Omdat Sirius een van mijn favoriete karakters is kon ik hem natuurlijk niet weglaten!


Hoofdstuk 21:

Sirius Zwarts

Sirius keek om zich heen. Het was vreemd om terug is zijn oude huis te zijn. Perkamentus had dit huis onder de Fidelius bezwering geplaatst en alleen mensen van de Orde konden er in. Knijster had hem opgewacht in de hal en had met tegenzin zijn jas aangepakt en kleding voor hem klaargelegd.

Hij was zo afgevallen in Azkaban dat hij de kleren van hem als jongen van zestien nog paste. Hij pakte een fles Vuurwhisky uit de kast en nestelde zich op de bank.

Rust. Hij was alleen met zijn gedachten, die voor de verandering eens niet geteisterd werden door de Dementors. Maar zijn leven zou overnieuw beginnen. Ze zouden Wormstaart vangen dit jaar, daar was hij zeker van. Hij zou Remus weer elke week kunnen zien. En Harry.

Maar bovenal zou hij weer iets hebben om voor te vechten. Hij dacht aan James. En hij barstte spontaan in huilen uit.

Toen deed iemand de deur open. Het moest iemand van de Orde zijn, maar toch trok Sirius zijn stok. "Homenum Revelio." fluisterde iemand. Een meisje. Was het Hermelien? Die zou toch volgende week pas komen, met Ron? En Harry de week erna.

"Wie is daar?" riep Sirius. Erin kwam de woonkamer binnengelopen. "Sirius!" riep ze enthousiast en ze knuffelde hem stevig. Toen ze hem losliet kreeg Sirius pas de kans haar beter te bekijken.

Wat zag ze eruit. Ze had een zwart T-shirt aan, wat niet verhulde dat ze een vrouw was, en niet meer het meisje van vroeger. Ze had een bijpassende zwarte broek aan, en haar blonde haren waren blauw aan de puntjes. Haar ogen werden omringd door zware oogmake-up.

Het deed zeker haar schoonheid niet ten onder, maar ze was niet meer mooi op dezelfde manier. Het was meer ik-ben-wel-mooi-maar-als-je-het-zegt-sla-ik-je-in-elkaar-mooi.

Het kwam vast door wat Perkamentus hem verteld heeft. Dat ze Voldemort zijn dochter is. "Ik geloof je, Erin. Je bent moedig, en goed." vertelde hij. "Hoe weet je ervan?" vraagt ze achterdochtig.

"Perkamentus heeft het me verteld. Hij dacht dat ik het wel zou begrijpen. Met mijn familie." Het laatste zei hij bitter. Ze verontschuldigde zich en ging naast hem op de bank zitten. "Je ziet er goed uit." zei ze na een tijdje stilte. "Jij ook." zei Sirius.

"Laat me niet lachen." zei ze bitter. "Het is heftiger dan ik van je gewend ben, maar ik vind het wel wat." zei hij. En hij meende het. "Het past bij hoe ik me voel. Duister." fluisterde ze. "Dat je zijn dochter bent hoeft niet te betekenen dat je hetzelfde bent. Kijk maar naar mij. Ik ben totaal anders als mijn familie." zei Sirius.

Ze knikte, maar ze leek niet overtuigd. Ze had waarschijnlijk geen zin meer om het erover te hebben. "Waarom ben je hierheen gekomen?" vraagt hij. "Ik ben Severus ontvlucht," giechelde ze.

Het lachje was gemaakt, en dat kon Sirius weten. Dat lachje deed Sirius vroeger ook.

"Ik dacht dat er niemand was, ik zal maar weer gaan." zei Erin, en ze wilde opstaan. "Sirius?" vroeg de blondine aarzelend. Hij keek haar afwachtend aan. "Ik vroeg me af, of je me wat dingen wilde leren. Dingen die Albus en Severus me niet willen of kunnen leren, ook al denk ik dat eerste." zei ze verlegen.

Hij snapte wel waarom zijn peetzoon zo gek van haar was. Ze was.. schattig. Maar er school meer achter haar. Intrigerend schattig, dan.

"Zoals?" vroeg Sirius geamuseerd. Hij vroeg zich af wat ze speciaal van hem wilde leren.

"Nou, ik kan een beetje Occlumentie, maar ik zou graag ze andere takken van Gedachtemagie ook willen leren. Ook zijn er een paar ingewikkelde vloeken die ik niet snap. En ik wil een Animagus worden." zei Erin zelfverzekerd.

Een verbaasde, geamuseerde Sirius stemde lachend in.


Dit hoofdstuk is best saai, maar ik wilde even laten zien hoe Erin met de hele situatie omgaat...