Hoofdstuk 22:

Erin Maria Vilijn

Erin glimlachte. Het was haar gelukt om Sirius zijn gedachten binnen te dringen. Ze zocht naar herinneringen die hun beiden niet pijn zouden doen. Herinneringen van de Sluipers.

Erin bekeek een lachende James en Sirius die door de gangen renden, zo simpel dat het vermakelijk was. Wat anders dan de gebroken man die ze kende. Lachend verbrak ze de verbinding.

"Jij bent getalenteerd, jongedame." lachte Sirius hijgend. Hij was moe, want hij probeerde met al zijn macht om haar eruit te gooien. Erin was er nu vijf dagen, ze had voor gekookt en telkens nieuwe kleren voor Sirius klaargelegd die ze van de Wegisweg had gekocht.

Sirius had zich schamend laten verzorgen maar elke keer als hij een bedankje mompelde begon ze over de lessen en dat het alleen maar eerlijk was dat ze iets terugdeed. Ze is zelfs af en toe de 'hond' gaan uitlaten, als hij weer eens zielig uit het raam keek.

Ze sliep elke nacht op de bank, onder groot protest van Sirius, die best wilde dat ze wisselden en zij in zijn bed sliep. "Ik denk dat je klaar bent voor het Faunaat gedeelte." zei hij trots en ze keek hem dolblij aan.

Knijster boog even naar haar terwijl hij een kop thee neerzette. Zelfs de Huiself respecteerde haar. Sirius nam even de theorie met haar door. Ze herhaalde alles in haar hoofd. Geloof in jezelf, dacht ze.

Je moet dit doen. Als je dit kan, kan je bij de Orde, als je bij de Orde kan, kan je jezelf bewijzen. Tegenover jezelf en Harry. Ze miste hem. Erin herhaalde alles in haar hoofd.

Ze wist elk woord, wat haar een soort Hermelien gevoel gaf. Ze concentreerde, en haar lichaam smolt om in een blonde kortharige labrador. Het was gelukt! Ze veranderde terug en vloog Sirius in de armen.

"Jij bent echt getalenteerd, dame!" herhaalde Sirius zich trots. "Je weet dat je Faunaat figuur je persoonlijkheid weergeeft?" vroeg hij. Ze knikte. "We zijn allebei heel trouw. Trouw aan de goede zijde." zei hij. Ze glimlachte.

Ze begon hem eindelijk te geloven. Misschien was het waar wat Hermelien zei. Dat het lot pech heeft. Er kwam iemand binnen. Erin hapte naar adem. Had Sev haar gevonden? Maar het was Remus Lupos.

"Remus!" zei ze enthousiast en ze vloog in haar ex-leraar zijn armen. Hij nam Erin even geschokt in zich op. "Nog al een verandering, of niet?" zegt ze schaapachtig. "Waarom ben je niet thuis?" vraagt de weerwolf bezorgd.

"Ik heb ruzie thuis, oké?" zegt ze bitter. "Dat je hier mee akkoord gaat." zei Remus kwaad tegen zijn beste vriend. "Je moet Sirius niet de schuld geven!" snauwt ze. "Ik ben hier niet gekomen om ruzie te zoeken." gromt Remus.

"Ik wilde even kijken of Sirius zichzelf niet verwaarloost." grinnikte hij. "Erin let goed op me, maar bedankt." lacht Sirius. "Ik heb nog Wolfsworteldrank voor je." fluistert Erin terwijl ze Remus een flacon in zijn handen drukt. Hij bloost een beetje.

"Dankjewel. Ik heb al een jaar niet meer gehad. Precies op tijd. Morgenavond.." mompelt hij. "Ik kan met je mee." zegt Erin terwijl ze een dankbare blik aan Sirius schenkt. Dan veranderd ze in de labrador en terug.

"Niet jaloers worden, maar Sirius is echt een goede leraar." bloost ze. Remus' mond is opengevallen. Wat hij dacht van zijn gezicht af te lezen. Hoe heeft ze het voor elkaar gekregen!

"Je hoeft niet…" stottert Remus. "Ik doe het graag!" drong ze aan. Dan knipt ze in haar vingers.

"Sorry, bijna vergeten! Ik moet nog even naar het dorp, ik had Sirius beloofd die dvd te halen… ik moet mijn Dreuzelgeld nog even zoeken… ik zie je morgen!" roept ze de mannen nog na voor de deur sluit. "Ze is bijzonder, he?" zegt Sirius ademloos.


Dit was een beetje een tussenhoofdstuk.. weer saai, ik weet het. Maar in het volgende hoofdstuk komt er vuurwerk! (niet letterlijk, in de figuurlijke zin van het woord :D)