen, ik ben teleurgesteld," fluisterde Voldemort. "Dertien jaar. Dertien jaar is het geleden, en behalve Wormstaart is niemand me komen zoeken. Zelfs jij niet, Lucius," sprak de duistere tovenaar terwijl hij het gezicht van Lucius Malfidus onthulde. "Als er maar geruchten waren over uw verblijfplaats, mijn Heer," stotterde hij een zacht excuus.

"Er waren genoeg geruchten! Maar ik heb jullie niet geroepen om jullie te straffen. Ik wil jullie aan iemand voorstellen." Grijnsde Voldemort. Harry begon onrustig te ademen. Hij zat vast. En over misschien minuten was hij dood. Voldemort begon zijn stok even op en neer en iemand verscheen in het midden. Het was een meisje.

Ze lag op de grond, in een onnatuurlijke positie. Ze had haar armen voor haar gezicht en haar blonde haren lagen in een waaier om haar hoofd. "Finite." zei Voldemort. En het meisje stond op. Ze stond met haar rug naar Harry toe, maar met haar gezicht naar Voldemort.

Ze was vreemd gekleed. Ze had een lange, zwarte, kanten jurk aan. Een paar zwarte plukjes in haar haren. Ze was verward en draaide zich om. Op dat moment stond Harry's hart stil. Het was Erin.

"Harry!" schreeuwde ze. "Oh, die was ik bijna vergeten." zei Voldemort nonchalant. "Erin!" schreeuwde Harry op zijn beurt. Ze draaide zich weer om naar Voldemort. Ze richtte haar toverstok op hem. "Smerige, slijmerige slang die je bent!" schreeuwde ze naar hem. Een paar Dooddoeners wilden haar vervloeken, maar Voldemort verbood het ze. Hoezo?

"Je bent dapper, of gewoon ongelofelijk dom." lachte hij. "Misschien een beetje van beiden." zei ze koel terug. "Mag ik jullie voorstellen…" begon Voldemort, maar toen pauzeerde hij. "Stel je zelf maar voor." zei hij met een grijns.

Harry snapte er niks van. Wat deed ze hier? "Ik ben Erin," zei ze koppig. "Erin Perkamentus." voegde ze er trots aan toe. "Je echte achternaam," zei Voldemort triomfantelijk. Erin keek Harry schuldig aan.

"Erin Maria Vilijn." zei ze snel. "Wat?" kon Harry nog net uitbrengen. "Mijn dochter!" lachte Voldemort. Zij is… zijn dochter? Hoe kan… Maar dan… Huh? "Prachtig, is het niet?" zei Voldemort, terwijl hij met zijn hand over haar wang streek.

Harry keek haar alleen maar boos aan. "Harry, je begrijpt het niet…" zei ze wanhopig. "Ik begrijp het prima!" zei Harry. "Je bent… slecht!" schreeuwde Harry verontwaardigd.


Dit is nog maar een gedeelte, alles word in het volgende hoofdstuk aan verwarde Harry uitgelegd... als hij het wil geloven...