Hoofdstuk 20:
Severus Sneep
Er was een flits, en er verschenen drie mensen op de binnen plaats. Een lijkbleke Kannewasser, een huilende Potter, en Erin, met haar ogen gesloten. Severus' hart ging even tekeer. Hij rende naar zijn peetdochter toe, terwijl Potter weggedragen werd door Dolleman.
Kannewasser werd omringd door mensen, zo te horen was hij dood. Maar Severus streelde de blondine haar wang. ze was bewusteloos. Ze was compleet gehuld in zwart. Hij had het kunnen weten.
Ze voelde koud aan, maar ze ademde nog. Er stonden striemen op haar armen, en eentje in haar nek. Severus pakte hij in zijn armen en droeg haar naar de kerkers. "Erin?" probeerde hij. "Word wakker, alsjeblieft." smeekte hij. Haar ogen opende langzaam.
Toen ze hem zag sprongen er gelijk tranen in haar ogen. "Het is waar." fluisterde ze angstig. "Hij is echt mijn vader." zei ze vol afschuw. "Alleen maar in vlees en bloed, je bent door mij en Albus opgevoed, met onze principes, onze gedachten over goed en kwaad." stelde hij haar gerust.
Maar Erin Perkamentus was niet in de bui om gekalmeerd te worden. Ze stond op en begon te ijsberen door de kamer. Stampvoetend. "En Harry!" schreeuwde ze. "Hoe kom je aan die striemen," leidde hij haar af. "Cruciatus vloek." zei ze snel. "Alsof het niets is!" lachte hij humorloos.
"Je weet dat je niet zoals hem bent, Erin." zei hij. "Harry denkt anders het tegendeel!" schreeuwt ze terug. "Potter is een arrogant zwijn dat veel te snel conclusies trekt." siste hij. Dan stort ze in. Ze landt op haar knieën en begint hard te huilen. "Wat als hij gelijk heeft?" zegt ze dan plots.
Haar stem klinkt alsof ze op breken staat, wat waarschijnlijk ook zo is. "Wat als het allemaal niks uitmaakt, hoe ik opgevoed ben, wat als ik gewoon slecht word? Omdat ik voorbestemd ben?" voegt ze er snikkend aan toe.
"Natuurlijk heeft hij niet gelijk. Jij bent anders. Je bent trouwens alleen half-Voldemort, mocht het helpen." zegt hij. "Wat als de andere helft dominant is?" fluistert ze. "Wat als…?" wil ze doorgaan, maar Severus onderbreekt haar.
Hij zal niet toekijken hoe ze zichzelf zo naar beneden haalt. Hij legt een vinger op haar lippen. "Als je gelooft dat je goed bent, dat ben je dat." troost hij. Ze staat op. "Het is dwaas om te denken dat het onmogelijk lukt alleen omdat je er in geloofd." zegt ze kwaad.
Hij kent deze kant van haar niet. Zij was altijd ze optimist. Degene die zijn pessimistische gedachten probeerde op te klaren. Nu was het andersom. "Dat is pessimistisch." zegt hij. "Dat is realistisch!" snauwt ze terug. Dat is het antwoord wat hij zou kunnen geven. Het lijkt wel alsof niets haar op andere gedachten lijkt te brengen.
"Laat me mezelf verbeteren," begint hij uiteindelijk. "Als je ervoor kiest om goed te zijn, dan lukt je dat." verzekerd hij haar. Ze kijkt hem aan. Ze heeft een betraand gezicht.
Je bent mooi als je huilt, denkt hij. Het is net of er diamantjes vanuit je grote blauwe ogen over je wangen stromen.
Hoe je onderlip dan een beetje trilt. Hoe je handen niet weten wat ze moeten doen, en maar patroontjes op je kleding blijven tekenen. Hoe je haar altijd net ietsje warriger zit als normaal. Hoe je schouder lichtjes meeschokken.
Die trieste blik die hem meteen aan het huilen zou kunnen maken. Want hoe mooi ze ook is als ze huilt, ze is nog mooier als ze lacht.
Ik upload vanavond extra veel omdat ik het zo lang niet gedaan heb!
