Zoals jullie zo wel merken heb ik een stukje overgeslagen en ga naar het stuk als ze weer terug zijn op school en zo...
Hoofdstuk 36:
Dorothea Omber
Cho Chang zat huilend voor haar neus. "Er is geen geheim genootschap," snikte het meisje.
"Sneep, het Veritaserum graag," zei Omber streng.
Met een klein beetje geweld goot Sneep de drank bij het meisje naar binnen. "Waar gaan jij en je vrienden naartoe?" vraagt Omber bitter.
"De Kamer van Hoge Nood," huilde Cho zachtjes.
"En wat doen jullie daar?" dringt Omber aan.
"Harry geeft ons Verweer Tegen de Zwarte Kunsten les," zegt Chang.
"Malfidus, neem mevrouw Chang mee. We maken een ommetje naar die Kamer," commandeert Omber.
Ze vindt het heerlijk om de leiding te hebben. Als ze zeker weet dat ze alles onder controle heeft, dan voelt ze zich pas goed. Dorothea Omber kan slecht tegen verrassingen. En kinderen. "Bombarda Maxima!" schreeuwde ze, en de muur barstte open.
Heel veel geschrokken leerlingen keken haar aan. Ze loopt de kamer rond. Haar oog valt op de lijst aan de spiegel. De Strijders van Perkamentus. Het is precies wat ze vreesden! "Potter, Perkamentus! Meekomen!" krijst ze.
De zwartharige jongen en het blonde meisje volgden haar. Ze betraden het kantoor van Perkamentus. Droebel was er al. "… daarom moeten we je meenemen," zei Droebel.
"Waarheen? Toch niet naar Azkaban hoop ik?" fluisterde de jongste Perkamentus paniekerig.
"Ik ben bang van wel, meisje," zei de minister.
"Minister," zei Omber hartelijk. "Deze kinderen zijn in het geheim aan het trainen onder de naam Strijders van Perkamentus, het is zoals we vreesden," informeerde ze hem.
"Het was mijn idee," zei Potter vlug.
Hij vond zich heel wat, die Potter, met zijn angstverhaaltjes vertellen… het meisje, integendeel, was over het algemeen heel stil en beheerst… maar nu leek zelfs zij volkomen krankzinnig te worden. "Dat is heel nobel van je, Harry," zei Albus Perkamentus. "Maar het heet de Strijders van Perkamentus, niet van Potter. Dus daarom.." legde hij uit maar het meisje onderbrak hem.
"Ik neem verantwoordelijkheid. Ik heb alles bedacht. Albus wist hier niets vanaf!" zei ze met een schril stemmetje.
Droebel legde een hand op de schouder van de blondine. "Meisje toch, meisje toch. We laten jou niet opdraaien voor wat je peetvader heeft gedaan. Het spijt me, maar hij heeft probeert een leger te maken om het Ministerie aan te vallen, dus hij laat ons geen andere keus…" probeerde de minister haar te kalmeren.
"Wat dat betreft heeft de minister gelijk, Erin, jij hoeft niet op te draaien voor iets wat ik gedaan zou hebben," zei de Hoofdmeester kalm.
Toen wendde hij zich tot Omber en Droebel. "Jullie zijn waarschijnlijk onder de veronderstelling dat ik vrijwillig meegaan, maar jullie hebben het mis…" fluistert hij, voor hij in vlammen opgaat.
Dorothea slaakt even een kreetje. Het blonde meisje heeft een vage glimlach op haar gezicht, ze weet duidelijk even niet hoe ze zich moet voelen. Potter kijkt verbaasd, maar glimlacht ook. "Jullie mogen hem niet aardig vinden, minister. Maar Perkamentus heeft stijl," zegt Wolkenveldt zacht, waarna hij een woedende blik van Droebel krijgt.
"Het lijkt me passend dat jij Perkamentus' plek inneemt, Dorothea?" stelt de minister voor.
Dorothea bloost even gepast en glimlacht dan. "Het lijkt me een eer, minister, dank u wel," antwoordt ze beleefd.
