Hoe kan je van iemand houden waarvan je denkt dat ze je dood wil hebben? Harry weet hoe.
Hoofdstuk 32:
Harry Potter
Er was een slang, hij gleed door de gangen, over de marmeren vloer. Er was een deur, hij kende het ergens van, maar waarvan? De deur ging open, Harry zag een hal met zijpaadjes, en kasten. Heel veel kasten met allemaal glazen bollen.
Er stond iemand in het midden. Meneer Wemel. De slang viel hem aan, beet hem in zijn nek, in zijn arm, in zijn been. Meneer Wemel bleef bloedend achter. Toen besefte Harry het. Hij, was de slang.
Zwetend en trillend werd Harry wakker. Een bezorgde Ron stond naast zijn bed. Ron. Zijn vader. "We moeten naar Perkamentus," zei Harry vlug.
"Ik leg het daar wel uit." mompelde hij snel.
Toen hij en Ron naar beneden stormde werd Erin wakker, die weer op de bank lag. Sinds die ruzie met Hermelien weigerde ze in de slaapzaal te slapen. Harry wilde haar niet meer aankijken.
Hij begon eindelijk te denken dat hij het misschien toch fout had over haar, en dan betrapt Hermelien haar met een boek over duistere magie.
Ze was zijn dochter. Hij moet bij haar uit de buurt blijven. Harry had zichzelf betrapt op opnieuw zijn hart aan haar verliezen. Hij moet bij haar wegblijven, dan bespaart hij zichzelf een hoop pijn.
"Hij moet naar Perkamentus, zegt hij." zegt Ron angstig.
Erin knikt. "Ik ga mee," zegt ze.
"Je hoeft niet…" gromt Harry.
"Weten jullie het wachtwoord?" dringt ze aan.
Beiden Harry en Ron schudden hun hoofd. Harry volgt haar met tegenzin. Ze stoppen voor de ingang van zijn kantoor. Harry klopt. Perkamentus doet de deur open. "Professor, ik…" begon hij, en toen besefte hij pas hoe raar het zou klinken.
"Ik had een droom, en… nou het was geen droom, of toch wel… het leek zo echt…" mompelde hij.
Erin keek naar de grond. "Niet jij ook al," zei ze bezorgd.
Niet jij ook al? Wat bedoelde ze daarmee. "Wat zag je?" vroeg Perkamentus kalm.
"Meneer Wemel, hij werd aangevallen, door een slang, in een hal met allemaal glazen bollen." antwoordde Harry.
Ron keek geschokt. Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar er kwam geen geluid uit. Erin legde voorzichtig een hand over Ron's schouder. Ron doet zijn best om even naar haar te glimlachen, maar zijn mondhoeken krullen maar een beetje omhoog. "Hij haalt het wel," zegt ze zachtjes.
"Stond je naast het slachtoffer, of keek je van boven op het schouwspel neer?" vroeg Perkamentus.
"Geen van beiden," zei Harry.
"Ik…" fluisterde hij.
"Ik was de slang." voegde hij toe.
Erin vloekte zachtjes. "Niet jij ook al," herhaalde ze.
"Wat bedoel je daar precies mee?" vroeg hij achterdochtig.
"Ron, haal je broers en zus, en vertel ze dat ze hun spullen moeten pakken. Ik denk dat jullie het best naar huis kunnen, ik zorg ervoor dat je vader gevonden word door de juiste mensen." zei de oude man vriendelijk en Ron knikte en verliet het kantoor.
"Ik vroeg je wat, Vilijn!" zette Harry door.
Erin deinsde even terug bij het vallen van haar achternaam. "Hij zit ook in mijn hoofd, Potter. Dat bedoel ik," siste ze vurig.
"Voldemort," fluisterde hij zachtjes.
Ze knikte. "Hij geeft je zeker tips over Duistere Magie, met welke vloek je me het best kunt vermoorden." antwoordde hij kwaad.
Ze leek zeer beledigd. "Als je het wil weten, Potter, dat is achtergrondinformatie. Ik doe tenminste nog iets nuttigs in mijn vrije tijd, in plaats van sommige mensen die hun vrije tijd gebruiken om een zeker Ravenklauw af te lebberen!" schreeuwde ze.
Ze wist het. Ze wist hem van hem en Cho. Ze wist alleen blijkbaar niet dat hij geen echte gevoelens voor Cho had, maar het een poging was Erin te vergeten…
